stoel
 
 

Navigatie

de voorplecht
louter proza
louter poëzie
liaisons
nostalgie

colofon/contact





Dankbaar

Uitgelogd

Huishoudelijk

5 oktober 2005

Advertentieboer webstats4u, voorheen nedstat, kan de vinketering krijgen. Vanaf vandaag verdwijnt deze teller, de bezoekcijfers zijn bewaard voor het nageslacht en voortaan tellen we verder met Awstats. Koffiebonnen kunt u ophalen bij Tante Miep.

 

De Daghap

Maandag, 7 April 2014
Nothingville

Nothingville was een rustig stadje in Arizona met een hechte gemeenschap. Niemand kon vermoeden dat de vrede op heftige wijze verstoord zou worden.

[Reclameblok]

In het vredige stadje Nothingville in Arizona ging het leven zijn rustige gangetje. Niets wees er op dat er gebeurtenissen op til waren die de hechte gemeenschap op haar grondvesten zouden doen schudden.

[Reclameblok]

Op de ochtend van vrijdag dertien december 1993 was veeboer Joe Tex met zijn pickup-truck op weg naar de plaatselijke veemarkt toen hij in de berm een verdachte koffer zag liggen. Joe stopte, liep naar de koffer en opende deze. Walgend wendde hij zich af..

[Reclameblok]

In het rustige stadje Nothingville had veeboer Joe Tex een verdachte koffer geopend die in de berm lag. De inhoud schokte hem danig: er zat een in stukken gezaagd vrouwenlichaam in. Joe belde direkt de politie omdat hij vermoedde dat hier misdaad in het spel was.

[Reclameblok]

De hechte gemeenschap van het plaatsje Nothingville was geschokt en verbijsterd door de gruwelijke vondst van een koffer met daarin het in stukken gezaagde lijk van een vrouw. De inwoners van het vredige stadje konden niet vermoeden dat dit slechts de inleiding was van een reeks gruwelijke gebeurtenissen..

[Reclameblok]

Het rustige stadje Nothingville [Arizona] schudde op haar grondvesten na de vondst van een in stukken gezaagd vrouwenlijk in een koffer. Politieagent Hank Johnson: ‘Ik was toen al 27 jaar agent in Nothingville en echt wel wat gewend, maar ik had nooit voor mogelijk gehouden dat zoiets in deze hechte en vredige gemeenschap kon gebeuren.’

[Reklameblok]

Enz enz..

door Spencer Brandsen [ link ] vijftien bijdragen


Nothingville

Nothingville was een rustig stadje in Arizona met een hechte gemeenschap. Niemand kon vermoeden dat de vrede op heftige wijze verstoord zou worden.

[Reclameblok]

In het vredige stadje Nothingville in Arizona ging het leven zijn rustige gangetje. Niets wees er op dat er gebeurtenissen op til waren die de hechte gemeenschap op haar grondvesten zouden doen schudden.

[Reclameblok]

Op de ochtend van vrijdag dertien december 1993 was veeboer Joe Tex met zijn pickup-truck op weg naar de plaatselijke veemarkt toen hij in de berm een verdachte koffer zag liggen. Joe stopte, liep naar de koffer en opende deze. Walgend wendde hij zich af..

[Reclameblok]

In het rustige stadje Nothingville had veeboer Joe Tex een verdachte koffer geopend die in de berm lag. De inhoud schokte hem danig: er zat een in stukken gezaagd vrouwenlichaam in. Joe belde direkt de politie omdat hij vermoedde dat hier misdaad in het spel was.

[Reclameblok]

De hechte gemeenschap van het plaatsje Nothingville was geschokt en verbijsterd door de gruwelijke vondst van een koffer met daarin het in stukken gezaagde lijk van een vrouw. De inwoners van het vredige stadje konden niet vermoeden dat dit slechts de inleiding was van een reeks gruwelijke gebeurtenissen..

[Reclameblok]

Het rustige stadje Nothingville [Arizona] schudde op haar grondvesten na de vondst van een in stukken gezaagd vrouwenlijk in een koffer. Politieagent Hank Johnson: ‘Ik was toen al 27 jaar agent in Nothingville en echt wel wat gewend, maar ik had nooit voor mogelijk gehouden dat zoiets in deze hechte en vredige gemeenschap kon gebeuren.’

[Reklameblok]

Enz enz..

door Spencer Brandsen [ link ] iemand nam de moeite

Maandag, 31 Maart 2014
MR70

Ze werkte ergens in een winkeltje op de Nieuwedijk. Groot en blond. Stevige kont. Ze zei; ‘Als je lief voor me bent, dan ben ik ook lief voor jou.’ En ik was lief voor haar. Heel lief. En vaak ook. Dat hielden we een paar weken, misschien wel maanden vol totdat ik er genoeg van had. Ik had het te druk met andere dingen en nog belangrijker; ik was niet verliefd. Als een langzaam zinkend schip schikte zij zich lankmoedig in haar lot. Ze was het wel gewend om verlaten te worden zei ze. Ze was immers maar een eenvoudig winkelmeisje. En zo gingen we naar het einde. Ze heeft er toen verder nooit iets over gezegd.
Het telefoontje was kort en zakelijk en kwam op het moment dat onze “relatie” al meer dan drie weken voorbij was. Ze was over tijd geweest. Niet zo maar een beetje over tijd, nee behoorlijk over tijd. Maar, ik hoefde me geen zorgen te maken, alles was al geregeld. Het probleempje was al weer weg. Weggehaald, verduidelijkte ze nog even.
Zelf dacht ik er op dat moment niet veel van. Ik was van haar af en het nieuws dat ze zich had laten aborteren veranderde daar niet veel aan. Het was meer een soort van onsmakelijk detail dat mijn besluit om er mee te stoppen nogmaals voor mezelf rechtvaardigde – nog slordig met de pil ook! Althans, zo leek het toen op die dag, maar wat weet je echt? In ieder geval, ik heb haar nooit meer gezien of gesproken na haar telefoontje.

Een dag of wat na haar telefoontje liep ik even naar de hoek voor sigaretten. Ze kennen me daar bij de Bruna en ze hebben m’n merk. En zonder peuken werk ik niet lekker. Er stonden wat mensen bij de tijdschriften en een man rekende net een pakje shag en een kraslot af. Ik vroeg om mijn merk, maar dat moest hij even van achter halen en dus keek ik een beetje om me heen. Er stond een jongen van een jaar of zestien in een tijdschrift over pc’s te lezen en een vrouw met kinderwagen stond in de roddelbladen te neuzen. Ik keek eens naar de kinderwagen. Er zat een kind in van een jaar of twee. Een jongetje met sluik witblond haar en grove trekken. Een lelijk kind. In zijn handje hield hij een soepstengel of iets dergelijks. Hij at er in ieder geval van en sabbelde er op. Ik lachte naar hem zoals je naar een kind van die leeftijd lacht, een beetje gek, met opgetrokken wenkbrauwen en een raar gezicht. Het jongetje lachte even naar me en zei toen met een zachte lage stem ‘Salve’ Ik boog met mijn gezicht wat naar voren en spitste mijn oren. Ik wilde zeker weten dat ik het juist had gehoord en vroeg met een schorre stem, ‘Wat? Wat zei je daar?’ 
‘Sorry?’ zei de moeder die me een beetje verbaasd uit de Privé opkeek, ‘Zei u iets?’ 
‘Nee nee, ik had het tegen hem’ en ik wees naar het jongetje in de wagen die nu weer rustig op zijn soepstengel zat te sabbelen.
‘Tegen hem?’ Zei de moeder verbaasd. ‘Hij zegt nog niet zo heel veel hoor..’ Ik moet een beetje een vreemde indruk hebben gemaakt, want ze zei het half lacherig en half alsof ze nog moest besluiten of ik gevaarlijk was of niet.
‘Echt niet?’ vroeg ik nog een keer.
‘Echt niet.’ bevestigde ze en sloeg haar blaadje dicht en beende met de kinderwagen de winkel uit. Even later kwam de man terug met een slof van mijn merk en ik kocht twee pakjes. Ik schudde het voorval van me af als een rare dagdroom. Wat moest ik er verder mee?

Een paar dagen later zat ik ’s avonds te werken met de radio aan, ik heb altijd klassieke muziek opstaan als ik werk en op dat moment werd er een religieus stuk gespeeld van Purcell of zo denk ik. Het was in ieder geval Gregoriaans en het werd a capella gezongen door een koor monniken. Het had die heilige, zwevende sfeer, die sfeer die je soms ook in een kerk hebt en ik moet eerlijk zeggen dat ik het mooi vond, het raakte me zelfs en ik stopte dan ook even met mijn werk en zat daar gewoon simpelweg te luisteren. Mijn ogen gesloten. En toen het stuk aan zijn eind was gekomen en het gezang langzaam was weggestorven besefte ik dat het had plaats gemaakt voor een monotoon geruis. En nog half in de roes, onder de betovering van de muziek, met mijn ogen nog steeds gesloten, ontwaarde ik in die ruis eerst een soort patroon, een ritme en toen daarna, een stem. Een stem die van ver leek te komen, niet van hier, maar toch ook af en toe iets dichterbij scheen te zijn. Het was raar, maar ik dacht twee woorden te onderscheiden die steeds weer herhaald werden. ‘Help’ en ‘Papa’. Toen na een tijdje, ik heb echt geen flauw idee hoe lang, werd het geluid weer zwakker en gleed de stem weer terug in de ruis van waaruit hij gekomen was. De ruis was weer gewoon ruis. Ik opende mijn ogen en draaide het toestel uit. Die nacht sliep ik niet veel, ik lag me af te vragen of ik misschien gek aan het worden was.

In de weken daarna begon de droom. De droom was steeds dezelfde; een klein kind -mijn kind- loopt naar me toe, rennend, en ik wil hem oppakken, zoals alleen een vader dat kan, maar het lukt me niet. Voordat ik hem kan oppakken wordt hij meegenomen, opgeslokt door iets donkers dat van achter hem te voorschijn komt als een snelle kloppende, zwarte schaduw, een donkere golf. Ik blijf met lege handen achter, liggend op mijn buik met uitgestrekte handen. Wanhopig, huilend. En dan uiteindelijk ook wakker. 
Het moest door het abortusverhaal komen, daar was ik van overtuigd. Ik had nog nooit over kinderen, laat staan mijn eigen kinderen, gedroomd. Ik had ze niet en ik wou ze ook niet. En nu toch, werd ik elke nacht huilend wakker. In eerst instantie dacht ik dat ik een psychose had, maar behalve de stemmen, wees verder daar niets op en ook de psycholoog die ik een paar maal heb gesproken kon me niet echt helpen. Ja, pillen kreeg ik van ‘m, maar dat hielp ook geen zak. De droom bleef. Wat kan ik zeggen? Het was meer een gevoel dan een weloverwogen besluit, maar ik wist het op een of andere manier toch zeker, ik moest mijn waarheid onder ogen zien: mijn ongeboren zoon, die was geaborteerd en wiens resten nu waarschijnlijk al door de raderen van een of andere onheilige destructiemachine gekneusd, gekraakt en gebroken waren probeerde contact met me te krijgen. En dat niet alleen; hij had hulp nodig. Althans dat is wat ik er van maakte, maar meteen ging ik me dingen afvragen. Waar was hij dan als hij niet leefde en ook niet dood was? Sterker nog, had hij ooit geleefd? En moet je eerst leven – geboren worden – om te kunnen sterven? Leef je al voor je geboorte? En als dat zo is, waar en wanneer begint dat dan? Is dat wat we een ziel noemen? En zo liep ik dagen achter elkaar te denken, me deze dingen af te vragen. En het ondenkbare gebeurde; in de droom begon mijn zoon te groeien. Elke nacht leek hij ouder, meer volwassen. Maar nog steeds verloor ik hem ook weer elke nacht en werd ik huilend wakker, koud als een steen.


