stoel
 
 

Navigatie

de voorplecht
louter proza
louter poëzie
liaisons
nostalgie

colofon/contact





Dankbaar

Uitgelogd

Huishoudelijk

5 oktober 2005

Advertentieboer webstats4u, voorheen nedstat, kan de vinketering krijgen. Vanaf vandaag verdwijnt deze teller, de bezoekcijfers zijn bewaard voor het nageslacht en voortaan tellen we verder met Awstats. Koffiebonnen kunt u ophalen bij Tante Miep.

 

De Daghap

Dinsdag, 15 Juli 2014
"Zomerreces"


vaderlands gekwetter, Egeïsche kust 
onvermoeibaar jagen, ruzie gesust 
verdampend heet, camping geblust 
niet aflatende telefoongeluiden, bijna gekust 

motorenverkeer in veelzijdige vakantiebestemming
gladgloeiend pikzwart asfalt rubberen stremming 
pubers die zich bewijzen voor een meisje
kinderen die likken aan hun ijsje

disco restaurant winkel bar uitslaande brand 
bruisende badplaats met faciliteiten op het strand
kort koppie zwart glad gekapt snel gefingeerd
je dochter in een steeg voor ´t eerst gevingeerd

voel ik een windvlaag door wilg en populier 
droom ik wuivend groen gras achter mijn bier
hou ik van mijn lief als zij mij ziet
proef ik zomerstilte waar ik van geniet

door KIERS

milieuvriendelijk gerecyceled

door Spencer Brandsen [ link ] twaalf bijdragen

Maandag, 7 Juli 2014
Ik ben [s]normaal

Na het lezen van 'Ik ben [s]normaal', een bundel columns van Marcel van Roosmalen, zoek ik naar een woord dat de teneur van het boek zou kunnen weergeven en kom uit bij 'lullig'. Op internet vind ik een recensie van de hand van ene Johan Bordewijk, die Marcel van Roosmalen 'de meester van de lullige column' noemt. Van Roosmalen heeft een scherp oog voor 'lullige' menselijke eigenschappen als ijdelheid, hypocrisie, xenofobie, leugenachtigheid, aanstellerij, domheid en dergelijke en ander en doet daar ironisch en soms ook cynisch en sarcastisch verslag van. Ik heb dit boek achter elkaar in éen dag uitgelezen en me erg vermaakt.

Het begrip 'column' kende ooit een vrij precieze definitie, maar die is in de loop der tijd steeds vager geworden en tegenwoordig is een column eigenlijk niet meer dan een stukje geschreven tekst dat niet onder een andere noemer valt onder te brengen. Als je niet weet wat het is dan is het een column.. Maar misschien bestaat er toch in je hoofd - in ieder geval in het mijne - een onbewust 'Platoons idee' van wat een column is of zou moeten zijn, want als iemand me nu vroeg naar voorbeelden van 'echte' columns dan zou ik hem of haar dit boek in de handen duwen en zeggen: Lees dit maar!

Op de achterflap staat: 'Marcel van Roosmalen is een meester in het observeren van de kleinste onbenulligheden, en die beschrijft hij vervolgens zo raak en typerend dat de lezer de situatie direct voor zich ziet. De beste reportageschrijver van Nederland schrijft in 'Ik ben (s)normaal' over gewone en minder alledaagse zaken, of het nu om zijn ouders gaat, een taxichauffeur, voetbalclub Vitesse of een beroemde zanger. Zijn columns zijn hilarisch en onvergetelijk. Je zou je erom bescheuren als het tegelijkertijd niet zo droef was en erom janken als het niet zo grappig was.'

En daar is nu eens geen woord van gelogen.

door Spencer Brandsen [ link ] zes bijdragen

Maandag, 30 Juni 2014
Stemmen 5 - De innerlijke stem

Sommigen noemen het intuïtie.

Het zijn mensen die een hele dikke pijplijn hebben liggen

Tussen hun overtuiging en hun stem.

Ze kunnen zich feilloos uitdrukken.

Volledig met behoud van eigen identiteit.

De populair cultivistische Stephen Covey bijvoorbeeld.

Hij heeft dit soort mensen als "highly effective" bestempeld.

Want alles moet een stempel hebben, toch?

Hoe valt het anders te bevatten? te begrijpen?

Jung heeft er een mooie en uitgebreide verhandeling over geschreven.

Het is het boek "De mens en zijn symbolen".

Het is wat afstandelijker, en wat hoger gegrepen, oftewel moeilijk...

Hij zegt dat de innerlijke stem tot je komt via je dromen in archetypen.

Uitmuntende theorie.

Maar het doet geen recht aan de mensen die geen dromen nodig hebben.

Om nog maar te zwijgen van de mensen die continu dromen.

Of die mensen die denken dat ze niet dromen maar in een droom leven. 

Of die mensen die denken dat ze leven, maar zich in een droom bevinden.

Dit soort mensen...

Daar heeft onze maatschappij geen antwoord op.

Ze zijn niet in een hokje te stoppen.

Of toch wel?

Soms helpen een paar goede gesprekken.

Of medicatie.

Of soms moeten ze gewoon wel in een hokje geplaatst worden.

Gecapitonneerd, zonder prikkels.

Dat wil nog wel eens helpen.

Om de innerlijke stem tot zwijgen te brengen.

door ELIV

handmatig overgetypt

door Spencer Brandsen [ link ] tien bijdragen

Maandag, 23 Juni 2014
"Vlucht met mij"

Hij zat weer uit het raam te staren. Het was bijna vijf uur. Buiten begon het te schemeren. Weldra zou hij zijn pc uitzetten, de lichten doven en zijn bureau afsluiten. Vervolgens zou hij de sleutel in de grijze kast hangen die zich in de mess bevond, via de trap naar de benedenverdieping afdalen en uitprikken aan de klok onder de trap. Met een slentergangetje zou hij dan het grindpad volgen tot aan de fietsenstalling waar zijn oude grijze herenfiets aan de ketting lag.

Hij woonde nu bijna twee jaar in een klein negentiende-eeuws arbeidershuisje aan de rand van de stad, midden in de migrantenbuurt. Zolang het weer het toeliet leefden de mensen er op straat. Hij was het al gewoon dat de kinderen hem naliepen en vroegen naar euro's. Hij had zijn lachje klaar, een droge grijns, en schudde met het hoofd terwijl hij met zijn hand een afwijzend gebaar maakte. Verder negeerde hij de schelle kinderstemmen. Wanneer hij de deur achter zich dichttrok en het straatlawaai buitensloot, hoorde hij zijn huis roepen om onderhoud. De zakken stuc en potten verf, het plamuurmes, de pleisterspaan, borstels en de trapladder stonden klaar. Het was nooit voor vandaag, altijd voor de dag van morgen. Vandaag was nooit een goede dag, altijd morgen.

Elke avond maakte hij eten klaar, zo was hij het gewoon. Na het eten kroop hij voor de tv en probeerde hij de roes die altijd een belofte inhield maar nooit een uitweg bood.

Om de twee weken nam hij op vrijdagavond de trein naar huis, het ouderlijke huis, zijn tas vol was, zijn hoofd vol kleine dingen - dingen van weinig belang, dingen uit zijn jeugd. Hij beelde zich in dat thuis de tijd stil bleef staan, zomer zestien, een heerlijke zomer. De tijd was thuis nooit stil blijven staan. Zijn sporen waren duidelijk zichtbaar op het gezicht van zijn moeder, in de gebogen houding van zijn vader. De tijd liet zich voelen, in de sfeer die er hing, een sfeer die er geen twijfel over liet bestaan dat hij geen kind meer was en kon zijn. Hij was een man in de tijd, er was geen weg terug. Deuren gingen langzaam dicht en wat zich daarachter bevond verdween in de afgrond, werd herinnering. Zijn ouders hadden niet het eeuwige leven. Er zou een tijd komen, en die tijd kwam snel, steeds sneller, dat hij zijn tweewekelijkse trips niet meer kon maken.

Hij had een vriendin die hem niet gaf wat hij van liefde verwachtte. Toch bleef ze zijn vriendin, al jaren, want hij durfde geen ander meisje benaderen als het vlees schreeuwde en de gedachte aan haar beloftes inhield die zij nooit kon waarmaken. Zij ontmoetten elkaar in hoop en verlieten elkaar in desillusie, telkens weer. Vaak had hij geprobeerd er een eind aan te maken, maar in het licht van de lust scheen wat verstandig en bezonnen was altijd veel te voorbarig.

Toen hij nog kind was vluchtte hij voor kleine zorgen in strips. Later vluchtte hij voor grotere zorgen in boeken. Vluchten lukte niet meer. Hij las veel boeken, dikke boeken, verstandige boeken. Ze gaven hem geen rust, geen zorgeloze wereld.

Hij liep al lang met het idee ooit zelf een boek te schrijven, een boek om in te vluchten. Daarin zou hij een wereld creëren waarin alles was zoals hij het wou, voor altijd. Dat boek zou hij de titel 'Vlucht met mij' geven. Hij zou het boek in de rekken van elke bibliotheek van de stad zetten en dan zou hij...

Klokslag vijf. Hij zette zijn pc uit, doofde de lichten en sloot zijn bureau af. Hij hing de sleutel in de grijze kast die zich in de mess bevond en daalde de trap af naar de benedenverdieping. Daar prikte hij uit aan de klok onder de trap en volgde het grindpad tot aan de fietsenstalling waar zijn oude grijze fiets aan de ketting lag. Hij sprong op zijn fiets en reed de schemerige avond in.

door VINCENT NEMO 

liefdevol gerecycled

door Spencer Brandsen [ link ] vijftien bijdragen

Maandag, 16 Juni 2014
"Eendenbekje"


Opgewonden zit ze in de wachtkamer. De laatste afspraak voor de lunch. Natuurlijk was ze veel te vroeg. Maar dat geeft niet. Hier wil ze wel even voor wachten. Toch moest ze gaan uitkijken. De balie-assistente ging al vragenstellen. Waarom ze er nu alweer was. Met een rood hoofd had ze gestameld "controle". Misschien moest ze iets nieuws verzinnen. Een ernstige aandoening. Waarvoor ze heel erg vaak moest komen. Niet te ernstig natuurlijk, daar moet je niet mee spotten. Een cyste dan ofzo? Ze zou het strakjes wel overleggen.

"Mevrouw de Haas."

Haar hart maakt een sprongetje. Het is haar beurt! Snel grist ze tas, jas en sjaal bij elkaar. Alsof er niets bijzonders is, loopt hij al terug het gangetje in. Snel loopt ze achter hem aan. Ze voelt dat ze nu al vochtig is. Haar benen schuren pijnlijk tegen elkaar aan. Vanochtend had een panty zinloos geleken. Nu hoopt ze dat er geen rode plekken op haar dijen zijn verschenen.

