![]() |
|||||||
|
Navigatie de voorplecht Dankbaar
Uitgelogd
Huishoudelijk
5 oktober 2005 |
Donderdag, 26 Februari 2009
Het is zaterdagmiddag als mijn vriendin en ik besluiten naar het bos te gaan, ergens langs de Utrechtse heuvelrug nabij Lage Vuursche. We gaan om te ontspannen en even weg te zijn uit de winterse stad, met zijn glimmend natte asfaltwegen. Het is een bewolkte, grijze middag. We nemen het boemeltje naar station Hollandse Rading. Daar stappen we uit. We wandelen onder het snelwegviaduct door, richting de ingang van het bos. Onderweg komen ons vijftigers en zestigers in Goretex jassen en stevige wandelschoenen tegemoet. Ze glimlachen vriendelijk naar ons. Ze hebben er al uren wandelen opzitten. Bij een groen bord gaan we een voetgangerssluisje van rustieke houten paaltjes door, en we zijn in het bos. Met een beetje fantasie kun je doen alsof alsof het ruisende verkeer op de snelweg vlakbij het geluid van de branding van de zee is. De bosgrond waarop we lopen is aangenaam zacht, zo anders dan de laatste keer dat we er liepen. Toen vroor het. Ons bospad is bedekt met een dikke laag bruine dennenaalden. Bij een tweesprong besluiten C. en ik het linkerpad omhoog te nemen. We beklimmen een met stokkerige bomen begroeide heuvel. Dit is voormalig productiebos: de dicht tegen elkaar aan groeiende dennebomen hebben een groen hoedje, daaronder zijn ze naaldloos. Toch is het groen om ons heen. De stammen zijn begroeid met haast lichtgevend mos, de verende bosgrond naast het pad is bedekt met veenmossen in twee kleuren groen. Het bos ruikt naar een mengeling van dennenaalden en pasgevallen regen. En misschien ook wel naar een voorzichtig begin van voorjaar. Als we boven zijn zien we in de verte, tussen de bomen door, een streepje beige: het zand van een zandverstuiving. We besluiten er buiten de paden om heen te wandelen, over het verende veenmos. In het donker verderop in het bos hangt mist. Maar het is geen mist, de illusie wordt veroorzaakt door wit uitgeslagen eikenkreupelhout dat onder de dennen groeit. De jonge eikenboompjes zijn allemaal ongeveer even hoog. Als we bij de ‘mistboompjes’ aankomen, zijn C. en ik even in de war. Afgelopen herfst zijn er takjes vol met denneappels gevallen en in het eikenkreupelhout verstrikt geraakt. Het lijkt of er denneappeltjes aan de kale, witte takken groeien. C. heeft de oplossing: even schudden en de denneappeltjes vallen op de grond, tussen de wegrottende naalden en eikenbladeren. Onderaan de heuvel is de grond vochtiger. Hier groeit gras en krullen zich varens onder de bomen. Onze voeten worden nat. We zoeken een pad. Na een kledderig stuk dalgrond houden de dennen op. We zijn bij onze zandverstuiving. Een lange glooiende heuvel met bovenaan een vliegden, waaronder kinderen een hut van dode takken gebouwd hebben. Terwijl we omhoog klimmen in het rulle zand breekt de zon door de wolken. C. en ik laten ons bij de vliegden in het zand vallen en genieten een tijdje van de zon die laag boven de bomen hangt. Het zand is koel maar droog. ‘Kijk, daar in die boom heeft een vogel een nest bovenop een oud nest gemaakt,’ zeg ik. ‘Ha, een Maisonnette, of nee, een Maisonestje,’ grinnikt C. ‘Waar zijn alle vogels eigenlijk?’ ‘Die zitten zich vol te vreten bij de mensenvoederplaatsen, wat dacht jij?’ zeg ik. Er is inderdaad in het hele bos geen vogel te bekennen. De zon verdwijnt weer achter de wolken. We besluiten verder te lopen. De heuveltop achter de vliegden ligt helemaal vol met omgevallen bomen. Het lijkt wel alsof er een vreemde, zeer lokale tornado heeft huisgehouden. Maar het is natuurlijk modern, ecologisch bosbeheer: trek alle bomen op een heuveltop om, zet er een klapstoel bij en kijk wat er voor nieuwe flora en fauna ontstaat. Vooralsnog niet zoveel. We klauteren tussen de omgetrokken bomen door. De bast van de bomen laat los en er groeien grote zwammen op. Kronkelige, knokige wortelstelsels grijpen naar de lucht. In de grond waar de wortels zaten zitten diepe, zwarte gaten. ‘Sprookjesachtig hè?’ zeg ik. ‘Het sprookje van de dood,’ zegt C. Ik moet denken aan mijn vader. Hij zou deze ecologisch beheerde bomenvlakte echt helemaal niets vinden. Toen de gemeentelijke plantsoenendienst voor het eerst houtsnippers kwam strooien in het rozenperk voor zijn huis, is hij een hele middag met een hark bezig geweest om ze weer weg te harken. Drie dagen later stond hij ze weer terug te harken, op straffe van een boete van 50 gulden. Na de dode bomen begint een grassiger stuk bos. Ook dit stuk bos lijkt uitgestorven. De bosmuizen en eekhoorns zijn blijkbaar met winterreces. Van de langharige Schotse Hooglandrunderen die hier grazen zien we alleen de keutels. Sommige dampen nog na. Op de stam van een omgevallen boom ontdekken we toch nog een kaalgepelde denneappel. De schubben liggen netjes in een cirkeltje. Hier is een eekhoorn aan het werk geweest. ‘Zeker eentje die niet genoeg wintervoorraad had,’ oppert C. We besluiten dat het tijd wordt om terug te keren. We moeten straks nog naar een verjaardag. We vinden een breed ruiterpad en lopen terug. De ondergaande zon breekt nog een laatste keer door de wolken, de lange stralen spelen een prachtig spel van licht en donker tussen de bomen. Het ruiterpad wordt breder, om ruimte te bieden aan vier enorme, harmonisch gevormde loofbomen. Ze hebben wel iets van reusachtige kandelaars met heel veel armen. C. weet zeker dat het beukenbomen zijn. ‘Een paar jaar geleden hebben we gekampeerd aan een beukenlaan. Ik vond die beuken toen zo ontzettend mooi, die vorm vergeet ik nooit meer. Dat was in dezelfde week dat Pim ook werd neergeschoten.’ De bomen zijn nog indrukwekkender als we er onderdoor lopen. De laagste takken hangen vol met lege beukenootschilletjes. Ik stel me zo voor dat deze bomen ooit aan een lang geleden opgedoekte beukenlaan gestaan moeten hebben. Het geruis van de zee die eigenlijk een snelweg is neemt weer toe. Met een paar minuten staan we bij de spoorwegovergang naast station Hollandse Rading. Op de autoweg voor de spoorrails staat een sproetig meisje in paardrij-outfit aan de teugels van haar paard te trekken. Het dier kijkt schichtig en probeert het meisje van de overweg vandaan te trekken. ‘Ik sta hier al vijf minuten met hem te worstelen,’ zegt ze, ‘Vorige keer kreeg hij een schok van de rails op zijn hoefijzers, nu durft hij niet meer.’ Met vereende krachten proberen we het paard toch over de overweg te krijgen. Ik trek stevig aan de leidsels en spreek het angstige paard geruststellend toe, alsof het C.’s schichtige kat is. Het meisje duwt ondertussen tegen de billen en geeft het dier zachte tikjes met haar rijzweepje. Na een minuutje of wat trekken komt er een auto aan. Het aanzwellende geluid van de motor achter hem breekt de weerstand van het dier. We gaan stapvoets de spoorrails over. C. vindt me een prins, maar ik ben vooral blij dat het beest niet op hol is geslagen. En dan beginnen de bellen van de NS te rinkelen. De spoorbomen gaan langzaam dicht. In de verte zie ik het boemeltje al, dat ons terug gaat brengen naar onze stad.
door Grrrits Elite [vervolg] Ja, zo’n boswandeling is niet niks. Lekker geschreven.
Elite [3] Hee grrrrts, wat doe je met me? Ga es uit me hoofd!
Elite [4] Hoewel het nergens heen gaat en je als lezer het bos wordt ingestuurd, toch fijn om te lezen.
Lekker geschreven, ja.
Elite [5] Zou de heer Herman Rudolf Kousbroek zo vriendelijk willen zijn om niet tussen de reaguursels in uit eigen werk te citeren? Of ben ik de enige die dat storend vind?
Lekker geschreven Grrrrrts!
