stoel
 
 

Navigatie

de voorplecht
louter proza
louter poëzie
liaisons
nostalgie

colofon/contact





Dankbaar

Uitgelogd

Huishoudelijk

5 oktober 2005

Advertentieboer webstats4u, voorheen nedstat, kan de vinketering krijgen. Vanaf vandaag verdwijnt deze teller, de bezoekcijfers zijn bewaard voor het nageslacht en voortaan tellen we verder met Awstats. Koffiebonnen kunt u ophalen bij Tante Miep.

 

De Daghap

Woensdag, 19 November 2014
Het Bekertje: uprising

HOOFDSTUK EEN IS GEEN

“Ik kom volgens mij klaar,” hijgde Alblart, “Mag ik in je haar?”
“Nee!” riep Siedfrida uit.
Nee. Oh. Ok. Alblart voelde zijn orgasme alweer wegebben. Hij keek haar diep in de ogen, naar dat plekje op haar rechterpupil wat al een tijdje zijn aandacht had getrokken.
“In je oog dan?” hijgde hij met een alweer iets meer enthousiast kloppende piemel.
“Nee! Jezus!! Doe normaal!” riep Siedfrida.
“Ja verdorie mag ik dan ook nog ergens klaarkomen?!” vroeg Alblart zichzelf én haar af. Niet alleen was zijn orgasme keihard “Doei” aan het zeggen, zijn erectie was zelfs doei aan “keihard” te zeggen. Liefde gedijt niet op “Nee”, Siedfrida. Dat heet verkrachting.

“… Godverdomme,” mompelde Siedfrida geïrriteerd, “Doe dan maar in mijn vagina.”
“In je kutje?” hijgde Alblart. Ohw yeah…
“Alblart als je nou godverdomme niet…” PENG! Te laat! Haar ergernis had haar vagina doen verkrampen en dat was al wat Alblart nodig had! Ha! Heerlijk hoor!
“Gatverredamme,” mopperde Siedfrida, met zakdoekjes tussen haar benen het bed uit stappend en een verklaring gevend van wat ze zou doen maar dat was ok hoor, Alblart slaapt al! Nergens voor nodig! Dankjewel!!

HOOFDSTUK TWEE IS NEE

Alblart werd met een schok wakker. Hij had dorst. En trek in een eitje. Dat krijg je van al die zaadlozingen. Allemaal vocht en proteinen kwijt. Wel eitjes blijven eten hoor! “Eitjes voor de eitjes,” zei Alblart zacht, een goedkeurend stel klopjes gevend op zijn zaadballen. Hij gaapte, en sloop slaapdronken, maar zachtjes om Siedfrida niet wakker te maken, uit de slaapkamer. Nog een paar klopjes op zijn zaadballen gevend onderweg. Mmm, eitjes.

In de gang zag hij een vaag licht schijnen- waarschijnlijk was Siedfrida vergeten het keukenlicht uit te doen nadat ze weetikveel wat voor shit met haar kut had uitgespookt na de seks. Schoonmaken ofzo? Weet Alblart veel. Hij trok een vies gezicht. Waarom deed ze dat überhaupt in de keuken? Weet ze niet hoe smakeloos dat is?

Hij deed een stap om de hoek, en zag twee dingen. In eerste instantie dat hij blijkbaar niet lang had geslapen. Sterker, een fractie van een seconde leek waarschijnlijker. Hij was wakker geworden terwijl Siedfrida nog bezig was die sperma uit haar kut te spoelen.
Wat hij als tweede zag liet hem een klein gilletje slaken: Siedfrida stond daar, met een natte washand tegen haar doos te petsen, een bekertje onder haar muts vasthoudend.

“Iiiiiiieeeeeeeeeeeeeuuuwwwwwwww!” stootte Alblart uit. Siedfrida keek in een schok op. “Wat ben jij nou weer aan het doen,” vroeg Alblart met een vies gezicht.
Siedfrida keek hem aan, het bekertje nog altijd tussen haar benen, haar edele delen nog altijd erin uitlekkend.
“Je hebt mij betrapt, zei ze langzaam, “Het spel is nu uit.”
“Wat?” vroeg Alblart.

HOOFDSTUK DRIE HOOR

“Hier, zet deze pruik op,” zei Siedfrida.
“Wat?” vroeg Alblart. Was die jurk moeten aandoen niet al erg genoeg?
“Het spel is uit,” verklaarde Siedfrida nogmaals, “Nu moet je het weten.”
“Met een pruik?” vroeg Alblart.
“Anders kan je het niet weten,” maakte Siedfrida de discussie dood, met als tweede nekschot de pruik die ze vast op zijn hoofd draaide. Alblart dacht gefrustreerd terug aan die vinger waarvan hij ooit had voorgesteld dat die misschien wel in een zekere kont had gemoeten tijdens de seks. Toen was de discussie alles behalve gesloten bij “Anders kan je het niet weten” maar goed, dat zal wel weer “anders” zijn. Ook al had hij daarvoor nog speciaal gepoept en gedouched zodat er niet eens ontlasting op haar vinger had kunnen komen te zitten. Maar maakt niet uit. Één paard kan ook aan een dode kar trekken. OH NEE TOCH NIET.

“Kom maar mee,” zei Siedfrida, “Nu het spel uit is kun je het maar beter weten ook.”
Alblard liep een beetje beschaamd in zijn jurk en pruik achter zijn vrouw aan, die buiten in haar auto stapte.
“Waar gaan we naartoe?” vroeg Alblard bedeesd.
“Naar de fabrieken. Hier, hou vast.”

Alblard keek met een vies gezicht naar het bekertje wat zij net in zijn handen had geduwd. Maar met deze jurk en pruik… Waren ZIJN handen niet nu HAAR handen?

HOOFDSTUK VIER OK

Siedfrida pakeerde de auto in een straat met rijtjeshuizen en zette het ding op de handrem.
“Stap uit,” zei ze.
Alblart keek om zich heen.
“Waar zijn de fabrieken dan?”
“Je moet eerst wat anders zien. Het is nu half zeven,” zei Siedfrida, “De tijd dat iedereen seks heeft. Kom mee.”
Alblart snapte er helemaal niets van. Iedereen? Hij had toch geen seks? Of kwam dat… Omdat hij nu een zij was??

Hij volgde Siedfrida, die bij een drietal ramen naar binnen keek, tot ze Alblart naderbij wenkte.
“Kijk.”
Alblart bewoog dicht naar het raam, en schermde zijn ogen af met zijn handen om de weerkaatsing van licht tegen te gaan.
“Ohhh,” fluisterde hij, “Ze hebben seks daar binnen!”
Hij drukte zijn neus tegen het raam voor de zekerheid. Jep, het was zeker: die twee mensen hadden seks daar binnen. Keihard. Maar teder. Zo mooi.
“Kijk, fluisterde hij weer, wijzend, “Hij mag wel in heur haar!”
De vrouw van het stel stond na het klaarkomen op, en liep uit de kamer.
“Kom,” zei Siedfrida, en trok Alblart mee naar het raam ernaast. Ze zagen de vrouw de kamer erachter binnenlopen, en een kam pakken.
“Vrouwen…” mopperde Alblart, “Alsof hij haar hele kapsel door de war heeft gespoten ofzo.”
“Kijk,” zei Siedfrida. Alblarts ogen werden groot. Ze kamde de sperma uit heur haar en deed het… In een bekertje.

HOOFDSTUK VIJF ALWEER

Alblart stapte stilletjes in de auto. Hij was helemaal in shock. Siedfrida had hem uiteindelijk door zes keer twee ramen laten staren, omdat hij het maar niet wilde geloven. Maar achter elke ramen was hetzelfde te zien: in de eerste seks, met klaarkomen. In de tweede de vrouw die de sperma verwijderde om in een bekertje te doen. Één vrouw had de sperma zelfs in haar oog gekregen (wat net zo mooi was als Alblart had gehoopt) en toen had ze het met maarliefst een stofzuiger eruit gezogen- en in de stofzuigerzak zat… Een bekertje. Hoe diep gaat dit complot? En vooral… Waarnaartoe?
“Nu gaan we naar de fabrieken,” zei Siedfrida tijdens het opstarten van de auto, hem daarna strak aankijkend: “Nu dat je het begrijpt.”

Alblart slikte de droogheid door zijn keel. Hij begreep er helemaal niets van.

De rit duurde drie uur eer de fabrieken in zicht kwamen. Ver verwijderd van de steden die hij kende.
“Vanaf nu moet jij hoog praten,” zei Siedfrida. Alblart antwoordde niet. Hij staarde uit het raam, kijkend naar de auto’s om hun auto heen. In alle auto’s zaten vrouwen. Verbitterd kijkende vrouwen. Met bekers op de passagierstoelen.

HOOFDSTUK ZES PETS

Alblart had nog steeds niet gezegd. Zelfs niet na de twee uur durende rondleiding door de fabrieken. Hij had de grote ronde mengbakken gezien. De lopende banden, met allerlei verschillende producten. Mannenproducten. Spelcomputers. Biefstuk. Autosturen. Sigaretten, sigaren, lollies… Nagelschaartjes. Handschoenen. Alles wat mannen zouden aanraken of opeten werd door vrouwen in witte lange jassen ingesmeerd met sperma. Sperma van miljoenen mannen. Alblart voelde zijn maag omdraaien. Hij wilde braken van de weeige spermalucht, maar waar kon hij braken? In de grote vaten mansap? Wie zou daar uiteindelijk de dupe van worden?

“Hoe,” fluisterde hij, in een hese stem die vier uur verstomde stilheid weg schraapte. “Hoe,” herhaalde hij in de opgelegde hoge stem, “waarom?”
“Wij doen dit tijdens het huishouden,” zei Siedfrida kil, zonder emotie.
“Waarom denk je dat mannen zogenaamd veel efficienter zijn in schoonmaken? Geloof je het echt? Wij reizen elke dag op en neer met de sperma, en leveren vervolgens in minder tijd NOG een beter huishoudresultaat dan jullie. Efficienter. Alsjeblieft zeg.”
“Maar waarom?” herhaalde Alblart, “Waarom zijn jullie zo gemeen? Vanwaar die behoefte die troep overal uit te spreiden?? Waarom doen jullie dit ons aan?? Al die sperma…”

Siedfrida zei niets, maar haar blik gaf het antwoord: ze zou nooit het antwoord geven. Het antwoord was dat Alblart dood zou gaan zonder het ooit te weten. Een lot wreder dan de dood. Daarom, Alblart. Maar waarom daarom? Waarom, Siedfrida?