"Zo mevrouw de Haas, zegt u het eens. Wat kan ik voor u betekenen vandaag?"
Ow wat een prachtige glimlach. Wat een prachtig donkere ogen. En wat ziet hij er geil uit in zijn doktersjas. Nonchalant open, de mouwen opgestroopt.
"Het kriebelt wat, dokter." 
Er valt een nerveuze stilte.
"Er kriebelt wat?"
"Ja dokter. Van binnen. Het kriebelt van binnen."
"U bedoelt jeuk?"
"Nee, nee." Ze stoot een lelijk hard lachje uit. Waarom is ze toch iedere keer weer zo nerveus?
"Meer een tinteling dokter. Ja, het tintelt. Speldenprikjes."
"Speldenprikjes? Nou dan zullen we even een kijkje nemen maar, he? Kleed u zich daar maar even uit."
Hij wijst naar achter naar een spierwit gordijntje. Als ze het gordijntje wil dichttrekken hoort ze nog "alleen van onderen hoor".

Ze neemt het opstapje en probeert in een beweging te gaan liggen. Op een of andere manier kan ze nooit charmant de stoel opglijden. Maar na wat gehijs en getrek ligt ze dan toch. Ze doet haar benen vast in de beugels.

"Een beetje naar onderen schuiven nog mevrouw de Haas. Ja zo ja. Ik zal even de beugels nog wat verstellen."

Hij zet de beugels zo ver mogelijk van elkaar. Hulpeloos ligt ze in de stoel. Haar sweater rommelig opgekreukeld tegen de onderkant van haar borsten. Ze voelt een druppeltje vocht langs haar linkerbil tergend langzaam naar beneden glijden. Zou hij dat ook zien? Nee, hij heeft zich al omgedraaid naar de glanzende spulletjes op de tafel. Stiekem probeert ze haar trui een beetje goed te trekken.

"Het kan een beetje koud zijn hoor."

Uit een ooghoek ziet ze dat hij de grootste eendenbek heeft gepakt vandaag. Zenuwen maken plaats voor opwinding. Langzaam en precies schuift hij de eendenbek naar binnen. Hoewel ze vochtig is als wat, moet dokter een klein beetje kracht gebruiken. Ze voelt het koude staal langs haar lippen glijden. Dan even weerstand, vervolgens soepeler verder. Ze hijgt een klein beetje. Van het koude staal, van de opwinding. Beide.

"Gaat het zo, mevrouw de Haas?"
"Ow ja dokter, dat gaat prima hoor" gromt ze.
"Mooi. Dan ga ik nu even kijken. "

Hij zet een rare bril op met een lichtje op het linkerglas en duikt tussen haar benen. Ze voelt zijn adem langs haar bonkende knopje glijden. Het liefst zou ze willen gillen "Lik me toch man!!" Maar dat kan natuurlijk niet. Hij is de dokter. Hij bepaalt wat er moet gebeuren.

"Ik kan niets bijzonders zien mevrouw de Haas. Wanneer heeft u het meest last van de tintelingen?"
"Eh. Voornamelijk bij het masturberen dokter. Dan gaat het tintelen. Speldenprikjes dan dus."
"Ow, dat had u even moeten vertellen hoor. Dan moeten we een andere methode gebruiken. Heeft u ook last gedurende de seks?"
"Dat weet ik niet dokter. Ik heb geen man ziet u."
"Ach nee. Dat is wat vervelend. Het is zeer belangrijk om te weten of u er ook last van heeft bij het uitvoeren van een seksuele handeling. Person-to-person zeg maar. Vindt u het heel vervelend als ik zelf even... ?"
"Natuurlijk niet dokter. U bent de dokter, dokter." Ze glimlacht wazig richting het plafond.

Voorzichtig trekt hij de eendenbek los en legt die naast haar hoofd op het dek. Ze hoort een rits en wat geruis. En dan voelt ze hem, het topje net tussen haar lippen. Warm en zacht hard, niet zoals de eendenbek die glimmend van het vocht naast haar hoofd ligt. Net als ze zich bedenkt dat ze haar eigen sap kan ruiken stoot hij hard naar binnen.

"Owwww dokterrrrr!!.."
"Voelt u de tinteling nu ook?" hijgt dokter.
"Nog niet dokter, misschien moet u wat dieper?"

door CiNNeR

achteloos voor de zwijnen gerecycled

door Spencer Brandsen [ link ] zeven bijdragen

Donderdag, 5 Juni 2014
Stemmen 4 - De Politici

(more)

door Spencer Brandsen [ link ] dertien bijdragen

Vrijdag, 16 Mei 2014
Jayden's Pardon

Jayden werd wakker van de radio. Coldplay, zijn favoriete nummer.
Beneden hoorde hij zijn moeder zingen. Ma zong altijd wat anders,
ouderwetse, andere muziek, van toen zij jong was. Anders, melodieuzer.

Jayden kleedt zich snel aan, zet zijn radio uit en pakt zijn tas in.
Agenda, Spellen, gym en rekenen. Zijn moeder heeft al een pakje Wicky op
zijn bureau gezet. Mama is lief. Jayden voelt zich vrolijk, en het is mooi
weer, lekker naar school fietsen, een stukje door het dorp, en daarna door
de groene weilanden naar het volgende dorp. Daar wacht z’n leven, z’n
klas. Luuk, die naast hem zit, met wie hij het zo goed kan vinden. Isa, op
wie hij stiekem een al een beetje verliefd is. En de leraar, meester Bram,
die altijd leuke grappen maakt en alles zo goed uitlegt als hij het even
niet snapt. Een onbekend gevoel van gelukzaligheid maakt zich meester van
Jayden, en hij zucht.

Zijn moeder is gestopt met zingen, en roept naar boven: “dag honey”. Tot
vanmiddag!
Papa is al naar zijn werk, die is weer voor twee maanden weg. Grote vaart.
Hij ging deze keer helemaal naar Afrika. Jayden zou daar ook wel eens
naartoe willen. Het schijnt daar erg mooi te zijn, althans, in sommige
landen. In andere landen is oorlog, zoals Nigeria, de Centrale Afrikaanse
Republiek en Sudan. Mama had het daar wel eens over, en dat zij daar
familie had. Maar die was er niet meer Dood. Door de oorlog. Dan moest
mama bijna altijd een beetje huilen, en werd Jayden ook erg verdrietig,
als hij zijn mama zag huilen. Gelukkig had Papa Mama daar weggehaald. Vlak
na zijn geboorte, naar een land zonder oorlog.

Jayden eet zijn Cruesli ontbijt, drinkt zijn glaasje melk leeg en zet zijn
spullen in de vaatwasser. Zo heeft mama het geleerd, opruimen is
belangrijk zegt ze. Tijd om naar school te gaan. Achterdeur op slot, tas
achterop de fiets, langs het huis. Voorzichtig naar links en rechts en nog
een keer naar links kijken, en dan gaan.

Er komt een auto de straat in. Jayden stopt keurig voor, want het busje
komt van rechts. Het stopt vlak voor hem. Er stapt een man uit. “Ben jij
Jayden?”

Jayden denkt aan de verhalen die hij ongewild opving van mama en papa. Als
ze dachten dat hij sliep. Over god, gevaar geklop op de deur en geweld.
Papa moest mama dan heel erg troosten.

Jayden zegt niets. De man laat een badge zien. “Woon je hier?”
Jayden  ziet dat het badge van de politie is. Daar mag hij toch wel mee
praten?

“Ja” zegt Jayden.
“Waar is je moeder”.
“Binnen” zegt Jayden.

De agent belt aan. Uit de tweede bus stapt een
vrouw. Blond en groot. Ze kijkt vriendelijk, maar Jayden vertrouwt het
niet,

“Je hoeft niet bang te zijn” zegt ze.
 
door ELIV
achteloos voor de zwijnen gekwakt door 

door Spencer Brandsen [ link ] 24 bijdragen

Vrijdag, 9 Mei 2014
Seks - The Sequel

Ik streel jouw dijen. Jouw satijnen dijen. Met schattige putjes die ik wil vullen met zaad. Het is donker. Maar niet pikdonker. De kamer laat spleetgewijs een schaars straatlicht toe. Op straat is het stil, alsof iemand wacht tot we gedaan hebben. We zijn nog maar net begonnen. Het is nog even zondag, een kwartier of zo. Wij houden een traditie hoog: wij bedrijven de liefde op zondag.

Je kust me. Je tong draait rondjes met de mijne. We produceren speeksel. Meer dan nodig. Ik streel jouw haren. Ik neem jouw tepel tussen mijn vingers. Draai jouw knop op radio Kongo. Jouw negertietjes floepen uit je pyjama. ‘Dikke borsten, lekkere, stevige prammen’ mompel ik in jouw oorschelp. Ik streel jouw rug, jouw buik, je schaamharen. Wildebeesten, het gedraaf van wildebeesten. De stilte op straat. Het contrast. Mijn staaf drukt tegen jouw satijnen putjes. Ik hoor mezelf kreunen. Geil geil gaat het door mijn hoofd. Je handen zijn op en onder mijn ballen en je dwingt m’n voorhuid achteruit. Donker ziet m’n eikel ongetwijfeld. Ik zou kijken. Maar het is een beetje koud.

Het is koud en het licht is flets en we zijn net in bed beland en daarvoor hebben wij televisie gekeken. Daar denk ik aan. Aan hoe we samen tv keken. Ik denk aan... Nee, ik denk er niet aan.... Maar ik kan niet anders. De beelden, de beelden, ze blijven in mijn hoofd hangen als vleermuizen in een grot. Nee, het zijn boomerangs. Ongrijpbare boomerangs. Klap tegen m’n kanis!

Ik lik jou. M’n tong is kalm en nat en beslagen. Te veel gegeten, te veel gedronken; weekend weet je wel? Linkerschaamlip, rechterschaamlip, clitoris.
Jij laat begaan. Je wacht een tijdje. Niet te lang.
M’n nek voelt houterig aan.
Je trekt me naar boven. Je spreidt je benen. Je wilt me. Je wilt me nu. Hard en snel, zoals in Turks Fruit, de film uit onze glorietijd.
Ik laat het afweten. Ik verontschuldig me. Ik zeg zachtjes: ‘Het is een tikkeltje koud’.
‘Ik voelde het,’ zeg je ‘ik voelde dat je niet echt zin had maar jij, jij bleef maar prutsen’ Je draait je om. Snel. Té snel.
Ik weet niet goed wat ik moet zeggen. Ik steun op handen en knieën en kijk een beetje dommig voor me uit in het schemerdonker. Tot de boomerang weer opduikt. Pats! Recht tegen m’n kop! ‘Het is dat programma op tv’ fluister ik snel ‘het zijn de beelden van die geknikte lul met z’n littekenweefsel en die uitgezakte blaas.’
‘Ik kan jou niet meer behagen’ antwoordt zij ‘dat is het’
‘Nee, nee, helemaal niet, het ligt niet aan jou, liefste’ zeg ik zwakjes terwijl ik me naast haar op m’n rug laat vallen. Onze stemmen klinken als etherische olie. Wolkjes die net onder het plafond oplossen.

