![]() |
|||||||
|
Navigatie de voorplecht Dankbaar
Uitgelogd
Huishoudelijk
5 oktober 2005 |
De Daghap Zaterdag, 4 Februari 2012
Tien voor drie. Nog twee uur en veertig minuten. Dat
schiet aardig op. Een vervroegde en langgerekte pauze om de dag te breken?
Hoera! Hij springt op van zijn geïmproviseerde stoel en loopt wat wankel naar
de koelkast, het hoofd ijl en de benen stijf. In de koelkast ligt nog één peer.
De laatste peer van de week. Een peer vindt hij beter te eten dan een appel. Er
is iets aan de structuur van appel dat hem niet bevalt. Tenzij in appelmoes,
appeltaart, of een ander klaargemaakt gerecht, dan is appel dik ok. O kijk, dat
rauwe peertje ziet er maar een armoedig tussendoortje uit. Zou ik het bakken in
de pan? Ja, waarom ook niet, zo zal de tijd veel sneller voorbij gaan. Vreemd
eigenlijk, die relativiteit van tijd. Van die astronaut en die aardling, en dat
die aardling dan sneller oud wordt en zo. Of was het omgekeerd? Wordt iemand
die zich verveelt minder snel oud? Dan word ik vast honderd jaar, relatief
bekeken althans.
Horst giet wat arachideolie in de pan en draait het
vuur op maximum. De olie wordt langzaam heet, ondertussen snijdt hij de peer in
dunne reepjes. Nog iets voor erbij? Hij doorzoekt de kasten en vindt nog wat
versuikerde honing en een restje zout. Dat wordt een feestmaal.
Het vet spat hoog op als hij de reepjes in de pan
laat vallen. Telkens hij een reepje dropt trekt hij zijn hand vliegensvlug weg.
Hij heeft de reflexen van een kat op leeftijd en wordt een aantal keer geraakt door
een hete druppel olie. Die olie blijft maar opspatten. Beter het vuur wat lager
zetten. Alles in de buurt van de pan hangt vol minuscule vetspatjes. Kan hij
ook nog eens gaan kuisen, zo krijgt hij de middag wel om. Hij knijpt op de
flacon versuikerde honing en mikt er wat van in de pan. Nog een snuifje zout
erover. Zo, dan zal wel smaken.
Met een houten spatel tracht hij de reepjes om te draaien.
Hij moet aardig schrapen want ze plakken al vast aan de pan. Bruin, gelukkig
niet zwart. Zwart is kanker, van zwart moet hij niet weten. Bruin is lekker. Nu
ruikt het hier naar kelder, spaghetti en gebakken peren. Gebakken peren, daar
zit hij mee. Horst draait het vuur uit en gaat terug achter zijn bureautje
zitten. Hij vraagt aan Google: met de gebakken peren zitten? Google weet: peren
golden vroeger als lekkernij… als de gasten niet kwamen opdagen, dan zat je
ermee… en ook, maar irrelevant: tot negentiende eeuw werden gebakken peren op
straat verkocht… door oude dametjes… door Vincent Nemo [ link ] iemand nam de moeite
Maandag, 30 Januari 2012
“hoi”
“Wat doe je?”
“nou,…..”
“Kweenie.”
“Hoe heet je?”
“Nadir”.
“Ik ben Danja”.
“Ja”.
“Waarom heb je maar één been?”
“door een knal”.
“O”.
“Maar ik krijg een kunstbeen, hoor”.
“O”.
“Danja?”
“Ja?”
“Hoe lang woon je hier al?”
“Twee weken”.
“O….”
“Wat heb je daar?”
“Een speelvlinder”
“ik vind hem mooi”
“ik niet”.
“O…..
Waarom speel je er dan mee?”
“Ik heb niks anders”.
“Waarom niet?”
“Weet ik niet.”
“Wil je wat speelgoed van mij?”
“Nee, dat kan ook knallen”
“Zal ik dan bij je komen spelen?”
“Ja.
da’s goed”.
door Eliv door Vincent Nemo [ link ] elf bijdragen
Donderdag, 26 Januari 2012
Had dat lekkere wijf nu maar op zijn bureaustoel
gezeten. Dan zou hij er wel eens aan gaan snuffelen, lekker pruimensap. Dat
herinnert hem eraan, hij moet nog op zoek naar een kapotje. Uitstel kan niet
meer, de walging is al ingezet. Geen rubberen handschoenen, geen keukenpapier.