HOOFDSTUK ZEVEN BEVEN

Siedfrida haalde de sleutel uit het stopcontact. De hele rit terug naar huis hadden ze geen woord met elkaar gewisseld. Alblart had alleen maar uit het raam gekeken. Uit het raam, door een traan.
“Er is meer,” zei Siedfrida uiteindelijk.
Alblart keek haar aan. Door zijn traan. Siedfrida keek hem niet aan. Noch door een traan.

“Niet alle sperma wordt uitgesmeerd,” ging Siedfrida verder, “De beste sperma wordt gebruikt om vrouwen te bevruchten. Met übermeisjes, Alblart. Er is een kleine voorraad van slechte sperma. Jaren oud. Daarmee worden slechte vrouwen bevrucht om alle mannen te maken.”
Ze haalde haar schouders op en schudde meewarig haar hoofd. “Het is gewoon inteelt. Zo weinig sperma, voor alle mannen.”
Ze keek hem eindelijk aan, met een blik vol verwijt: “Waarom denk je dat jullie mannen zo dom zijn, Alblart? Zo dom?? Dat kan toch gewoon niet.”

Siedfrida keek weer weg, en deed de kraag van haar overhemd recht.
“Wij staan op het punt vrouwen te ontwikkelen die geen mannen meer nodig hebben. Vrouwen die zich geslachteloos kunnen voortplanten. Zonder sperma. We hebben je niet meer nodig, Alblart. Daarom heb ik het jou laten zien.”

Ze opende het portier, en keek hem streng aan.
“Die jurk mag nooit meer uit.”
Siedfrida stapte uit,en sloeg het portier dicht. KLOF.
Alblart bleef achter. Het duurde een half uur voordat hij kon bewegen. Toen stapte hij voorzichtig als een oud vrouwtje uit de auto, en ging naar binnen. Siedfrida was aan het koken. Hij deed zijn spelcomputer aan, en ging maar zachtjes een spelletje spelen.

EPILOOG

“SLIK HET DOOR!!” gilde Alblart twee maanden later tijdens een potje van seks, zijn handen stevig om Siedfrida’s neus en mond geklemd, zijn ogen met enige fascinatie waarnemend hoe de gelaatskleur van zijn steeds minder bewegende vriendin steeds meer en meer naar paars trok. Purperpaars.
“SLIK!! HET!!! DOOORRRR!!!!”

Einde

By KIPPFEST

het mausoleum ingesleept 

door Spencer Brandsen [ link ] zes bijdragen

Woensdag, 12 November 2014
Schrijven voor geld

We zaten ooit een poosje op dezelfde lerarenopleiding. Hij had het altijd over geld. Wist precies wat ik voor m’n spijkerbroek had betaald en dat de tweede voor de halve prijs was. Ondanks het verstrijken van al die jaren lijkt hij weinig veranderd. Aan die scheve vooruitstekende tanden heeft hij nooit iets laten doen. Hij heeft wat stukjes van me gelezen en vraagt hoe je met schrijven geld kunt verdienen, het liefst zoveel mogelijk. Dat weet ik niet, maar uit menslievendheid laat ik toch m’n gedachten over het onderwerp gaan. Er schiet me onder andere te binnen dat ik laatst op Column X [en elders] in m’n archief heb rondgesnuffeld waarbij me een aantal dingen opvielen.
 
‘Schrijf over seks,’ zeg ik, ‘daar krijgen de mensen nooit genoeg van. En over relaties, eventueel in combinatie met seks. Schrijf niet over kunst.’ Nu kom ik op dreef: ‘Vertel vooral niets nieuws; ‘herkenbaar’ moet het zijn: Ik was laatst bij de bakker [slager, groenteboer, Gamma] … en dan iets anekdotisch waarvan de lezer denkt: Ja, zoiets heb ik ook wel eens meegemaakt. Probeer over te komen als een onhandige klungel zodat benadrukt wordt hoe gewoon je wel niet bent, dat doet het ook goed in Nederland. Vermijd intellectualiteit, leg de nadruk op gevoel, emotie. Gebruik geen moeilijke termen als ‘brief’, ‘vakantie’ en ‘adres’, want die staan in de Top 10 van meest opgezochte woorden in het online woordenboek van Van Dale.’
 
Ik begin er nu lol in te krijgen en kan nog wel even doorgaan, maar hij heeft geen tijd meer. Of misschien denkt ie dat ik hem in de maling neem. Wel vertelt hij me nog waar ik m’n schoenen heb gekocht en wat ik ervoor betaald heb. Klopt precies. Terwijl ik verder loop denk ik: ‘Blijf dicht bij jezelf, schrijf maar over geld.’

door Spencer Brandsen [ link ] 22 bijdragen


Schrijven voor geld

We zaten ooit een poosje op dezelfde lerarenopleiding. Hij had het altijd over geld. Wist precies wat ik voor m’n spijkerbroek had betaald en dat de tweede voor de halve prijs was. Ondanks het verstrijken van al die jaren lijkt hij weinig veranderd. Aan die scheve vooruitstekende tanden heeft hij nooit iets laten doen. Hij heeft wat stukjes van me gelezen en vraagt hoe je met schrijven geld kunt verdienen, het liefst zoveel mogelijk. Dat weet ik niet, maar uit menslievendheid laat ik toch m’n gedachten over het onderwerp gaan. Er schiet me onder andere te binnen dat ik laatst op Column X [en elders] in m’n archief heb rondgesnuffeld waarbij me een aantal dingen opvielen.
 
‘Schrijf over seks,’ zeg ik, ‘daar krijgen de mensen nooit genoeg van. En over relaties, eventueel in combinatie met seks. Schrijf niet over kunst.’ Nu kom ik op dreef: ‘Vertel vooral niets nieuws; ‘herkenbaar’ moet het zijn: Ik was laatst bij de bakker [slager, groenteboer, Gamma] … en dan iets anekdotisch waarvan de lezer denkt: Ja, zoiets heb ik ook wel eens meegemaakt. Probeer over te komen als een onhandige klungel zodat benadrukt wordt hoe gewoon je wel niet bent, dat doet het ook goed in Nederland. Vermijd intellectualiteit, leg de nadruk op gevoel, emotie. Gebruik geen moeilijke termen als ‘brief’, ‘vakantie’ en ‘adres’, want die staan in de Top 10 van meest opgezochte woorden in het online woordenboek van Van Dale.’
 
Ik begin er nu lol in te krijgen en kan nog wel even doorgaan, maar hij heeft geen tijd meer. Of misschien denkt ie dat ik hem in de maling neem. Wel vertelt hij me nog waar ik m’n schoenen heb gekocht en wat ik ervoor betaald heb. Klopt precies. Terwijl ik verder loop denk ik: ‘Blijf dicht bij jezelf, schrijf maar over geld.’

door Spencer Brandsen [ link ] iemand nam de moeite

Woensdag, 5 November 2014
Onvoltooid verleden strijd

Plotseling staar je me aan vanuit de schoenendoos. De zolder moest leeg voor de nieuwe kleine die op komst is. Duizenden neuronen herinneren zich je indringende blik van de foto.
Een schok. En een sprong van m’n hart, zoals dat vroeger alleen kon springen. En net als toen voel ik je blik weer.

Maar het is niet meer het voelen zoals vroeger voelde. Herinneringen; steeds vager, gevoel steeds minder intens. In mijn hand rest alleen de tijd dat foto’s nog negatieven hadden en de herinnering aan een waarachtig voelend hart.

De volgende foto. De laatste. Met onze omhelzing. Ik zie je lokken over je ogen. Je blik wendde zich toen al af; van mij, van de camera. Waarnaartoe? Onze toekomst? Nee; je bleek de volmaakte onmogelijke liefde. Eerst de onweerstaanbare chemie en de onzekerheid. Dan de euforie en de roes. En tenslotte het grote verdriet van verlies. Jouw jeugdige onschuld was de schuldige.

De tijd daarna voelde ik me als een gewond dier. Op jacht naar herstel. De honger van na het bijna sterven. De primaire jacht naar verpleegsters van mijn pijn. En nu, na al die jaren van jagen en roes is het enige dat mij nog rest die twee foto’s en een litteken.
Het is een groot en gevoelloos litteken. Zo een dat elke jager draagt in zijn ziel. Van de strijd die niemand wint. Het is het litteken van verliezen van de onschuld.

Voor me staan twee kartonnen dozen. Een om te bewaren en een voor weggooien. Een tussenweg is er niet. Langzaam beweegt mijn hand met de twee foto’s naar de linkerdoos. 
Mijn vingers voelen. En laten de foto’s gaan. Ze dwarrelen de doos in, de schaduw neemt ze gevangen. 
Ik hoor gestommel op de trap Ik wend mijn blik af -net als jij destijds- en kijk naar de toekomst.

door ELIV

[van stof ontdaan]

door Spencer Brandsen [ link ] zes bijdragen

Dinsdag, 28 Oktober 2014
Het telegram

In een kamer zat een jongen aan tafel. Zijn handen omklemden een telegram, de knokkels wit en de lippen stijf op elkaar geperst. Hij wilde schreeuwen, hij wilde huilen. Van binnen kolkte een ijskoude zee, terwijl het zweet hem over de rug liep. Hij was radeloos buiten zinnen. Het papier scheurde in zijn trillende handen en hij nam een diepe teug adem. En met die adem slikte hij alles in. Alle woorden die hij had willen roepen, alle vragen die hij had willen stellen en alle tranen die hij had willen laten. Hij slikte alles in, het tikken van de klok aan de muur, het snorren van de kat in de vensterbank en het rollen van de wielen over de straat voor zijn huis. Al het geluid verdween in zijn keel, werd doorgeslikt en vormde een donkere bal in zijn maag. De stemmen op straat verstomden, het gefluit van vogels werd onhoorbaar en een wind stak op in stilte.

In de reflectie op het water dansten de bomen onvermoeibaar op een melodie die niemand horen kon. De stilte was absoluut en vulde de straten, verstikte de mensen en doofde alle gesprekken. Niemand had meer iets te bespreken. Alles wat van waarde was, was lang vervaagd voordat een mond kon openen. Het leven was betekenisloos geworden en geen enkel woord kon haar opnieuw betekenis verlenen. En hij die ging spreken, bedacht zich beter en sloot zijn mond weer, liep verder. Verder door de straten, verder langs het water, onder de bomen door, opnieuw verdwijnend tussen de schaduwen van de gebouwen om nooit meer terug te keren.