Het is zaterdagmiddag als ik besluit naar de wc te gaan, ergens in mijn huis in de buurt van de voordeur, en vlakbij de gangkast waarin zich de hoofdkraan van de waterleiding en mijn verzameling gebruikte batterijen bevindt. Ik ga om mijn behoeften te doen, tegelijkertijd wat te ontspannen, en ook om even weg te zijn uit de huiskamer op deze bewolkte, grijze middag in de tweede helft van februari. Ik ga te voet, met alleen sokken aan, en voel de vaste vloerbedekking onder mijn voetzolen meegeven. Bij het bereiken van de huiskamerdeur kom ik mijn poes tegen die uit de tegenovergestelde richting komt aanwandelen, wat er op zou kunnen duiden dat zij reeds klaar is met haar behoeften te doen in de kattebak, die om gezelligheidsredenen schuin tegenover de toiletpot is opgesteld.
Nou ja, ik zit er niet mee, met die Kousbroeck. Hoe meer zielen hoe meer vreugd. Hoewel, nee dat is niet altijd zo. Maar ik zit er dus niet mee.
Sport heeft niets te maken met sportiviteit maar met de wens te delen in de macht van de overwinnaar. De opwinding van een sportwedstrijd geldt een gedroomde participatie in het vermogen de verliezer in een hoek te trappen. Dat alles heeft mijn onbeperkte en ongeinteresseerde instemming, wat mij betreft verkopen alle voetballers elkaar de onderhandse en gluiperige doodschoppen waar de zoomlens van de televisie ons vertrouwd mee heeft gemaakt. Maar wat mij altijd weer doet gloeien van begeestering zijn de heilige boodschappen van broederschap en internationalisme die er aan worden opgehangen. Niets waar ik liever naar luister dan speeches over het Olympisch ideaal en de vreedzame competitie die geen nationale grenzen kent, terwijl in de tijd van internationale kampioenschappen het aantal manifestaties van nationalistisch fanatisme niet te tellen is. Omdat u het natuurlijk gewoon zelf bent. Ik verdenk er u ook sterk van dat u Van Putten bent. J’accuse!
Ik ben inderdaad mezelf. En dus niet Van Putten. Het idee alleen al…
Was het een wit paard? Nee, het was geen wit paard. Want het was een Nederlands Trekpaard en die zijn nooit wit. Het Nederlands Trekpaard is het zwaarste trekpaard in verhouding tot de schofthoogte. Het moderne ras werd in het begin van de 20e eeuw officieel geregistreerd toen de Koninklijke Nederlandse Vereniging van het Nederlandse Trekpaard en het daaraan verbonden stamboek opgericht werd. Nederland en Belgie hadden al eeuwenlang zelfgefokte zware paarden. In de Middeleeuwen werden ze maar weinig gebruikt bij de oorlogvoering, maar ze kegen de kans toen er vanuit de landbouw vraag ontstond naar een dier dat sterker was dan de alomtegenwoordige os. Het Nederlands Trekpaard is volgzaam en gewillig en ondanks zijn zware bouw zijn zijn gangen verrassend levendig. De benen lijken op pilaren en zijn sterk en gespierd. Rond de hoeven en aan de achterkant van de benen bevindt zich veel behang. De ogen zijn vrij klein maar vriendelijk en de neusgaten kunnen wijd open gaan.
Ik ben het volstrekt oneens met de heer Brandsen dat het onderhavige paard waarvan in het bovenstaande sprake is een Nederlands Trekpaard behelst. Voor iedereen die iets van paarden weet is het volstrekt duidelijk dat het hier een Gelderlander betreft. Een Gelders paard is een paard met een aansprekend front, goede beweginegen met een krachtig gebruik van de achterhand, een volstrekt klassieke belijning [recht kruis] en voldoende bot en massa. Ze beschikken over een goed fundament en zijn duurzaam en hard. Het Gelderse paard is een temperamentvol paard met een vrolijk karakter, maar toch volstrekt betrouwbaar. Het is zowel geschikt voor topsport als voor recreatie. De stokmaat ligt rond de 165 centimeter. Het Gelderse paard is lichter en edeler dan het Groninger paard. Ook het accent is volsterkt anders.
Ik vind het verbijsterend hoe zich paardenkenners noemenden er naast kunnen zitten. Het paard in de – overigens lekker geschreven – tekst van de heer Grrrrtss is namelijk noch een Nederlands Trekpaard, noch een Gelderlander, want het is namelijk overduidelijk een Fries Paard. Het Friese Paard heeft wortels liggen in de de 13e eeuw. Reeds de Romeinen hadden veel waardering voor het Friese Paard vanwege zijn lange manen, het fijne hoofd met de spitse en beweeglijke oren, de krachtige schouders en zijn sierlijke vetlokken. Ook het vriendelijke, levendige, makke, intelligente, leergierige en trouwe karakter vielen bij hen in de smaak. Het Friese Paard heeft een koel hoofd en is daarom bij uitstek geschikt voor recreatief gebruik in de warme zomermaanden. Het Friese Paard is vrijwel altijd zwart zonder aftekeningen want die zijn dan ook verboden. Schofthoogte: tussen de 1,55 m en 1,70 m. Die mevrouw doet alsof ze lacht, volgens mij.