Hoe gaat hij dat vettige ding van tussen de archiefdozen vissen? Vissen…
vissen… het raderwerk in zijn hoofd draait op volle toeren… bingo! Hij neemt de
vensterstok uit de hoek. Hop, hop! De stok gaat weer van hand naar hand. Nee,
hij laat hem dit keer niet vallen. Zijn reflexen staan op scherp. Hop, hop,
hop! Aan het uiteinde van de stok zit een haak. Daarmee zal hij dat, dat… brrr,
hij denkt liever niet aan dat smerige rubbertje. Waar had de collega het ook al
weer gesmeten? Hier ergens? Nee, wat verder naar achter. Daar ja, daar moet het
geweest zijn. Hij trekt wat archiefdozen uit de kasten, en inderdaad, het
gebruikte condoom ligt daar slap in een hoekje van de kast. Het heeft zelfs wat
gelekt. Gadverdamme! Met de tong uit de mond begint hij te vissen, de armen
gestrekt, zo ver mogelijk van het onheilplekje vandaan. Telkens hij denkt beet
te hebben, glipt het weer van de haak. Plets, plets! Dadelijk ligt alles eruit!
O, maar dat is goor, dat is goor! Ja, ja, JA! Hij heeft beet, het onding hangt
aan de haak. Voorzichtig de stok terugtrekken en naar de vuilbak ermee. Tergend
traag sluipt hij terug naar zijn bureau, de stok ver voor zich uit. Daar hangt
het te bengelen, dat vies vuil ballonnetje.
Gelukkig, het valt niet, hij heeft de vuilnisemmer
bereikt. Eens draaien met de stok. Toe, val dan, nu mag het. Maar het kapotje
valt niet, het blijft hardnekkig aan de haak hangen. Hij tikt met de stok tegen
de rand van de vuilnisemmer, maar zelfs dat mag niet baten. Zenuwachtig wordt
hij ervan, en ongedurig en kwaad en… hij wordt van alles en nog wat. De
bewegingen die hij met de stok maakt worden groter en groter, totdat
uiteindelijk: zwiep! Het onding laat los, maar het valt niet in de vuilbak, nee,
het valt er naast en het tuft bij de landing nog wat zaad over de vloer. Hij
houdt het niet meer, hij wil brullen en vloeken, zo hard dat de muren er van gaan
trillen. Nee Horst jongen, dat mag je toch niet doen, dan zullen ze je horen
daar boven. Diep inademen, vijf tellen, even inhouden en dan terug uit via de
mond. Relax, relax… relax. Het helpt een beetje. Er komt zelfs een idee in zijn
hoofd. Een oude krant, daarmee kan hij zich wel behelpen. Hij neemt er het
condoom mee op, en dropt het in de vuilnisemmer. Dan wrijft hij er ook nog de
vloer mee schoon. Nu ja, schoon kun je het niet noemen, maar de goorste
vettigheid is er toch mee weg. Opgelucht laat hij zich op de archiefdozen
ploffen, zijn geïmproviseerde bureaustoel. De bovenste archiefdoos scheurt open
onder zijn gewicht, en er vallen wat documenten uit. Hij laat zijn gezicht in zijn
geopende rechterhand vallen en hij schudt een aantal keren het hoofd. Hoe lang
nog voor deze dag ten einde is? door Vincent Nemo [ link ] tien bijdragen
Zaterdag, 21 Januari 2012
Ane Harting door Spencer Brandsen [ link ] zestien bijdragen
Zaterdag, 14 Januari 2012
Hij veegt zich droog met de keukenhanddoek.
Blijkbaar heeft hij heel wat vuil gemist, want de handdoek wordt behoorlijk
smerig. Weg er mee, hij zwiert ‘m op het eettafeltje. Wat nu gezongen majoor?
Een theetje, ja dat lust ik wel. Ga jij maar lekker zuchten, ondertussen kijk
ik nog eens wat rond op dat wereldwijde web. It’s a small world after all, it’s
a small world after all… Hurken we aan het bureau? Nee, pijnlijk aan de voeten.
Rechtstaan dan maar. Gebukt op het keyboard tokkelen. Verdomme, dat doet pijn
aan de rug. Voort maken! Geen nieuwe berichten? Uitstekend! Met de handen in de
zij rekt hij zijn rug hol. Nadenken Horst. Hoe pakken we deze situatie nu aan?