Het licht dimde toen de zon achter de huizen zakte. Straatlantarens gingen niet meer aan, want er was geen nut meer om op straat te blijven. Mensen liepen naar huis in de avondschemer, knikten beleefd naar elkaar en liepen door. Geen gesprekken in de straten, de stilte had alles weggenomen. Thuis bleven de luiken open, er was niets te zien. De laatste gloed van de zon gleed geluidloos naar binnen en kleurde de muren, de tafels en de bedden rood. En buiten bleven de bomen zacht schommelen in de weerspiegeling van het water.

De mensen bleven wakker, zelfs toen de stad in duisternis werd gehuld en de maan aan een eenzaam optreden was begonnen aan de hemel. De duisternis kleurde zilverblauw, en iedereen staarde uit de ramen. Er werd gewacht zonder verwachting, zonder moedeloosheid, alleen met een berusting dat het goed was. Honderden ogen weerkaatsen het maanlicht vanachter de ramen van de stad, in stille straten, zonder te spreken en zonder elke betekenis of waarde. En de bomen dansten verder aan het water.

In een kamer begon het. Onder het schrale licht van een peertje opende een jongen zonder naam een vale koffer. Ingebed in rood kalend velours lag een viool. Teder legde hij haar aan de hals en met de strijkstok streelde hij liefdevol een snaar. Een verlegen noot brak de stilte in de kamer. Een volgende aarzelende noot bereikte de voorkamer van het huis. En verlost van het gewicht van elk begin volgden de minder dapperen. De melodie won aan moed en zweefde door de openstaande luiken de straat op.

Mensen hoorden de melodie die aanzwol in diepe melancholie voor het verlies aan woorden. Achter de ramen sloten mensen de ogen en luisterden ademloos. De muziek gleed over de oude keien, langs gevels en in kamers. De harten van mensen werden vervuld van weemoed naar de tijd van spreken. Er werd gehuild zonder geluid, tranen rolden van wangen en vielen op de grond. Een vinger rustte op lippen, ogen aandachtig gesloten. En met de muziek zwollen ook de harten. Oud verdriet zonder betekenis werd begrepen.

Toen de muziek ten einde was, wachtte een man in zijn huis aan het water tot de laatste noot was weg gestorven. Hij opende zijn ogen en keek in de vragende ogen van het kind tegenover hem. Dat er iets was gebeurd van een bijzondere grootsheid was zelfs het kind duidelijk. "Het was mooi", zei hij met een stem die schor en gebroken was door het lange zwijgen, "Het was mooi, en het was nodig."

Mensen sloten de luiken, ontstaken lichten om zich te wassen, doofden ze en gingen slapen. En eenmaal was het weer stil in de stad. De wind was gaan liggen en de bomen stonden stil aan het spiegelgladde water.

door BEWEGENDE

tijdelijk aan de vergetelheid ontrukt

door Spencer Brandsen [ link ] twaalf bijdragen


Het telegram

In een kamer zat een jongen aan tafel. Zijn handen omklemden een telegram, de knokkels wit en de lippen stijf op elkaar geperst. Hij wilde schreeuwen, hij wilde huilen. Van binnen kolkte een ijskoude zee, terwijl het zweet hem over de rug liep. Hij was radeloos buiten zinnen. Het papier scheurde in zijn trillende handen en hij nam een diepe teug adem. En met die adem slikte hij alles in. Alle woorden die hij had willen roepen, alle vragen die hij had willen stellen en alle tranen die hij had willen laten. Hij slikte alles in, het tikken van de klok aan de muur, het snorren van de kat in de vensterbank en het rollen van de wielen over de straat voor zijn huis. Al het geluid verdween in zijn keel, werd doorgeslikt en vormde een donkere bal in zijn maag. De stemmen op straat verstomden, het gefluit van vogels werd onhoorbaar en een wind stak op in stilte.

In de reflectie op het water dansten de bomen onvermoeibaar op een melodie die niemand horen kon. De stilte was absoluut en vulde de straten, verstikte de mensen en doofde alle gesprekken. Niemand had meer iets te bespreken. Alles wat van waarde was, was lang vervaagd voordat een mond kon openen. Het leven was betekenisloos geworden en geen enkel woord kon haar opnieuw betekenis verlenen. En hij die ging spreken, bedacht zich beter en sloot zijn mond weer, liep verder. Verder door de straten, verder langs het water, onder de bomen door, opnieuw verdwijnend tussen de schaduwen van de gebouwen om nooit meer terug te keren.

Het licht dimde toen de zon achter de huizen zakte. Straatlantarens gingen niet meer aan, want er was geen nut meer om op straat te blijven. Mensen liepen naar huis in de avondschemer, knikten beleefd naar elkaar en liepen door. Geen gesprekken in de straten, de stilte had alles weggenomen. Thuis bleven de luiken open, er was niets te zien. De laatste gloed van de zon gleed geluidloos naar binnen en kleurde de muren, de tafels en de bedden rood. En buiten bleven de bomen zacht schommelen in de weerspiegeling van het water.

De mensen bleven wakker, zelfs toen de stad in duisternis werd gehuld en de maan aan een eenzaam optreden was begonnen aan de hemel. De duisternis kleurde zilverblauw, en iedereen staarde uit de ramen. Er werd gewacht zonder verwachting, zonder moedeloosheid, alleen met een berusting dat het goed was. Honderden ogen weerkaatsen het maanlicht vanachter de ramen van de stad, in stille straten, zonder te spreken en zonder elke betekenis of waarde. En de bomen dansten verder aan het water.

In een kamer begon het. Onder het schrale licht van een peertje opende een jongen zonder naam een vale koffer. Ingebed in rood kalend velours lag een viool. Teder legde hij haar aan de hals en met de strijkstok streelde hij liefdevol een snaar. Een verlegen noot brak de stilte in de kamer. Een volgende aarzelende noot bereikte de voorkamer van het huis. En verlost van het gewicht van elk begin volgden de minder dapperen. De melodie won aan moed en zweefde door de openstaande luiken de straat op.

Mensen hoorden de melodie die aanzwol in diepe melancholie voor het verlies aan woorden. Achter de ramen sloten mensen de ogen en luisterden ademloos. De muziek gleed over de oude keien, langs gevels en in kamers. De harten van mensen werden vervuld van weemoed naar de tijd van spreken. Er werd gehuild zonder geluid, tranen rolden van wangen en vielen op de grond. Een vinger rustte op lippen, ogen aandachtig gesloten. En met de muziek zwollen ook de harten. Oud verdriet zonder betekenis werd begrepen.

Toen de muziek ten einde was, wachtte een man in zijn huis aan het water tot de laatste noot was weg gestorven. Hij opende zijn ogen en keek in de vragende ogen van het kind tegenover hem. Dat er iets was gebeurd van een bijzondere grootsheid was zelfs het kind duidelijk. "Het was mooi", zei hij met een stem die schor en gebroken was door het lange zwijgen, "Het was mooi, en het was nodig."

Mensen sloten de luiken, ontstaken lichten om zich te wassen, doofden ze en gingen slapen. En eenmaal was het weer stil in de stad. De wind was gaan liggen en de bomen stonden stil aan het spiegelgladde water.

door BEWEGENDE

tijdelijk aan de vergetelheid ontrukt

door Spencer Brandsen [ link ] iemand nam de moeite

Zaterdag, 18 Oktober 2014
Eindstation

Donderdagmiddag heb ik zin om te lopen, loop een heel eind de woestijn in, en zie iets in de verte… maar wat? Een dik half uur later ben ik er. Het blijkt een kerkhof te zijn van heel oude treinen. Ik voel een vreemde verwantschap. Dit zijn mijn broeders. Oude reizigers. Roest en verwrongen staal (zoals ik me soms voel). Het laatste station is bereikt. Zal ik ooit zó eindigen? Helemaal aan het eind staat een grote stoomlocomotief statig en alleen. Ik loop er naar toe, klim in de cabine en rook er een sigaret, in gedachten verzonken. Je staat krampachtig, doch standvastig, als een blok op de rails. Maar de rails gaan nergens heen en de motor is stuk, niets kan je meer in beweging brengen. Nu is er alleen nog de fluitende wind die door de verroeste karkassen waait en die fluistert van betere tijden. Die triomfantelijke fluit: Ik vertrek ! Je hebt het allemaal meegemaakt. Al die intense momenten. Sommige mensen lachen, anderen huilen. En jij was onvermoeibaar. En nu is het allemaal voorbij. Er is geen respekt voor de ouderen. Maar zo gaan de dingen. Een nieuwe tijd breekt aan, nieuwe helden staan op. Time waits for no one…

door ANGEL

uit de mottenballen gevist

door Spencer Brandsen [ link ] vijftien bijdragen

Zaterdag, 11 Oktober 2014
Villa Alzheimer

Ik zit nu aan tafel met de man waar ik lange tijd in angst voor heb geleefd. Je handen liggen rusteloos op tafel, een te dunne huid kan je levervlekken en aderen niet meer verhullen. Als angstige haasjes zijn ze naarstig op zoek, bibberend over het plastieken kerstplaid, de krant is al beduimeld, mijn pakje sigaretten is kaal geplukt en al je tandenstokers zijn al gebroken. Diep in mij draait de kerstgedachte zich weg van dit tafereel en mijn blik dwaalt af over jouw schouder naar buiten waar de plataan voor het raam in de gure decemberwind op en neer waait. 

’s Zomers had ik nog gezegd hoe mooi de zonnestralen tussen de bladeren doorschenen, nu is het nog slechts een macaber staketsel dat kraakt op deze dagen die alle te vroeg eindigen. Ik stel me voor dat jouw hersenscan er ook zo uit moet zien: waar het eens nog gevuld was met groen, waait nu de wind doorheen. 

Ik kijk terug naar je gezicht dat expressieloos is, je wangen hangen besluitloos naar beneden en je bril lijkt ineens veel te groot voor je gezicht. Waar zijn je priemende ogen gebleven die konden straffen met een enkele blik van afkeuring? Waar zijn die scherpe woorden gebleven die meer pijn konden doen dan een vlakke hand?