In de kamer is het donker. Maar niet pikdonker. Ik val in slaap.
De volgende ochtend word ik alleen wakker. Ben jij al opgestaan? Ik haast me naar beneden. Je zit aan de ontbijttafel. Je leest de krant. Je haar is helemaal in de war. In je ogen gaat het verdriet van de wereld schuil maar je ziet er goed uit, vind ik, verdriet verdraag je goed. Ik ga dicht bij jou staan. Ik zeg niet eens gedag. Ik begin jouw rug te strelen nadat m’n hand zich een weg naar beneden heeft gebaand in de kraag van je pyjama. Je pyjama van satijn. Je rug van satijn.
Ik moet pissen.
Ik sta recht.
Jij zit op een stoel. Jij leunt met je hoofd tegen m’n kamerjas. Je frutselt m’n kamerjas open, trekt m’n broek naar beneden en neemt m’n penis vast. Je neemt hem in de mond. Je mond voelt als een oven aan maar dan erg nat en zompig en moerastrekkerig en slettezuigend prettig.
Schaamteloos ben je, je lippen rond m’n stam die bloed begint te stampen. Ik zeg niets. Ik kijk in de tuin terwijl je mij langzaam begint te pijpen.
Ik zie hoe een pimpelmeesje in ons vogelkastje vliegt. Het is dartel. Het is speels. Het is vol leven en ik ook, ik ook! Ik verstijf als snelbeton in een mal. Ik ben nu groot en paars en je steekt zomaar je wijsvinger in mijn anus. Je vindt m’n prostaat moeiteloos. Net als het meesje uit ons kastje vliegt, spuit ik jouw pruilmondje vol zaadjes.
Je kijkt schalks naar me op. Terwijl ik nadruip drink je je koffie, voor ie koud wordt. Koffie wordt ook troost genoemd.
Ik ga pissen. We hebben nog steeds niets gezegd. Ik kan ook spelen, hoor. ‘Liefste, is alles in orde tussen ons?’ vraag ik als ik terug in de woonkamer ben.
‘Nee,’ antwoordt ze ‘ik kan het niet aan. Het enige waar jij aan denkt is seks. Ik ben geen éénentwintig meer, weet je.’
Ik kijk haar idioot aan, zij mij debiel. Allebei moeten we heel, heel hard lachen.
Het is maar te hopen dat het vochtverlies deze keer binnen de perken blijft.

door GDB 

duurzaam hergebruikt

door Spencer Brandsen [ link ] drie bijdragen

Vrijdag, 2 Mei 2014
De jaarlijkse orgie

Het spitse dak reeg het wolkendek aan flarden. Uit de scheuren zeek de regen met bakken naar beneden. De bliksem spleet een eeuwenoude eik en de donder liet de villa op haar grondvesten beven. Het liep tegen middernacht.

"Demonisch weertje", zei MJM terwijl hij uitkeek op de tuin. Zijn scherpe voortandjes blikkerden in het halfdonker. Baron Bicat sneed de spanning aan die Bart had meegebracht. Het salon werd door enkele kaarsen verlicht. De zware overgordijnen hingen open. Grtss hing behaaglijk in de Chesterfield. Op z'n
eikel blonk nog niet gedroogd zaad. 

"MJM", zei Grtss "gefeliciteerd! De novicen met de dikke prammen waren niet te versmaden en de kontjes van de koorknapen stonden nooit strakker als dit jaar." 

Niemand ontkende of bevestigde. De kracht was ongemerkt uit deze groep gevloeid. Iedereen hing voldaan op z'n stoel, in een zetel of in een sofa. Behalve Kiers, die op de grond lag, bloedend uit alle
openingen, zichtbaar nagenietend. 

Quasi nonchalant begon MJM zijn snijtanden bij te vijlen. Baron Bicat brak z'n tweede fles whisky aan en Bart krabde zich behaaglijk in de schaamharen. Hoof boerde luid en veestte tegelijk zo hard dat z'n schoenveters wapperden.

"Jaaaaa" zei GDB "maar het meest genoot ik van Sheherazade. Wat had ik graag met haar de liefde bedreven!!". Hij glunderde op z'n boerenjanfluitjes.

"Hoe ben jij hier binnengeraakt?" vroeg Grtss terwijl hij z'n geslacht inderhaast droog begon te wrijven.

"Gewoon..."

"Hoe gewoon?" bulderde de Baron.

"Door de deur..."

"Heren!", sprak MJM, terwijl hij zich van het raam afwendde, "Heren! Ik vrees dat
de fout bij mij ligt. Ik heb GDB binnengebracht."

"En waarom?" vroeg Kiers, die even rechtop was gaan zitten, maar nog steeds
bloed verloor.

Mjms scherpe tandjes blikkerden in het schemerdonker en zijn voorhoofd scheen fenomenaal te groeien. "Ik heb een verrassing in petto, vrienden, en daarin speelt GDB een hoofdrol."

"Hoei! Hoei! Een verrassing!" GDB kirde van de pret en maakte een misplaatst vreugdedansje.

"Waarom heb ik dat stom rund niet eerder opgemerkt?" vroeg de baron zich luid af. "Anders had ik hem allang dezelfde behandeling als Kiers gegeven. Kiers kon ook zo onnozel doen. Maar nu ben je stil, hè, Kiers, zo zonder tong?".

Kiers knikte als een tongloze mongool en sloeg weer steil achterover.

"Uitslover!" riep Bart.

"Goed!" zei Hoof, die uit verveling ballenbitter uit z'n champignon trok "wat zullen met GDB doen?"

"Laat dat aan mij over, vrienden!" sprak MJM. Hij wandelde naar de dubbelde deur van het salon, trok die open en draaide zich naar de groep "Volg me!"

Het bonte gezelschap was niet om aan te zien. Baron Bicat zigzagde, Kiers kroop kermend over de vloer, GDB dartelde als een veulen op speed, Bart slefte met tegenzin, Grtss' lul was nog altijd ontbloot enHoofs sluitspier kuchte luid. De groep passeerde brandende fakkels, pentagrammen in bloed gedrenkt, reuzenwielen met jeremiërende wijven zonder tepels, houten staken waar engelengezichtjes op waren gespietst. Overal hingen of lagen bloederige tetten en opengesneden balzakken. Het rook overal naar bloed, pis, stront en zaad, maar vooral naar seks en sloten whisky.

Uiteindelijk, na een wirwar van gangen en zware poorten, hield MJM voor een soort glazen garagebox halt. "Kijk, vrienden! Hierin mag GDB z'n vriendinnetje bevredigen." GDB spoot bijna z'n witte sokjes onder, zo opgewonden was hij. "Geef toe, GDB, dat je naar Sheherazade verlangt? Ik heb jullie gedurende de hele avond niet gezien of gehoord. Hebben jullie de hele tijd gesmoezeld, stouterd?"

GDB knikte heftig van ja.

"En heb je haar lekker volgespoten?"

GDB knikte heftig van neen.

"Sheherazade heeft me verteld hoe zij naar jou smacht, GDB! Hoe haar natte schede naar jouw machtige zwaard snakt!"

GDB begon ter plekke te kwijlen.

"Zeg" zei baron Bicat "heeft die mongool een lobotomie ondergaan? Hij reageert niet erg normaal, me dunkt."

MJM kuchte "GDB heb ik geselecteerd omdat hij zo'n gevoelige jongen is. Hij gaat van extreem gelukkig naar zwaar depressief in 0.4 seconden. Een absoluut record, heren! Hij is ideaal geschikt voor de box." Hij richtte het woord weer tot GDB.

"Luister, ga de garage binnen. Je zal in een soort sluis terecht komen. Van buiten af open ik dan de binnenste deur. En ik zorg voor speciale verlichting, ok? Sheherazade komt binnen langs de andere kant. In de box mag je de liefde bedrijven, nee, moet je de liefde bedrijven. Dat wil jouw liefje heel erg graag, hoor je? Heb je me begrepen, GDB?"

Alweer schudde de spast bijna z'n hoofd van z'n ruggengraat. Het speeksel droop uit zijn onderste kinnebak. Resoluut betrad hij de box.

MJM glimlachte. "Goed kijken, mensen. Die Sheherazade is een Marokkaanse heroïnehoer, die ik shots heb beloofd als zij GDB de hele avond aan het lijntje kon houden. Ze staat in de sluis aan de andere kant van de garagebox. Ik heb haar verteld dat ze hierin heroïne zal vinden. En dit, mijne heren, is de kers op de taart. Wat zich in deze box bevindt, heb ik met eigen handen gekweekt. Elke dag van het jaar heb ik elk exemplaartje gesard. Ik heb hen in de staart geknepen om hen ultra agressief op te voeden. IN deze box bevinden zich alleen moeders met kinderen op hun schild. Agressiever dan deze Arizona Bark schorpioenen vind je niet."

Baron Bicat leek op slag nuchter, Kiers hees zich recht en Barts ballen begonnen te tintelen. Hoof drukte alvast z'n stijve fluit tegen het plexiglas. Hij zei "MJM, het is daar binnen zo donker. Zou je niet voor aangepaste verlichting zorgen?"

MJM haalde een hendel over. De binnendeuren klikten open en vier infraroodlampen beschenen de box, die van binnen zo kaal was als een jongemeisjesmuis. Het enige wat oplichtte waren de schilden van honderden schorpioenen. "Wat reflecteert, is de pis onder hun schilden" zei MJM. GDB stormde als eerste de box binnen. Ongeveer op hetzelfde tijdstip volgde Sheherazade. "Wij kunnen hen horen en
zien, zij ons niet" verduidelijkte de showmaster.

"Waar is mijn shot?" tierde Sheherazade.

"O lief, ik geef jou jouw shot!" brulde GDB, die alvast broek en slip in de sluis had achtergelaten. Brutaal greep hij Sheherazade bij de billen, tilde haar rokken op en scheurde haar slip. Hij drukte haar tegen de plexiglazen wand en beukte z'n keiharde staaf in haar snee. Aan de andere kant van het glas stond
Hoof als een gek aan z'n stengel te schudden. Z'n tong hing net niet uit z'n mond.

GDB tierde. "Hier is jouw shot! O ja, ik geef jou de volle lading!"

Als een razende beukte hij het wijf tegen het glas. Zijn staaf pookte keer op keer in haar hete scheur. Geen van beiden scheen zich iets van de schorpioenen aan te trekken. "De andere kant, de andere kant!" riep MJM.

Daar aangekomen zag Hoof als eerste hoe een schorpioen zich op de balzak van GDB had genesteld. Aan de samentrekking van de achterste bilspieren te zien, kwam GDB op hetzelfde moment klaar als de schorpioen hem stak. Hij schreeuwde het uit. "Mijn zak! Aaaaghr! M'n godverdomse klootzak!" Scheherazade belandde met haar blote kont op de grond nadat GDB haar abrupt liet vallen. Ze had het
ongeluk dat haar poes een druppel zaad loste recht op een andere schorpioen, die haar trof in de buitenste schaamflap. Ook zij gilde het uit.