Aan de bureaustoel wil hij zelfs niet denken. Gruwelijk! Een alternatief voor
die… die.... Aha! Met grote passen loopt hij naar achter en haalt drie
archiefdozen uit de kasten. Plof, op de grond. Er gaat wat stof waaien. Nog
eens drie en dan is het wel hoog genoeg. Kletsmajoor is al aan het pruttelen.
Snel wezen. Hij haalt nog drie archiefdozen en stapelt ze op elkaar. Ja, dat is
zowat de juiste hoogte. Ting! De thee is klaar, de thee is klaar! Als een
waanzinnige danst hij naar kletsmajoor. Tea time, tea time!
Hij licht kletsmajoor van zijn voetstuk en danst met
hem in het rond als een primitief. We bring the tea, yes, the tea we bring,
hmmm. Dan giet hij het warme water in de tas. Hij houdt het touwtje van het
theezakje vast zodat het niet in de tas glijdt tijdens het ingieten. Hij
spreekt het zakje toe, spoort het aan. Yes you can, yes you can! Maakt hij te
veel lawaai? Kunnen ze hem daarboven horen. Koekoe, koekoe, skwiewoooot! Een
onverschilligheid is in hem geslopen. Een onverschillige waanzin. De angst
beteugelen door het noodlot te tarten, door het vierkant uit te lachen.
Woehoewoewoewoeeee! Terwijl de thee staat te trekken loopt hij toertjes rond
zijn bureau, waarbij hij breed met de armen flappert, als was hij Icarus of een
andere idioot met vleugels. Zou hij een vogel willen zijn? Nee, zo’n vogel
leidt een bestaan dat niet minder onbenullig is dan het zijne. En trouwens, hij
heeft hoogtevrees. Bestaan er vogels met hoogtevrees? Struisvogels misschien, of
pinguïns. Als hij kon vliegen en zijn hoogtevrees zou overwinnen, dan vloog hij
hier snel vandaan. Wat heeft een vogel hier te zoeken, tussen al die
mensenrommel? Een onbewoond eiland, daar vloog hij naartoe. Nu ja, als hij de
lotto wint dan vliegt hij ook naar een onbewoond eiland, met een vliegtuig. Of
beter, hij vaart er naartoe met een jacht. En laat de rest van de wereld dan
maar stikken. Op dat onbewoond eiland sticht hij Horstland, een lichtend baken
in een rottende wereld. Alleen lekkere wijven toegelaten. door Vincent Nemo [ link ] 17 bijdragen
Zaterdag, 7 Januari 2012
Zijn ouders begrijpen het niet. Ouders begrijpen
nooit wat, het lijkt wel alsof je niet tot ze door kunt dringen. Voor ouders is
de wereld kipsimpel. Z'n moeder zegt: Als die jongens je willen pakken moet je
gewoon wegrennen. Wegrennen. Gewoon.
Maar ze vergeet dat die jongens harder lopen dan hij. En dan zijn er nog zijn
zwakke enkels die hij al verzwikt als hij op een kiezelsteentje trapt, waarna
hij nog slechts strompelend z'n weg kan vervolgen. Z'n vader zegt: Gewoon
terugvechten. Slaan. Of schoppen. Alsof hij dat nooit geprobeerd heeft. Maar
met slaan en schoppen heeft hij zelfs nog nooit iemand kunnen ráken, want als
zijn uitschietende vuist of voet de locatie bereikt waar het beoogde doel zich
zou moeten bevinden, blijkt dat al naar een geheel andere plaats te zijn
verhuisd en kan hij weer helemaal overnieuw beginnen. Dat schiet niet op. Aan
ouders heb je niks. Aan de leraar ook niet. Toen hij deze had ingelicht over
het feit dat hij regelmatig door een aantal klasgenoten werd gemolesteerd
werden er geen maatregelen tegen hen getroffen. Wel had hij strafwerk
opgekregen omdat hij geklikt had. Klikken, dat bleek iets heel minderwaardigs
te zijn, iets heel ernstigs, veel ernstiger kennelijk dan iemand in elkaar
slaan. Nee, je hoefde van niemand hulp te verwachten, je stond er alleen voor.
Vandaar de vlammenwerper, die al voor de helft af was, de makkelijke helft.