Vandaag ben ik op bezoek in jouw huis dat ik allang niet meer het mijne noem. Terwijl moeder en ik praten over hoe het steeds slechter met je gaat, dat ik maar twee keer per jaar langskom, dat ik moeder aandring om je naar een verpleegtehuis te brengen, dat zij mij verwijt te weinig langs te komen… Want ze is op, op van zorgen voor jou. Je was een tiran die met ijzeren hand regeerde over het huiselijke. Jouw falen in het leven, de hoge baan die je niet kreeg, de promotie tot kolonel die je misliep, de akkefietjes en de niemendalletjes, hier binnen de muren van het gezin kon je laten zien wie je waard was. En oh wee, diegene die jouw toorn kon opwekken. De laatste keer dat ik de deur uit verdriet achter mij dichtsloeg maakte ik een belofte. Ik zou me afkeren van jou en vanaf nu jouw zeldzame goedkeuring niet meer nodig hebben.

Nu probeer je mee te praten met moeder en mij. Het is niet dat je de woorden niet meer kan vinden, het is meer dat de betekenis van de taal gevlucht is uit jouw lichaam. Halve zinnen, flarden werkwoordconstructies, semiologische losse flodders, en veel, véél tijdsbepalingen. Alles is “twee jaar geleden”, “gisteren” en “vroeger”. Het verleden is voor jou een grijze brei geworden en gisteren was twee jaar geleden.

Mijn leven wordt er makkelijker door, nooit meer vraag je me wanneer ik nou eindelijk ergens voor zal deugen. Nooit meer vraag je me of ik volgend jaar nu eindelijk iets bereikt heb. Nooit meer hoef je je zorgen te maken over wat er toch van mij moet worden. Morgen en de dagen daarna bestaan niet meer. 

Vandaag ben ik op bezoek in jouw hoofd, Villa Alzheimer. De deuren zijn gesloten en iedereen moet door beslagen ramen naar binnen kijken. Driedubbel glas verstomt jouw woorden en condens verstrooit het licht. Van tiran naar onbegrijpelijke oude man, maar ergens blijf je nog kolonel van de burcht. Hier zwaai jij de scepter over onderdanen die wij niet kunnen zien. Hier waan je je de verantwoordelijke op een ver vooruitgeschoven post temidden van een winters sneeuwlandschap. Al dagen heb je geen orders meer van het thuisfront gekregen en de rantsoenen slinken zorgelijk. Maar jij blijft op je post.

door BEWEGENDE

respectvol afgestoft

door Spencer Brandsen [ link ] 17 bijdragen

Vrijdag, 3 Oktober 2014
Smac

LS,

Gaarne uw aandacht voor het volgende. Er worden tegenwoordig te veel dingen veranderd. Verandering is prima, mits het leidt tot verbetering en dat is lang niet altijd het geval. Neem bijvoorbeeld Smac. Vroeger zat dat in een blikje waarvan je de bovenkant kon verwijderen door een sleuteltje aan een lipje aan de zijkant te bevestigen en vervolgens rechtsom te draaien zoals men een oude wekker opwindt. Dat was een leuk en bevredigend karweitje. Het geopende blikje hield men op z'n kop en na wat knijpen en schudden verliet het blok vleesproduct de verpakking. Een kind kon de was doen. De randen van het geopende blikje waren vlijmscherp, waardoor - als je niet oppaste - een fatale slagaderlijke bloeding zeker tot de mogelijkheden behoorde, maar dat risico vond ik niet bezwaarlijk. Integendeel, het gaf wel een kliederboel, maar je was in één klap van alle aardse ellende verlost. Kortom, ik was tevreden.

Maar het mocht niet duren want de firma Unox kwam met een niéuw blikje: zonder sleuteltje en scherpe randen. En men behoeft slechts aan een lipje op het deksel te trekken en het is open. Maar als men het ondersteboven houdt kan men schudden en knijpen tot men 340 gram weegt, de inhoud weigert hardnekkig de verpakking te verlaten! Het lijkt wel of ze het hebben vastgelast! Zodat men genoodzaakt is allerhande gereedschap in te zetten om de zaak er toch nog uit te krijgen en dan blijft er van het mooie blok Smac weinig over! Kan men dat vooruitgang noemen? Ik dacht van niet! Deze ongein zal wel het gevolg zijn van het populaire 'out of the box' denken, maar ik zou liever zien dat mijn Smac 'out of the box' kwam! Meneer Unox: Ik wil m'n oude blikje terug! En een beetje snel graag!

In hoopvolle afwachting verblijf ik,

Spencer Brandsen, ontevreden consument

door Spencer Brandsen [ link ] 17 bijdragen

Dinsdag, 30 September 2014
Mindfuck

Daar zit ik dan. Langzaam loopt het kantoor leeg. Ik wacht op een collega. Hij heeft mijn auto geleend om een aanbieding naar een klant te brengen. Zwolle, NIC. En daarna door naar Raalte, ITS. En dan met de file terug. En ik zit te wachten.

Eindelijk een excuus om niet op tijd thuis te zijn. Zes uur staat de pot op tafel. Een verkapt dwangmiddel. Maar met mijn snoeplust van twee tot vier heb ik geen honger meer. Ik kom thuis en prop het voer er gewoon bij. Hoe moeten mijn kinderen een voorbeeld aan mij nemen? Dertig kilo in vier jaar. Één jaar bij een erkende diëtist. 1 kilo eraf. Het is m'n lichaam. Dat wil niet. Als ik stop met snoepen wordt m’n gewicht niet minder. Reduxil werkt enigszins. Maar niet na negenen ’s avonds. De ijskast is dan te klein voor mijn vraatzucht. Ik heb gewoon de ruggegraat niet om te stoppen met snoepen. 

Ik ben die pot op tafel gaan haten. Ik heb de neiging om me als een klein kind te gedragen. Blij dus dat ik moet wachten op m’n collega. Ik dood de tijd met het installeren van mijn webcam en het maken van een besprekingsverslag voor een vereniging van bid specialisten. Goed. Het verslag, de webcam en het verslag; nog even op het werk dus. Lekker. Ik heb ook niet zo’n zin in elke keer als ik thuiskom het conflict met die kinderen. Laat ze toch kind zijn. Voor je het weet is het voorbij, en ben je 'pa': pooets je schoenen, kam je haren was je handen, eet zoals het hoort en zeg U!. 

De camcorder werkt inmiddels. Alle bewegingen worden opgenomen met tijd erbij. Alle bewegende beelden worden streaming op internet èn op de harddisk, opgenomen. Daar kan ik m’n collega’s nog eens mee verassen. Ik zit te denken: zal ik mijn collega’s eens verrassen? De telefoon gaat. Mijn collega. Of ik zijn auto kan nemen. Als het moet? Sleutels liggen in zijn bureaula. De file waar hij nu inrijdt is 18 km lang; twee van de drie banen afgesloten op de A27. Hij belt nog. Dat komt me goed uit, dan kan ik nog werken aan mijn besprekingsverslag van de vereniging voor bid managers. Ik heb een mooi logo gevonden. Lekker strak, veel kantoren, gladde koppen. Handenschudden. Glazen gevels. Opname vanuit lage posities. Close ups van toetsenborden, monitoren en CD’s, lekker glossy. 

Mijn gedachten dwalen af naar mijn studententijd. LA Law. Arnie Becker, Michael Kuzak en Victor Sifuentes waren mijn grote helden. Brok in de keel en geilen op Susan Dey als Grace Van Owen. Rechtszaken met maatschappelijk actuele themas, uitgekookte dialogen en heftige plots. Dat waren de echte juristen. Met hart en ballen. Integere zakenmensen bestonden toen nog. Dat was wat ik ook wou. Grote belangen. Verantwoordelijkheid, en veel geld voor een penthouse dat over de stad uitkeek en een nieuwe Mercedes cabrio. Met als grote voorbeeld natuurlijk mijn vader. Ook zo’n immer afwezige carriëremaker. Altijd weg. In de reclame zat'ie. Glossy kantoor. Snelle collega’s. Door z’n immer afwezige gestalte in vaderrol kon ik me nergens tegen afzetten. Ik kan dan ook geen confrontaties aan. Niet emotioneel, maar ook niet zakelijk. Het is niet dat ik er bang voor ben, maar ik weet gewoon niet hoe het moet. Maar ik wil wel een belangrijke functie en dito salaris en auto.

Verantwoordelijkheid: voor mij blijf je als de mooiste liefde. De liefde die ook de onmogelijke liefde in je leven is. Het drijft je tot de meest onmogelijke dingen. Zestien jaar geleden is het inmiddels alweer dat je het uitmaakte. Twee jaar doelloos ’s avonds en ’s nachts rondzwerven op straat. Dronken, slikkend en kotsend. ’s Ochtends wakker worden in mijn bed met dikgeslagen ogen. Beurse ledematen. Kleren onder het bloed. Meestal van mij, maar soms niet. Dat soort dingen. Het bonken in mijn kop. Het bijna barsten van mijn kassen. Mijn hart voelde als een aap, ontsnapt uit zijn kooi die borstkas heet. Medicijnen hielpen niet. Behalve de toen nog experimentele cocktail van Leponex en Risperdal. Maar dat heeft de markt nooit gehaald omdat het tot hartritmestoornis kon leiden, vele jaren later. In combinatie met lage bloeddruk dodelijk. 

Af en toe denk ik nog aan haar. Ik kijk dan of ik wat op internet kan tevoorschijn Google'n. Zelfs na 16 jaar ben je nog een mindfuck voor me! Getrouwd en kinderen; ik kan alleen nog maar virtueel stalken. Search op jouw naam. Ik kom uit bij een galerietje die adverteert met jouw werk. Je bent dus in het grafische gebleven. En ook in het Bossche. De graafdrift naar je whereabouts overvalt me bij vlagen. Op mijn werk word ik dan nog zwijgzamer dan ik al ben. Ik reageer me af op mijn afwezige collega’s. Ik wis bestandjes of andermans wachtwoord of pc’s die nog aanstaan. De sfeer is om te snijden. Maar ze laten mij toch met rust. 'Hij zal wel weer een van zijn depressieve momenten hebben'. Ik moet een beetje minderen. Laatst zag ik de systeembeheerder inspecterend rondlopen. 

Search op foto’s, 19 pagina’s. Adminsitratieve medewerksters loenzen vanaf hun bureau in mijn beeldschermogen. Prijsuitreikingen voor competities. Banden. Groepsfoto’s. Survivals. En dan ineens kijk je me aan. Je haar is dunner geworden. Je ogen zijn wat fletser. Je lach is nog steeds hetzelfde. Maar je achternaam niet. Ben je getrouwd? En je achternaam dan? Ik check de datum van de galerie bij properties. Recent. Het wordt zwart voor mijn ogen, een ram op het bureaublad. Een stekende pijn in mijn pols. Rood op mijn handen, druppend op m’n toetsenbord. Het geeft een aantal slashes, komma’s en stopt vervolgens. 