Hoof spoot het plexiglas onder, zijn zaad scheen onstuitbaar "God, o God, wat vind ik dit geil!"

Zoals in films begon GDB hard op het glas te bonken maar het hielp geen snars. Baran Bicat vergat zelfs de ijsklontjes in z'n glas te laten rinkelen. Plots doofde MJM de infraroodlichten. "Hier, heren, zet deze nachtkijkers op."

In het pikdonker zag de groep hoe GDB en Scheherazade snikkend elkaar zochten en in elkaars armen vluchtten. Daar stond het koppel dan, omringd en belaagd door zeer giftige schorpioenen. "Ach," zei Kiers zachtjes nadat hij een rochel bloed tegen het plexiglas had gemikt "wat kan liefde toch mooi zijn."

"Heren," sprak MJM "de schorpioenen vallen me wat tegen. Die twee vertonen nog steeds geen spasmen of zo. Zal ik dan nu maar de vogelspinnen erop af sturen?"

 door GDB

liefdevol afgestoft

door Spencer Brandsen [ link ] negen bijdragen

Vrijdag, 18 April 2014
De expert

Hij schrijdt over het beeldscherm in zijn witte jas. Het spiegeltje in zijn hand verschaft hem een aureool van autoriteit. Als hij spreekt is het argumentum ad verecundiam. Geen ontkomen aan. Zijn hagelwitte rij positief glimmende tanden ton sur ton met zijn grijzende slapen. Timbre van stem en argument perfect getrimd aan oogopslag, vertraging van de beweging en aandacht vestigend op het onderwerp in kwestie: een flesje mondwater.

Zou hij écht zó uit zijn bek meuren dat hij dit zo overtuigend kan aanprijzen?

door Eliv

[geserveerd]

door Spencer Brandsen [ link ] vijftien bijdragen

Maandag, 7 April 2014
Nothingville

Nothingville was een rustig stadje in Arizona met een hechte gemeenschap. Niemand kon vermoeden dat de vrede op heftige wijze verstoord zou worden.

[Reclameblok]

In het vredige stadje Nothingville in Arizona ging het leven zijn rustige gangetje. Niets wees er op dat er gebeurtenissen op til waren die de hechte gemeenschap op haar grondvesten zouden doen schudden.

[Reclameblok]

Op de ochtend van vrijdag dertien december 1993 was veeboer Joe Tex met zijn pickup-truck op weg naar de plaatselijke veemarkt toen hij in de berm een verdachte koffer zag liggen. Joe stopte, liep naar de koffer en opende deze. Walgend wendde hij zich af..

[Reclameblok]

In het rustige stadje Nothingville had veeboer Joe Tex een verdachte koffer geopend die in de berm lag. De inhoud schokte hem danig: er zat een in stukken gezaagd vrouwenlichaam in. Joe belde direkt de politie omdat hij vermoedde dat hier misdaad in het spel was.

[Reclameblok]

De hechte gemeenschap van het plaatsje Nothingville was geschokt en verbijsterd door de gruwelijke vondst van een koffer met daarin het in stukken gezaagde lijk van een vrouw. De inwoners van het vredige stadje konden niet vermoeden dat dit slechts de inleiding was van een reeks gruwelijke gebeurtenissen..

[Reclameblok]

Het rustige stadje Nothingville [Arizona] schudde op haar grondvesten na de vondst van een in stukken gezaagd vrouwenlijk in een koffer. Politieagent Hank Johnson: ‘Ik was toen al 27 jaar agent in Nothingville en echt wel wat gewend, maar ik had nooit voor mogelijk gehouden dat zoiets in deze hechte en vredige gemeenschap kon gebeuren.’

[Reklameblok]

Enz enz..

door Spencer Brandsen [ link ] 19 bijdragen


Nothingville

Nothingville was een rustig stadje in Arizona met een hechte gemeenschap. Niemand kon vermoeden dat de vrede op heftige wijze verstoord zou worden.

[Reclameblok]

In het vredige stadje Nothingville in Arizona ging het leven zijn rustige gangetje. Niets wees er op dat er gebeurtenissen op til waren die de hechte gemeenschap op haar grondvesten zouden doen schudden.

[Reclameblok]

Op de ochtend van vrijdag dertien december 1993 was veeboer Joe Tex met zijn pickup-truck op weg naar de plaatselijke veemarkt toen hij in de berm een verdachte koffer zag liggen. Joe stopte, liep naar de koffer en opende deze. Walgend wendde hij zich af..

[Reclameblok]

In het rustige stadje Nothingville had veeboer Joe Tex een verdachte koffer geopend die in de berm lag. De inhoud schokte hem danig: er zat een in stukken gezaagd vrouwenlichaam in. Joe belde direkt de politie omdat hij vermoedde dat hier misdaad in het spel was.

[Reclameblok]

De hechte gemeenschap van het plaatsje Nothingville was geschokt en verbijsterd door de gruwelijke vondst van een koffer met daarin het in stukken gezaagde lijk van een vrouw. De inwoners van het vredige stadje konden niet vermoeden dat dit slechts de inleiding was van een reeks gruwelijke gebeurtenissen..

[Reclameblok]

Het rustige stadje Nothingville [Arizona] schudde op haar grondvesten na de vondst van een in stukken gezaagd vrouwenlijk in een koffer. Politieagent Hank Johnson: ‘Ik was toen al 27 jaar agent in Nothingville en echt wel wat gewend, maar ik had nooit voor mogelijk gehouden dat zoiets in deze hechte en vredige gemeenschap kon gebeuren.’

[Reklameblok]

Enz enz..

door Spencer Brandsen [ link ] iemand nam de moeite

Maandag, 31 Maart 2014
MR70

Ze werkte ergens in een winkeltje op de Nieuwedijk. Groot en blond. Stevige kont. Ze zei; ‘Als je lief voor me bent, dan ben ik ook lief voor jou.’ En ik was lief voor haar. Heel lief. En vaak ook. Dat hielden we een paar weken, misschien wel maanden vol totdat ik er genoeg van had. Ik had het te druk met andere dingen en nog belangrijker; ik was niet verliefd. Als een langzaam zinkend schip schikte zij zich lankmoedig in haar lot. Ze was het wel gewend om verlaten te worden zei ze. Ze was immers maar een eenvoudig winkelmeisje. En zo gingen we naar het einde. Ze heeft er toen verder nooit iets over gezegd.
Het telefoontje was kort en zakelijk en kwam op het moment dat onze “relatie” al meer dan drie weken voorbij was. Ze was over tijd geweest. Niet zo maar een beetje over tijd, nee behoorlijk over tijd. Maar, ik hoefde me geen zorgen te maken, alles was al geregeld. Het probleempje was al weer weg. Weggehaald, verduidelijkte ze nog even.
Zelf dacht ik er op dat moment niet veel van. Ik was van haar af en het nieuws dat ze zich had laten aborteren veranderde daar niet veel aan. Het was meer een soort van onsmakelijk detail dat mijn besluit om er mee te stoppen nogmaals voor mezelf rechtvaardigde – nog slordig met de pil ook! Althans, zo leek het toen op die dag, maar wat weet je echt? In ieder geval, ik heb haar nooit meer gezien of gesproken na haar telefoontje.

Een dag of wat na haar telefoontje liep ik even naar de hoek voor sigaretten. Ze kennen me daar bij de Bruna en ze hebben m’n merk. En zonder peuken werk ik niet lekker. Er stonden wat mensen bij de tijdschriften en een man rekende net een pakje shag en een kraslot af. Ik vroeg om mijn merk, maar dat moest hij even van achter halen en dus keek ik een beetje om me heen. Er stond een jongen van een jaar of zestien in een tijdschrift over pc’s te lezen en een vrouw met kinderwagen stond in de roddelbladen te neuzen. Ik keek eens naar de kinderwagen. Er zat een kind in van een jaar of twee. Een jongetje met sluik witblond haar en grove trekken. Een lelijk kind. In zijn handje hield hij een soepstengel of iets dergelijks. Hij at er in ieder geval van en sabbelde er op. Ik lachte naar hem zoals je naar een kind van die leeftijd lacht, een beetje gek, met opgetrokken wenkbrauwen en een raar gezicht. Het jongetje lachte even naar me en zei toen met een zachte lage stem ‘Salve’ Ik boog met mijn gezicht wat naar voren en spitste mijn oren. Ik wilde zeker weten dat ik het juist had gehoord en vroeg met een schorre stem, ‘Wat? Wat zei je daar?’ 
‘Sorry?’ zei de moeder die me een beetje verbaasd uit de Privé opkeek, ‘Zei u iets?’ 
‘Nee nee, ik had het tegen hem’ en ik wees naar het jongetje in de wagen die nu weer rustig op zijn soepstengel zat te sabbelen.
‘Tegen hem?’ Zei de moeder verbaasd. ‘Hij zegt nog niet zo heel veel hoor..’ Ik moet een beetje een vreemde indruk hebben gemaakt, want ze zei het half lacherig en half alsof ze nog moest besluiten of ik gevaarlijk was of niet.
‘Echt niet?’ vroeg ik nog een keer.
‘Echt niet.’ bevestigde ze en sloeg haar blaadje dicht en beende met de kinderwagen de winkel uit. Even later kwam de man terug met een slof van mijn merk en ik kocht twee pakjes. Ik schudde het voorval van me af als een rare dagdroom. Wat moest ik er verder mee?

Een paar dagen later zat ik ’s avonds te werken met de radio aan, ik heb altijd klassieke muziek opstaan als ik werk en op dat moment werd er een religieus stuk gespeeld van Purcell of zo denk ik. Het was in ieder geval Gregoriaans en het werd a capella gezongen door een koor monniken. Het had die heilige, zwevende sfeer, die sfeer die je soms ook in een kerk hebt en ik moet eerlijk zeggen dat ik het mooi vond, het raakte me zelfs en ik stopte dan ook even met mijn werk en zat daar gewoon simpelweg te luisteren. Mijn ogen gesloten. En toen het stuk aan zijn eind was gekomen en het gezang langzaam was weggestorven besefte ik dat het had plaats gemaakt voor een monotoon geruis. En nog half in de roes, onder de betovering van de muziek, met mijn ogen nog steeds gesloten, ontwaarde ik in die ruis eerst een soort patroon, een ritme en toen daarna, een stem. Een stem die van ver leek te komen, niet van hier, maar toch ook af en toe iets dichterbij scheen te zijn. Het was raar, maar ik dacht twee woorden te onderscheiden die steeds weer herhaald werden. ‘Help’ en ‘Papa’. Toen na een tijdje, ik heb echt geen flauw idee hoe lang, werd het geluid weer zwakker en gleed de stem weer terug in de ruis van waaruit hij gekomen was. De ruis was weer gewoon ruis. Ik opende mijn ogen en draaide het toestel uit. Die nacht sliep ik niet veel, ik lag me af te vragen of ik misschien gek aan het worden was.