Want het waterpistool met benzine in plaats van met water vullen was een
fluitje van een cent geweest. Nu kwam het er op aan dat het straaltje benzine
na het verlaten van de loop op precies het juiste moment in brand werd
gestoken, bijvoorbeeld door de vlam van een aansteker, maar hij is er nog niet
uit hoe dat praktisch gezien in z'n werk zou moeten gaan. Toch komt het hem
voor dat hij er iets op zal vinden als hij er maar genoeg tijd in steekt.
Ondertussen droomt hij alvast over hoe het er uit zou zien: de brandende
benzinestralen die de vijand raken, de verbazing op het gezicht, dan de angst,
de pijn en de wanhoop. Gevolgd door het schreeuwen en gillen. Want het is
natuurlijk geen pretje om in de fik te staan. Medelijden voelt hij niet, ze
hebben het er immers zelf naar gemaakt, wel krijgt hij het warm van binnen. Het
geestesoog van de kleine Horst kan er maar geen genoeg van krijgen en laat de film
telkens weer opnieuw afspelen. Hij vraagt zich af of het pistool niet wat
groter zou kunnen zijn, meer een watergeweer. Of beter nog: een
watermitrailleur, waar twee, vier, waarom geen zes brandende benzinestralen per
seconde uit schieten? Hij zou vele technische problemen moeten oplossen om dat
voor elkaar te krijgen, maar hij was toch slim en had hij op z'n laatste
schoolrapport geen negen voor handenarbeid gekregen? Op dat moment wordt hij in
zijn overpeinzingen gestoord door z'n moeder die hem roept voor het avondeten. door Spencer Brandsen [ link ] 23 bijdragen
Maandag, 2 Januari 2012
Kwart
voor twee. Nog meer dan drie uur te gaan. In principe kan hij vroeger stoppen,
maar dan loopt hij meer risico om gezien te worden. Tussen vier en vijf loopt
het gebouw leeg. Iedereen moet dan door de gang passeren. Horst wacht altijd
tot half zes, dan is er zowat niemand meer, dan staat zijn fiets daar helemaal
alleen in het kot op hem te wachten.
Laat hij zich maar eerst eens fatsoeneren, het vuil uit zijn gezicht vegen. Hij spoelt het toilet door, luistert even aan de deur,
open het hokje en wast zich vliegensvlug de handen. Luisteren aan de volgende
deur. Zijn hart bonst zo hard dat hij nauwelijks iets anders kan horen. Hij
trekt de deur open en kijkt door de kier. Niemand. Zo snel hij kant spurt hij
de gang over, de deur naast de drankenautomaat binnen. Bijna dondert hij van
de trappen af. Ook dat nog. Hij weet zich nog net aan de balustrade vast te
grijpen. Zijn hele lijf trilt van de doorstane spanningen. Laat het avontuur
maar aan de avonturiers. Horst heeft het wel gehad. Zijn hoofd doet pijn, zijn
hele lijf doet pijn. Voorbij de archiefkasten, naar zijn bureautje, naar de
spoelbak en de kraan. Het hoofd onder stromend lauw water. Veel haar heeft hij gelukkig niet. Het water in de spoelbak kleurt zwart. Met beide handen wrijft hij zich
door het gezicht.
Hoort
hij iets? Angst grijpt hem weer eens bij de keel. Snel draait hij de kraan toe.