De GSM gaat. Half zes. Intuïtief laat ik hem rinkelen. Dan bedenk ik me. Het kan mijn collega met de auto zijn. Sales belt standaard naar je mobiel. Nooit naar je vaste lijn. Snel neem ik op met mijn goede hand. 
"Met Henk de Boer, Accountantskantoor van Wingerden...., goedenmiddag", pers ik eruit. Het blijft stil. Ik herhaal mijn zin. Nu hoor ik aan de andere kant gehuil. In de verte. Of is het zacht gesnik? Of zware adem? Het kan zelfs een lach zijn.
"Hallo? Met wie spreek ik?", er wordt opgehangen. Het was een vrouw, dat hoorde ik zo. Snel kijken of de nummerherkenning aanstond. Ja. Ik bel terug. Voicemail. 
"Hallo, je spreekt met de voicemail van Marleen van Linschoten. Laat na de piep een boodschap achter." Mijn ogen maken een vrije val. Knallen op mijn maag, die mijn keel in is gelanceerd. Alles begint te draaien om mij heen. Deinend vangt de gasveer van mijn ergonomische bureaustoel mij op. 
"Marleen", spreek ik in. Dan bedenk ik me dat de voicemail ook van haar wederhelft kan zijn. Ik zeg niets meer en hang op. De steken in mijn pols worden steeds harder. Het bloedt nog steeds. Behoorlijk zelfs. Het begint behoorlijk messy op mijn bureau te worden. Ik wil naar het toilet, maar de telefoon gaat weer: "Marleen, ben jij dat?"

Even stilte, dan:"Papa, ik heb vandaag een hele mooie brandweerauto gezien in het winkelcentrum. Mag ik die voor m’n verjaardag vragen? En wanneer kom je thuis? Ik wil dat jij me naar bed brengt."
"Geef papa maar even aan mij….Hoi, met mij, hoe is het op je werk?" Die vraag hoef ik gelukkig niet te beantwoorden. Wat is ze toch beleefd. Maar ook dwingend. 
"Schat, ik heb een deadline en moet nu verder. Ik eet niet thuis en ben pas vanavond laat thuis", pers ik er met de grootste moeite uit”. Ik zie dat ik een andere lijn binnenkrijg. Ik hang snel op. zou het Marleen zijn? Weer die half snik, half adem, half lach. 
"Ik weet dat je me zoekt op internet", snikt ze zacht met dichtgeknepen keel.. "Ik heb jou ook gezocht." 
Mijn bureau is ondertussen helemaal rood, mijn pols blauwgeel en twee keer zo dik als normaal. Bloed druipt van mijn bureau op het tapijt. Het kan me niks schelen. 
"Wat… hoe… ", mompel ik en herken haar stem niet echt. Is dit een geintje vraag ik? Wie ben je! Stilte. Dan wordt er opgehangen. 

Mijn hart verandert weer in een aap. Maar dan erger. En mijn pillen heb ik al acht jaar niet meer. Je staart me vanaf Google nog steeds aan met je dunne haren en kraaiepootjes. Een ram met m’n kapotte vuist door het TFT-scherm om van je loddige blik af te zijn. Ik trap de radio van het bureau. Ik maai al mijn glazen vazen van het bureau. Bloed. Pijn. Gonzen in m’n kop. Een klap. Zwart. 

Piep-Piep 

Het is donker. Ik zie mijn GSM oplichten. Alles doet pijn aan mijn hele lichaam. Het is een ravage in de kleine kantoortuin. Rode sporen op de muren. Op de lamellen. Kutwijf! Shit, shit, Shit; en hoe verklaar ik dit thuis? Dwangmatig kijk ik naar het scherm. Twee gemiste oproepen van thuis en een SMS van een mobiel nummer. Het duister van het onverlichte kantoor overmant me weer. Mijn hart voelt weer als de aap van vroeger. Deze ene aap voelt nu als een hele kolonie gorilla’s. Met mijn laatste kracht open ik het SMS-je.

"Hoi, met je collega’s. We zijn via er via de systeembeheer achter gekomen dat jij die bestanden wiste (ra ra hoe?…..) We weten het van jou en Marleen. Je kapt nou met die onzin. Of we laten het je vrouw weten. We hopen je nou eens goed teruggepakt te hebben. Vindt je hem leuk of niet? Groetjes, Tom, Wendy en Jessica." 

De kolonie gorilla’s breekt uit. Het bloed dat door mijn aderen giert, komt met een dreun tot stilstand. Bijwerking van de medicijnen! Lage bloeddruk. Alles doet het nog. Zicht, gevoel, longen, bewustzijn en pijn. Een voor een begeven ze het. Het laatste dat ik me besef, is dat de webcam nog aanstaat.

door Eliv

van stof ontdaan

door Spencer Brandsen [ link ] dertien bijdragen

Maandag, 15 September 2014
Johan Vlemmix

Vroeger keek ik graag naar het tv-programma ‘Te land, ter zee en in de lucht’ van de TROS. Mijn belangstelling had een technisch-psychologische [jawel] achtergrond. Zo wilde ik graag weten hoe lang het zou duren voordat iedereen die van een hoge stellage sprong met de bedoeling zo ver mogelijk te vliegen, tot de ontdekking zou komen dat een hangglider daarbij het meest doelmatige hulpmiddel was. Antwoord: lang. En bij het onderdeel waaraan zelfgebouwde vierwielige voertuigen te pas kwamen die een bepaald parcours moesten afleggen, vroeg ik me af hoe lang het zou duren voordat iedereen doorhad dat je fietswielen niet zijdelings kunt belasten. Antwoord: heel lang; jaar in jaar uit zag je de fietswielen vaak al in de eerste bocht bezwijken. Kortom, ik vermaakte me prima.

Dat veranderde toen er tussen de presentators ineens een rare vent opdook die zulk irritant gedrag ten toon spreidde dat niet alleen de teen maar de gehele voet ervan kromtrok. Ik dacht dat het iemand betrof die uit een inrichting was ontsnapt en verwachtte dat hij dus wel snel in een dwangbuis zou worden afgevoerd. Maar nee, hij hoorde bij het programma en bleek zelfs drie functies te hebben: naast ‘starter’ en ‘jurylid’ was hij ook nog ‘ervaringsdeskundige’. Het geluid van de tv afzetten hielp wel iets, maar dan zag je nog steeds die imbeciele kop. Ik heb nog een tijdje met een bezem op de bank gezeten waarmee ik z’n gezicht probeerde af te dekken, maar dat werd al snel te vermoeiend en ik moest het programma opgeven. Jammer maar helaas.

Ik verloor Johan uit het oog tot ik toevallig ergens op een oud artikel stuitte waarin stond dat hij zijn woning tot een miniatuurversie van paleis Soestdijk had laten ombouwen. Ik geloofde het niet, maar het bleek echt waar te zijn. Johan was van plan alle vertrekken van zijn paleisje van camera’s te voorzien en de opnamen via een eigen tv-station 24 uur per dag online uit zenden. Reality-tv met Johan Vlemmix in de hoofdrol. Hij heeft het nog gedaan ook, maar het schijnt geen succes te zijn te geworden. Evenmin een succes werd de door hem in 2002 opgerichte politieke partij, de Partij Van De Toekomst, die de slogan ‘Alle dagen feest, voor iedereen’ in het vaandel voerde.

Laatst las ik dat de baas van Nederland 3, pardon: NPO 3, grootse plannen met de zender had. Die moest ‘op de schop’ en er ging een ‘frisse wind doorheen waaien’ en alles moest ‘vrolijker’. Dus weg met die naargeestige drugsverslaafde jongeren en ongezellige invaliden in een rolstoel, NPO 3 moest een zender worden ‘die het leven vierde’. Alle dagen feest! Maar dat idee heeft ie dus van Johan gestolen want die kwam daar 12 jaar geleden al mee! Zodat ik mijn mening over Johan – met enige tegenzin, dat geef ik eerlijk toe – toch danig moet bijstellen. Johan was een pionier, een ziener met een visionaire blik en kan een plek opeisen in de galerij van Heel Groten Van De TV. Waarom heeft hij nog geen standbeeld?


door Spencer Brandsen [ link ] 28 bijdragen

Zaterdag, 13 September 2014
Eind goed, al goed

Vluchtig lees ik de uitnodiging en gooi hem daarna bij het oud papier. Zo zo, een reünie van de lagere school, zaterdagmiddag om drie uur. De lagere school, dat is erg lang geleden. Ik probeer me leerlingen en docenten te herinneren, maar er zijn er maar een paar die vaag uit de mist van het verleden opdoemen. Vreemd, dat je zes jaar op zo’n school zit en er dan zo weinig van beklijft.

Dan schieten me toch meer dingen te binnen: de hoge kille gangen met vloeren van graniet. Alle uren dat ik in de hoek van de klas voor straf op m’n knieën moest zitten omdat ik kennelijk iets verkeerds gezegd had. De gymzaal die naar stof en zweetvoeten rook en waar ik als enige geweigerd had de pepernoten die Zwarte Piet rondstrooide van de vloer op te rapen. De bullebak die me, om nog steeds onbekende redenen, regelmatig in elkaar sloeg. De uren waar maar geen eind aan kwam. De keer dat ik, vermoedelijk uit verveling, achteruitlopend de weg naar school had afgelegd. De raket die tijdens ieder uur ‘vrij tekenen’ als vanzelf op het papier verscheen en duidelijk popelde om naar andere oorden af te reizen. De dag in het laatste jaar dat ik thuiskwam en mijn ouders mededeelde dat ik besloten had niet meer naar school te gaan. Nooit meer. Nee, in een reünie heb ik weinig zin.

Maar als het zaterdagmiddag is stap ik toch op m’n fiets. De buurt lijkt opvallend weinig veranderd. Je verwacht dat de school kleiner is dan je je herinnert, want dat zegt iedereen altijd. Maar dit is wat overdreven: de hele school is verdwenen! Op de plek waar het gebouw zich ooit dreigend verhief ligt nu een braak terrein waar onkruid op groeit. Waarschijnlijk de uitnodiging niet goed gelezen…

door Spencer Brandsen [ link ] zeven bijdragen


Eind goed, al goed

Vluchtig lees ik de uitnodiging en gooi hem daarna bij het oud papier. Zo zo, een reünie van de lagere school, zaterdagmiddag om drie uur. De lagere school, dat is erg lang geleden. Ik probeer me leerlingen en docenten te herinneren, maar er zijn er maar een paar die vaag uit de mist van het verleden opdoemen. Vreemd, dat je zes jaar op zo’n school zit en er dan zo weinig van beklijft.