In de weken daarna begon de droom. De droom was steeds dezelfde; een klein kind -mijn kind- loopt naar me toe, rennend, en ik wil hem oppakken, zoals alleen een vader dat kan, maar het lukt me niet. Voordat ik hem kan oppakken wordt hij meegenomen, opgeslokt door iets donkers dat van achter hem te voorschijn komt als een snelle kloppende, zwarte schaduw, een donkere golf. Ik blijf met lege handen achter, liggend op mijn buik met uitgestrekte handen. Wanhopig, huilend. En dan uiteindelijk ook wakker. 
Het moest door het abortusverhaal komen, daar was ik van overtuigd. Ik had nog nooit over kinderen, laat staan mijn eigen kinderen, gedroomd. Ik had ze niet en ik wou ze ook niet. En nu toch, werd ik elke nacht huilend wakker. In eerst instantie dacht ik dat ik een psychose had, maar behalve de stemmen, wees verder daar niets op en ook de psycholoog die ik een paar maal heb gesproken kon me niet echt helpen. Ja, pillen kreeg ik van ‘m, maar dat hielp ook geen zak. De droom bleef. Wat kan ik zeggen? Het was meer een gevoel dan een weloverwogen besluit, maar ik wist het op een of andere manier toch zeker, ik moest mijn waarheid onder ogen zien: mijn ongeboren zoon, die was geaborteerd en wiens resten nu waarschijnlijk al door de raderen van een of andere onheilige destructiemachine gekneusd, gekraakt en gebroken waren probeerde contact met me te krijgen. En dat niet alleen; hij had hulp nodig. Althans dat is wat ik er van maakte, maar meteen ging ik me dingen afvragen. Waar was hij dan als hij niet leefde en ook niet dood was? Sterker nog, had hij ooit geleefd? En moet je eerst leven – geboren worden – om te kunnen sterven? Leef je al voor je geboorte? En als dat zo is, waar en wanneer begint dat dan? Is dat wat we een ziel noemen? En zo liep ik dagen achter elkaar te denken, me deze dingen af te vragen. En het ondenkbare gebeurde; in de droom begon mijn zoon te groeien. Elke nacht leek hij ouder, meer volwassen. Maar nog steeds verloor ik hem ook weer elke nacht en werd ik huilend wakker, koud als een steen.


Het was een hopeloze avond geweest en ik zag op tegen het naar bed gaan, maar had me uiteindelijk overmand door slaap toch maar overgegeven en was gaan slapen. De droom begon anders, hij was een jongen van een jaar of achttien, twintig. Hij had half lang, donker haar en een mooi gezicht. Mooi, maar wel mannelijk. En ik voelde me trots dat hij mijn zoon was en toen keek hij me aan en hij moest lachen. 
‘Pap, je moet me helpen.’ Ik knikte, ik snapte dat er iets moest gebeuren, maar had nog geen idee wat.
‘Wat kan ik doen?’ 
‘Je moet me een naam geven, pap. Dat is het enige. Ik moet een naam hebben.’
Ik knikte weer, ‘Ik zal je een naam geven jongen, dat beloof ik.’ En hij lachte weer en toen stond hij op. Ik stond ook snel op, hij maakte aanstalten om weg te gaan. 
‘Ga je weg?’
‘Ja, en als je me een naam geeft, dan…dan kom ik niet meer terug. Dan is het goed.’
Ik zei niks. We omhelsde elkaar en ik klopte hem op z’n rug. Ik keek hem in zijn ogen. Mijn ogen. En toe liep hij weg.

De volgende ochtend werd ik wakker en heb hem een naam gegeven. Een mooie naam. Een goede naam.

door L*

afgestoft

door Spencer Brandsen [ link ] vier bijdragen

Donderdag, 20 Maart 2014
Der Blind Date

(Dit tragische verhaal is gebaseerd op waargebeurde feiten)

SS-Obersturmbannführer Karlheinz Schmerztot plofte met een zucht neer op zijn bureaustoel, deed zijn computerscherm aan, en opende zijn mail.
Tijdens het laden opende hij de bovenste knopen van zijn jasje, kraakte zijn nek en ging even lekker onderuithangen. Wat een dag! Een paar van de jongens van zijn afdeling hadden besloten lekker vroeg te gaan borrelen, waarna ze allemaal waren afgezakt naar een leuk restaurantje met god.ver.domd. lekker eten. De tering. Hij hoopte dat hij kon slapen met die volle buik, want de volgende morgen moest hij voor zijn doen vroeg zijn nest uit: een of andere stomme vergadering was ingeplanned om 11 uur. Als hij daarvoor nog een beetje redelijke koffiepauze wilde houden moest hij al om 10 uur in het concentratiekamp zijn. Pfff.

Hee hallo! Karlheinz ontwikkelde een dikke glimlach. Een bericht van dat leuke kittige ding! Gaaf! Hij ging gelijk naar z’n dating-site toe, en zag dat ze nog online was ook. Leuk! Misschien nog even chatten voor het slapen gaan!
“Hey Sara!!” tikte hij, “Hoe gaat die??”

Even wachten.

Geduld opbrengen.

“Niet zo goed :-(”
Oei.
“Ik ben vanochtend ongesteld geworden. Onwijze krampen. Maar hoe gaat het met jou? Ik vind je nieuwe foto echt leuk!”
Glimlach!! Ok gelukkig het ligt niet aan hem. Hee, misschien kan hij haar zelfs opvrolijken, die arme meid! Hij was altijd goed geweest in mensen aan het lachen brengen. “Die Karlheinz,” zeiden mensen vaak lachend, “Die kan ons echt goed aan het lachen brengen! Hahaha!”
“Wat erg,” tikte hij, even wat begrip tonend: “Ik kan niet eens beginnen te begrijpen hoe dat moet voelen. Elke maand ook! Wat een pech! Als ik wat voor je kan doen moet je het laten weten hoor! Je kan ook al je gal spuwen, ik luister wel /;-=)”

Even wachten.

Geduld opbrengen.

“Anders kom je langs haha :-) Ik heb nog niets gegeten, we kunnen samen iets eten! ;-)”
Ooooohhwwww het is aaaaaaan! Karlheinz kirde bijna van plezier.
“Is dat een uitdaging? /;-=)”

Even wachten.

Geduld opbrengen.

“Dat laat ik aan jou over te bepalen ;-)”
Ooowwwww shiiiiit!
“Nou zeg maar waar je woont dan! Ik kom wel langs /:-=)”

Nog even wachten…

“Haha spannend. Ok dan. Arbeitslager Flossenbürg, barak 32!”

Karlheinz zijn ogen werden groot. Wat?
“Meen je dat??!”
“Ja? Hoezo :-S”
“Daar werk ik ook!!” tikte Karlheinz enthousiast, maar toch ook wat voorzichtig. Daten op de werkvloer, hij wist niet of dat nou wel zo’n goed idee was. Maar hee. Ze leek echt leuk.
“Ok,” tikte hij, “Ik kom er aan! /:-=)))”

20 MINUTEN LATER

Karlheinz parkeerde zijn Kübelwagen. Djeezus. In dit gedeelte van het Lager kwam hij eigenlijk nooit. Wat een armoedige boel. En zij werkt hier? Nou ook niet echt iets om heel vrolijk van te worden. Hij drukte op de deurbel, en keek wat om zich heen.

“Heej.”
Sarah had de deur geopend en wreef wat over haar slapen. Zeker hoofdpijn. Oei was dit eigenlijk wel een goed idee? Het was laat, op een doordeweekse dag, zij voelt zich beroerd… Nou ja, opvrolijken.
“Hee!” zei Karlheinz enthousiast. Misschien iets te. Shit.
“Hee leuk huis hee. Leuk wat je ermee gedaan hebt.”
Hij keek voorbij de deurpost naar slapende mensen in eindeloze rijen houten bedden.
“Leuk hoor.”
“Jaaaah,” zei Sarah langzaam, hem raar aankijkend, “Wil je wat water ofzo?”
“Oh ja hee. Water. Lekker.”

Karlheinz volgde haar naar een plek waar water door het dak lekte, waar ze een bekertje onder hield.
Hij trok zijn overjas en handschoenen uit, en deed zijn hoed af.
“Poeh. Warm. Voor de tijd van het jaar,” legde hij uit. Godverdomme ECHT? GA JE ECHT ZO DOEN? LEKKER OVER HET WEER PRATEN?? OH MAN KARLHEINZ KON ZICHZELF ECHT WEL STOMPEN OFZO.
“Hm,” glimlachte Sarah. Ze zag wel iets bleker als op de foto. En die wallen had ze ook leuk weg-gephotoshopped.

Toen ze twee bekertjes had gevuld met doorgelekt regenwater wees ze naar een van de bedden om een zitplaats aan te geven.
Karlheinz ging zitten en wilde veren, maar massief hout veert niet goed. Dus hopte hij maar wat op zijn bilspieren.
“Zo. Leuk hoor. Leuk plekkie.”
Sarah nam een slok van haar water.
“Dus jij werkt ook hier,” vroeg ze.
“Joah,” woof Karlheinz het weg, “Lachen gieren brullen. Ik kan je verhalen vertellen. Niet te geloven. Maar hee wat doe jij hier precies dan?” vroeg hij geïntresseerd kijkend.
“Ik zit hier in het concentratiekamp,” zei Sarah. Karlheinz knikte.
“Als slavenarbeider. Mij dood te werken voor de…”

Nou ja. Tsja. Ze wees schouderophalend naar hem.
“Mooi uniform.”

Karlheinz voelde zich een beetje opgelaten. Hij zat wat te pielen aan zijn swastika-armband, en probeerde weer op en neer te veren op het bed. Het kraakte alleen maar.
“Ja,” zei hij, ook zijn schouders ophalend, “Sorry! Haha!”
“Eerst was het nog werken totdat je dood ging,” zei Sarah, “Maar jullie hebben het beleid veranderd. Nu is het werken zodat je dood gaat. Echt leuk. Mijn ouders, in Budapest, die waren rijk. Ik heb mijn universitaire graad daar gehaald. In Duits,” zei ze met een frons.
“Maar hee bedankt voor de moeite enzo, ik werd naar het getto gestuurd en vanaf daar naar hier. Bedankt Hitler!”

“Joh,” antwoordde Karlheinz. Ehhh…

Sarah deed moeite te glimlachen.
“Maar wat is jouw verhaal.”
“Mijn verhaal?” vroeg Karlheinz.
“Jouw verhaal,” knikte Sarah.
“Ja…” aarzelde Karlheinz, “Ja… Waar moet ik beginnen?”
Sarah haalde haar schouders op. Ja godverdomme mens. Je maakt het hem niet echt makkelijk ook.