Volgens mij heeft Grrrrts niet zo’n kroonluchter. Hij lijkt me het type niet.
En wat de verliefdheid betreft: je hebt tegenwoordig al voor een paar euro een XTC pil.
Beesten zijn jullie, allemaal!
Alsof dat wat nieuws is…
Soms wou ik dat ik wat meer beest was.
Horst, de aasgier van de dansvloer…
Ik hou altijd wel van een flinke bos hout. In een bos is iedereen koortsachtig druk druk druk met in leven blijven en kindertjes maken. Er wordt geleden en gestreden, gehaat en liefgehad. Ook wordt er muziek gemaakt [tureluur fluit fluit]. Er zijn echter geen winkels wegens niet nodig, en er is geen tv en voetbal, maar verder is het net als in de mensenwereld. U let gewoon niet goed op.
Ik vind het wel positief dat er zo veel bomen zijn in een bos. Als je moet zeiken, dan kan dat dus gewoon. Ook al is het niet zo dringend. Je gaat gewoon naast zo’n boom staan en haalt ‘m uit je broek. Enorm bevrijdend vind ik dat.
Ja, dat plast heel anders dan binnen, dat bosplassen. Vrijer inderdaad. Natuurlijker ook.
Ooit plaste trouwens iedereen buiten, binnen mocht het niet eens. En nu moet het binnen en mag het bùiten niet. Het kan verkeren.
Zei die Bredero nog wat anders?
Nee, verder niks. Hij was weinig spraakzaam.
Maar hij schreef wel gedichten.
‘t Bezoekje aan het bos blijft maar duren. Ik ga die Broekkous nog missen
Het vuurwapen is een van de oudste machines die onze civilisatie heeft voortgebracht. Het kan gezien worden als het ideaal van de abstracte machine, omdat het een werktuig is zonder enige zinvolle praktische toepassing, tenzij misschien als muziekinstrument. Maar het is eerder een voorloper van de explosiemotor, een explosiemotor waarvan de zuiger bij de werkslag verloren gaat. Hoezo zonder enige zinvolle praktische toepassing? Vanuit pacifistisch oogpunt misschien ja, maar dat is wel een grove veralgemening. En dan hebben we het nog niet over de jacht.
Bos, paard, trein, huis. 85 procent van de Nederlanders krijgt vroeg of laat een of meerdere kinderen. Zegt dat iets over de vrije wil?
Ja, in die zin dat de meeste mensen niet weten wat ze willen of niet willen, en dus maar gewoon wat leven.
Nu kan ik weer slapen.
het slijk der aarde |
Holle retoriek
"Aarsema, dan komen de tachtigerjaren puberale streeptinten van de
eerste kabeltv binnen op mijn kolkende oogbollen als de tube mayonaise
leeggeknepen in in een onderzoekende puberkringspier . Vage opgedroogde
veegklodderstrepen op de dikke zware afstandsbediening die het allang
niet meer doet. Bolle schermen versterken de aplastische rondingen.
Antennes nog met coax en zaad in een sok, geurend naar kamille gemengd
met nat speculaas.
Jong zijn is zo mooi…"
"Zit je achter het meest nieuwe en hipste technologische apparaat van deze eeuw, kom je op een stukje internet over columns schrijven. En dat is nu exact wat ik zocht! Soms zoek je iets, en kan je het niet vinden. Maar nu wel! Ik zoek iets om mijn Nederlandse woordenschat in te verwerken. En dan zoek je, en zoek je, en dan VIND je!
"Daarom is bicat een lichtje, een vuurtoren voor de verloren lopende dolenden.
"Schuimbekkend van woede las ik de met een danige onverschilligheid
geschreven colums betreffend de holocaust en Auschwitz. De flarden teksten
vol schrijffouten en loze beweringen, getuigen van weinig historisch besef
maar vooral een respectloze attitude jegens miljoenen slachtoffers. Vandaar
mijn bijdrage met het verzoek de richtlijnen als opgesteld in de bijlage te
respecteren en in acht te nemen.