Dan schieten me toch meer dingen te binnen: de hoge kille gangen met vloeren van graniet. Alle uren dat ik in de hoek van de klas voor straf op m’n knieën moest zitten omdat ik kennelijk iets verkeerds gezegd had. De gymzaal die naar stof en zweetvoeten rook en waar ik als enige geweigerd had de pepernoten die Zwarte Piet rondstrooide van de vloer op te rapen. De bullebak die me, om nog steeds onbekende redenen, regelmatig in elkaar sloeg. De uren waar maar geen eind aan kwam. De keer dat ik, vermoedelijk uit verveling, achteruitlopend de weg naar school had afgelegd. De raket die tijdens ieder uur ‘vrij tekenen’ als vanzelf op het papier verscheen en duidelijk popelde om naar andere oorden af te reizen. De dag in het laatste jaar dat ik thuiskwam en mijn ouders mededeelde dat ik besloten had niet meer naar school te gaan. Nooit meer. Nee, in een reünie heb ik weinig zin.

Maar als het zaterdagmiddag is stap ik toch op m’n fiets. De buurt lijkt opvallend weinig veranderd. Je verwacht dat de school kleiner is dan je je herinnert, want dat zegt iedereen altijd. Maar dit is wat overdreven: de hele school is verdwenen! Op de plek waar het gebouw zich ooit dreigend verhief ligt nu een braak terrein waar onkruid op groeit. Waarschijnlijk de uitnodiging niet goed gelezen…

door Spencer Brandsen [ link ] iemand nam de moeite

Maandag, 8 September 2014
Oudste bh

Wetenschappers hebben in een kasteel in het oosten van Tirol een beha gevonden. De beha stamt uit de vijftiende eeuw en is daarmee veruit de oudste beha die ooit werd teruggevonden.

De onderzoekers deden hun vondst in het Lengberg Kasteel in Oostenrijk. In 2008 werden verschillende delen van het kasteel onder de loep genomen. Tijdens dat onderzoek vonden wetenschappers in de zuidelijke vleugel van het kasteel een ruimte vol met afval. Hier troffen de onderzoekers stro en twijgjes, maar ook hout, leer en textiel aan.

Beha’s
Tussen het textiel vonden de onderzoekers vier kledingstukken gemaakt van linnen die doen denken aan de moderne beha. Twee beha’s zijn combinaties van een beha en een shirt: ze hebben de kenmerkende twee cups en schouderbandjes, maar boven de beha bevindt zich nog een stuk stof die het decolleté bedekt. De beha’s zijn versierd met kant. Dit versterkt de zoom, ondersteunt de borsten en heeft ook een decoratieve functie. De derde beha lijkt sterk op een moderne beha. De beha heeft twee cups, brede schouderbanden en waarschijnlijk zat er ook een band voor over de rug aan, maar die is verloren gegaan. Deze beha is ook het rijkst versierd: kant op de bandjes, een versiering tussen de cups en ook de zoom is met kant afgezet. En dan is er ook nog een vierde beha teruggevonden. Deze lijkt op een corselet. De cups bestaan uit twee aan elkaar genaaide stukjes linnen. Onder de beha bevindt zich ook linnen om de buik te bedekken. De cups zijn ook weer versierd.

Heel bijzonder
De vondst is heel bijzonder. Wetenschappers gingen er namelijk eigenlijk altijd vanuit dat de beha pas in de negentiende eeuw ontwikkeld werd. De Franse Herminie Cadolle maakte corsetten en zou in de negentiende eeuw één van de eerste beha’s bedacht hebben. In 1914 kwam ook Mary Phelps Jacob met dat idee en zij vroeg er in de VS patent op aan. Bewijs dat lang voor die tijd al beha’s werden gedragen, was er tot nu niet.

Vijftiende eeuw
Maar hoe oud zijn de beha’s nu precies? Archeologische kenmerken en documenten uit de vijftiende eeuw waarin het kasteel genoemd wordt, wijzen erop dat het kasteel ook uit die eeuw stamt. Maar dat bewees nog niet dat het textiel zo oud was. De onderzoekers lieten er daarom een koolstofdatering op los. En die bevestigde dat ook het textiel uit de vijftiende eeuw kwam.

De beha’s waren overigens niet de enige vondst die de wetenschappers deden. In totaal vonden de onderzoekers tussen het afval meer dan 2700 fragmenten textiel. Sommige kledingstukken waren nog in goede staat. Van sommige kledingstukken waren nog maar kleine stukjes over. Ook werden er fragmenten van kledingstukken teruggevonden waar de textielen knopen en knoopsgaten nog goed zichtbaar waren. Waarschijnlijk werden deze kledingstukken gedragen door kinderen of maakten de fragmenten deel uit van kleding voor vrouwen. Een andere bijzondere vondst is een nog helemaal bewaard gebleven linnen onderbroek.

door Spencer Brandsen [ link ] acht bijdragen

 

Holle retoriek

"Aarsema, dan komen de tachtigerjaren puberale streeptinten van de eerste kabeltv binnen op mijn kolkende oogbollen als de tube mayonaise leeggeknepen in in een onderzoekende puberkringspier . Vage opgedroogde veegklodderstrepen op de dikke zware afstandsbediening die het allang niet meer doet. Bolle schermen versterken de aplastische rondingen. Antennes nog met coax en zaad in een sok, geurend naar kamille gemengd met nat speculaas. Jong zijn is zo mooi…"

"Zit je achter het meest nieuwe en hipste technologische apparaat van deze eeuw, kom je op een stukje internet over columns schrijven. En dat is nu exact wat ik zocht! Soms zoek je iets, en kan je het niet vinden. Maar nu wel! Ik zoek iets om mijn Nederlandse woordenschat in te verwerken. En dan zoek je, en zoek je, en dan VIND je!

Soms zoek je iets anders. En dan vind je het niet. Mannen, of vrouwen, pennen, papier, boeken, bekers of boodschappen, je vind het soms niet.

Maar nu heb ik het gevonden!

Groetjes Lieke"

(Lieke, Zelf een column schrijven)

"Daarom is bicat een lichtje, een vuurtoren voor de verloren lopende dolenden.
Want dat er velen op de dool. Een gevolg van zich onbestemd, zonder nuttig doel, afgevlakt en weinig bijzonder voelen maar misschien nog meer eengevolg van het vluchten voor deze zelfrealisatie, deze pijn van een ziel zonder importantie niet te hoeven voelen. En daar compensatie middelen voor zoeken en aangboden krijgen. Drugs, sex met dieren, sex met kinderen die geen leeftijd meer nodig schijnen te hebben, autorijden, schoeisel, weblogs, gangbangs, sport, wat al niet. Als het maar lijkt dat je vooral bezig bent. Al is het nietszeggend en immoreel, al is het bellenblazen met je mond dicht of een kraak zetten en minister zijn.

En dan is er bicat..aus blaue hinein zu uns gezogen, zonder eigenaren of aandeelhouders die stakingen uitlokken, zonder stompzinnig geleuter, nee, de magie van de fantasie, de fictie en de nederlandse taal aan de macht.
Een baken van troost, een zwoele geur vlak voor het slapen gaan, een enorme uitzinnige stapel draadjesvlees met dampende jus, een romance achter het frietkot, scooters en mobieltjes, vogels die hun eigen lied zingen, de eigen partituur kennen en geen regisseur of dirigent nodig hebben, de horror en thrill. Dat wat onbewust en ondergronds en ook van het leven zelf is. En niet wordt voorgeschreven door de krant, de tv, radio, politiek, banken en verzekeraars, speculanten die denken met 'de echte waarheid' om te gaan. Nee, ik ben geen echt schrijver maar wel groot fan van het schaarse bicat talent."
(Peter Novecento, Haagsche Post)

"Schuimbekkend van woede las ik de met een danige onverschilligheid geschreven colums betreffend de holocaust en Auschwitz. De flarden teksten vol schrijffouten en loze beweringen, getuigen van weinig historisch besef maar vooral een respectloze attitude jegens miljoenen slachtoffers. Vandaar mijn bijdrage met het verzoek de richtlijnen als opgesteld in de bijlage te respecteren en in acht te nemen.

vr groet

dhr. Papen"
(Daniël Papen, via email)

"Diep geroerd, met geknepen stembanden, omvloerste oogleden, brandend maagzuur en kloppende roede (het is tenslotte 5 december) mocht ik uw fraaie stuk proza over mijn getroebleerde netvlies laten glijden... De woorden vertalen zich moeiteloos in zielsetsende beelden. Dank!"
(bromde Zielknijper, 5 december 2005)

"Geachte heer,

Mag ik u verzoeken het plaatje van de te jonge dame van uw site te verwijderen. Er zijn namelijk nog al wat mensen die dit niet lollig vinden. Diverse klaag e-mails over gehad. Mag ik u er op attenderen dat het hier om Kinderporno gaat en de wetgever daar meer dan 4 jaar gevangenisstraf op heeft gezet. Ik ga ervan uit dat het om een misvertstand gaat, als moderator. Met vriendelijke groet.