Nadruppend blijft hij boven de spoelbak hangen, luisterend naar wat er allemaal
gebeurt. Maar hij hoort niets, enkel drup drup drup. En ook bons bons bons,
want zijn hart gaat weer tekeer of er gebeurt ik-weet-niet-wat. Vaak heeft hij
schrik dat zijn hart het zal begeven, dat het een laatste slag zal slaan en er dan
voor goed mee ophoudt. Zijn borst doet pijn. Het is de angst die zijn hart
samenknijpt. Een schuw hert, dat is zijn hart. ’t Is niet gemaakt voor
avontuur. ’t Is zelfs niet gemaakt voor zijn grijze leventje waarin er nooit
echt iets gebeurt. Zelfs in dat saaie bestaan schrikt het voortdurend op en
brengt het zijn hele lijf in gevaar door als een zot te jagen. Nog een geluk
dat hij zo jong is. Nu kan hij het nog wel verdragen. Maar stel nu eens dat hij
een oude man zou zijn. Nee, dan is dat hart een tijdbom. Hij ziet zichzelf al
bezig als ouwe peer, met de hand op het hart, voortdurend in angst dat het gaat
ploffen. Sommige mensen zijn niet gemaakt om oud te zijn. Geef hem de eeuwige
jeugd, de eeuwige herkansing. Oud zijn overleeft hij nooit, de angst voor het
nakende einde zou hem te veel worden. Het is zoals bij een mondeling examen, of
een tandartsbezoek: als er nog volk zit te wachten, volk dat eerder binnen mag,
dan kan hij de zenuwen wel onder controle houden. Maar hoe kleiner de rij voor
hem wordt, hoe harder zijn hart gaat jagen en hoe groter de storm in zijn hoofd wordt die alle zekerheden wegblaast. Een blad in de wind is hij dan, zonder enige
controle over zijn lot. door Vincent Nemo [ link ] 24 bijdragen
Vrijdag, 23 December 2011
Het
tweetal fatsoeneert zich. Horst hoort het ruisen van kleding tegen huid, hij
hoort ritssluitingen sluiten en drukknopen dicht knippen. Hij hoort ook
gegiechel, lieve woordjes en kusjes. Daar walgt hij van, van lieve
woordjes en van kusjes. Fezel fezel, smak smak. Bol het af
verdomme, mijn kelder uit!
Wat doet
die nu? Zeg dat het niet waar is! De oud-collega gooit iets weg tussen de
archiefdozen. Drie keer raden wat dat is. Nu is heel zijn kelder bezoedeld! Een
bevlekt soldaat en zijn arme bureaustoel en… Hij ruikt het zaad al, het geil
en het zweet. Straks kan hij tussen de archiefdozen ook nog op zoek naar een
gebruikt condoom. Gadverdamme! Beheers je Horst, beheers je jongen, anders
loopt het hier niet goed af. De leverancier van frisdrankautomaten ligt boven
op de archiefkast een neukend koppeltje te bespieden, leg dat maar eens uit.
Ze gaan
weg. Er komt een einde aan de lijdensweg. Bij het buitengaan knipt de collega
de lichten uit. Hillary ligt daar bovenop zijn berg, zwart van het stof en hij
ziet geen hand voor ogen. Zijn lichaam wil ontlasten en hij durft de
gang niet op. Op de tast kruipt hij van de kast. Aarzelend zijn voet naar beneden,
zoekend naar steun. Drie meter hoog, dat mag hij niet vergeten, als hij valt
kan hij zich aardig bezeren. Voorzichtig, één been, ja, en dan het andere.
Zijn handen knijpen zich krampachtig vast. Ze zien vast blauw. Nee, ze zien zwart,
zwart van het stof. Daar heb je nu je avontuur Horst!
Is hij
er al, is het begane grond dat hij voelt? Hij zet zijn ene voet neer en dan de
andere. De begane grond rolt weg onder zijn gewicht en Horst knalt met zijn
knieën tegen de archiefkast. Kermend en vloekend zakt hij op de grond. Dat was
zijn bezoedelde bureaustoel die hij voor begane grond hield. Nu ligt hij
daar en hij weet niet waar kruipen van ellende. Hij weet wel waar kruipen en
hij kruipt er recht naar toe. Leer hem zijn kelder kennen! En kruipen doet hij
niet, hij staat met enige moeite recht en mankt naar de lichtschakelaar. Daar,
hij heeft hem al gevonden. Een vreemd gevoel, zo van pikdonker naar verlicht.
Alsof hij uit een droom stapt. Of er recht in. Daar staat die vervloekte
bureaustoel te stinken, en daar moet dat kapotje ergens liggen. Wat eerst? De
hoogste nood ledigen! Angst of niet, hij moet de gang op, hij kan niet anders.
De trap op, voorzichtig de deur open. Luisteren, goed luisteren vooraleer hij
verder gaat. Niemand? Snel als een kat de gang over, de toiletten binnen. De
lichtcensor, de lichten knippen aan. Hij ziet zichzelf in de spiegel, als een
slecht geschminkte zwarte piet. Lang blijft hij niet voor de spiegel staan. Hij
sluit zich op in zijn hokje, hij zet zich neer en laat de doorstane spanning
uit zijn lichaam vloeien. door Vincent Nemo [ link ] 32 bijdragen
Zaterdag, 17 December 2011
De oud-collega
van Horst komt de archiefruimte binnen. En hij is niet alleen, er is ook een
vrouw bij. Horst kan haar gezicht niet goed zien, hij staart recht tussen haar
borsten. Van bovenuit gezien is het een lekker wijf.