"Diep geroerd, met geknepen stembanden, omvloerste oogleden, brandend maagzuur en kloppende roede (het is tenslotte 5
december) mocht ik uw fraaie stuk proza over mijn getroebleerde netvlies laten glijden...
De woorden vertalen zich moeiteloos in zielsetsende beelden.
Dank!"
"Geachte heer,
"Schitterend verwoord dat artikel over Clarence. Liep jaren met een missie, aan de voetballiefhebbers (niet de kenners) proberen uit te leggen dat Abe en Piet beter zijn dan het orakel uit betondorp. Was onbegonnen werk. Het klootjesvolk adoreert Ellen van Langen, Geesink en Rieu, en vinden mevrouw Blankers, Ruska en Roby lakatos maar niks, ze weten waarschijnlijk niet eens wie het zijn. Toen Keizer stopte heb ik jaren niet meer gekeken. Toen zag ik die Fin en een paar jaren later een Surinamer met een Nederlands paspoort (Had die Fin er ook maar een gehad). Ja en dan begint het heilige vuur weer te branden. Deze twee zijn tactisch en technisch het beste wat er op Nederlandse velden heeft rondgelopen (wat ik in mijn leven heb gezien). Keizer had niks met voetbal te maken, dat was ballet,kunst, en soms als het niet belangrijk was helemaal niks .En Abe ken ik van wat beelden, maar als je naar de verhalen over hem luistert hoef je de verteller maar in de ogen te kijken en herken je meteen de kenners uit die tijd."
"pedante snikkels, komen kut te kort. Webloggen is niet voor mietjes maar ook niet voor stoere geile binken, webloggen is namelijk een fenomeen, een spookbeeld voor blinden die zich vergapen aan de wijde wereld van het internet om zichzelf te ontmoeten, een monologue interieur te voeren en dan de echo terughoren, het internet dat een wonder is wat een dom irrationeel fenomeen is. Echt iets voor pedante snikkels en kale kutten die niet neuken maar wel in elkaars nek willen hijgen en tijd teveel hebben. Ik zou er helemaal niet aan beginnen en beroemd en rijk ben ik al, zegt het liefje. Ik heb de grootste en zij heeft de lekkerste en we verdoen de tijd liever in elkaar verstrengeld dan te vergooien op zo’n vervuilde weblogmarkt. Mot je alweer email beantwoorden enzo, in je vrije tijd, be je gek. Opzoute, stik dur maar in, Goossens, kijk maar uit dat ze niet vreemdgaan terwijl jij al die poen verdient, sneue wolf, ouwe rukker, voordat je het in de gaten hebt sta je een verschrikkelijk stinkend goedje op je scrotum te smeren terwijl je staat te huilen omdat je zo belazerd bent terwijl je het alleen maar goed bedoeld, voor ons allebei schatje, weetje, heerlijk met vakantie strax, saampjes, maar vanavond moet ik werken snappie, centjes verdienen mot pappie, kijk niet zo beteuterd, je wilt helemal niet naar de Lidl, je wilt daar nooit gezien worden zei je, nou dan. Nou tot strax dan, he ?"
"Bicat.net, dat is toch die achterlijke webstek voor rukkende, boerende en altijd bezopen kerels? Dat zielige pathetische zooitje ongeregeldheden dat uitgebraakte hersenkwak probeert te verkopen als prozadrek? Natte winden, dikke drollen, kleverige onduidelijkheden? Slurptrekkende draaigorgels, voorhuidjogging avant la lettre en berensgrote buikglijers?" (Jeremias Schubbenrug, in Nova, 4 oktober 2005) Reageerziekte
"Op een vrolijke dag toen ik aan mijn, voor al 11 jaar, allerbeste vriendin de liefde heb verklaard en binnen luttele seconden de meest euforische gevoelens door mijn ziel heen flitsten typte een verslag van school begon k te typen en dit kwam tevoorschijn op het samengeperste hoopje uitwerpselen wat ik beschouw als mijn laptop, want zoals velen het niet slecht zou doen als zij dit beseften is bezit enkel een illusie.