Het was een hopeloze avond geweest en ik zag op tegen het naar bed gaan, maar had me uiteindelijk overmand door slaap toch maar overgegeven en was gaan slapen. De droom begon anders, hij was een jongen van een jaar of achttien, twintig. Hij had half lang, donker haar en een mooi gezicht. Mooi, maar wel mannelijk. En ik voelde me trots dat hij mijn zoon was en toen keek hij me aan en hij moest lachen. 
‘Pap, je moet me helpen.’ Ik knikte, ik snapte dat er iets moest gebeuren, maar had nog geen idee wat.
‘Wat kan ik doen?’ 
‘Je moet me een naam geven, pap. Dat is het enige. Ik moet een naam hebben.’
Ik knikte weer, ‘Ik zal je een naam geven jongen, dat beloof ik.’ En hij lachte weer en toen stond hij op. Ik stond ook snel op, hij maakte aanstalten om weg te gaan. 
‘Ga je weg?’
‘Ja, en als je me een naam geeft, dan…dan kom ik niet meer terug. Dan is het goed.’
Ik zei niks. We omhelsde elkaar en ik klopte hem op z’n rug. Ik keek hem in zijn ogen. Mijn ogen. En toe liep hij weg.

De volgende ochtend werd ik wakker en heb hem een naam gegeven. Een mooie naam. Een goede naam.

door L*

afgestoft

door Spencer Brandsen [ link ] vier bijdragen

Donderdag, 20 Maart 2014
Der Blind Date

(Dit tragische verhaal is gebaseerd op waargebeurde feiten)

SS-Obersturmbannführer Karlheinz Schmerztot plofte met een zucht neer op zijn bureaustoel, deed zijn computerscherm aan, en opende zijn mail.
Tijdens het laden opende hij de bovenste knopen van zijn jasje, kraakte zijn nek en ging even lekker onderuithangen. Wat een dag! Een paar van de jongens van zijn afdeling hadden besloten lekker vroeg te gaan borrelen, waarna ze allemaal waren afgezakt naar een leuk restaurantje met god.ver.domd. lekker eten. De tering. Hij hoopte dat hij kon slapen met die volle buik, want de volgende morgen moest hij voor zijn doen vroeg zijn nest uit: een of andere stomme vergadering was ingeplanned om 11 uur. Als hij daarvoor nog een beetje redelijke koffiepauze wilde houden moest hij al om 10 uur in het concentratiekamp zijn. Pfff.

Hee hallo! Karlheinz ontwikkelde een dikke glimlach. Een bericht van dat leuke kittige ding! Gaaf! Hij ging gelijk naar z’n dating-site toe, en zag dat ze nog online was ook. Leuk! Misschien nog even chatten voor het slapen gaan!
“Hey Sara!!” tikte hij, “Hoe gaat die??”

Even wachten.

Geduld opbrengen.

“Niet zo goed :-(”
Oei.
“Ik ben vanochtend ongesteld geworden. Onwijze krampen. Maar hoe gaat het met jou? Ik vind je nieuwe foto echt leuk!”
Glimlach!! Ok gelukkig het ligt niet aan hem. Hee, misschien kan hij haar zelfs opvrolijken, die arme meid! Hij was altijd goed geweest in mensen aan het lachen brengen. “Die Karlheinz,” zeiden mensen vaak lachend, “Die kan ons echt goed aan het lachen brengen! Hahaha!”
“Wat erg,” tikte hij, even wat begrip tonend: “Ik kan niet eens beginnen te begrijpen hoe dat moet voelen. Elke maand ook! Wat een pech! Als ik wat voor je kan doen moet je het laten weten hoor! Je kan ook al je gal spuwen, ik luister wel /;-=)”

Even wachten.

Geduld opbrengen.

“Anders kom je langs haha :-) Ik heb nog niets gegeten, we kunnen samen iets eten! ;-)”
Ooooohhwwww het is aaaaaaan! Karlheinz kirde bijna van plezier.
“Is dat een uitdaging? /;-=)”

Even wachten.

Geduld opbrengen.

“Dat laat ik aan jou over te bepalen ;-)”
Ooowwwww shiiiiit!
“Nou zeg maar waar je woont dan! Ik kom wel langs /:-=)”

Nog even wachten…

“Haha spannend. Ok dan. Arbeitslager Flossenbürg, barak 32!”

Karlheinz zijn ogen werden groot. Wat?
“Meen je dat??!”
“Ja? Hoezo :-S”
“Daar werk ik ook!!” tikte Karlheinz enthousiast, maar toch ook wat voorzichtig. Daten op de werkvloer, hij wist niet of dat nou wel zo’n goed idee was. Maar hee. Ze leek echt leuk.
“Ok,” tikte hij, “Ik kom er aan! /:-=)))”

20 MINUTEN LATER

Karlheinz parkeerde zijn Kübelwagen. Djeezus. In dit gedeelte van het Lager kwam hij eigenlijk nooit. Wat een armoedige boel. En zij werkt hier? Nou ook niet echt iets om heel vrolijk van te worden. Hij drukte op de deurbel, en keek wat om zich heen.

“Heej.”
Sarah had de deur geopend en wreef wat over haar slapen. Zeker hoofdpijn. Oei was dit eigenlijk wel een goed idee? Het was laat, op een doordeweekse dag, zij voelt zich beroerd… Nou ja, opvrolijken.
“Hee!” zei Karlheinz enthousiast. Misschien iets te. Shit.
“Hee leuk huis hee. Leuk wat je ermee gedaan hebt.”
Hij keek voorbij de deurpost naar slapende mensen in eindeloze rijen houten bedden.
“Leuk hoor.”
“Jaaaah,” zei Sarah langzaam, hem raar aankijkend, “Wil je wat water ofzo?”
“Oh ja hee. Water. Lekker.”

Karlheinz volgde haar naar een plek waar water door het dak lekte, waar ze een bekertje onder hield.
Hij trok zijn overjas en handschoenen uit, en deed zijn hoed af.
“Poeh. Warm. Voor de tijd van het jaar,” legde hij uit. Godverdomme ECHT? GA JE ECHT ZO DOEN? LEKKER OVER HET WEER PRATEN?? OH MAN KARLHEINZ KON ZICHZELF ECHT WEL STOMPEN OFZO.
“Hm,” glimlachte Sarah. Ze zag wel iets bleker als op de foto. En die wallen had ze ook leuk weg-gephotoshopped.

Toen ze twee bekertjes had gevuld met doorgelekt regenwater wees ze naar een van de bedden om een zitplaats aan te geven.
Karlheinz ging zitten en wilde veren, maar massief hout veert niet goed. Dus hopte hij maar wat op zijn bilspieren.
“Zo. Leuk hoor. Leuk plekkie.”
Sarah nam een slok van haar water.
“Dus jij werkt ook hier,” vroeg ze.
“Joah,” woof Karlheinz het weg, “Lachen gieren brullen. Ik kan je verhalen vertellen. Niet te geloven. Maar hee wat doe jij hier precies dan?” vroeg hij geïntresseerd kijkend.
“Ik zit hier in het concentratiekamp,” zei Sarah. Karlheinz knikte.
“Als slavenarbeider. Mij dood te werken voor de…”

Nou ja. Tsja. Ze wees schouderophalend naar hem.
“Mooi uniform.”

Karlheinz voelde zich een beetje opgelaten. Hij zat wat te pielen aan zijn swastika-armband, en probeerde weer op en neer te veren op het bed. Het kraakte alleen maar.
“Ja,” zei hij, ook zijn schouders ophalend, “Sorry! Haha!”
“Eerst was het nog werken totdat je dood ging,” zei Sarah, “Maar jullie hebben het beleid veranderd. Nu is het werken zodat je dood gaat. Echt leuk. Mijn ouders, in Budapest, die waren rijk. Ik heb mijn universitaire graad daar gehaald. In Duits,” zei ze met een frons.
“Maar hee bedankt voor de moeite enzo, ik werd naar het getto gestuurd en vanaf daar naar hier. Bedankt Hitler!”

“Joh,” antwoordde Karlheinz. Ehhh…

Sarah deed moeite te glimlachen.
“Maar wat is jouw verhaal.”
“Mijn verhaal?” vroeg Karlheinz.
“Jouw verhaal,” knikte Sarah.
“Ja…” aarzelde Karlheinz, “Ja… Waar moet ik beginnen?”
Sarah haalde haar schouders op. Ja godverdomme mens. Je maakt het hem niet echt makkelijk ook.

Karlheinz keek naar het plafond.
“Nou… Ik ehh… Ehh ik ben blond, met van die blauwe ogen, dus kreeg ik zo’n pamflet. Of ik lid wilde worden van de SS. Nou ehh dat leek me wel leuk. Ofzo. Want ehh eerst… Nou ja, nee, lang verhaal. Ik kwam bij de SS. Dus. En toen hier. Best lachen. ”
“Best lachen,” beaamde Sarah, “Ik studeer 4 jaar aan de universiteit en ben nu een slaaf, en jij… Jij bent blond. Dat is wel eerlijk.”

Karlheinz grinnikte maar wat. Ja. Awkward!!

“Voeren jullie überhaupt weleens wat uit? Eigenlijk? Ik heb het “privilege” te mogen werken in de telefooncentrale. Elke keer als er iemand belt voor een Duitser moet ik zeggen: “Nee, sorry. Hij is nog niet binnen. Het is namelijk pas half tien.”
Dus dan bellen ze terug om half elf. “Nee sorry,” moet ik dan zeggen, “Hij zit waarschijnlijk te ontbijten.” Half 2? Lunch. En na vieren hoef je het helemaal niet meer te proberen. Dan zijn ze allemaal naar huis.”

“Of borrelen, haha,” probeerde Karlheinz maar de boel wat luchtiger te maken. Hij kreeg er een kille blik voor terug.

“Als wij de telefoon niet binnen 10 seconden opnemen, schiet een Duitser één van ons dood. Afgelopen vrijdag was het rustig, en konden we alles op tijd aannemen. Weet je wat er toen gebeurde? Hij schoot er twee van ons dood. Want blijkbaar waren die overbodig.”

Karlheinz sipte aan zijn water en knikte nerveus. Oei. Hij herinnerde zich nog hoe twee weken geleden SS-Standartenführer Otto Krebskerl was binnengekomen. Karlheinz was een flipperkastspelletje aan het spelen op zijn pc, en zijn SS-Sturmscharführer Dreckdrang had zitten ouwehoeren en koffie leuten met twee Gefreiter. Terwijl de telefoon continue over aan het gaan was.

“Heil Hitler iedereen!!” riep Krebskerl bij het binnenkomen. Whoeps. Alt-tab.
“Heil Hitler,” antwoorde Karlheinz met een Hitlergroet.
“Hee heil Hitler,” had de ander gemompeld terwijl hij deed alsof hij aan het kijken was naar zijn gemiste oproepen.
“Heil Hitler,” zeiden de twee soldaten.
“Heil Hitler,” zei Krebskerl nog maar eens, trots in zijn handen klappend.

“Raad welk concentratiekamp bovenaan staat qua aantal gestorven gevangenen tijdens de dwangarbeid,” vroeg hij met een twinkeling in zijn ogen.
“Wij?” vroeg Karlheinz verbaasd. Hij had nou niet echt het idee dat dit het meest efficiënte concentratiekamp in het Derde Rijk was, maar hee, ok.
Krebskerl knikte tevreden.
“Vijf procent. Vijf procent meer gevangen sterven hier dan in welk ander Arbeitslager.”
“Heil Hitler hee,” mompelde Dreckdrang.
“Heil Hitler nog aan toe,” voegde Karlheinz diep onder de indruk toe.

“Heil Hitler indeed. En ik durf te wedden, in deze tijden, met die Endlösung en alles, kunnen we dat misschien wel naar 10% stretchen.”
“Nou we doen ons best,” had Karlheinz toen gezegd, eigenlijk best een beetje apetrots.
Krebskerl had tevreden geknikt.
“Goed. Nou. Ik ga weer verder. Heil Hitler nog he, jongens!”
“Heil Hitlerrrrr! Doei!!” riepen ze hem na.

Ok.

Terug naar de flipperkast. Dat was toen.

En nu zat hij tegenover Sarah. Best wel uitgemergelde Sarah. Dat was nou niet echt zijn ding, hij hield meer van wat vlees aan een vrouw. Maar daar ging het niet om. Toen had hij gedacht, wauw, vijf procent meer doden! Goed hoor! En nu werd hij ineens geconfronteerd met de gevolgen aan de andere kant van dat beleid! Ai! Pijnlijk! Stel je voor dat hij in haar situatie had gezeten. Shit, dat zou echt klote geweest zijn.

“En eruit komen? Ontsnappen ofzo? Haha!” probeerde hij maar weer hoopvol de gemoederen te verlichten.
“Ik zit hier vast,” zei Sarah, half zuchtend.
“Ik ga gewoon dood hier. Het intresseert me niet eens meer wat. Er komt een dag, dan sta ik op een veld stenen te hakken ofzo, en dan val ik gewoon dood neer. Dan valt iedereen dood neer. En hebben jullie geen dwangarbeiders meer.”