Sociale Jeugd- en Zedenpolitie te Amsterdam
Commerciele zaken
020-5592585"
(i030142@planet.nl, 14 december 2004)

"Schitterend verwoord dat artikel over Clarence. Liep jaren met een missie, aan de voetballiefhebbers (niet de kenners) proberen uit te leggen dat Abe en Piet beter zijn dan het orakel uit betondorp. Was onbegonnen werk. Het klootjesvolk adoreert Ellen van Langen, Geesink en Rieu, en vinden mevrouw Blankers, Ruska en Roby lakatos maar niks, ze weten waarschijnlijk niet eens wie het zijn. Toen Keizer stopte heb ik jaren niet meer gekeken. Toen zag ik die Fin en een paar jaren later een Surinamer met een Nederlands paspoort (Had die Fin er ook maar een gehad). Ja en dan begint het heilige vuur weer te branden. Deze twee zijn tactisch en technisch het beste wat er op Nederlandse velden heeft rondgelopen (wat ik in mijn leven heb gezien). Keizer had niks met voetbal te maken, dat was ballet,kunst, en soms als het niet belangrijk was helemaal niks .En Abe ken ik van wat beelden, maar als je naar de verhalen over hem luistert hoef je de verteller maar in de ogen te kijken en herken je meteen de kenners uit die tijd."
(via mail, 23 oktober 2005)

"pedante snikkels, komen kut te kort. Webloggen is niet voor mietjes maar ook niet voor stoere geile binken, webloggen is namelijk een fenomeen, een spookbeeld voor blinden die zich vergapen aan de wijde wereld van het internet om zichzelf te ontmoeten, een monologue interieur te voeren en dan de echo terughoren, het internet dat een wonder is wat een dom irrationeel fenomeen is. Echt iets voor pedante snikkels en kale kutten die niet neuken maar wel in elkaars nek willen hijgen en tijd teveel hebben. Ik zou er helemaal niet aan beginnen en beroemd en rijk ben ik al, zegt het liefje. Ik heb de grootste en zij heeft de lekkerste en we verdoen de tijd liever in elkaar verstrengeld dan te vergooien op zo’n vervuilde weblogmarkt. Mot je alweer email beantwoorden enzo, in je vrije tijd, be je gek. Opzoute, stik dur maar in, Goossens, kijk maar uit dat ze niet vreemdgaan terwijl jij al die poen verdient, sneue wolf, ouwe rukker, voordat je het in de gaten hebt sta je een verschrikkelijk stinkend goedje op je scrotum te smeren terwijl je staat te huilen omdat je zo belazerd bent terwijl je het alleen maar goed bedoeld, voor ons allebei schatje, weetje, heerlijk met vakantie strax, saampjes, maar vanavond moet ik werken snappie, centjes verdienen mot pappie, kijk niet zo beteuterd, je wilt helemal niet naar de Lidl, je wilt daar nooit gezien worden zei je, nou dan. Nou tot strax dan, he ?"
(nove, 12 oktober 2005)

"Bicat.net, dat is toch die achterlijke webstek voor rukkende, boerende en altijd bezopen kerels? Dat zielige pathetische zooitje ongeregeldheden dat uitgebraakte hersenkwak probeert te verkopen als prozadrek? Natte winden, dikke drollen, kleverige onduidelijkheden? Slurptrekkende draaigorgels, voorhuidjogging avant la lettre en berensgrote buikglijers?" (Jeremias Schubbenrug, in Nova, 4 oktober 2005)

Reageerziekte

"Op een vrolijke dag toen ik aan mijn, voor al 11 jaar, allerbeste vriendin de liefde heb verklaard en binnen luttele seconden de meest euforische gevoelens door mijn ziel heen flitsten typte een verslag van school begon k te typen en dit kwam tevoorschijn op het samengeperste hoopje uitwerpselen wat ik beschouw als mijn laptop, want zoals velen het niet slecht zou doen als zij dit beseften is bezit enkel een illusie.

Conclusie & nawoord

Niet alleen symbolen hebben invloed op ons doen en denken, de manier waarop ieder mens zichzelf ziet en andere zegt meer over die persoon dan over anderen. Elk mens gaat zijn eigen weg, en het is jammer dat er uit commerciële geldzucht zoveel miscommunicatie ontstaat tussen mensen. Welk mens is beter, het mens dat genadeloos elke, in zijn ogen misdadiger, ritueel vermoord, of die mens die de opdracht geeft om onbewuste signalen stuurt via reclamespotjes en zo het materialisme hoger prijst dan het gevoel om bewust van jezelf en je daden te zijn? Draait het dan uiteindelijk allemaal om geld?
De een vermoord mensen die hun hele leven anderen pijn doen, en de ander roept het gevoel op dat er niets beter is dan nike schoenen in combinatie met een stoere jack met een bontkraag, dat gedoe met die bontkragen id volgens mijn theorie gebaseerd op het paringsgedrag van leeuwen, hoe groter en mooier de manen, des te meer aanzien ze hebben en kans op leiderschap en hoe meer kans ze hebben dat hun genen worden doorgegeven ;).
Door niet te realiseren waar je mee bezig bent, of niet wie, maar wát je eigenlijk bent, ontstaat er miscommunicatie en disharmonie in de maatschappij. Opgaan in de massa kan leiden tot afgunst en afkeer van het geloof in jezelf en in anderen.

En ik wens hierbij balkenende en zijn hele tweede kamer heel veel succes met het oplossen van de “problemen” hier in Nederland, want zo schieten we geen reet op.

Oja, en een gelukkig Nieuwjaar!

Zondag 7 januari 2007, Frank Hooijer"
(Frank Hooijer, 7 Januari 2007)

"Ik had het allemaal al wel eens meegemaakt en niets was mij te dol geweest: eonisme, vice anglais, flaggelatie, ja zelfs koprofagie. Ik was dan ook met graagte ingegaan op de omineus-priapische woorden en lubrieke blikken die "Ellen" tijdens ons gezamelijk consumeren eerder die avond op mij had gericht. Toen we, media nox, eenmaal in haar slaapkamer waren aangekomen, gaf zij steeds minder blijk van doorgaans aan haar toegeschreven mesquinerie. Integendeel,loodzwaar en onvermijdelijk hing het veile sneukelen in de lucht. Binnen no time was de vloer dan ook bezaaid met exuvieën en toonde zij mij haar zinnenprikkelende Junonische leest. Na intiem pidjetten en enige orogenitale schermutselingen (waarbij brod noch javelijn werd ontzien),sloegen wij serieus aan het procreëren. Cunnus en Curacaoënaar leken welhaast voor elkaar geschapen. Hoewel haar defloratie al enige tijd terug had plaatsgevonden, pandoerden wij als nooit tevoren, daarmee verschillende tenesmen bewerkstelligend. Het is maar goed dat haar echtgenoot van deze sluikmin nooit wat heeft gemerkt..."
(TiTo, mei 2006)

"Schrijf eens over vrouwen en hun plek of plaats in de allesverterende zakenoorlogen. Want als er stereotype mannen met diep verborgen schaamtegevoelens over hun potentie problemen en erectiestoornis (taboe naturlijk) dan is dat manifest in hun 'vlucht vooruit' in de freudiaanse wapencultuur. Elke geweerloop, elke zwaardere tank is een gestileerd erectiel apparaat vol dodelijke munitie opgepomnt met miljoenen kogels in een spurt naar het doel wat als lustsymboliek een 'lilith' in een duizelige extase zou moeten brengen want zo 'is de kracht van het leger'. Stoere mannen die eerst de vrouwen opgeilen, dan met hun duwtje in de rug erop los gaan om 'de vijand te onthoofden'. Ik als watje moet altijd vreselijk lachen om die serieuze gezichten die de mannen politici en militairen bij hun gepiep, gezeur en gezeik en hun broodnodige verklaringen trekken.
U, als warmbloedige heterovrouw zal zich wezenloos kunnen uitleven 'tussen de hitsige Jantjes'. Ik stel voor dat u zich een voorstelling maakt over de gang van zaken in de nachten op zo'n nomadenkamp met satellietvererbindingen in de maanloze nachten van de nieuwe woestijnen die worden ontgonnen, namens u en mij, natuurlijk, vanzelf, juist, nee, uiteraard. Het mag ook wel een andere uiterst vervelende erectiestoornis gaan, de ejaculatie praecox. Dat gaat dan vast over de linkse oppositie, denk ik dan, kunt u het fijn neutraal houden.

U bent toch op alle kaasmarkten thuis, hard op weg om zich te bekwamen in een genre waar sex met hoofdletters geschreven moet worden. Vooral de sex benadrukken, Lilith. Veel gore geile, harde, wrede sexscenes, met blinddoeken, kidnap, politiehandboeien, touwen en katrollen, gedwongen masturbatie tussen mannen, tussen vrouwen, scarring en kaalscheren en tot huilens toe dat gepomp met dildo's en dat monotone gezoem van vibratoren sfeervol brengen. Vooral geluiden en kleuren beschrijven, daar ben ik gek op."
(Peter Novecento)

"Is er iemand in de zaal die nog wil doneren aan een zielige arme homosexueuele neger met een onbeschrijflijke ziekte zwaargelovig te dom om te leren of te schijten die bovendien een oog mist en denkt dat de duivel soep in een blik stopt want hoe komt het er anders in en tegelijkertijd vreselijk gebukt gaat onder de laatste Tsunami of de vrees daarvoor want zijn geitenoog gaf vanmorgen onheil aan? Of anderszins zijn hypocriete tot op het bot zwarte geweten schoon wil kopen voor een luchtig schijntje of nóg liever zichzelf onsterfelijk wil maken over het lijk van een ander? Nee? Eénmaal? Andermaal? OK, dan ben ik ook pleite en met Marnix mee naar dat gruwelijk dure restaurant. Bovendien is het al na zessen en sta ik in de baas z'n tijd de wereld te redden en zo heb de cao dat nooit bedoeld. Howdoe en de mazzel. "
(Hein Buffelruft, 28 dec 2005)

"De liefde is groots, ze breekt zonder haar gebit te gebruiken door elke granieten kop heen, verzwakt de wil en maakt elke stoere kerel tot een week omhulsel, een schaduw van zichzelf, een brabbelend luierkind, elke vent verandert van binnenuit en geweldloos door haar rijke zegeningen. Je krijgt een rijpe korstkaas als huid en een hart van vloeibaar goud. Verpletterend is ze en zij, de liefde, de warme zomerse, niet de winterharde en verbitterde tak dus, zit nog steeds vol met geheimen waar niemand de sleutel van kan vinden. Mysterieus is ze, als de ondergrondse geheimzinnige dictatuur van wereldwijde, alomvattende bekabeling waarlangs dagelijks kilometers gecodeerde data tussen de continenten flitsen. De liefde is een tectonishe plaat die schuurt en krast en gangen boort voor lavastromen van vleselijkheid en voedzame sappen die op geen enkele dieet mag ontbreken. Daarom is ze schaars. Tot slot..we heben allemaal een gat van onderen, onthou dat. "
(Nove, relatietherapeut, 3 dec 2005)