"Ik had het allemaal al wel eens meegemaakt en niets was mij te dol geweest: eonisme, vice anglais, flaggelatie, ja zelfs koprofagie. Ik was dan ook met graagte ingegaan op de omineus-priapische woorden en lubrieke blikken die "Ellen" tijdens ons gezamelijk consumeren eerder die avond op mij had gericht. Toen we, media nox, eenmaal in haar slaapkamer waren aangekomen, gaf zij steeds minder blijk van doorgaans aan haar toegeschreven mesquinerie. Integendeel,loodzwaar en onvermijdelijk hing het veile sneukelen in de lucht. Binnen no time was de vloer dan ook bezaaid met exuvieën en toonde zij mij haar zinnenprikkelende Junonische leest. Na intiem pidjetten en enige orogenitale schermutselingen (waarbij brod noch javelijn werd ontzien),sloegen wij serieus aan het procreëren. Cunnus en Curacaoënaar leken
welhaast voor elkaar geschapen. Hoewel haar defloratie al enige tijd terug had plaatsgevonden, pandoerden wij als nooit tevoren, daarmee verschillende tenesmen bewerkstelligend. Het is maar goed dat haar echtgenoot van deze sluikmin nooit wat heeft gemerkt..."
"Schrijf eens over vrouwen en hun plek of plaats in de allesverterende zakenoorlogen.
Want als er stereotype mannen met diep verborgen schaamtegevoelens over hun potentie problemen en erectiestoornis (taboe naturlijk) dan is dat manifest in hun 'vlucht vooruit' in de freudiaanse wapencultuur. Elke geweerloop, elke zwaardere tank is een gestileerd erectiel apparaat vol dodelijke munitie opgepomnt met miljoenen kogels in een spurt naar het doel wat als lustsymboliek een 'lilith' in een duizelige extase zou moeten brengen want zo 'is de kracht van het leger'. Stoere mannen die eerst de vrouwen opgeilen, dan met hun duwtje in de rug erop los gaan om 'de vijand te onthoofden'. Ik als watje moet altijd vreselijk lachen om die serieuze gezichten die de mannen politici en militairen bij hun gepiep, gezeur en gezeik en hun broodnodige verklaringen trekken.
"Is er iemand in de zaal die nog wil doneren aan een zielige arme homosexueuele neger met een onbeschrijflijke ziekte zwaargelovig te dom om te leren of te schijten die bovendien een oog mist en denkt dat de duivel soep in een blik stopt want hoe komt het er anders in en tegelijkertijd vreselijk gebukt gaat onder de laatste Tsunami of de vrees daarvoor want zijn geitenoog gaf vanmorgen onheil aan? Of anderszins zijn hypocriete tot op het bot zwarte geweten schoon wil kopen voor een luchtig schijntje of nóg liever zichzelf onsterfelijk wil maken over het lijk van een ander? Nee? Eénmaal? Andermaal? OK, dan ben ik ook pleite en met Marnix mee naar dat gruwelijk dure restaurant. Bovendien is het al na zessen en sta ik in de baas z'n tijd de wereld te redden en zo heb de cao dat nooit bedoeld. Howdoe en de mazzel. "
"De liefde is groots, ze breekt zonder haar gebit te gebruiken door elke granieten kop heen, verzwakt de wil en maakt elke stoere kerel tot een week omhulsel, een schaduw van zichzelf, een brabbelend luierkind, elke vent verandert van binnenuit en geweldloos door haar rijke zegeningen. Je krijgt een rijpe korstkaas als huid en een hart van vloeibaar goud. Verpletterend is ze en zij, de liefde, de warme zomerse, niet de winterharde en verbitterde tak dus, zit nog steeds vol met geheimen waar niemand de sleutel van kan vinden. Mysterieus is ze, als de ondergrondse geheimzinnige dictatuur van wereldwijde, alomvattende bekabeling waarlangs dagelijks kilometers gecodeerde data tussen de continenten flitsen. De liefde is een tectonishe plaat die schuurt en krast en gangen boort voor lavastromen van vleselijkheid en voedzame sappen die op geen enkele dieet mag ontbreken. Daarom is ze schaars.
Tot slot..we heben allemaal een gat van onderen, onthou dat. "
"Thanks!
Voor de eerlijke en ijskoude bieren vooraf om de ergste dorst te lessen na een lange en vermoeiende reis. En de Champage daarna in gelukkig niet van die zuinige hoeveelheden maar gewoon ruim bemeten pullen.
Dank ook voor de wonderschone oester die in zijn natuurlijke habitat beschermd en koel lag te wezen toegedekt met een warme dekentje bosui-liefde en een tikje Tabasco-ondeugd onder die deken.
Dank voor de kleinste en schattigste St. Jacobsoesters die ik proefde in Balsamicostroop. Eerbied voor de kort aangebrade en met ontbijtkoek gestoofde kwartel. Ik proefde een tint Orange Marmalade hoewel je zei dat het er niet in zat. Ik hou het erop dat de chefkok zijn geheimen heeft en, hoe hooggeëerd zijn publiek ook mag zijn, ál zijn details zullen ze nooit te horen krijgen.