Karlheinz knikte maar. Ja, dat was wel een nadeel van dit systeem ja.
“Hee,” zei Sarah vermoeid, “Ik moet morgen weer vroeg op. Werken. En ongesteld enzo.”
“Ja dat is kut. Ja, ik ben blij dat ik geen vrouw ben! Haha! Respect hoor!”
Sarah glimlachte zwakjes terug.

“Heil vrouw,” klakte Karlheinz voor de gein met zijn hakken, “Haha. Maar ik begrijp het. Ik moet gaan.”
“Het is niet dat ik je weg wil hebben ofzo. Maar…”
“Ja nee ik begrijp het helemaal! Geen probleem hoor!” zei Karlheinz zo enthousiast mogelijk, zijn jas en handschoenen aantrekkend en zijn pet opzettend, “Hee tot snel! Beterschap he!”
“Ja,” zei Sarah.

Wauw. Dat was goed kut, dacht Karlheinz terwijl hij in zijn Kübelwagen terug naar de officiers optrekken reed. Djies. Straks maar even een berichtje sturen dat hij het echt wel leuk vond. Ofzo. Phhhew. Man. Wat een ellende! Misschien was het maar gewoon beter te wachten tot zij wat zou sturen. Ja, dat is misschien wel beter. Dit zag hij ook niet echt zitten. Hij voelde zich gewoon schuldig! Hee, sorry hoor! Djeezus. Ja, met een universitaire graad kan je ook eindigen in een concentratiekamp. Ja, maak er dan wat van ofzo. Nee, hij zou haar een klein berichtje sturen, want dat is wel netjes, maar daarna… Nou ja dat zien we dan wel weer. Morgen een vergadering. Gadverredamme. Vroeg opstaan. Maar hee! Zijn eten was nu wel gezakt! Nou, alles al met al toch nog ergens goed voor dan!

by KIPPFEST

geannexeerd 

 

door Spencer Brandsen [ link ] 19 bijdragen

Donderdag, 13 Maart 2014
Nu vooruit


Wetmatigheid: Als het aantal kiezers dat het spoor bijster is en het echt niet meer weet toeneemt, stijgt D66 in de polls. Dat is begrijpelijk want D66 weet het namelijk ook niet. Wat wil D66? Een beetje van dit en een beetje van dat en van zus en van zo, met als resultaat een egaalgrijze soep zonder ballen. Vlees noch vis [ Hun enige onderscheidende programmapunt is dat ze per se een gekozen burgemeester willen maar hoe belangrijk is dat? In de VS hebben ze gekozen burgemeesters en gaat het daar dan soms beter? Nou dan ]. Deze nietszeggende onbepaaldheid heeft de partij perfect op haar verkiezingsaffiche tot uitdrukking weten te brengen met de slogan 'Nu vooruit'. Want laten we deze kreet eens aan een kritisch onderzoek onderwerpen: Eerst 'nu'. Nu. Ja, wanneer anders? Gisteren, overmorgen, volgend jaar? Kan in de prullenmand. Blijft alleen 'vooruit' over. Maar wat zijn de alternatieven? Achteruit wil niemand en links en rechts zouden wegvoeren van het veilige kleurloze midden, dus [om met Kees van Kooten te spreken]: Wat rest er dan anders aan je overblijfsel dan 'vooruit'? Ik vind het knap: slechts twee woorden en toch drie keer niks. En om ze te bedenken waren niets eens spindoctors, pr-goeroes of dure reclameburo's nodig. Want heel lang gelee - ons land was toen nog bijna zee - had iemand deze poster         al gemaakt: http://www.geheugenvannederland.nl/?/en/items/RA01:30051001444105. Tel uit je winst. Kunnen we uit het voorgaande concluderen dat D66 weinig voordeel zal hebben van het gebruik van hun jongste slogan? Dat zou voorbarig zijn. Want ooit was er een Amerikaan die president wilde worden en een verkiezingstoespraak eindigde met de woorden: 'Landgenoten, ik zal u iets vertellen over uw toekomst! Uw toekomst ligt vóór u!'. Hij kreeg een staande ovatie.

door Spencer Brandsen [ link ] acht bijdragen

Zaterdag, 8 Maart 2014
Bananen

We gaan ons eens verdiepen in bananen
Dat lijkt me voor zo'n middag wel geschikt
De mensen lachen zich gewoonlijk tranen
Zodra je er maar even over kikt

Ba ba-ba ba-ba ba bananen
Men eet dit voedsel zonder schil
Die schil belandt dan vaak op straat, en wie niet oplet waar hij gaat
Die stapt erop en slaakt een gil

Ba ba-ba ba-ba ba bananen
In hun familie zijn er meer
Maar die genieten minder faam, en Musaceae is de naam
Ziezo, dat weet u ook al weer

Het kweken en het oogsten van bananen
Dat is een heel normale bezigheid
Maar hier put men zich uit in lachorkanen
Voor wie een nummer aan bananen wijdt

Ba ba-ba ba-ba ba bananen
Het is een smakelijke vrucht
En Leda nam die gretig aan, van een beminnelijke zwaan
Zo gaat tenminste het gerucht

Ba ba-ba ba-ba ba bananen
En kent u de bananenvlieg
Het is een lang en geel insect, dat door bananen wordt verwekt
Indien ik mij niet zeer bedrieg

Ik wijs u op de vorm van die bananen
Een vorm die vruchtenschalen niet ontsiert
Wat spijtig dat er door erotomanen
Zo vaak en onbeschaamd om wordt gegierd

Ba ba-ba ba-ba ba bananen
In Afrika, zoals u weet
Tenzij u 't niet vernomen had, bestaat nu sinds een jaar of wat
Een staatshoofd dat Banana heet

Ba ba-ba ba-ba ba bananen
Beheersen vaak de politiek
In Nederland, god zij geloofd, daar staat een snijboon aan het hoofd
Dat is een andere rubriek

We kunnen zoveel leren van bananen
Ze doen in onze wereld zoveel goed
Dus zijn uw geestvermogens aan het tanen
Dat u zo om bananen brullen moet

Ba ba-ba ba-ba ba bananen
Die groeien ook in Panama
Daar zijn ze echter meer ovaal, misschien vanwege dat Kanaal
Ik kijk dat thuis wel even na

Ba ba-ba ba-ba ba bananen
Zijn zeer veelzijdig bovendien
Men fluistert dat Napoleon er kunstjes mee verrichten kon
En dat geldt ook voor Josephine

Ba ba-ba-ba ba-ba-ba ba-ba bananen
Toe, lacht u even niet zo dom
Ik wil een antwoord op de vraag, en snel en goed verstaanbaar graag
Waarom zijn de bananen krom

Drs. P 

[I.v.m. het aanstaande overlijden van Heinz Polzer geselecteerd]

door Spencer Brandsen [ link ] zeven bijdragen

Woensdag, 5 Maart 2014
Wat heb je gedaan Daan

refr.: Wat heb je gedaan, Daan Waar kom je vandaan Wat heb je gedaan, Daan Waar kom je vandaan Wat heb je gedaan, Daan Waar kom je vandaan In de hele met zijn allen van die dingen niets meer aan

Kedinkedonkedinkedonkeding mijn ome Daan
Kezinkezonkezinkezonkezink er tegenaan
Kewinkewonkewinkewonkewinke op bezoek
Kerinkeronkerinke onderbroek
Kriebeldekrats

refr.

Hippeldepippe
Temitsemotsernitsemotsenlitse carnaval
Tefritsefrotsefritsefrotsefritse raar geval
Teblitseblotseblitseblotse feestneus opgezet
Tekwitsekwotsekwitse in zijn bed
Hallekidee

Drs P

[semi-actueel geselecteerd]

door Spencer Brandsen [ link ] vijf bijdragen

Vrijdag, 28 Februari 2014
Beter Spellen.nl

‘Bij de verkiezing Website van het Jaar 2013 is Beter Spellen bekroond met drie trofeeën: zowel Beste als Populairste website in de categorie Educatie en voorlichting en daarbovenop de titel Website van het Jaar 2013 voor de beste van alle deelnemende websites.’

Nadat ik het voorgaande gelezen had dacht ik: mooi dat zo’n site bestaat want je breekt tegenwoordig bijna je nek over de spelfouten en zo kunnen de brekebenen hun kennis een beetje bijspijkeren. Zelf had ik zoiets natuurlijk niet nodig want scoorde ik vroeger op school niet vaak een tien voor dictee? Nou dan.[Uit overmoed - maar ook wel eens om een beetje te pesten - deinsde ik er zelfs niet voor terug om ánderen op hun spelfouten te wijzen, maar alleen als het de spuigaten uitliep.] En met de overige taaldisciplines zat het ook wel snor meende ik, ondanks mijn beperkte begrip van de grammatica [op de lagere school kreeg ik uitgelegd dat in de zin 'Jan slaat Piet' Piet het lijdend voorwerp was. 'Maar als Piet het nu fijn vindt om geslagen te worden?' vroeg ik me af. En: 'Een voorwerp is dood, maar Piet leeft, tenzij hij door Jan doodgeslagen wordt [enz enz]; kortom: ik dacht veel te veel na, maar dit alles terzijde]. Niettemin abonneerde ik me op Beter Spellen – wat tijdverdrijf kon geen kwaad en misschien stak ik er nog iets van op, je wist het maar nooit – en kreeg vervolgens iedere werkdag vier multiple-choice-vragen via de email binnen.
 
Poe, viel dat even tegen, soms had ik er maar liefst drie van de vier fout! Er bleken allerlei nieuwe regels te zijn en er bestonden zelfs óude waar ik nog nooit van gehoord had.. Nu, na zes weken, zit ik bijna op de gemiddelde score van mijn niveau, bijna.. Maar iedere dag zie ik mijn huiswerk met angst en beven tegemoet. Kortom: ik kan het iedereen van harte aanbevelen.

Ps: Mocht dit stukje spel- of taalfouten bevatten dan zijn deze doelbewust aangebracht en moeten gezien worden als voorbeelden van vrije expressie.. En geïnteresseerden kunnen zich hier aanmelden:

http://www.beterspellen.nl/website/index.php?pag=3

door Spencer Brandsen [ link ] zes bijdragen

Zaterdag, 22 Februari 2014
Enkeling (7)

 Bent ging weer naast zijn vrouw staan. Hij had zijn hand nog op de schouder van zijn zoon.

‘Ik heb daarnet een van je toeristen ontmoet.’

‘Dat kan best, het waren er veel vandaag.’

‘Het was een allerliefst kind. Ze had zich uit-gedost als prinses. Ze had lang bruin haar, herinner je je haar nog?’

Bent bloosde. ‘Dat kan zijn,’ antwoordde hij nukkig. ‘Zoals ik al zei, er waren er zoveel van-daag, je denkt toch niet dat ik me die nog allemaal voor de geest kan halen?’

‘Ze vertelde me iets interessants,’ ging Ena onverstoorbaar verder. ‘Wist jij dat de mensen vroeger honden in huis hielden?’

‘Wat zeg je?’

Bent kon zijn vrouw moeilijk verstaan. Het volk was erg luidruchtig, want er was zopas een nieuwe race begonnen.

Ena schakelde de com in en herhaalde: ‘Vroe-ger hielden de mensen honden in huis, wist je dat?’

Hij haalde zijn neus op. ‘Bah, hoe kom je daar nu bij?’

‘Dat prinsesje vertelde het. Ze wist wel wat van aardse geschiedenis. Weet je wat ze vroeger deden met bijtende honden?’

‘Hoe moet ik dat nu weten?’ Bent had meteen spijt van de toon waarop hij het zei. Ena was stil en keek uitdrukkingsloos naar de paardenrennen. Wat een toeval dat ze net mijn vrouw tegen het lijf liep, dacht hij. Zouden ze ook over mij gesproken hebben? Hij wilde het graag weten, maar durfde er niet naar vragen. ‘Wat deden ze daar dan mee?’ vroeg hij enkele ogenblikken later met geveinsde nieuwsgierigheid.

‘Die gaven ze een dodelijke injectie, een beetje zoals wij met Oosterlingen doen.’

‘Maar wij houden toch geen Oosterlingen in huis? Het idee alleen al!’