‘Wat is
dit hier?’ hoort hij haar vragen.
‘De oude
archiefruimte,’ zegt de oud-collega, ‘die wordt niet meer gebruikt.’
‘Waarom
brandt het licht dan nog?’
‘Iemand
is het vast vergeten uit te doen’.
‘Het
ruikt hier naar kelder.’
‘Met een
beetje goede wil ruikt het naar spaghettisaus.’
Horst
volgt de conversatie vanop zijn berg. De spanning, de adrenaline, het
slaat hem op zijn darmen. De oud-collega duwt het lekkere wijf tegen de
archiefkast waarop Horst ligt. Hij voelt de kast bewegen. Nee, hij durft niet
meer te kijken, hij drukt zijn gezicht in de vuile stoflaag en knijpt zijn ogen
dicht. Als hij hen niet ziet, dan zullen zij hem ook wel niet zien. Als
struisvogels het kunnen, dan kan Horst het ook.
Het
praten stopt. Andere geluiden bereiken nu de oren van Horst - twee
schotelantennes zijn het, geen geluid ontsnapt eraan. Het metaal van de
archiefkast lijkt alles te versterken. De archiefkast begint vervaarlijk te
schudden. Bonk, bonk, bonk. Die twee daar beneden sussen elkaar. Ze willen niet
betrapt worden. Wat nu? Het bonken tegen de kast stopt abrupt, en na een moment
van stilte weerklinkt er een vertrouwd gepiep. Horst kijkt verontwaardigd op.
De oud- collega heeft plaats genomen op zijn bureaustoel en het lekkere wijf
zit achterwaarts op hem. Een blote zwetende reet op zijn bureaustoel! ‘Verdomme!’
wil hij roepen, maar hij zwijgt en bijt nijdig op zijn lip. Die stoel moet nog
jaren mee. Hoe gaat hij die nog ooit proper krijgen? Vuil reetzweet trekt in
het stof van zijn enige stoel, en al wat hij kan doen is het lijdzaam aanzien.
Het
begint daarboven, in die smalle ruimte tussen de archiefkast en het plafond,
kwalijk te ruiken. Het is de spanning, hij kan er niets aan doen. Warme lucht
stijgt gelukkig, dus die twee daar beneden zullen het vast niet ruiken. Stel je
voor dat zijn gebakken lucht hem verraadt. Dat zou best komisch zijn. Er
verschijnt een grijns op zijn gezicht, dat inmiddels behoorlijk zwart ziet van
het stof. Klets, klets, piep, piep, kletserdekletserdeklets, pieperdepieperdepiep.
Het gaat behoorlijk snel nu, een teken dat het einde nabij is. Sussen helpt
niet meer, die twee lossen rauwe kreten. Als ze de hele bovenverdieping maar
niet naar beneden halen. Dan is hun spel hier uit, maar ook het spel van Horst.
Zolang die twee maar in het archief blijven en niet naar achter lopen, waar zijn
bureautje staat, waar zijn computer nog staat te draaien en waar zijn afwas aan
het uitdruppen is. Misschien nog een geluk dat zijn bureaustoel hier stond en
niet daar, anders waren ze vast op zoek gegaan naar een plekje om comfortabel
te kunnen wippen. Bah, dat zweet laat vast plekken na, en wat zal het vies
ruiken! Vandaag gaat hij er alleszins niet meer op zitten. Maandag brengt hij
wel een kussentje mee van thuis, iets om de vuile plek mee weg te moffelen.