Met liefde deed ik mijn sommeliertaken en het ‘kut-sommelier’ omdat ik de glazen niet tot de nok vulde, neem ik op de koop toe.
Onder de indruk was ik van je tzatziki met shrimp en rode grapefruit. Zoet en zuur zoals Bitter & Sweet zoals het leven zelf zoals harmonie zo mooi kan zijn.
Ook onder de indruk was ik van je zeewolf met tomatenchutney. Een rode knipoog op een licht in de boter aangezet visje zoals de boter bij de vis behoort te zijn.
Je bewees jezelf door met het produkt mee te koken en de zeeduivel vochtig te houden en over te laten lopen in het bedje van zuurkool omrand door koele en volle crême fraiche en slechts gestopt door mosterd. Het zal mijn gebrek aan woordenschat zijn geweest deze poëtische beleving van samenstelling aan mijn disgenoot heer Visser uit te leggen, aan de wijn waarin het beestje zwom heeft het niet gelegen.
Emotioneel werd ik bij het aangezicht van mijn vrouw in jouw open keuken, verliefd op de chefkok die zijn konijntje aan de haak had geslagen. Uit het konijnengezin weggetrokken, de zuigelingen achtergelaten en deskundig ontdaan van fluffy flaporen en prachtig gevild en daarna één minuutje aangebraden in de volle boter. Ach, je zei het nog, ‘nog even in de oven en gekeken hoe lang’ in antwoord op de vraag hóe lang dan, zoals Sebastiaan Bach ook vindt dat de piano zichzelf speelt. U zij geprezen met bijzondere gaven, maar het zal mijn eenvoudige ziel zijn die het zo ziet.
De ingekookte fond een tikje gezoet nog niet eens meegerekend evenals de witte bonen-truffelpuree en rode kool met vijgen die in een restaurant van naam de kaart had kunnen aanvoeren.
Jammer dat je er niet bij was met de kaas. Het zal de tol van de roem zijn geweest of de spanning van het koken op zulk een hoog nivo. Het siert de man die ook gewoon maar een mens van Vleesch & Bloed is gebleven. Het was uit de kunst hoe wij genoten van een walnoot uit Frankrijk gekraakt op de wals van braakgeluiden die wij van boven hoorden komen. Waarschijnlijk was je druk doende in de homard-naire.
Het dessert ben ik kwijt evenals het betoog dat ik hield, maar dat was ik toen al kwijt. Het betoog hou je van mij tegoed. Ik zal het je vertellen als ik de liefde verklaar aan mijn vrouw zoals jij gisteren de keuken in het algemeen en ons in het bijzonder de liefde verklaarde. "
"Ach, heer bicat, nu we het over eten en drinken hebben. Ik kan u te allen tijde aanraden, maar toch vooral in de herfst, van de ganzenlever te proeven. Zoekt u daarbij een zo eenvoudig mogelijk bewerkte ganzenlever, dus geen paté, niets met geconfijte uien of anderszins toevoegingen.
U wilt ganzenlever proeven die met de hand is schoongemaakt door een oud boerenvrouwtje die hooguit peper, zout en wat cognac toevoegde en daarna op 70 graden in de oven met de deur op een kier de lever zachtjes liet warm worden. Niet smelten, want dan scheidt het vet van de lever en bent u uw produkt kwijt. Nee, u wilt de lever verwarmen zodat lever, peprer, zout en cognac een geheel gaan vormen. Dat wat u wilt proeven is de waarheid en niets anders dan de waarheid.
Slaat u overigens wel in grote hoeveelheden in, niets zo erg als aan het einde te moeten constateren dat u nog wel wat had gelust. Nee, met veel dingen is het zo dat we nèt even meer moeten eten dan ons lief is. Nèt dat decadente punt van overdaad aantikken.
Schenkt u daarbij een Gewürztraminer en bij voorkeur hoe ouder hoe beter en liever nog een Grand Cru dan een gewone. Maar als u dan toch uit wilt pakken dan komt u niet heen om de Tokay Pinot Gris.