‘Nee, natuurlijk niet, ik begrijp ook niet wat het nut daarvan geweest kon zijn. Waarom zou je een hond in huis nemen? Daar heb ik haar niet naar gevraagd. Het zal wel een zeker nut hebben gehad, anders zouden ze dat toch niet doen?’

‘De mensen waren vroeger niet zo slim. Veel van wat ze deden, was instinctief. Eigenlijk kwa-men ze toen nog maar pas uit de bomen gekropen, ze hadden meer verwantschap met de apen dan met ons.’

‘Ja, dat zal wel zo zijn. Denk je dat Ooster-lingen honden in huis houden?’

‘Dat zou me niet verbazen, daar zijn ze alleszins stom genoeg voor.’

‘Ja, dat wel.’

‘Wil je straks nog naar het kolonistenmotel?’

‘Ik zou liever naar huis gaan. Vind je het erg?’

‘Nee hoor, geen probleem.’

Het is maar beter zo, overwoog Bent, veel goeds kan er niet van komen als ik de prinses daar tegen het lijf zou lopen. Misschien zou Ena iets aan mijn gedrag merken en dan moet ik mij er weer uit zien te praten. Kristijan trok aan zijn broekspijp. Er was opnieuw een jockey op de grond beland.

Ze bleef nog een tijdje in het gebouw rondlopen. Als ze onmiddellijk zou vertrekken, kon dat wel eens argwaan wekken, zeker als het oog de zweet-druppeltjes op haar hoofd had opgemerkt. Van iemand die een misdrijf gepleegd heeft, verwach-ten ze niet dat hij op de plaats van het misdrijf blijft rondhangen. Ze verwachten dat hij die plek ontvlucht en wel zo snel mogelijk. Ze liep weer de gang op en nam de lift naar het gelijkvloers. Aan de muren van de grote hal hingen portretten van de drie CEO’s: Adan Westermeier, Warren Rizzio en Janise Beskom. Tijdens haar studie over het Westen had ze alles over de CEO’s geleerd wat er maar te weten viel.

Een bewaker deed net zijn ronde. Ze glimlachte hartelijk naar hem en waste haar handen daarmee in onschuld. Hij passeerde haar met uitgemeten passen.

‘Rome heeft zich blijkbaar kosten noch moeite gespaard om het de kolonisten naar de zin te maken.’

Hij bleef staan en keek haar onderzoekend aan. Hij torende meer dan een kop boven haar uit. ‘Maar natuurlijk, juffrouw!’ In zijn diepe basstem klonk zowel trots als enthousiasme door. ‘Alleen het beste is goed genoeg voor onze helden.’ Hij keek even om zich heen, en bukte zich dan alsof hij haar in vertrouwen wilde nemen. ‘Ik wou dat ik met hen meekon, maar ik ben al veel te oud.’

‘Volgens mij zou u een uitstekende kolonist zijn!’

‘Ach…’

Het was een vreemd zicht om de rijzige man verlegen te zien blozen. Inwendig lachte ze haar judaslach. Het eerste deel van de missie was vol-bracht, nu kon ze ongehinderd het hospitium ver-laten. Ze nam afscheid van de bewaker, wandelde de hal uit, stak het binnenplein over en liep door de poort de straat op. Haar implant zond een signaal uit en enkele ogenblikken later gleed een ei tot aan haar voeten. Ze keek nog een laatste keer om.

‘Tot later…’ fluisterde ze en ze stapte in.

 

- einde teaser, Enkeling is binnenkort ook beschikbaar als e-book :-) -

door Vincent Nemo [ link ] 22 bijdragen

Vrijdag, 14 Februari 2014
Enkeling (6)

 ‘Dag lieverd.’ Bent gaf zijn vrouw een kus op het voorhoofd en hurkte neer bij Kristijan, die zodanig in het schouwspel opging dat hij nauwelijks merkte dat zijn vader hem een stevige knuffel gaf.

‘Veel Oosterlingen gevat vandaag?’

Het was een grapje dat zijn vrouw wel vaker maakte, een beetje te vaak naar zijn zin. Het gaf hem het gevoel dat hij nutteloos werk verrichtte. Hij lachte groen. Ena streek hem plagerig door het haar en hij liet haar met gespeelde tegenzin be-gaan. Ze bleef werktuiglijk over zijn hoofd wrijven en hij wreef op zijn beurt over de rug van zijn zoon. Kristijan keek geboeid toe hoe twee jockeys nek aan nek door de bocht gingen. Bij elke zweep-slag bewoog zijn jonge lijfje mee. Hij sloeg gretig alle ervaringen en indrukken op, met een oorspronkelijkheid zoals alleen kinderen dat kunnen. Hij maakte sjablonen voor zijn volwassen leven.

‘Papa kijk!’ Kristijan wees naar een jockey die uit zijn wagen geslingerd werd en met een droge plof in het mulle zand belandde. ‘Is hij dood?’

‘Nee, natuurlijk is hij niet dood,’ suste Bent. ‘Het is tenslotte maar een hologram, die kunnen niet doodgaan.’

Kristijan negeerde de laatste woorden van zijn vader. Voor hem was de jockey echt, werkelijkheid en fantasie gingen bij hem nog hand in hand.

‘Hij leeft!’ riep Kristijan opgetogen. ‘Kijk papa, kijk!’

Bent zag hoe de jockey een beetje wankel opstond en nog net op tijd wegsprong toen het vierspan van een tegenstrever voorbijsnelde. Toen hij zijn evenwicht herwonnen had, zwaaide hij naar het volk, als om zijn supporters te verzekeren dat het goed met hem ging. De mensen juichten. Kristijan juichte. Bent juichte mee, opgezweept door het enthousiasme van zijn zoon en de massa. Hij nam de hand van Ena van zijn hoofd en legde hem op zijn schouder. Hij streelde zachtjes haar smalle vingers. Even legde hij zijn hoofd in de nek en glimlachte naar zijn vrouw, die liefdevol op hen beiden neerkeek.

Het ei stopte aan de grote toegangspoort van het motel. Ze knikte tevreden terwijl ze het complex in zich opnam. Boven de grote toegangspoort stond in sierlijke letters een welkomstbericht voor de kolo-nisten. Op haar netvlies verscheen de plattegrond van het gebouw. Ze bekeek de uitgestippelde route. Dit wordt een makkie, dacht ze, terwijl ze naar de mensen keek die achteloos de poort in en uit wandelden. Ze stapte achter een jong gezinnetje aan naar binnen, de reiskoffer volgde haar op de voet. Ze stak diagonaal het grote binnenplein over en wandelde de mess binnen. In de enorme gelag-kamer hing een bijna devote sfeer. De aanwezigen maakten nauwelijks een geluid. Als ze toch iets zeiden, deden ze dat op fluistertoon. Ze onder-drukte een neiging om spottend te grinniken, hield haar gezichtsuitdrukking ernstig en keek schijnbaar geboeid rond in de marmeren zaal. Ze mocht niet te snel op haar doel afgaan. Om niet in het oog te springen moest het gedrag van de anderen haar tot voorbeeld dienen.

Er waren nauwelijks bewakers, maar overal zweefden mobiele ogen rond die de bezoekers in de gaten hielden. Elke beweging werd geregis-treerd. Aberrant gedrag werd onmiddellijk door de computer opgepikt en gerapporteerd aan de veilig-heidsdienst. Ze nam geen risico en hing wat rond in de mess, terwijl daar niets was wat haar ook maar een beetje kon boeien. Ze voelde aan de houten tafels, streelde over de wandtapijten en rook zelfs aan een stoel zoals een andere bezoeker het haar voordeed. Ook bestudeerde ze minuten-lang het mozaïekpatroon op de vloer. Haar implant speelde ondertussen muziek. De muziek hielp bij haar mimiek, ze werd er vrolijk van en de tijd leek sneller voorbij te gaan. Muziek was zowat het enige wat Oost en West nog gemeen hadden. Er was natuurlijk een verschil in stijl. Het speet haar erg dat ze geen Oosterse muziek had mogen inladen, maar dat zou veel te riskant zijn geweest.

Het had nu wel lang genoeg geduurd, ze ging verder, de hal door, waar de liften waren. Ze nam de lift naar het achtste. Het doel van haar reis kwam steeds dichterbij. Ze zag het rode lampje flikkeren op haar netvlies. Ze liep door de lange gang en ging een willekeurig slaapvertrek binnen. De krachtvelden die de vertrekken afsloten waren allemaal uitgeschakeld, zodat de bezoekers on-gehinderd de ruimtes konden bezichtigen. Het waren erg ruime vertrekken, veel ruimer dan ze gewoon was. In de grootste kamer stond naar Westerse traditie een tweepersoonsbed voor het geslachtsverkeer. Een huivering kroop over haar rug naar haar nek en het kostte haar een uiterste krachtsinspanning om niet te trillen als een riet toen ze zich op het bed liet zakken. Het bed was net zoals al het Westerse meubilair adaptief. Ze voelde hoe het zich naar haar lichaam vormde. Ze stond met een ruk op en liep de kamer uit.

Ze streek nonchalant over de gangmuren. Ze keek naar het plafond, alsof ze de architectuur bewonderde. Toen ze het beoogde slaapvertrek binnenstapte, zond haar implant ogenblikkelijk een signaal naar de koffer en vanuit de koffer naar het oog dat haar gevolgd was. In haar hoofd begon een klokje af te tellen. Ze had één minuut en vijfen-dertig seconden om haar missie te volbrengen. Ze hurkte vliegensvlug naast de koffer en legde haar vinger op de zijwand. Een paneel klapte open. Ze haalde er een metalen koker uit en klapte het paneel weer dicht. Vervolgens ging ze op het bed zitten, trok haar linkerschoen uit en draaide de hiel met een korte knik open. In de hiel zat een bolvormig voorwerp met een platte bodem. Met ingehouden adem draaide ze de twee voorwerpen in elkaar. De bolvormige kant lichtte op met een donkerrode gloed. Ze haalde opgelucht adem, de techniek liet haar niet in de steek. Nog drieën-veertig seconden. Ze draaide de bol weer van de koker, een gewapend explosief zou door de obligate scan van het gebouw vóór de aankomst van de kolonisten geregistreerd worden, trok haar schoen weer aan en liep met beide voorwerpen stevig in de hand naar de badkamer. Behoedzaam legde ze de koker en de bol op de wastafel. Ze wrikte met een bedreven handigheid de spiegel van de muur, zette hem voorzichtig op de grond en stopte de koker en de bol in de holle ruimte die vrijgekomen was. Nog vijftien seconden. Ze bukte door de knieën en tilde de spiegel op. Zweet-druppeltjes parelden op haar voorhoofd, de spiegel bleef niet op zijn plaats. Ze probeerde het opnieuw, een horizontale schuifbeweging, hoe vaak had ze het niet blindelings geoefend? Ze sloot de ogen, haalde een keer diep adem en schoof de spiegel op-nieuw langzaam voor het gat. Dit keer bleef hij hangen. Niets te vroeg, want de teller stond op nul. Het oog registreerde opnieuw al haar bewegingen. Ze bekeek zichzelf in de spiegel. Er parelden zweetdruppeltjes op haar voorhoofd. Ze wreef met haar vingers over de wastafel en boog voorover, als om de gravitatieplaat van de douchecabine wat beter te bekijken, zodat haar lange haar naar voren viel. Terwijl ze rechtkwam veegde ze de haren uit haar gezicht. Ze maakte van de gelegenheid gebruik om snel met de mouw van haar jurk het zweet van haar voorhoofd te wissen.

door Vincent Nemo [ link ] vijftien bijdragen

Zondag, 9 Februari 2014
Enkeling (5)

 Het ei loodste haar door de straten van Rome. Niets wees erop dat je je hier op Mars bevond. Rome was een koepelstad zoals er op het Westelijk halfrond duizenden waren. Overal zag je dezelfde hoogbouw, dezelfde straten, dezelfde pleintjes. Overal zoefden er eivormige capsules rond die de mensen naar hun bestemming brachten. Ze hield er niet van om in een ei te zitten. Het was een kleine computergestuurde gevangenis. Ze kon zich niet van de indruk ontdoen dat de glazen ruimte, die zich ook effectief aan het aantal passagiers aan-paste, steeds maar kleiner en kleiner werd. Ze wiste met de mouw van haar jurk het zweet van haar voorhoofd. Het ei zocht contact met haar implant en vroeg of de temperatuur moest afge-steld worden. Ze liet de technologie haar gang gaan. Haar implant stuurde signalen door naar het ei en in een oogwenk was de klamheid op haar huid verdwenen. Ze ademde diep uit. Met enige terughoudendheid liet ze zich in de stoel zakken. Ze zat nu zo comfortabel dat een misleidend gevoel van geborgenheid zich aandiende. Ze wist het gevoel met een uiterste inspanning van haar getrainde geest de kop in te drukken voordat het volledig bezit van haar kon nemen.