Karlheinz keek naar het plafond.
“Nou… Ik ehh… Ehh ik ben blond, met van die blauwe ogen, dus kreeg ik zo’n pamflet. Of ik lid wilde worden van de SS. Nou ehh dat leek me wel leuk. Ofzo. Want ehh eerst… Nou ja, nee, lang verhaal. Ik kwam bij de SS. Dus. En toen hier. Best lachen. ”
“Best lachen,” beaamde Sarah, “Ik studeer 4 jaar aan de universiteit en ben nu een slaaf, en jij… Jij bent blond. Dat is wel eerlijk.”

Karlheinz grinnikte maar wat. Ja. Awkward!!

“Voeren jullie überhaupt weleens wat uit? Eigenlijk? Ik heb het “privilege” te mogen werken in de telefooncentrale. Elke keer als er iemand belt voor een Duitser moet ik zeggen: “Nee, sorry. Hij is nog niet binnen. Het is namelijk pas half tien.”
Dus dan bellen ze terug om half elf. “Nee sorry,” moet ik dan zeggen, “Hij zit waarschijnlijk te ontbijten.” Half 2? Lunch. En na vieren hoef je het helemaal niet meer te proberen. Dan zijn ze allemaal naar huis.”

“Of borrelen, haha,” probeerde Karlheinz maar de boel wat luchtiger te maken. Hij kreeg er een kille blik voor terug.

“Als wij de telefoon niet binnen 10 seconden opnemen, schiet een Duitser één van ons dood. Afgelopen vrijdag was het rustig, en konden we alles op tijd aannemen. Weet je wat er toen gebeurde? Hij schoot er twee van ons dood. Want blijkbaar waren die overbodig.”

Karlheinz sipte aan zijn water en knikte nerveus. Oei. Hij herinnerde zich nog hoe twee weken geleden SS-Standartenführer Otto Krebskerl was binnengekomen. Karlheinz was een flipperkastspelletje aan het spelen op zijn pc, en zijn SS-Sturmscharführer Dreckdrang had zitten ouwehoeren en koffie leuten met twee Gefreiter. Terwijl de telefoon continue over aan het gaan was.

“Heil Hitler iedereen!!” riep Krebskerl bij het binnenkomen. Whoeps. Alt-tab.
“Heil Hitler,” antwoorde Karlheinz met een Hitlergroet.
“Hee heil Hitler,” had de ander gemompeld terwijl hij deed alsof hij aan het kijken was naar zijn gemiste oproepen.
“Heil Hitler,” zeiden de twee soldaten.
“Heil Hitler,” zei Krebskerl nog maar eens, trots in zijn handen klappend.

“Raad welk concentratiekamp bovenaan staat qua aantal gestorven gevangenen tijdens de dwangarbeid,” vroeg hij met een twinkeling in zijn ogen.
“Wij?” vroeg Karlheinz verbaasd. Hij had nou niet echt het idee dat dit het meest efficiënte concentratiekamp in het Derde Rijk was, maar hee, ok.
Krebskerl knikte tevreden.
“Vijf procent. Vijf procent meer gevangen sterven hier dan in welk ander Arbeitslager.”
“Heil Hitler hee,” mompelde Dreckdrang.
“Heil Hitler nog aan toe,” voegde Karlheinz diep onder de indruk toe.

“Heil Hitler indeed. En ik durf te wedden, in deze tijden, met die Endlösung en alles, kunnen we dat misschien wel naar 10% stretchen.”
“Nou we doen ons best,” had Karlheinz toen gezegd, eigenlijk best een beetje apetrots.
Krebskerl had tevreden geknikt.
“Goed. Nou. Ik ga weer verder. Heil Hitler nog he, jongens!”
“Heil Hitlerrrrr! Doei!!” riepen ze hem na.

Ok.

Terug naar de flipperkast. Dat was toen.

En nu zat hij tegenover Sarah. Best wel uitgemergelde Sarah. Dat was nou niet echt zijn ding, hij hield meer van wat vlees aan een vrouw. Maar daar ging het niet om. Toen had hij gedacht, wauw, vijf procent meer doden! Goed hoor! En nu werd hij ineens geconfronteerd met de gevolgen aan de andere kant van dat beleid! Ai! Pijnlijk! Stel je voor dat hij in haar situatie had gezeten. Shit, dat zou echt klote geweest zijn.

“En eruit komen? Ontsnappen ofzo? Haha!” probeerde hij maar weer hoopvol de gemoederen te verlichten.
“Ik zit hier vast,” zei Sarah, half zuchtend.
“Ik ga gewoon dood hier. Het intresseert me niet eens meer wat. Er komt een dag, dan sta ik op een veld stenen te hakken ofzo, en dan val ik gewoon dood neer. Dan valt iedereen dood neer. En hebben jullie geen dwangarbeiders meer.”

Karlheinz knikte maar. Ja, dat was wel een nadeel van dit systeem ja.
“Hee,” zei Sarah vermoeid, “Ik moet morgen weer vroeg op. Werken. En ongesteld enzo.”
“Ja dat is kut. Ja, ik ben blij dat ik geen vrouw ben! Haha! Respect hoor!”
Sarah glimlachte zwakjes terug.

“Heil vrouw,” klakte Karlheinz voor de gein met zijn hakken, “Haha. Maar ik begrijp het. Ik moet gaan.”
“Het is niet dat ik je weg wil hebben ofzo. Maar…”
“Ja nee ik begrijp het helemaal! Geen probleem hoor!” zei Karlheinz zo enthousiast mogelijk, zijn jas en handschoenen aantrekkend en zijn pet opzettend, “Hee tot snel! Beterschap he!”
“Ja,” zei Sarah.

Wauw. Dat was goed kut, dacht Karlheinz terwijl hij in zijn Kübelwagen terug naar de officiers optrekken reed. Djies. Straks maar even een berichtje sturen dat hij het echt wel leuk vond. Ofzo. Phhhew. Man. Wat een ellende! Misschien was het maar gewoon beter te wachten tot zij wat zou sturen. Ja, dat is misschien wel beter. Dit zag hij ook niet echt zitten. Hij voelde zich gewoon schuldig! Hee, sorry hoor! Djeezus. Ja, met een universitaire graad kan je ook eindigen in een concentratiekamp. Ja, maak er dan wat van ofzo. Nee, hij zou haar een klein berichtje sturen, want dat is wel netjes, maar daarna… Nou ja dat zien we dan wel weer. Morgen een vergadering. Gadverredamme. Vroeg opstaan. Maar hee! Zijn eten was nu wel gezakt! Nou, alles al met al toch nog ergens goed voor dan!

by KIPPFEST

geannexeerd 

 

door Spencer Brandsen [ link ] 19 bijdragen

 

Holle retoriek

"Aarsema, dan komen de tachtigerjaren puberale streeptinten van de eerste kabeltv binnen op mijn kolkende oogbollen als de tube mayonaise leeggeknepen in in een onderzoekende puberkringspier . Vage opgedroogde veegklodderstrepen op de dikke zware afstandsbediening die het allang niet meer doet. Bolle schermen versterken de aplastische rondingen. Antennes nog met coax en zaad in een sok, geurend naar kamille gemengd met nat speculaas. Jong zijn is zo mooi…"

"Zit je achter het meest nieuwe en hipste technologische apparaat van deze eeuw, kom je op een stukje internet over columns schrijven. En dat is nu exact wat ik zocht! Soms zoek je iets, en kan je het niet vinden. Maar nu wel! Ik zoek iets om mijn Nederlandse woordenschat in te verwerken. En dan zoek je, en zoek je, en dan VIND je!

Soms zoek je iets anders. En dan vind je het niet. Mannen, of vrouwen, pennen, papier, boeken, bekers of boodschappen, je vind het soms niet.

Maar nu heb ik het gevonden!

Groetjes Lieke"

(Lieke, Zelf een column schrijven)

"Daarom is bicat een lichtje, een vuurtoren voor de verloren lopende dolenden.
Want dat er velen op de dool. Een gevolg van zich onbestemd, zonder nuttig doel, afgevlakt en weinig bijzonder voelen maar misschien nog meer eengevolg van het vluchten voor deze zelfrealisatie, deze pijn van een ziel zonder importantie niet te hoeven voelen. En daar compensatie middelen voor zoeken en aangboden krijgen. Drugs, sex met dieren, sex met kinderen die geen leeftijd meer nodig schijnen te hebben, autorijden, schoeisel, weblogs, gangbangs, sport, wat al niet. Als het maar lijkt dat je vooral bezig bent. Al is het nietszeggend en immoreel, al is het bellenblazen met je mond dicht of een kraak zetten en minister zijn.

En dan is er bicat..aus blaue hinein zu uns gezogen, zonder eigenaren of aandeelhouders die stakingen uitlokken, zonder stompzinnig geleuter, nee, de magie van de fantasie, de fictie en de nederlandse taal aan de macht.
Een baken van troost, een zwoele geur vlak voor het slapen gaan, een enorme uitzinnige stapel draadjesvlees met dampende jus, een romance achter het frietkot, scooters en mobieltjes, vogels die hun eigen lied zingen, de eigen partituur kennen en geen regisseur of dirigent nodig hebben, de horror en thrill. Dat wat onbewust en ondergronds en ook van het leven zelf is. En niet wordt voorgeschreven door de krant, de tv, radio, politiek, banken en verzekeraars, speculanten die denken met 'de echte waarheid' om te gaan. Nee, ik ben geen echt schrijver maar wel groot fan van het schaarse bicat talent."
(Peter Novecento, Haagsche Post)

"Schuimbekkend van woede las ik de met een danige onverschilligheid geschreven colums betreffend de holocaust en Auschwitz. De flarden teksten vol schrijffouten en loze beweringen, getuigen van weinig historisch besef maar vooral een respectloze attitude jegens miljoenen slachtoffers. Vandaar mijn bijdrage met het verzoek de richtlijnen als opgesteld in de bijlage te respecteren en in acht te nemen.

vr groet

dhr. Papen"
(Daniël Papen, via email)

"Diep geroerd, met geknepen stembanden, omvloerste oogleden, brandend maagzuur en kloppende roede (het is tenslotte 5 december) mocht ik uw fraaie stuk proza over mijn getroebleerde netvlies laten glijden... De woorden vertalen zich moeiteloos in zielsetsende beelden. Dank!"
(bromde Zielknijper, 5 december 2005)

"Geachte heer,

Mag ik u verzoeken het plaatje van de te jonge dame van uw site te verwijderen. Er zijn namelijk nog al wat mensen die dit niet lollig vinden. Diverse klaag e-mails over gehad. Mag ik u er op attenderen dat het hier om Kinderporno gaat en de wetgever daar meer dan 4 jaar gevangenisstraf op heeft gezet. Ik ga ervan uit dat het om een misvertstand gaat, als moderator. Met vriendelijke groet.