Hopelijk maken ze er geen gewoonte van. door Vincent Nemo [ link ] 22 bijdragen
Dinsdag, 13 December 2011
De kleine Horst verkeert in hevige tweestrijd: moet hij de
komende oudejaarsavond nu wel of niet zelf vuurwerk afsteken? Hij kan zich
tenslotte ook beperken tot louter toekijken, dat is zonder risico en kost
niets. Hij heeft schrik van vuurwerk, de waarschuwingsfilmpjes van de overheid
op de tv over kinderen met afgerukte vingertjes zijn wel aan hem besteed,
hoewel de jongens in de buurt er hard om moeten lachen. Stommelingen. De kleine
Horst vreest niet zo zeer voor z'n vingers alswel voor zijn ogen. Want hoe
kwetsbaar zijn die wel niet, hoe makkelijk raken die wel niet beschadigd! Hij
werd al beroerd als hij er alleen maar aan dacht. Vorig jaar hadden zijn ouders
na lang zeuren een bril met gewoon vensterglas voor hem gekocht. Het dragen
ervan bood geen volledige garantie tegen blindheid veroorzaakt door ontploffend
vuurwerk, maar de kans daarop werd toch aanzienlijk gereduceerd. Toch was het
dragen van de bril geen succes geweest. Hij had een buurjongen er over
ingelicht en deze had het aan iedereen doorverteld. Toen de klok op
oudejaarsavond 12 uur had geslagen en hij zich met plastic tasje en brandende filtersigaret
[veiliger dan een aansteker!] buiten de
deur had gewaagd, was hij van alle kanten bekogeld met aangestoken vuurwerk en
had zich omhuld door dichte kruitdampen terug moeten trekken in de beschutting
van de ouderlijke woning. Een herhaling van deze onverkwikkelijke gebeurtenis
wilde hij dit jaar liever voorkomen, maar hoe moest hij dat aanpakken? In ieder
geval kon er geen sprake van zijn dat hij zich zónder bril buiten de deur zou
wagen, want dat was gekkenwerk. Hij had een neefje dat zich bezig hield met op
afstand bestuurbare auto's en helicopters, misschien zou die ook wel in staat
zijn iets te bedenken waarmee je vuurwerk buiten tot ontbranding kon brengen
terwijl je zelf veilig binnen zat. Maar zeker wist hij dat niet. Bovendien
woonde het neefje een heel eind weg en was er te weinig tijd, oudejaarsavond
was al over 2 dagen. Volgend jaar, ja, dat zou misschien wel kunnen, maar daar
had hij nú niets aan. Wat dan te doen? Een hele, hele lange lont misschien, die
je binnen kon aansteken? Dat zou misschien iets zijn, maar hoe kwam je daar
aan? Wacht, er waren hele kleine rotjes die met elkaar verbonden waren door een
lange lont. Als ze afgingen klonk het als een mitrailleur:
rettekkettettet! Het zou een heel karwei
zijn om de lont van de rotjes te scheiden, maar het zou kunnen werken. Jammer
genoeg zat je daarna met honderden minirotjes die allemaal voorzien waren van
een eigen lontje dat aangestoken moest worden. Korte lontjes waren dat.
Verontrustend korte lontjes... Nee, daar had hij weinig trek in. Maar de rotjes
weggooien kon ook niet, want dan zouden z'n ouders vragen waar ze waren
gebleven en gaan klagen over het zuurverdiende geld dat er aan was besteed. Op
dat moment wordt hij in z'n overpeinzingen gestoord door z'n moeder die hem
roept voor het avondeten. door Spencer Brandsen [ link ] 19 bijdragen
Zaterdag, 10 December 2011
Horst glijdt over de vuile tegelvloer. Zijn beetje buiten
binnen. Zijn beetje boven hier beneden. Moet er nog zand zijn! Wie zei dat ook
al weer? En waarom? Natuurlijk moet er geen zand meer zijn. Er is zand genoeg.
Zand is overal. Zelfs op Mars. Dat is één grote zandbak. Wel gek eigenlijk, dat
zand. Wie verzint zoiets? Water, ja, daar kan hij het nut nog van inzien. Maar
zand? Horst had als kind een grote zandbak. Daar zag hij het nut ook al niet
van in, maar zijn ouders vonden het kennelijk wel nodig dat hij een zandbak
had. Voor Horst was het een portaal naar een andere wereld. Het enige wat hij
in die zandbak deed was graven. Graven tot zijn vader het gat weer dicht
maakte. Heel erg diep is hij nooit geraakt. Na anderhalve meter of zo stootte
hij op harde zwarte grond. (Wat is het verschil tussen zand en grond? Niets is
zo simpel als het lijkt.) Af en toe vond hij eens iets. Een stuk porselein, of
iets van metaal. Maar geen spoor van dinosauriërs, geen magma, geen geheime
ondergrondse wereld. Die zandbak was een grote teleurstelling. Eigenlijk is Horst
wel een avonturier. Kijk, hij krijgt nu zelfs zin om te gaan graven, om die
tegels hier uit te breken en een heel diep gat te graven. Hij zou dieper willen
graven dan een mens ooit gegraven heeft. Tot het zand op is. Moet er nog zand
zijn!