Wat ze allemaal niet had moeten ondergaan om in de Westerse maatschappij te kunnen infiltreren! Over het verbleken van haar teint maalde ze niet, maar toen ze haar implant en haar navelcorrectie kreeg, beleefde ze de afschuwelijkste tijd uit haar leven. Het was een aanslag op haar eigenheid: als technologie haar lichaam infiltreerde, was ze dan nog wel een mens? Ze begreep de noodzaak ervan wel, zonder implant ging het niet, op elke straat-hoek, in elk gebouw van de koepelsteden, stonden er ogen, als er iemand zonder implant ook maar in de buurt van zo’n oog kwam, zouden de veilig-heidsdiensten ogenblikkelijk verwittigd worden. In het Westen was een mens zonder implant geen mens, maar een Oosterling, een dier, en dieren werden niet toegelaten in de koepelsteden.

Een koepelstad was een steriele omgeving, alles was er kunstmatig en kil, zelfs de op de koepel geprojecteerde surrogaatzon kon haar niet ver-warmen. Haar biomodule maakte dagelijks 10.000 internationale eenheden vitamine D3 aan om te compenseren voor de afwezigheid van helend zonlicht. Zonder deze secosteroïde, die normaal in de huid gevormd wordt onder invloed van het ultraviolette licht van de zon, zou ze erg vatbaar zijn voor verschillende vormen van kanker, multiple sclerose, diabetes en botbreuken.

Het leek wel of de Westerling zich schaamde voor zijn afkomst, voor zijn moeder, de natuur. De Westerling had zijn navelstreng met een waan-zinnige drang doorgesneden en dat mocht vrij letterlijk worden geïnterpreteerd, een navelstreng kwam er helemaal niet meer aan te pas. Deze cyborgs werden niet geboren, ze werden gemaakt door machines in een fabriek, net zoals machines gemaakt worden in een fabriek door andere machines. Daarmee was de loochening compleet.

Nadat de verpleegster het verband op haar buik had verwijderd, had ze onwezenlijk naar het gladde plekje op haar buik gekeken. Om in haar missie te kunnen slagen moest ze haar eigen menselijkheid loochenen. De trainers hadden het zwaar te moede gehad, want na de operatie zonk ze steeds dieper weg in een dissociatieve toestand. Als ze in de spiegel keek, herkende ze zichzelf niet meer en elke handeling of gedachte deed onwezenlijk aan, alsof ze al wakend droomde. Zelfs haar stem klonk anders, onvertrouwd. Ze kneep in haar billen, in haar armen, sloeg zich in het gezicht en nam koude douches, maar niets kon haar bewustzijn opnieuw met haar lichaam verenigen. Zo verbleef ze vele dagen, weken, maanden, als geest zonder lichaam, lichaam zonder geest, als droom zonder dromer, dromer zonder droom.

Er werd al uitgekeken naar een vervangster, toen ze op een ochtend haar synchroniciteit her-vond. Het was een doodgewone voorjaarsdag. De eerste zonnestralen verwarmden haar bleke huid en wekten haar uit een slaap vol dromen, waarvan ze zich enkel nog indrukken kon herinneren. Met een nog onbewuste frisheid zwaaide ze het laken van zich af en ging rechtop zitten. Door het kamerraam op de bovenverdieping van het statige gebouw waarin ze haar gehuisvest hadden, zag ze een kraakwit wolkje snel door de blauwe lucht zeilen. Ze volgde het wolkje met grote belangstelling en verwondering, alsof ze nooit eerder zo’n wolkje had gezien. Zoekend gleden haar handen over haar naakte lichaam. Ze streelde haar borsten, haar buik en haar billen. Eerst zachtjes, maar al snel met een ongekende gretigheid.

‘Daar ben je,’ fluisterde ze, ‘daar ben je weer…’

Ze was terug, even plots als ze was weggegaan.

door Vincent Nemo [ link ] negen bijdragen

Zondag, 2 Februari 2014
Enkeling (4)

 Eran riep zijn zwaartekrachtmodule op en schakel-de ‘m uit.

‘Zo terug!’

Hij sprong hoog op en beklom de liftkoker. De lage zwaartekracht maakte het hem gemakkelijk. Lenig als een aap klom hij hoger en hoger, tot hij een punt bereikt had vanwaar hij bijna geheel Rome kon overzien. Hij zocht haar, vond haar snel, en zoomde in zodat hij elke beweging kon volgen. Ze was nu zo dichtbij dat het leek of hij zijn hand maar hoefde uit te steken om haar aan te raken. Eran richtte zijn gehoor. Hij kon haar ademhaling horen en het ruisen van haar kleding bij elke stap die ze nam. Bent keek grinnikend omhoog. De jeugd is zo onbezonnen, dacht hij. Hij was zijn eigen zinsverbijstering alweer vergeten. De avond-shift zat erop en hij verheugde zich op de festiviteiten in de stad. Hij zou het nooit toegeven, maar stiekem hoopte hij er de prinses tegen het lijf te lopen. Zijn vrouw Ena wachtte op hem aan de paardenrennen, dat had ze hem zonet bericht, zijn lieve Ena en hun zoon Kristijan. Het Bedrijf had goed werk geleverd, ze pasten uitstekend bij mekaar. Hij was het Bedrijf ook dankbaar voor Kristijan, een voorbeeldiger kind kon hij zich niet wensen. Hij snoof de geurloze lucht op en ademde diep uit door zijn neus. Er was een rust over hem gekomen, een diep gevoel van tevredenheid.

Ze zag het waarschuwingssignaal, iemand hield haar in de gaten. Ze dacht: vast die jonge kerel van de controlepost, die is nog niet over zijn kalver-liefde heen. Maar dat ventje is volkomen ongevaar-lijk. Die andere is gevaarlijker, maar ook hij tast volledig in het duister, daar hebben die feromonen wel voor gezorgd. Krachtig goedje, dat spul is zo straf dat zelfs een steen verliefd op me zou worden. Voor een Oosterse man zou de dosis waarschijnlijk fataal zijn, maar die Westerlingen hebben meer verwantschap met een steen. Ze schudde tevreden haar lange haar naar achteren. Kijk maar eens goed, jongetje. Zie je waar ik heen ga?

Ze ging naar het motel waar de kolonisten zouden verblijven alvorens naar Tiamat te vertrekken. Tiamat, dacht ze nijdig, een nieuwe planeet om hun hebberigheid en expansiedrift te bevredigen. Waarom koloniseren ze geen leven-loze rotsplaneet? Nee, ze moeten een levende planeet hebben, maar ze zijn te blind om natuurlijke schoonheid te waarderen. Ze zullen er weer een grauwgrijs zielloos boeltje van maken. Die Westerlingen wanen zich superieur met al dat eugenetisch gepruts, maar ze zien niet in dat ze, in plaats van te evolueren tot supermens, ge-degradeerd zijn tot machines waaruit het laatste sprenkeltje menselijkheid is verdwenen. Plots werd ze strijdlustig. Wij zijn de laatste mensen! dacht ze. Wij moeten strijden voor het menselijke ras en de machine neerslaan! Ze balde haar vuist en voelde de adrenaline in haar bloed, terwijl ze in haar hoofd de regels opzei die ze van kindsbeen af geleerd en geloofd had.

Zij was een mens, zij was de enige mens hier in Rome, de enige mens op Mars. De verantwoorde-lijkheid die ze droeg, was ontzaglijk groot, maar ze droeg hem met trots en vol vertrouwen. Haar leven stond in het teken van deze grote taak, een onderneming die in uiterste geheimhouding werd gehuld. Het mocht niet foutlopen, het zou niet foutlopen. Zelfs haar ouders wisten niet dat hun dochter zo’n cruciale rol zou spelen in deze grootse omwenteling en ze zouden het ook nooit te weten komen. Plots verscheen er een zweem van droef-heid op haar gezicht, maar ze herpakte zich meteen en dwong haar mimiek tot een ontspannen glimlach.


Eran had de begane grond weer bereikt. ‘Ze gaat waarschijnlijk naar het motel.’ Bent haalde de schouders op en gromde. Wat kon het hem sche-len? Toch sloeg hij de informatie op. Misschien bezocht hij vanavond de vertrekken van de kolo-nisten wel met Ena.

‘Je weet toch dat het bespioneren van vrij-gegeven personen tegen de regels is,’ snauwde hij Eran gemelijk toe. ‘Dat is oneigenlijk gebruik van onze verbeteringen.’

Eran zweeg. Luisterde hij wel? Hij stond daar wat schaapachtig voor zich uit te staren. Bent ging er niet meer op in. Hij nam afscheid van Eran en ging de stad in, naar de paardenrennen. Hij stapte op een snelstrook die hem naar de rand van het marktplein voerde. Daar moest hij te voet verder. Aan de ingang van de hippodroom werd de mensenmassa zo dicht dat hij noodgedwongen zijn pas vertraagde en uiteindelijk nog nauwelijks vooruitkwam. Hij trachtte zich door het volk te wringen dat ongehaast de hippodroom binnen-stroomde. Waar staan ze? vroeg hij zich af. Hij riep Ena op via de com.

‘Dag lieverd. Wat een drukte, zeg! Kun je tot bij ons geraken?’

De warme, vertrouwde stem van Ena klonk in zijn hoofd. Hij zag haar positie oplichten op het kaartje, ze bevond zich in het voor hem verst gelegen keerpunt van de renbaan.

‘Zeg dat wel, ik geraak nauwelijks vooruit. Geef me vijf minuten, dan ben ik bij je. Amuseert Kristijan zich een beetje?’

‘O ja, hij is dol op de paarden. Het is echt een prachtige voorstelling, de holografen hebben hun beste beentje voorgezet. Je voelt zelfs de lucht-verplaatsing en de warmte van de voorbijrazende dieren. En de geuren… onbeschrijfelijk. Zou het echt zo geroken hebben in die tijd? Ik moet toegeven dat niet alle geuren me bevallen, maar Kristijan vindt het allemaal fantastisch.’

‘Ja, ik ruik hier ook vreemde dingen. Zo realistisch hadden ze het wat mij betreft niet moeten maken.’

Bent hoorde Ena lachen. Zelf grinnikte hij ook. De mensen rondom hem begonnen te juichen toen een vierspanwedstrijd van start ging. Hij maakte van de opschudding gebruik om zich met zij-waartse stappen door het volk te wringen, af en toe ‘excuseer’ en ‘pardon’ mompelend.

door Vincent Nemo [ link ] twaalf bijdragen

Dinsdag, 28 Januari 2014
Enkeling (3)

 Ze was al bijna uit het zicht verdwenen toen Eran zuchtte: ‘Wat een vrouw.’

Bent stond naast hem en hoorde hoe de lift achter zijn rug opnieuw in beweging kwam. Het was zo’n vertrouwd geluid dat hij er niet meer naar omkeek. Eran was bijna vijftig jaar jonger dan Bent en een halve kop kleiner. Draaide ze zich nu maar om, dan kon ze zien wat voor een forse vent hij was. Hij hield zijn borst nog wat meer vooruit en spande zijn spieren, maar ze keek niet meer om en verdween in de mensenmassa.

‘Wat een vrouw,’ zuchtte Eran nogmaals, ‘een gelukkig man, die aan haar gekoppeld wordt.’

‘Misschien wordt ze de jouwe wel.’ Bent wist niet waarom hij het zei, want Eran zou nooit aan haar gekoppeld worden. Om tot dat besluit te komen had hij geen batterij aan psychiaters nodig. Zij was zo… zo… en Eran… Eran was zo… gewoon… zo. Nee, die twee waren niet voor elkaar gemaakt. Maar hijzelf? Als hij wat jonger was geweest, dan misschien… ja, dan misschien wel. Je wist het tenslotte nooit. Het Bedrijf contacteerde jou en niet omgekeerd. Het Bedrijf maakte de keuze, de juiste keuze.

‘Zou je denken?’

De naïviteit waarmee Eran hem aanstaarde, was aandoenlijk.