Sociale Jeugd- en Zedenpolitie te Amsterdam
Commerciele zaken
020-5592585"
(i030142@planet.nl, 14 december 2004)

"Schitterend verwoord dat artikel over Clarence. Liep jaren met een missie, aan de voetballiefhebbers (niet de kenners) proberen uit te leggen dat Abe en Piet beter zijn dan het orakel uit betondorp. Was onbegonnen werk. Het klootjesvolk adoreert Ellen van Langen, Geesink en Rieu, en vinden mevrouw Blankers, Ruska en Roby lakatos maar niks, ze weten waarschijnlijk niet eens wie het zijn. Toen Keizer stopte heb ik jaren niet meer gekeken. Toen zag ik die Fin en een paar jaren later een Surinamer met een Nederlands paspoort (Had die Fin er ook maar een gehad). Ja en dan begint het heilige vuur weer te branden. Deze twee zijn tactisch en technisch het beste wat er op Nederlandse velden heeft rondgelopen (wat ik in mijn leven heb gezien). Keizer had niks met voetbal te maken, dat was ballet,kunst, en soms als het niet belangrijk was helemaal niks .En Abe ken ik van wat beelden, maar als je naar de verhalen over hem luistert hoef je de verteller maar in de ogen te kijken en herken je meteen de kenners uit die tijd."
(via mail, 23 oktober 2005)

"pedante snikkels, komen kut te kort. Webloggen is niet voor mietjes maar ook niet voor stoere geile binken, webloggen is namelijk een fenomeen, een spookbeeld voor blinden die zich vergapen aan de wijde wereld van het internet om zichzelf te ontmoeten, een monologue interieur te voeren en dan de echo terughoren, het internet dat een wonder is wat een dom irrationeel fenomeen is. Echt iets voor pedante snikkels en kale kutten die niet neuken maar wel in elkaars nek willen hijgen en tijd teveel hebben. Ik zou er helemaal niet aan beginnen en beroemd en rijk ben ik al, zegt het liefje. Ik heb de grootste en zij heeft de lekkerste en we verdoen de tijd liever in elkaar verstrengeld dan te vergooien op zo’n vervuilde weblogmarkt. Mot je alweer email beantwoorden enzo, in je vrije tijd, be je gek. Opzoute, stik dur maar in, Goossens, kijk maar uit dat ze niet vreemdgaan terwijl jij al die poen verdient, sneue wolf, ouwe rukker, voordat je het in de gaten hebt sta je een verschrikkelijk stinkend goedje op je scrotum te smeren terwijl je staat te huilen omdat je zo belazerd bent terwijl je het alleen maar goed bedoeld, voor ons allebei schatje, weetje, heerlijk met vakantie strax, saampjes, maar vanavond moet ik werken snappie, centjes verdienen mot pappie, kijk niet zo beteuterd, je wilt helemal niet naar de Lidl, je wilt daar nooit gezien worden zei je, nou dan. Nou tot strax dan, he ?"
(nove, 12 oktober 2005)

"Bicat.net, dat is toch die achterlijke webstek voor rukkende, boerende en altijd bezopen kerels? Dat zielige pathetische zooitje ongeregeldheden dat uitgebraakte hersenkwak probeert te verkopen als prozadrek? Natte winden, dikke drollen, kleverige onduidelijkheden? Slurptrekkende draaigorgels, voorhuidjogging avant la lettre en berensgrote buikglijers?" (Jeremias Schubbenrug, in Nova, 4 oktober 2005)

Reageerziekte

"Op een vrolijke dag toen ik aan mijn, voor al 11 jaar, allerbeste vriendin de liefde heb verklaard en binnen luttele seconden de meest euforische gevoelens door mijn ziel heen flitsten typte een verslag van school begon k te typen en dit kwam tevoorschijn op het samengeperste hoopje uitwerpselen wat ik beschouw als mijn laptop, want zoals velen het niet slecht zou doen als zij dit beseften is bezit enkel een illusie.

Conclusie & nawoord

Niet alleen symbolen hebben invloed op ons doen en denken, de manier waarop ieder mens zichzelf ziet en andere zegt meer over die persoon dan over anderen. Elk mens gaat zijn eigen weg, en het is jammer dat er uit commerciële geldzucht zoveel miscommunicatie ontstaat tussen mensen. Welk mens is beter, het mens dat genadeloos elke, in zijn ogen misdadiger, ritueel vermoord, of die mens die de opdracht geeft om onbewuste signalen stuurt via reclamespotjes en zo het materialisme hoger prijst dan het gevoel om bewust van jezelf en je daden te zijn? Draait het dan uiteindelijk allemaal om geld?
De een vermoord mensen die hun hele leven anderen pijn doen, en de ander roept het gevoel op dat er niets beter is dan nike schoenen in combinatie met een stoere jack met een bontkraag, dat gedoe met die bontkragen id volgens mijn theorie gebaseerd op het paringsgedrag van leeuwen, hoe groter en mooier de manen, des te meer aanzien ze hebben en kans op leiderschap en hoe meer kans ze hebben dat hun genen worden doorgegeven ;).
Door niet te realiseren waar je mee bezig bent, of niet wie, maar wát je eigenlijk bent, ontstaat er miscommunicatie en disharmonie in de maatschappij. Opgaan in de massa kan leiden tot afgunst en afkeer van het geloof in jezelf en in anderen.

En ik wens hierbij balkenende en zijn hele tweede kamer heel veel succes met het oplossen van de “problemen” hier in Nederland, want zo schieten we geen reet op.

Oja, en een gelukkig Nieuwjaar!

Zondag 7 januari 2007, Frank Hooijer"
(Frank Hooijer, 7 Januari 2007)

"Ik had het allemaal al wel eens meegemaakt en niets was mij te dol geweest: eonisme, vice anglais, flaggelatie, ja zelfs koprofagie. Ik was dan ook met graagte ingegaan op de omineus-priapische woorden en lubrieke blikken die "Ellen" tijdens ons gezamelijk consumeren eerder die avond op mij had gericht. Toen we, media nox, eenmaal in haar slaapkamer waren aangekomen, gaf zij steeds minder blijk van doorgaans aan haar toegeschreven mesquinerie. Integendeel,loodzwaar en onvermijdelijk hing het veile sneukelen in de lucht. Binnen no time was de vloer dan ook bezaaid met exuvieën en toonde zij mij haar zinnenprikkelende Junonische leest. Na intiem pidjetten en enige orogenitale schermutselingen (waarbij brod noch javelijn werd ontzien),sloegen wij serieus aan het procreëren. Cunnus en Curacaoënaar leken welhaast voor elkaar geschapen. Hoewel haar defloratie al enige tijd terug had plaatsgevonden, pandoerden wij als nooit tevoren, daarmee verschillende tenesmen bewerkstelligend. Het is maar goed dat haar echtgenoot van deze sluikmin nooit wat heeft gemerkt..."
(TiTo, mei 2006)

"Schrijf eens over vrouwen en hun plek of plaats in de allesverterende zakenoorlogen. Want als er stereotype mannen met diep verborgen schaamtegevoelens over hun potentie problemen en erectiestoornis (taboe naturlijk) dan is dat manifest in hun 'vlucht vooruit' in de freudiaanse wapencultuur. Elke geweerloop, elke zwaardere tank is een gestileerd erectiel apparaat vol dodelijke munitie opgepomnt met miljoenen kogels in een spurt naar het doel wat als lustsymboliek een 'lilith' in een duizelige extase zou moeten brengen want zo 'is de kracht van het leger'. Stoere mannen die eerst de vrouwen opgeilen, dan met hun duwtje in de rug erop los gaan om 'de vijand te onthoofden'. Ik als watje moet altijd vreselijk lachen om die serieuze gezichten die de mannen politici en militairen bij hun gepiep, gezeur en gezeik en hun broodnodige verklaringen trekken.
U, als warmbloedige heterovrouw zal zich wezenloos kunnen uitleven 'tussen de hitsige Jantjes'. Ik stel voor dat u zich een voorstelling maakt over de gang van zaken in de nachten op zo'n nomadenkamp met satellietvererbindingen in de maanloze nachten van de nieuwe woestijnen die worden ontgonnen, namens u en mij, natuurlijk, vanzelf, juist, nee, uiteraard. Het mag ook wel een andere uiterst vervelende erectiestoornis gaan, de ejaculatie praecox. Dat gaat dan vast over de linkse oppositie, denk ik dan, kunt u het fijn neutraal houden.

U bent toch op alle kaasmarkten thuis, hard op weg om zich te bekwamen in een genre waar sex met hoofdletters geschreven moet worden. Vooral de sex benadrukken, Lilith. Veel gore geile, harde, wrede sexscenes, met blinddoeken, kidnap, politiehandboeien, touwen en katrollen, gedwongen masturbatie tussen mannen, tussen vrouwen, scarring en kaalscheren en tot huilens toe dat gepomp met dildo's en dat monotone gezoem van vibratoren sfeervol brengen. Vooral geluiden en kleuren beschrijven, daar ben ik gek op."
(Peter Novecento)

"Is er iemand in de zaal die nog wil doneren aan een zielige arme homosexueuele neger met een onbeschrijflijke ziekte zwaargelovig te dom om te leren of te schijten die bovendien een oog mist en denkt dat de duivel soep in een blik stopt want hoe komt het er anders in en tegelijkertijd vreselijk gebukt gaat onder de laatste Tsunami of de vrees daarvoor want zijn geitenoog gaf vanmorgen onheil aan? Of anderszins zijn hypocriete tot op het bot zwarte geweten schoon wil kopen voor een luchtig schijntje of nóg liever zichzelf onsterfelijk wil maken over het lijk van een ander? Nee? Eénmaal? Andermaal? OK, dan ben ik ook pleite en met Marnix mee naar dat gruwelijk dure restaurant. Bovendien is het al na zessen en sta ik in de baas z'n tijd de wereld te redden en zo heb de cao dat nooit bedoeld. Howdoe en de mazzel. "
(Hein Buffelruft, 28 dec 2005)

"De liefde is groots, ze breekt zonder haar gebit te gebruiken door elke granieten kop heen, verzwakt de wil en maakt elke stoere kerel tot een week omhulsel, een schaduw van zichzelf, een brabbelend luierkind, elke vent verandert van binnenuit en geweldloos door haar rijke zegeningen. Je krijgt een rijpe korstkaas als huid en een hart van vloeibaar goud. Verpletterend is ze en zij, de liefde, de warme zomerse, niet de winterharde en verbitterde tak dus, zit nog steeds vol met geheimen waar niemand de sleutel van kan vinden. Mysterieus is ze, als de ondergrondse geheimzinnige dictatuur van wereldwijde, alomvattende bekabeling waarlangs dagelijks kilometers gecodeerde data tussen de continenten flitsen. De liefde is een tectonishe plaat die schuurt en krast en gangen boort voor lavastromen van vleselijkheid en voedzame sappen die op geen enkele dieet mag ontbreken. Daarom is ze schaars. Tot slot..we heben allemaal een gat van onderen, onthou dat. "
(Nove, relatietherapeut, 3 dec 2005)