"Thanks! Voor de eerlijke en ijskoude bieren vooraf om de ergste dorst te lessen na een lange en vermoeiende reis. En de Champage daarna in gelukkig niet van die zuinige hoeveelheden maar gewoon ruim bemeten pullen. Dank ook voor de wonderschone oester die in zijn natuurlijke habitat beschermd en koel lag te wezen toegedekt met een warme dekentje bosui-liefde en een tikje Tabasco-ondeugd onder die deken. Dank voor de kleinste en schattigste St. Jacobsoesters die ik proefde in Balsamicostroop. Eerbied voor de kort aangebrade en met ontbijtkoek gestoofde kwartel. Ik proefde een tint Orange Marmalade hoewel je zei dat het er niet in zat. Ik hou het erop dat de chefkok zijn geheimen heeft en, hoe hooggeëerd zijn publiek ook mag zijn, ál zijn details zullen ze nooit te horen krijgen. Met liefde deed ik mijn sommeliertaken en het ‘kut-sommelier’ omdat ik de glazen niet tot de nok vulde, neem ik op de koop toe. Onder de indruk was ik van je tzatziki met shrimp en rode grapefruit. Zoet en zuur zoals Bitter & Sweet zoals het leven zelf zoals harmonie zo mooi kan zijn. Ook onder de indruk was ik van je zeewolf met tomatenchutney. Een rode knipoog op een licht in de boter aangezet visje zoals de boter bij de vis behoort te zijn. Je bewees jezelf door met het produkt mee te koken en de zeeduivel vochtig te houden en over te laten lopen in het bedje van zuurkool omrand door koele en volle crême fraiche en slechts gestopt door mosterd. Het zal mijn gebrek aan woordenschat zijn geweest deze poëtische beleving van samenstelling aan mijn disgenoot heer Visser uit te leggen, aan de wijn waarin het beestje zwom heeft het niet gelegen. Emotioneel werd ik bij het aangezicht van mijn vrouw in jouw open keuken, verliefd op de chefkok die zijn konijntje aan de haak had geslagen. Uit het konijnengezin weggetrokken, de zuigelingen achtergelaten en deskundig ontdaan van fluffy flaporen en prachtig gevild en daarna één minuutje aangebraden in de volle boter. Ach, je zei het nog, ‘nog even in de oven en gekeken hoe lang’ in antwoord op de vraag hóe lang dan, zoals Sebastiaan Bach ook vindt dat de piano zichzelf speelt. U zij geprezen met bijzondere gaven, maar het zal mijn eenvoudige ziel zijn die het zo ziet. De ingekookte fond een tikje gezoet nog niet eens meegerekend evenals de witte bonen-truffelpuree en rode kool met vijgen die in een restaurant van naam de kaart had kunnen aanvoeren. Jammer dat je er niet bij was met de kaas. Het zal de tol van de roem zijn geweest of de spanning van het koken op zulk een hoog nivo. Het siert de man die ook gewoon maar een mens van Vleesch & Bloed is gebleven. Het was uit de kunst hoe wij genoten van een walnoot uit Frankrijk gekraakt op de wals van braakgeluiden die wij van boven hoorden komen. Waarschijnlijk was je druk doende in de homard-naire. Het dessert ben ik kwijt evenals het betoog dat ik hield, maar dat was ik toen al kwijt. Het betoog hou je van mij tegoed. Ik zal het je vertellen als ik de liefde verklaar aan mijn vrouw zoals jij gisteren de keuken in het algemeen en ons in het bijzonder de liefde verklaarde. "
(Kiers de Maison, 27 november 2005)

"Ach, heer bicat, nu we het over eten en drinken hebben. Ik kan u te allen tijde aanraden, maar toch vooral in de herfst, van de ganzenlever te proeven. Zoekt u daarbij een zo eenvoudig mogelijk bewerkte ganzenlever, dus geen paté, niets met geconfijte uien of anderszins toevoegingen. U wilt ganzenlever proeven die met de hand is schoongemaakt door een oud boerenvrouwtje die hooguit peper, zout en wat cognac toevoegde en daarna op 70 graden in de oven met de deur op een kier de lever zachtjes liet warm worden. Niet smelten, want dan scheidt het vet van de lever en bent u uw produkt kwijt. Nee, u wilt de lever verwarmen zodat lever, peprer, zout en cognac een geheel gaan vormen. Dat wat u wilt proeven is de waarheid en niets anders dan de waarheid. Slaat u overigens wel in grote hoeveelheden in, niets zo erg als aan het einde te moeten constateren dat u nog wel wat had gelust. Nee, met veel dingen is het zo dat we nèt even meer moeten eten dan ons lief is. Nèt dat decadente punt van overdaad aantikken. Schenkt u daarbij een Gewürztraminer en bij voorkeur hoe ouder hoe beter en liever nog een Grand Cru dan een gewone. Maar als u dan toch uit wilt pakken dan komt u niet heen om de Tokay Pinot Gris.
Daarbij geserveerd met warm en geroosterd brioche brood."
(Harrie Stamper, 23 oktober 2005)

"Of die klassieke Suske & Wiske (het was nummer 78 als ik het goed heb): De Kakkende Kakkerlakken, die aflevering waarin Tante Sidonia in haar keuken te maken heeft met een steeds groter wordende populatie kakkerlakken, die voortdurend alles onderschijten, niet in de laatste plaats de biefstuk met friet die Tante speciaal voor Lambik had gebakken, tot grote woede van onze favoriete zeshaarder, die gelijk een spuitbus pakt en erop los begint te spuiten, dit tot groot enthousiasme van zowel Suske als Wiske, die duchtig beginnen mee te spuiten (we hebben het hier duidelijk over de periode waarin Suske en Wiske nog net zo milieubewust waren als George W. Bush die zijn privejet vanuit Kyoto liet terugvliegen naar zijn range in Texas omdat ie z'n favoriete cowboy-hoed was vergeten), maar in de spuitbus van Lambik blijkt een goedje te zitten dat er voor zorgt dat de kakkerlakken de volgende dag het formaat van een jong paard hebben (professor Barabas had een lege spuitbus gebruikt om zijn nieuwe groei-middel te testen en vergeetachtig als hij was, had hij het bij Tanta Sidonia laten liggen, puur uit teleustelling, want ook na gebruik van het groeimiddel had Tante Sidonia de professor uitgelachen toen hij zijn broek naar beneden deed), afijn, nu de kakkerlakken gegroeid zijn, schijten ze nog harder met als gevolg dat tante Sidonia, Lambik, Suske en Wiske hun huis worden uitgescheten, waarna ze Jerommeke erbij halen, wiens enige bijdrage een ENORME scheet is, gelukkig komt professor Barabas eraan met een grote smile op z'n mombakkes en een nog grotere bobbel in de broek die, zo zal even later blijken, amper in staat is de steeds groter wordende penis van Barabas te verhullen met als gevolg dat Tante Sidonia, gek van geilheid, zich op professor Barabas stort die vrijwel onmiddellijk klaarkomt en bovenop een van de reuzekakkerlakken kwakt die dan weer vrijwel onmiddelijk in elkaar krimpt en in het niets oplost, waarna ook Lambik en Suske en Jerommeke hun apparaat bewerken met het groeimiddel, zodat ze de volgende dag, onder de stimulerende leiding van Tante Sidonia en Wiske, de kakkerlakken dood masturberen. Knipoog Wiske. Einde."
(Max J. Molovich, 23 Augustus 2005)

"De vergelijking ‘vleesetend’ en ‘vrouw’ is een natte wensdroom. Het is veelbetekende symboliek dat er aan vegetarische mutaties man/vrouw/ hermafrodiet wordt gewerkt door de wetenschappelijke elite. Weten zij soms meer? Staat ons Armageddon te wachten ? De finale segregratie, het schisma van de sexen en de ondergang van hun zondige sexueel verkeer als geheime wapen om de wereldbevolking eindelijk zonder oorlogen te kunnen reguleren ? Reincarneren in een plantaardig bestaan in een potje aarde van robotformaties die miljoenen grijze racks van vruchtdragende en geurige planten produceren onder uiterst secure en berekende condities , zonder vrij zon of maanlicht, zonder zicht of gehoor, zonder tastzin, zonder geluid van wind en zee."
(nove, 6 Juni 2005)

Zelfbeschouwing

"Een man van middelbare leeftijd, beet je te dik, beetje te morsig. Baardje of sik wellicht. En witte schilfertjes sieren zijn gelaat. Hij rookt en hij drinkt, maar in tegenstelling tot wat hij ons graag wil doen geloven, niet teveel. Hij is een ambtenaar, schaaltje 9. verder een liefhebbende vader die zijn frustratie over het uitblijvende en waarschijnlijk nooit meer komende grootse leven heeft verruild voor een soort van komisch cynisme. Hij neemt het niemand kwalijk behalve misschien soms zichzelf, maar dan alleen na een Westmalle Tripel te veel. Hartstochtelijk supporter van NAC of een andere club ten zuiden van de grote rivieren, want dat hij een Brabander is moet haast wel. Zo stel ik mij Kiers voor, maar wellicht is het wel gewoon die homofiele Indo die bij Serudang de lege borden ophaalt..who knows.."
(Andy Möller, Gelsenkirchen)

"Het is vast een meteroloog, een weermenneke met een gesmoorde sexualiteit, eentje met een enorm taboe. Een vrijgezelle biologieleraar met verlatingsangst kan ook. Zo'n eenzaam type die nog steeds bij zijn moeder woont en al jaren lesgeeft in het basisonderwijs. Zo'n anonieme 13 inhetdozijnman die spaarzaam leeft, de piepers schilt en de afwas doet, zo eentje die op de middagwandeling met het hondje van moeders vanachter de krant bij een speeltuin of in het park naar stoeiende of voetballende jochies kijkt en de pijn verzwijgt. Een masochist die het taboe koestert.
Zo'n kleffe smeerlap van een potentiele serieverkrachter met banden in een hechte kerkgemeenschap waarop moeders zo trots is omdat hij naast het lesgeven ook nog als hobby het locale knapenkoor dirigeert. Zo eentje die maar beter melancholieke verhaaltjes moet blijven schrijven. "
(Nove, 22/11/2005)

"Ach ja, leuk, schrijvers.

Beetje zo in je donkere hol aan de wereld knagen. Puur verongelijkt verdedigen van een door mede niet-aanwezigen geschapen superieure schertswereld. Lurken aan je pijp. Pijpen aan je lurk. Woorden in langgerekte nadenkzinnen omzetten. Protserige taalvlekjes. Huilerige holheden. Fletse vondsten. Massieve monomane monsters. Een zielige berg toevoegingen aan de duistere put die al veel te lang overstroomt door de gemankeerde bijdragen van nerveus krabbelende geesten met een ongepast gevoel van eeuwigheid.

Die sfeer.

Geef mij maar parkeerwachten. "
(Marnix, 21/11/2005)