‘Ja, dat zou best kunnen,’ antwoordde hij minzaam.

Bent voelde zich warm vanbinnen. Dit kleine leugentje was zijn goede daad van de dag. Zijn jonge collega stond onnozel grijnzend in de richting van het marktplein te staren waar zijn toekomstige eega in de mensenzee verdween. De tijd was bijna aangebroken dat Eran gekoppeld zou worden. Al zou het niet met de mooie prinses zijn, Bent was er zeker van dat het Bedrijf een uitstekende vrouw voor hem zou vinden.

Ze wandelde ongehinderd over het marktplein, het hart van de stad. Ze bleef een ogenblik staan bij het monument dat was opgetrokken voor de slacht-offers van de aanslag en terwijl ze het opschrift las, nam ze een treurige houding en gelaatsuitdrukking aan, zoals ze het zo vaak voor de spiegel had geoefend. Niemand die haar zo zag staan, kon vermoeden dat ze inwendig lachte, dat ze fier was op de held die ze hier een terrorist noemden. Op haar halfrond werd deze man geëerd als een god. In plaats van de slachtoffers te herdenken eerden ze hun geweldenaar. Zij zou in zijn voetstappen treden, ze zou gaan waar hij haar voorgegaan was, maar dan verder, veel verder.

Er stonden nog een aantal mensen bij het monument, onder wie een moeder met haar zoon.

Het knaapje wees naar een naam op het monument en keek wat onzeker naar zijn moeder. ‘Papa van opoe…’

Ze streelde met vlakke hand over zijn halflange gitzwarte haar.

‘Ja Kristijan, dat is je overgrootvader.’

‘Slechte mensen hebben hem gedood,’ besloot Kristijan streng. ‘Oosterlingen!’ Hij wees met een beschuldigende vinger omhoog, waar de kleine aarde in tweestrijd aan het firmament stond.

De moeder knikte en lachte samenzweerderig naar de jonge vrouw naast haar. De jonge vrouw lachte ook.

‘We moeten waakzaam blijven. Mijn man staat ervoor in dat dergelijke sujetten geen voet in Rome zetten.’ Ze zag de reistas van de jonge vrouw. ‘Bent u op bezoek hier? Hebt u toevallig controle-post 1 gebruikt?’

‘Controlepost 1, ja, ik geloof van wel.’

‘Daar staat mijn man!’

‘Was dat uw man die zo vrijmoedig zijn hand op mijn voorhoofd legde?’

Beide vrouwen lachten luidop. Ze praatten over het Oosten en de noodzaak van blijvende rigou-reuze veiligheidsmaatregelen. De moeder was trots op het dubbele veiligheidssysteem dat na de aan-slag in Rome veertig jaar geleden was ingevoerd. Specialisten als haar man vond je op aarde niet.

‘Gelukkig zijn die Oosterlingen niet zo slim. Het zijn eigenlijk maar dieren. Misschien kunnen we ze het geeneens kwalijk nemen dat ze zich als dieren gedragen.’

‘Dieren, inderdaad, honden zijn het!’ stemde de jonge vrouw volmondig in. ‘Wist u dat de mensen vroeger honden in huis hielden?’

‘Dat meent u niet!’

‘Toch wel. Weet u wat ze met bijtende honden deden?’

De moeder schudde het hoofd. Ze had zich nooit in aardse geschiedenis verdiept. Ze moest haar geheugenmodule dringend eens aanvullen, want nu sloeg ze een mal figuur met haar onwetendheid.

‘Die gaven ze een spuitje, een dodelijke injectie.’ De jonge vrouw had een grijnslach om de lippen.

‘Zo…’ De moeder dacht hier even over na en knikte dan goedkeurend. ‘Dat is nog niet zo’n slecht idee. Maar als een Oosterling het waagt om hier een voet te zetten, dan wacht hem evenmin een rooskleurig lot, ja, dan zou hij nog wensen dat ze hem een spuitje gaven.’

‘Waarom maken we ze niet allemaal af? Een bommetje op dat Oosters halfrond, gedaan ermee!’ opperde de jonge vrouw.

De moeder lachte, als had de jonge vrouw zonet een grapje gemaakt. ‘Ha ha, ja, zoals ze vroeger deden, oorlogje voeren!’

‘Precies!’ riep de jonge vrouw en ze lachte mee.

‘Gelukkig zijn we te beschaafd om ons tot dat niveau te verlagen,’ zei de moeder plots serieus. Ze veegde een traan uit haar ooghoek.

‘Inderdaad, veel te beschaafd,’ bevestigde de jonge vrouw en ze lachte in haar vuistje.

door Vincent Nemo [ link ] elf bijdragen

Dinsdag, 21 Januari 2014
Enkeling (2)

 ‘Naam en adres van ouderpaar?’

Synapsen vuurden. Bent zag delen van het brein oplichten. De jongeman antwoordde zonder aarze-len. Lichtflitsen werden beelden, schaduwen eerst. Bent concentreerde zich en kon het ouderpaar nu zien zoals de jongeman zich hun beeld herinnerde.

‘Werkgever?’

Bent dook steeds dieper in het brein van de bezoeker, terwijl deze op zijn vragen antwoordde. De geheugenmodule werd niet aangesproken, de antwoorden kwamen rechtstreeks uit het brein. Flitsen, fragmenten, stemmingen, geluiden, geuren, dat alles en nog veel meer vloeide van de jonge-man over naar Bent. De hersenactiviteit leerde hem dat de jongeman de waarheid sprak. Het brein was stabiel, gelijkmoedig, een genetisch superieur brein dat niet aan een Oosterling kon toebehoren. Tijdens zijn opleiding was Bent meermaals in de geest van een gekooide Oosterling gedoken. Hij had kunnen zien hoe beestachtig het daar was. Er heerste chaos in die basale krochten. Het waren ongetemde wildernissen. De onvolmaaktheid had hem telkens weer geschokt. Bent had een afkeer ontwikkeld voor die wezens, die dieren. Ze leefden in het wild, onder de blote hemel, en ze vraten, kweekten en ontlastten zich zonder schaamte. Bent knikte zijn zwetende slachtoffer minzaam toe en onderbrak het krachtveld om hem door te laten. De toerist stapte aarzelend naar de transportband, waar Eran zijn bagage vrijgaf. Bent hield zijn hand in de reiniger en deed al teken naar de volgende in rij.

Op de gevangenen na, die Bent tijdens zijn opleiding had kunnen bestuderen, had hij nooit een Oosterling gezien. De enige contacten tussen Oost en West vonden plaats op de zwarte markten, in de ruimtestations die in de buurt van de liften een baan om de aarde beschreven. De rijken van het Westen waren dol op Oosterse artisanale produc-ten, en de Oosterse rijken gaven fortuinen uit aan Westerse technologie. Beide hemisferen tolereer-den de handel, want het waren deze rijken die de touwtjes in handen hadden. Liflafjes en ambrozijn, allemaal flauwekul, culinair snobisme, dacht Bent. Vijfendertig credits voor een echte appel! Naar het scheen groeiden ze in het Oosten gewoon aan bomen. Hij had er ooit eens van gebeten, van zo’n echte appel. Een toerist had hem een aangeboden en nieuwsgierigheid had het gewonnen van afkeer. Eén hap en hij had er al meteen spijt van gehad. Waar zat hij toen met zijn gedachten? Om de vrijgevige man niet te beledigen had hij er zich van weerhouden om de brok weer uit te spuwen, maar sindsdien zwoer hij bij geassembleerd voedsel en gaf hij iedereen die het waagde om in zijn nabijheid in grond en stront gekweekt voedsel op te hemelen, lik op stuk.

De laatste reiziger bij controlepost 1 was een jonge vrouw die zich had uitgedost als prinses. Niet meteen een typisch Romeins gewaad, maar er werd aan de toeristen de vrije keuze gelaten uit een ruim assortiment oud-aardse klederdracht. De ogen van Bent gleden begerig over haar ranke lichaam, haar jonggerijpte vrouwelijke vormen en liefelijke gezicht, om ten slotte aarzelend contact te zoeken met haar whiskybruine ogen. Waarom oefent deze jonge vrouw zo’n aantrekkingskracht op me uit, vroeg Bent zich af. Objectief bekeken is ze niet mooier dan de andere vrouwen die de controlepost gepasseerd zijn. En toch straalt ze iets exclusiefs uit, waardoor ze als een magneet steeds weer mijn blik aantrekt. Het hart van Bent pompte snel en zijn bloed bruiste zoals het in lange tijd niet meer had gedaan. Hij voelde zich twintig jaar jonger. In een bijna devoot gebaar legde hij zijn hand op haar voorhoofd, terwijl hij in haar ogen keek en verontschuldigend glimlachte. Zij keek hem onderzoekend aan. Bent was geen onknappe man. Dit jaar werd hij zeventig, maar zijn lichaam was nog jong en soepel.

Zijn stem beefde een beetje toen hij haar een eerste vraag stelde. Haar trekken vervaagden. Hij zag synapsen flitsen als honderdduizend sterren. Hij zweefde door haar geest als in een droom. Hij voelde zich licht en euforisch en vergat zich van zijn taak te kwijten. Zo ontspannen en zorgeloos had hij zich in lange tijd niet meer gevoeld. Hij dacht aan zijn vragen met de onwil van een slaper die weet dat het tijd is om op te staan, maar die er zich met de beste wil van de wereld niet toe kan bewegen zijn ogen te openen. De vragen vormden zich in zijn geest, maar het signaal bereikte zijn mond niet. Hij stond daar, met zijn hand op haar voorhoofd. Hij glimlachte en ademde langzaam en diep. Hoeveel tijd er zo voorbij was gegaan, wist hij niet. Had hij zijn vragen gesteld? Was ze geslaagd voor de leugendetectie? Langzaam haalde zijn plichtsbesef hem uit de sluimer. Haar gezichtje was zo onschuldig, zo lief, en haar ogen keken hem zo oprecht aan, dat hij verlegen de blik neer-sloeg. Natuurlijk was ze voor de leugendetectie geslaagd. Zo’n perfect en liefelijk wezentje kon onmogelijk een Oosterling zijn. Hij deed een stap opzij om haar door te laten en knikte haar wel-willend toe, zo goed en kwaad als hij zijn mimiek nog machtig was. Zij knipoogde, plagerig bijna, en streek zachtjes met haar lichaam tegen het zijne toen ze hem passeerde. Eran, die het tafereeltje met een schaapachtige glimlach had gadegeslagen, had haar bagage al klaarstaan en kon het nauwelijks over zijn hart krijgen om er afstand van te doen. Hij wilde geen afscheid nemen. Ze moest haar koffer uit zijn onwillige handen trekken. Mompelend en blozend excuseerde hij zich en ze vergaf het hem, bedankte hem zelfs. Bent en Eran keken haar na, terwijl ze zich naar het infopunt begaf om de toeristische informatie op haar implant te laden. Waar ging ze naartoe? Haar koffer zweefde achter haar aan als een trouwe hond, zo volgden ook vier ogen haar, als het kon waren ze uit hun kassen losgekomen om haar achterna te gaan.  

door Vincent Nemo [ link ] elf bijdragen

 

Holle retoriek

"Aarsema, dan komen de tachtigerjaren puberale streeptinten van de eerste kabeltv binnen op mijn kolkende oogbollen als de tube mayonaise leeggeknepen in in een onderzoekende puberkringspier . Vage opgedroogde veegklodderstrepen op de dikke zware afstandsbediening die het allang niet meer doet. Bolle schermen versterken de aplastische rondingen. Antennes nog met coax en zaad in een sok, geurend naar kamille gemengd met nat speculaas. Jong zijn is zo mooi…"

"Zit je achter het meest nieuwe en hipste technologische apparaat van deze eeuw, kom je op een stukje internet over columns schrijven. En dat is nu exact wat ik zocht! Soms zoek je iets, en kan je het niet vinden. Maar nu wel! Ik zoek iets om mijn Nederlandse woordenschat in te verwerken. En dan zoek je, en zoek je, en dan VIND je!

Soms zoek je iets anders. En dan vind je het niet. Mannen, of vrouwen, pennen, papier, boeken, bekers of boodschappen, je vind het soms niet.

Maar nu heb ik het gevonden!