"Of die klassieke Suske & Wiske (het was nummer 78 als ik het goed heb): De Kakkende Kakkerlakken, die aflevering waarin Tante Sidonia in haar keuken te maken heeft met een steeds groter wordende populatie kakkerlakken, die voortdurend alles onderschijten, niet in de laatste plaats de biefstuk met friet die Tante speciaal voor Lambik had gebakken, tot grote woede van onze favoriete zeshaarder, die gelijk een spuitbus pakt en erop los begint te spuiten, dit tot groot enthousiasme van zowel Suske als Wiske, die duchtig beginnen mee te spuiten (we hebben het hier duidelijk over de periode waarin Suske en Wiske nog net zo milieubewust waren als George W. Bush die zijn privejet vanuit Kyoto liet terugvliegen naar zijn range in Texas omdat ie z'n favoriete cowboy-hoed was vergeten), maar in de spuitbus van Lambik blijkt een goedje te zitten dat er voor zorgt dat de kakkerlakken de volgende dag het formaat van een jong paard hebben (professor Barabas had een lege spuitbus gebruikt om zijn nieuwe groei-middel te testen en vergeetachtig als hij was, had hij het bij Tanta Sidonia laten liggen, puur uit teleustelling, want ook na gebruik van het groeimiddel had Tante Sidonia de professor uitgelachen toen hij zijn broek naar beneden deed), afijn, nu de kakkerlakken gegroeid zijn, schijten ze nog harder met als gevolg dat tante Sidonia, Lambik, Suske en Wiske hun huis worden uitgescheten, waarna ze Jerommeke erbij halen, wiens enige bijdrage een ENORME scheet is, gelukkig komt professor Barabas eraan met een grote smile op z'n mombakkes en een nog grotere bobbel in de broek die, zo zal even later blijken, amper in staat is de steeds groter wordende penis van Barabas te verhullen met als gevolg dat Tante Sidonia, gek van geilheid, zich op professor Barabas stort die vrijwel onmiddellijk klaarkomt en bovenop een van de reuzekakkerlakken kwakt die dan weer vrijwel onmiddelijk in elkaar krimpt en in het niets oplost, waarna ook Lambik en Suske en Jerommeke hun apparaat bewerken met het groeimiddel, zodat ze de volgende dag, onder de stimulerende leiding van Tante Sidonia en Wiske, de kakkerlakken dood masturberen. Knipoog Wiske. Einde."
"De vergelijking ‘vleesetend’ en ‘vrouw’ is een natte wensdroom. Het is veelbetekende symboliek dat er aan vegetarische mutaties man/vrouw/ hermafrodiet wordt gewerkt door de wetenschappelijke elite. Weten zij soms meer? Staat ons Armageddon te wachten ? De finale segregratie, het schisma van de sexen en de ondergang van hun zondige sexueel verkeer als geheime wapen om de wereldbevolking eindelijk zonder oorlogen te kunnen reguleren ? Reincarneren in een plantaardig bestaan in een potje aarde van robotformaties die miljoenen grijze racks van vruchtdragende en geurige planten produceren onder uiterst secure en berekende condities , zonder vrij zon of maanlicht, zonder zicht of gehoor, zonder tastzin, zonder geluid van wind en zee." Zelfbeschouwing
"Een man van middelbare leeftijd, beet je te dik, beetje te morsig. Baardje of sik wellicht. En witte schilfertjes sieren zijn gelaat. Hij rookt en hij drinkt, maar in tegenstelling tot wat hij ons graag wil doen geloven, niet teveel. Hij is een ambtenaar, schaaltje 9. verder een liefhebbende vader die zijn frustratie over het uitblijvende en waarschijnlijk nooit meer komende grootse leven heeft verruild voor een soort van komisch cynisme. Hij neemt het niemand kwalijk behalve misschien soms zichzelf, maar dan alleen na een Westmalle Tripel te veel. Hartstochtelijk supporter van NAC of een andere club ten zuiden van de grote rivieren, want dat hij een Brabander is moet haast wel. Zo stel ik mij Kiers voor, maar wellicht is het wel gewoon die homofiele Indo die bij Serudang de lege borden ophaalt..who knows.."
"Het is vast een meteroloog, een weermenneke met een gesmoorde sexualiteit, eentje met een enorm taboe. Een vrijgezelle biologieleraar met verlatingsangst kan ook. Zo'n eenzaam type die nog steeds bij zijn moeder woont en al jaren lesgeeft in het basisonderwijs. Zo'n anonieme 13 inhetdozijnman die spaarzaam leeft, de piepers schilt en de afwas doet, zo eentje die op de middagwandeling met het hondje van moeders vanachter de krant bij een speeltuin of in het park naar stoeiende of voetballende jochies kijkt en de pijn verzwijgt. Een masochist die het taboe koestert.
"Ach ja, leuk, schrijvers. |
|||||