"Thanks! Voor de eerlijke en ijskoude bieren vooraf om de ergste dorst te lessen na een lange en vermoeiende reis. En de Champage daarna in gelukkig niet van die zuinige hoeveelheden maar gewoon ruim bemeten pullen. Dank ook voor de wonderschone oester die in zijn natuurlijke habitat beschermd en koel lag te wezen toegedekt met een warme dekentje bosui-liefde en een tikje Tabasco-ondeugd onder die deken. Dank voor de kleinste en schattigste St. Jacobsoesters die ik proefde in Balsamicostroop. Eerbied voor de kort aangebrade en met ontbijtkoek gestoofde kwartel. Ik proefde een tint Orange Marmalade hoewel je zei dat het er niet in zat. Ik hou het erop dat de chefkok zijn geheimen heeft en, hoe hooggeëerd zijn publiek ook mag zijn, ál zijn details zullen ze nooit te horen krijgen. Met liefde deed ik mijn sommeliertaken en het ‘kut-sommelier’ omdat ik de glazen niet tot de nok vulde, neem ik op de koop toe. Onder de indruk was ik van je tzatziki met shrimp en rode grapefruit. Zoet en zuur zoals Bitter & Sweet zoals het leven zelf zoals harmonie zo mooi kan zijn. Ook onder de indruk was ik van je zeewolf met tomatenchutney. Een rode knipoog op een licht in de boter aangezet visje zoals de boter bij de vis behoort te zijn. Je bewees jezelf door met het produkt mee te koken en de zeeduivel vochtig te houden en over te laten lopen in het bedje van zuurkool omrand door koele en volle crême fraiche en slechts gestopt door mosterd. Het zal mijn gebrek aan woordenschat zijn geweest deze poëtische beleving van samenstelling aan mijn disgenoot heer Visser uit te leggen, aan de wijn waarin het beestje zwom heeft het niet gelegen. Emotioneel werd ik bij het aangezicht van mijn vrouw in jouw open keuken, verliefd op de chefkok die zijn konijntje aan de haak had geslagen. Uit het konijnengezin weggetrokken, de zuigelingen achtergelaten en deskundig ontdaan van fluffy flaporen en prachtig gevild en daarna één minuutje aangebraden in de volle boter. Ach, je zei het nog, ‘nog even in de oven en gekeken hoe lang’ in antwoord op de vraag hóe lang dan, zoals Sebastiaan Bach ook vindt dat de piano zichzelf speelt. U zij geprezen met bijzondere gaven, maar het zal mijn eenvoudige ziel zijn die het zo ziet. De ingekookte fond een tikje gezoet nog niet eens meegerekend evenals de witte bonen-truffelpuree en rode kool met vijgen die in een restaurant van naam de kaart had kunnen aanvoeren. Jammer dat je er niet bij was met de kaas. Het zal de tol van de roem zijn geweest of de spanning van het koken op zulk een hoog nivo. Het siert de man die ook gewoon maar een mens van Vleesch & Bloed is gebleven. Het was uit de kunst hoe wij genoten van een walnoot uit Frankrijk gekraakt op de wals van braakgeluiden die wij van boven hoorden komen. Waarschijnlijk was je druk doende in de homard-naire. Het dessert ben ik kwijt evenals het betoog dat ik hield, maar dat was ik toen al kwijt. Het betoog hou je van mij tegoed. Ik zal het je vertellen als ik de liefde verklaar aan mijn vrouw zoals jij gisteren de keuken in het algemeen en ons in het bijzonder de liefde verklaarde. "
(Kiers de Maison, 27 november 2005)

"Ach, heer bicat, nu we het over eten en drinken hebben. Ik kan u te allen tijde aanraden, maar toch vooral in de herfst, van de ganzenlever te proeven. Zoekt u daarbij een zo eenvoudig mogelijk bewerkte ganzenlever, dus geen paté, niets met geconfijte uien of anderszins toevoegingen. U wilt ganzenlever proeven die met de hand is schoongemaakt door een oud boerenvrouwtje die hooguit peper, zout en wat cognac toevoegde en daarna op 70 graden in de oven met de deur op een kier de lever zachtjes liet warm worden. Niet smelten, want dan scheidt het vet van de lever en bent u uw produkt kwijt. Nee, u wilt de lever verwarmen zodat lever, peprer, zout en cognac een geheel gaan vormen. Dat wat u wilt proeven is de waarheid en niets anders dan de waarheid. Slaat u overigens wel in grote hoeveelheden in, niets zo erg als aan het einde te moeten constateren dat u nog wel wat had gelust. Nee, met veel dingen is het zo dat we nèt even meer moeten eten dan ons lief is. Nèt dat decadente punt van overdaad aantikken. Schenkt u daarbij een Gewürztraminer en bij voorkeur hoe ouder hoe beter en liever nog een Grand Cru dan een gewone. Maar als u dan toch uit wilt pakken dan komt u niet heen om de Tokay Pinot Gris.
Daarbij geserveerd met warm en geroosterd brioche brood."
(Harrie Stamper, 23 oktober 2005)

"Of die klassieke Suske & Wiske (het was nummer 78 als ik het goed heb): De Kakkende Kakkerlakken, die aflevering waarin Tante Sidonia in haar keuken te maken heeft met een steeds groter wordende populatie kakkerlakken, die voortdurend alles onderschijten, niet in de laatste plaats de biefstuk met friet die Tante speciaal voor Lambik had gebakken, tot grote woede van onze favoriete zeshaarder, die gelijk een spuitbus pakt en erop los begint te spuiten, dit tot groot enthousiasme van zowel Suske als Wiske, die duchtig beginnen mee te spuiten (we hebben het hier duidelijk over de periode waarin Suske en Wiske nog net zo milieubewust waren als George W. Bush die zijn privejet vanuit Kyoto liet terugvliegen naar zijn range in Texas omdat ie z'n favoriete cowboy-hoed was vergeten), maar in de spuitbus van Lambik blijkt een goedje te zitten dat er voor zorgt dat de kakkerlakken de volgende dag het formaat van een jong paard hebben (professor Barabas had een lege spuitbus gebruikt om zijn nieuwe groei-middel te testen en vergeetachtig als hij was, had hij het bij Tanta Sidonia laten liggen, puur uit teleustelling, want ook na gebruik van het groeimiddel had Tante Sidonia de professor uitgelachen toen hij zijn broek naar beneden deed), afijn, nu de kakkerlakken gegroeid zijn, schijten ze nog harder met als gevolg dat tante Sidonia, Lambik, Suske en Wiske hun huis worden uitgescheten, waarna ze Jerommeke erbij halen, wiens enige bijdrage een ENORME scheet is, gelukkig komt professor Barabas eraan met een grote smile op z'n mombakkes en een nog grotere bobbel in de broek die, zo zal even later blijken, amper in staat is de steeds groter wordende penis van Barabas te verhullen met als gevolg dat Tante Sidonia, gek van geilheid, zich op professor Barabas stort die vrijwel onmiddellijk klaarkomt en bovenop een van de reuzekakkerlakken kwakt die dan weer vrijwel onmiddelijk in elkaar krimpt en in het niets oplost, waarna ook Lambik en Suske en Jerommeke hun apparaat bewerken met het groeimiddel, zodat ze de volgende dag, onder de stimulerende leiding van Tante Sidonia en Wiske, de kakkerlakken dood masturberen. Knipoog Wiske. Einde."
(Max J. Molovich, 23 Augustus 2005)

"De vergelijking ‘vleesetend’ en ‘vrouw’ is een natte wensdroom. Het is veelbetekende symboliek dat er aan vegetarische mutaties man/vrouw/ hermafrodiet wordt gewerkt door de wetenschappelijke elite. Weten zij soms meer? Staat ons Armageddon te wachten ? De finale segregratie, het schisma van de sexen en de ondergang van hun zondige sexueel verkeer als geheime wapen om de wereldbevolking eindelijk zonder oorlogen te kunnen reguleren ? Reincarneren in een plantaardig bestaan in een potje aarde van robotformaties die miljoenen grijze racks van vruchtdragende en geurige planten produceren onder uiterst secure en berekende condities , zonder vrij zon of maanlicht, zonder zicht of gehoor, zonder tastzin, zonder geluid van wind en zee."
(nove, 6 Juni 2005)

Zelfbeschouwing

"Een man van middelbare leeftijd, beet je te dik, beetje te morsig. Baardje of sik wellicht. En witte schilfertjes sieren zijn gelaat. Hij rookt en hij drinkt, maar in tegenstelling tot wat hij ons graag wil doen geloven, niet teveel. Hij is een ambtenaar, schaaltje 9. verder een liefhebbende vader die zijn frustratie over het uitblijvende en waarschijnlijk nooit meer komende grootse leven heeft verruild voor een soort van komisch cynisme. Hij neemt het niemand kwalijk behalve misschien soms zichzelf, maar dan alleen na een Westmalle Tripel te veel. Hartstochtelijk supporter van NAC of een andere club ten zuiden van de grote rivieren, want dat hij een Brabander is moet haast wel. Zo stel ik mij Kiers voor, maar wellicht is het wel gewoon die homofiele Indo die bij Serudang de lege borden ophaalt..who knows.."
(Andy Möller, Gelsenkirchen)

"Het is vast een meteroloog, een weermenneke met een gesmoorde sexualiteit, eentje met een enorm taboe. Een vrijgezelle biologieleraar met verlatingsangst kan ook. Zo'n eenzaam type die nog steeds bij zijn moeder woont en al jaren lesgeeft in het basisonderwijs. Zo'n anonieme 13 inhetdozijnman die spaarzaam leeft, de piepers schilt en de afwas doet, zo eentje die op de middagwandeling met het hondje van moeders vanachter de krant bij een speeltuin of in het park naar stoeiende of voetballende jochies kijkt en de pijn verzwijgt. Een masochist die het taboe koestert.
Zo'n kleffe smeerlap van een potentiele serieverkrachter met banden in een hechte kerkgemeenschap waarop moeders zo trots is omdat hij naast het lesgeven ook nog als hobby het locale knapenkoor dirigeert. Zo eentje die maar beter melancholieke verhaaltjes moet blijven schrijven. "
(Nove, 22/11/2005)

"Ach ja, leuk, schrijvers.

Beetje zo in je donkere hol aan de wereld knagen. Puur verongelijkt verdedigen van een door mede niet-aanwezigen geschapen superieure schertswereld. Lurken aan je pijp. Pijpen aan je lurk. Woorden in langgerekte nadenkzinnen omzetten. Protserige taalvlekjes. Huilerige holheden. Fletse vondsten. Massieve monomane monsters. Een zielige berg toevoegingen aan de duistere put die al veel te lang overstroomt door de gemankeerde bijdragen van nerveus krabbelende geesten met een ongepast gevoel van eeuwigheid.

Die sfeer.

Geef mij maar parkeerwachten. "
(Marnix, 21/11/2005)