Groetjes Lieke"

(Lieke, Zelf een column schrijven)

"Daarom is bicat een lichtje, een vuurtoren voor de verloren lopende dolenden.
Want dat er velen op de dool. Een gevolg van zich onbestemd, zonder nuttig doel, afgevlakt en weinig bijzonder voelen maar misschien nog meer eengevolg van het vluchten voor deze zelfrealisatie, deze pijn van een ziel zonder importantie niet te hoeven voelen. En daar compensatie middelen voor zoeken en aangboden krijgen. Drugs, sex met dieren, sex met kinderen die geen leeftijd meer nodig schijnen te hebben, autorijden, schoeisel, weblogs, gangbangs, sport, wat al niet. Als het maar lijkt dat je vooral bezig bent. Al is het nietszeggend en immoreel, al is het bellenblazen met je mond dicht of een kraak zetten en minister zijn.

En dan is er bicat..aus blaue hinein zu uns gezogen, zonder eigenaren of aandeelhouders die stakingen uitlokken, zonder stompzinnig geleuter, nee, de magie van de fantasie, de fictie en de nederlandse taal aan de macht.
Een baken van troost, een zwoele geur vlak voor het slapen gaan, een enorme uitzinnige stapel draadjesvlees met dampende jus, een romance achter het frietkot, scooters en mobieltjes, vogels die hun eigen lied zingen, de eigen partituur kennen en geen regisseur of dirigent nodig hebben, de horror en thrill. Dat wat onbewust en ondergronds en ook van het leven zelf is. En niet wordt voorgeschreven door de krant, de tv, radio, politiek, banken en verzekeraars, speculanten die denken met 'de echte waarheid' om te gaan. Nee, ik ben geen echt schrijver maar wel groot fan van het schaarse bicat talent."
(Peter Novecento, Haagsche Post)

"Schuimbekkend van woede las ik de met een danige onverschilligheid geschreven colums betreffend de holocaust en Auschwitz. De flarden teksten vol schrijffouten en loze beweringen, getuigen van weinig historisch besef maar vooral een respectloze attitude jegens miljoenen slachtoffers. Vandaar mijn bijdrage met het verzoek de richtlijnen als opgesteld in de bijlage te respecteren en in acht te nemen.

vr groet

dhr. Papen"
(Daniël Papen, via email)

"Diep geroerd, met geknepen stembanden, omvloerste oogleden, brandend maagzuur en kloppende roede (het is tenslotte 5 december) mocht ik uw fraaie stuk proza over mijn getroebleerde netvlies laten glijden... De woorden vertalen zich moeiteloos in zielsetsende beelden. Dank!"
(bromde Zielknijper, 5 december 2005)

"Geachte heer,

Mag ik u verzoeken het plaatje van de te jonge dame van uw site te verwijderen. Er zijn namelijk nog al wat mensen die dit niet lollig vinden. Diverse klaag e-mails over gehad. Mag ik u er op attenderen dat het hier om Kinderporno gaat en de wetgever daar meer dan 4 jaar gevangenisstraf op heeft gezet. Ik ga ervan uit dat het om een misvertstand gaat, als moderator. Met vriendelijke groet.

Sociale Jeugd- en Zedenpolitie te Amsterdam
Commerciele zaken
020-5592585"
(i030142@planet.nl, 14 december 2004)

"Schitterend verwoord dat artikel over Clarence. Liep jaren met een missie, aan de voetballiefhebbers (niet de kenners) proberen uit te leggen dat Abe en Piet beter zijn dan het orakel uit betondorp. Was onbegonnen werk. Het klootjesvolk adoreert Ellen van Langen, Geesink en Rieu, en vinden mevrouw Blankers, Ruska en Roby lakatos maar niks, ze weten waarschijnlijk niet eens wie het zijn. Toen Keizer stopte heb ik jaren niet meer gekeken. Toen zag ik die Fin en een paar jaren later een Surinamer met een Nederlands paspoort (Had die Fin er ook maar een gehad). Ja en dan begint het heilige vuur weer te branden. Deze twee zijn tactisch en technisch het beste wat er op Nederlandse velden heeft rondgelopen (wat ik in mijn leven heb gezien). Keizer had niks met voetbal te maken, dat was ballet,kunst, en soms als het niet belangrijk was helemaal niks .En Abe ken ik van wat beelden, maar als je naar de verhalen over hem luistert hoef je de verteller maar in de ogen te kijken en herken je meteen de kenners uit die tijd."
(via mail, 23 oktober 2005)

"pedante snikkels, komen kut te kort. Webloggen is niet voor mietjes maar ook niet voor stoere geile binken, webloggen is namelijk een fenomeen, een spookbeeld voor blinden die zich vergapen aan de wijde wereld van het internet om zichzelf te ontmoeten, een monologue interieur te voeren en dan de echo terughoren, het internet dat een wonder is wat een dom irrationeel fenomeen is. Echt iets voor pedante snikkels en kale kutten die niet neuken maar wel in elkaars nek willen hijgen en tijd teveel hebben. Ik zou er helemaal niet aan beginnen en beroemd en rijk ben ik al, zegt het liefje. Ik heb de grootste en zij heeft de lekkerste en we verdoen de tijd liever in elkaar verstrengeld dan te vergooien op zo’n vervuilde weblogmarkt. Mot je alweer email beantwoorden enzo, in je vrije tijd, be je gek. Opzoute, stik dur maar in, Goossens, kijk maar uit dat ze niet vreemdgaan terwijl jij al die poen verdient, sneue wolf, ouwe rukker, voordat je het in de gaten hebt sta je een verschrikkelijk stinkend goedje op je scrotum te smeren terwijl je staat te huilen omdat je zo belazerd bent terwijl je het alleen maar goed bedoeld, voor ons allebei schatje, weetje, heerlijk met vakantie strax, saampjes, maar vanavond moet ik werken snappie, centjes verdienen mot pappie, kijk niet zo beteuterd, je wilt helemal niet naar de Lidl, je wilt daar nooit gezien worden zei je, nou dan. Nou tot strax dan, he ?"
(nove, 12 oktober 2005)

"Bicat.net, dat is toch die achterlijke webstek voor rukkende, boerende en altijd bezopen kerels? Dat zielige pathetische zooitje ongeregeldheden dat uitgebraakte hersenkwak probeert te verkopen als prozadrek? Natte winden, dikke drollen, kleverige onduidelijkheden? Slurptrekkende draaigorgels, voorhuidjogging avant la lettre en berensgrote buikglijers?" (Jeremias Schubbenrug, in Nova, 4 oktober 2005)

Reageerziekte

"Op een vrolijke dag toen ik aan mijn, voor al 11 jaar, allerbeste vriendin de liefde heb verklaard en binnen luttele seconden de meest euforische gevoelens door mijn ziel heen flitsten typte een verslag van school begon k te typen en dit kwam tevoorschijn op het samengeperste hoopje uitwerpselen wat ik beschouw als mijn laptop, want zoals velen het niet slecht zou doen als zij dit beseften is bezit enkel een illusie.

Conclusie & nawoord

Niet alleen symbolen hebben invloed op ons doen en denken, de manier waarop ieder mens zichzelf ziet en andere zegt meer over die persoon dan over anderen. Elk mens gaat zijn eigen weg, en het is jammer dat er uit commerciële geldzucht zoveel miscommunicatie ontstaat tussen mensen. Welk mens is beter, het mens dat genadeloos elke, in zijn ogen misdadiger, ritueel vermoord, of die mens die de opdracht geeft om onbewuste signalen stuurt via reclamespotjes en zo het materialisme hoger prijst dan het gevoel om bewust van jezelf en je daden te zijn? Draait het dan uiteindelijk allemaal om geld?
De een vermoord mensen die hun hele leven anderen pijn doen, en de ander roept het gevoel op dat er niets beter is dan nike schoenen in combinatie met een stoere jack met een bontkraag, dat gedoe met die bontkragen id volgens mijn theorie gebaseerd op het paringsgedrag van leeuwen, hoe groter en mooier de manen, des te meer aanzien ze hebben en kans op leiderschap en hoe meer kans ze hebben dat hun genen worden doorgegeven ;).
Door niet te realiseren waar je mee bezig bent, of niet wie, maar wát je eigenlijk bent, ontstaat er miscommunicatie en disharmonie in de maatschappij. Opgaan in de massa kan leiden tot afgunst en afkeer van het geloof in jezelf en in anderen.

En ik wens hierbij balkenende en zijn hele tweede kamer heel veel succes met het oplossen van de “problemen” hier in Nederland, want zo schieten we geen reet op.

Oja, en een gelukkig Nieuwjaar!

Zondag 7 januari 2007, Frank Hooijer"
(Frank Hooijer, 7 Januari 2007)

"Ik had het allemaal al wel eens meegemaakt en niets was mij te dol geweest: eonisme, vice anglais, flaggelatie, ja zelfs koprofagie. Ik was dan ook met graagte ingegaan op de omineus-priapische woorden en lubrieke blikken die "Ellen" tijdens ons gezamelijk consumeren eerder die avond op mij had gericht. Toen we, media nox, eenmaal in haar slaapkamer waren aangekomen, gaf zij steeds minder blijk van doorgaans aan haar toegeschreven mesquinerie. Integendeel,loodzwaar en onvermijdelijk hing het veile sneukelen in de lucht. Binnen no time was de vloer dan ook bezaaid met exuvieën en toonde zij mij haar zinnenprikkelende Junonische leest. Na intiem pidjetten en enige orogenitale schermutselingen (waarbij brod noch javelijn werd ontzien),sloegen wij serieus aan het procreëren. Cunnus en Curacaoënaar leken welhaast voor elkaar geschapen. Hoewel haar defloratie al enige tijd terug had plaatsgevonden, pandoerden wij als nooit tevoren, daarmee verschillende tenesmen bewerkstelligend. Het is maar goed dat haar echtgenoot van deze sluikmin nooit wat heeft gemerkt..."
(TiTo, mei 2006)

"Schrijf eens over vrouwen en hun plek of plaats in de allesverterende zakenoorlogen. Want als er stereotype mannen met diep verborgen schaamtegevoelens over hun potentie problemen en erectiestoornis (taboe naturlijk) dan is dat manifest in hun 'vlucht vooruit' in de freudiaanse wapencultuur. Elke geweerloop, elke zwaardere tank is een gestileerd erectiel apparaat vol dodelijke munitie opgepomnt met miljoenen kogels in een spurt naar het doel wat als lustsymboliek een 'lilith' in een duizelige extase zou moeten brengen want zo 'is de kracht van het leger'. Stoere mannen die eerst de vrouwen opgeilen, dan met hun duwtje in de rug erop los gaan om 'de vijand te onthoofden'. Ik als watje moet altijd vreselijk lachen om die serieuze gezichten die de mannen politici en militairen bij hun gepiep, gezeur en gezeik en hun broodnodige verklaringen trekken.
U, als warmbloedige heterovrouw zal zich wezenloos kunnen uitleven 'tussen de hitsige Jantjes'. Ik stel voor dat u zich een voorstelling maakt over de gang van zaken in de nachten op zo'n nomadenkamp met satellietvererbindingen in de maanloze nachten van de nieuwe woestijnen die worden ontgonnen, namens u en mij, natuurlijk, vanzelf, juist, nee, uiteraard. Het mag ook wel een andere uiterst vervelende erectiestoornis gaan, de ejaculatie praecox. Dat gaat dan vast over de linkse oppositie, denk ik dan, kunt u het fijn neutraal houden.

U bent toch op alle kaasmarkten thuis, hard op weg om zich te bekwamen in een genre waar sex met hoofdletters geschreven moet worden. Vooral de sex benadrukken, Lilith. Veel gore geile, harde, wrede sexscenes, met blinddoeken, kidnap, politiehandboeien, touwen en katrollen, gedwongen masturbatie tussen mannen, tussen vrouwen, scarring en kaalscheren en tot huilens toe dat gepomp met dildo's en dat monotone gezoem van vibratoren sfeervol brengen. Vooral geluiden en kleuren beschrijven, daar ben ik gek op."
(Peter Novecento)

"Is er iemand in de zaal die nog wil doneren aan een zielige arme homosexueuele neger met een onbeschrijflijke ziekte zwaargelovig te dom om te leren of te schijten die bovendien een oog mist en denkt dat de duivel soep in een blik stopt want hoe komt het er anders in en tegelijkertijd vreselijk gebukt gaat onder de laatste Tsunami of de vrees daarvoor want zijn geitenoog gaf vanmorgen onheil aan? Of anderszins zijn hypocriete tot op het bot zwarte geweten schoon wil kopen voor een luchtig schijntje of nóg liever zichzelf onsterfelijk wil maken over het lijk van een ander? Nee? Eénmaal? Andermaal? OK, dan ben ik ook pleite en met Marnix mee naar dat gruwelijk dure restaurant. Bovendien is het al na zessen en sta ik in de baas z'n tijd de wereld te redden en zo heb de cao dat nooit bedoeld. Howdoe en de mazzel. "
(Hein Buffelruft, 28 dec 2005)

"De liefde is groots, ze breekt zonder haar gebit te gebruiken door elke granieten kop heen, verzwakt de wil en maakt elke stoere kerel tot een week omhulsel, een schaduw van zichzelf, een brabbelend luierkind, elke vent verandert van binnenuit en geweldloos door haar rijke zegeningen. Je krijgt een rijpe korstkaas als huid en een hart van vloeibaar goud. Verpletterend is ze en zij, de liefde, de warme zomerse, niet de winterharde en verbitterde tak dus, zit nog steeds vol met geheimen waar niemand de sleutel van kan vinden. Mysterieus is ze, als de ondergrondse geheimzinnige dictatuur van wereldwijde, alomvattende bekabeling waarlangs dagelijks kilometers gecodeerde data tussen de continenten flitsen. De liefde is een tectonishe plaat die schuurt en krast en gangen boort voor lavastromen van vleselijkheid en voedzame sappen die op geen enkele dieet mag ontbreken. Daarom is ze schaars. Tot slot..we heben allemaal een gat van onderen, onthou dat. "
(Nove, relatietherapeut, 3 dec 2005)

"Thanks! Voor de eerlijke en ijskoude bieren vooraf om de ergste dorst te lessen na een lange en vermoeiende reis. En de Champage daarna in gelukkig niet van die zuinige hoeveelheden maar gewoon ruim bemeten pullen. Dank ook voor de wonderschone oester die in zijn natuurlijke habitat beschermd en koel lag te wezen toegedekt met een warme dekentje bosui-liefde en een tikje Tabasco-ondeugd onder die deken. Dank voor de kleinste en schattigste St. Jacobsoesters die ik proefde in Balsamicostroop. Eerbied voor de kort aangebrade en met ontbijtkoek gestoofde kwartel. Ik proefde een tint Orange Marmalade hoewel je zei dat het er niet in zat. Ik hou het erop dat de chefkok zijn geheimen heeft en, hoe hooggeëerd zijn publiek ook mag zijn, ál zijn details zullen ze nooit te horen krijgen. Met liefde deed ik mijn sommeliertaken en het ‘kut-sommelier’ omdat ik de glazen niet tot de nok vulde, neem ik op de koop toe. Onder de indruk was ik van je tzatziki met shrimp en rode grapefruit. Zoet en zuur zoals Bitter & Sweet zoals het leven zelf zoals harmonie zo mooi kan zijn. Ook onder de indruk was ik van je zeewolf met tomatenchutney. Een rode knipoog op een licht in de boter aangezet visje zoals de boter bij de vis behoort te zijn. Je bewees jezelf door met het produkt mee te koken en de zeeduivel vochtig te houden en over te laten lopen in het bedje van zuurkool omrand door koele en volle crême fraiche en slechts gestopt door mosterd. Het zal mijn gebrek aan woordenschat zijn geweest deze poëtische beleving van samenstelling aan mijn disgenoot heer Visser uit te leggen, aan de wijn waarin het beestje zwom heeft het niet gelegen. Emotioneel werd ik bij het aangezicht van mijn vrouw in jouw open keuken, verliefd op de chefkok die zijn konijntje aan de haak had geslagen. Uit het konijnengezin weggetrokken, de zuigelingen achtergelaten en deskundig ontdaan van fluffy flaporen en prachtig gevild en daarna één minuutje aangebraden in de volle boter. Ach, je zei het nog, ‘nog even in de oven en gekeken hoe lang’ in antwoord op de vraag hóe lang dan, zoals Sebastiaan Bach ook vindt dat de piano zichzelf speelt. U zij geprezen met bijzondere gaven, maar het zal mijn eenvoudige ziel zijn die het zo ziet. De ingekookte fond een tikje gezoet nog niet eens meegerekend evenals de witte bonen-truffelpuree en rode kool met vijgen die in een restaurant van naam de kaart had kunnen aanvoeren. Jammer dat je er niet bij was met de kaas. Het zal de tol van de roem zijn geweest of de spanning van het koken op zulk een hoog nivo. Het siert de man die ook gewoon maar een mens van Vleesch & Bloed is gebleven. Het was uit de kunst hoe wij genoten van een walnoot uit Frankrijk gekraakt op de wals van braakgeluiden die wij van boven hoorden komen. Waarschijnlijk was je druk doende in de homard-naire. Het dessert ben ik kwijt evenals het betoog dat ik hield, maar dat was ik toen al kwijt. Het betoog hou je van mij tegoed. Ik zal het je vertellen als ik de liefde verklaar aan mijn vrouw zoals jij gisteren de keuken in het algemeen en ons in het bijzonder de liefde verklaarde. "
(Kiers de Maison, 27 november 2005)

"Ach, heer bicat, nu we het over eten en drinken hebben. Ik kan u te allen tijde aanraden, maar toch vooral in de herfst, van de ganzenlever te proeven. Zoekt u daarbij een zo eenvoudig mogelijk bewerkte ganzenlever, dus geen paté, niets met geconfijte uien of anderszins toevoegingen. U wilt ganzenlever proeven die met de hand is schoongemaakt door een oud boerenvrouwtje die hooguit peper, zout en wat cognac toevoegde en daarna op 70 graden in de oven met de deur op een kier de lever zachtjes liet warm worden. Niet smelten, want dan scheidt het vet van de lever en bent u uw produkt kwijt. Nee, u wilt de lever verwarmen zodat lever, peprer, zout en cognac een geheel gaan vormen. Dat wat u wilt proeven is de waarheid en niets anders dan de waarheid. Slaat u overigens wel in grote hoeveelheden in, niets zo erg als aan het einde te moeten constateren dat u nog wel wat had gelust. Nee, met veel dingen is het zo dat we nèt even meer moeten eten dan ons lief is. Nèt dat decadente punt van overdaad aantikken. Schenkt u daarbij een Gewürztraminer en bij voorkeur hoe ouder hoe beter en liever nog een Grand Cru dan een gewone. Maar als u dan toch uit wilt pakken dan komt u niet heen om de Tokay Pinot Gris.
Daarbij geserveerd met warm en geroosterd brioche brood."
(Harrie Stamper, 23 oktober 2005)

"Of die klassieke Suske & Wiske (het was nummer 78 als ik het goed heb): De Kakkende Kakkerlakken, die aflevering waarin Tante Sidonia in haar keuken te maken heeft met een steeds groter wordende populatie kakkerlakken, die voortdurend alles onderschijten, niet in de laatste plaats de biefstuk met friet die Tante speciaal voor Lambik had gebakken, tot grote woede van onze favoriete zeshaarder, die gelijk een spuitbus pakt en erop los begint te spuiten, dit tot groot enthousiasme van zowel Suske als Wiske, die duchtig beginnen mee te spuiten (we hebben het hier duidelijk over de periode waarin Suske en Wiske nog net zo milieubewust waren als George W. Bush die zijn privejet vanuit Kyoto liet terugvliegen naar zijn range in Texas omdat ie z'n favoriete cowboy-hoed was vergeten), maar in de spuitbus van Lambik blijkt een goedje te zitten dat er voor zorgt dat de kakkerlakken de volgende dag het formaat van een jong paard hebben (professor Barabas had een lege spuitbus gebruikt om zijn nieuwe groei-middel te testen en vergeetachtig als hij was, had hij het bij Tanta Sidonia laten liggen, puur uit teleustelling, want ook na gebruik van het groeimiddel had Tante Sidonia de professor uitgelachen toen hij zijn broek naar beneden deed), afijn, nu de kakkerlakken gegroeid zijn, schijten ze nog harder met als gevolg dat tante Sidonia, Lambik, Suske en Wiske hun huis worden uitgescheten, waarna ze Jerommeke erbij halen, wiens enige bijdrage een ENORME scheet is, gelukkig komt professor Barabas eraan met een grote smile op z'n mombakkes en een nog grotere bobbel in de broek die, zo zal even later blijken, amper in staat is de steeds groter wordende penis van Barabas te verhullen met als gevolg dat Tante Sidonia, gek van geilheid, zich op professor Barabas stort die vrijwel onmiddellijk klaarkomt en bovenop een van de reuzekakkerlakken kwakt die dan weer vrijwel onmiddelijk in elkaar krimpt en in het niets oplost, waarna ook Lambik en Suske en Jerommeke hun apparaat bewerken met het groeimiddel, zodat ze de volgende dag, onder de stimulerende leiding van Tante Sidonia en Wiske, de kakkerlakken dood masturberen. Knipoog Wiske. Einde."
(Max J. Molovich, 23 Augustus 2005)

"De vergelijking ‘vleesetend’ en ‘vrouw’ is een natte wensdroom. Het is veelbetekende symboliek dat er aan vegetarische mutaties man/vrouw/ hermafrodiet wordt gewerkt door de wetenschappelijke elite. Weten zij soms meer? Staat ons Armageddon te wachten ? De finale segregratie, het schisma van de sexen en de ondergang van hun zondige sexueel verkeer als geheime wapen om de wereldbevolking eindelijk zonder oorlogen te kunnen reguleren ? Reincarneren in een plantaardig bestaan in een potje aarde van robotformaties die miljoenen grijze racks van vruchtdragende en geurige planten produceren onder uiterst secure en berekende condities , zonder vrij zon of maanlicht, zonder zicht of gehoor, zonder tastzin, zonder geluid van wind en zee."
(nove, 6 Juni 2005)

Zelfbeschouwing

"Een man van middelbare leeftijd, beet je te dik, beetje te morsig. Baardje of sik wellicht. En witte schilfertjes sieren zijn gelaat. Hij rookt en hij drinkt, maar in tegenstelling tot wat hij ons graag wil doen geloven, niet teveel. Hij is een ambtenaar, schaaltje 9. verder een liefhebbende vader die zijn frustratie over het uitblijvende en waarschijnlijk nooit meer komende grootse leven heeft verruild voor een soort van komisch cynisme. Hij neemt het niemand kwalijk behalve misschien soms zichzelf, maar dan alleen na een Westmalle Tripel te veel. Hartstochtelijk supporter van NAC of een andere club ten zuiden van de grote rivieren, want dat hij een Brabander is moet haast wel. Zo stel ik mij Kiers voor, maar wellicht is het wel gewoon die homofiele Indo die bij Serudang de lege borden ophaalt..who knows.."
(Andy Möller, Gelsenkirchen)

"Het is vast een meteroloog, een weermenneke met een gesmoorde sexualiteit, eentje met een enorm taboe. Een vrijgezelle biologieleraar met verlatingsangst kan ook. Zo'n eenzaam type die nog steeds bij zijn moeder woont en al jaren lesgeeft in het basisonderwijs. Zo'n anonieme 13 inhetdozijnman die spaarzaam leeft, de piepers schilt en de afwas doet, zo eentje die op de middagwandeling met het hondje van moeders vanachter de krant bij een speeltuin of in het park naar stoeiende of voetballende jochies kijkt en de pijn verzwijgt. Een masochist die het taboe koestert.
Zo'n kleffe smeerlap van een potentiele serieverkrachter met banden in een hechte kerkgemeenschap waarop moeders zo trots is omdat hij naast het lesgeven ook nog als hobby het locale knapenkoor dirigeert. Zo eentje die maar beter melancholieke verhaaltjes moet blijven schrijven. "
(Nove, 22/11/2005)

"Ach ja, leuk, schrijvers.

Beetje zo in je donkere hol aan de wereld knagen. Puur verongelijkt verdedigen van een door mede niet-aanwezigen geschapen superieure schertswereld. Lurken aan je pijp. Pijpen aan je lurk. Woorden in langgerekte nadenkzinnen omzetten. Protserige taalvlekjes. Huilerige holheden. Fletse vondsten. Massieve monomane monsters. Een zielige berg toevoegingen aan de duistere put die al veel te lang overstroomt door de gemankeerde bijdragen van nerveus krabbelende geesten met een ongepast gevoel van eeuwigheid.

Die sfeer.

Geef mij maar parkeerwachten. "
(Marnix, 21/11/2005)