Helemaal opgepept, klaar voor avontuur. Maar wat valt er in
zijn kelder te beleven? Zanderige vloer, archiefkasten, bureautje, aanrecht en
kookfornuis. Daar kan zelfs de grootste avonturier niet veel mee aanvangen. Of
wacht eens… ja natuurlijk! Er op af!
Horst rolt in zijn bureaustoel naar het archief. Daar staan ze statig, wel drie
meter hoog. Het zijn geen soldaten, het zijn bergen. Het is de Mount Everest,
en Horst is Hillary. Hij maakt een scherpe bocht en botst op een archiefkast.
Met dichtgeknepen ogen tuurt hij de hoogte in. De berg is steil, er is weinig
houvast. Dat wordt een heel karwei. Eens in de handen spuwen? Nee, dat is vies
en nutteloos. Waarom zou je beter klimmen met speeksel op je handen? Om een
blad papier om te draaien kan het helpen, maar daar houdt het dan ook op. Goed,
hier gaan we dan. Linkervoet op het eerste schap. Stevig genoeg? Ja, het lijkt
te houden. Beide voeten op het schap. De kast wankelt niet. Die staat stevig.
Vol vertrouwen klimt hij op het volgende schap, terwijl hij zijn handen aan de
kast vastklemt. Had hij nu maar een touw. Zweterige handen. Hij moet zijn greep
vernieuwen, hij glijdt weg. Weg vertrouwen. Doorgaan of opgeven? Wat is er aan
de top? Stof en eer. Eer en stof. Vooruit, hij klimt nog een schap hoger. Hij
kan de top voelen. Een dikke laag stof, zoals verwacht. Voldoende ruimte tussen
de top en het plafond om tussen te kruipen. Betere grip nu hij de bovenkant van
de kast kan grijpen. Één been vertrekt al de hoogte in. Maar dan, geluiden op
de trap. Nee, hij vergist zich niet, geluiden op de trap, en ze worden luider.
Erop of eronder nu. Wat moet hij doen? Geen tijd voor twijfel! Met al de kracht
die hem nog in de armen zit trekt hij zijn lijf omhoog, de kast op. Hij schuift
zich tussen kast en plafond. Zijn gezicht net boven een dikke laag stof. Dan
gaat de deur open. Stop met ademen, longen, stop met kloppen, hart, straks
horen ze jullie nog! door Vincent Nemo [ link ] vier bijdragen
Vrijdag, 2 December 2011
Met zichtbare moeite slikt hij de spaghetti weg waarop hij
erg lang heeft zitten kauwen. Zijn keel is wat gezwollen. Zijn keel is altijd
wat gezwollen. Het is iets chronisch. Wanneer hij zenuwachtig is steekt het de
kop op. De eetlust is hem over. Hij kapt zijn bord leeg in de vuilnisbak en
spoelt het af onder de kraan.
Waarom is hij zoals hij is en is hij niet niet de langharige
gebruinde held uit lang vervlogen puberdromen? Horst de onverschrokken koene
grunge held, die met één blik van zijn grote groene ogen alle meisjesharten
veroveren kon. Die held verbeeldt hij zich al lang niet meer te zijn. Zijn haar
is kort nu. Hij scheert het zelf met de tondeuse. Met duim en middenvinger
verkent hij de kale inhammen op zijn schedel. Helden sterven, lafaards blijven
bestaan. Laffe hond, laffe hond. Och nee, kom, hij ziet zichzelf toch graag.
Kijk hoe liefdevol hij zich nu over de kruin streelt. Ondanks alles heeft hij
zichzelf nog lief, en dat is belangrijk in het leven. Zonder eigenliefde is het
met een mens gedaan.
Hij laat warm water
in de spoelbak stromen. De handen onder het warme water. Palm, rug, palm, rug.
De warmte trekt naar heel zijn lijf. Een rilling van genot glijdt over zijn
ruggengraat. Prut prut, wat afwasmiddel erbij. Nogmaals prut, maar dan in de
lucht. Kleine zeepbelletjes zweven in het rond. In een heerlijk frivole bui
begint hij aan de afwas. Hij staat in zijn T-shirtje. Zijn trui heeft hij met
een ruim gebaar uitgezwierd, die hangt nu als een slappe vod aan de rand van
zijn bureau. Terwijl hij met krachtige ronde gebaren het keteltje schoonveegt,
bekijkt hij zijn armspieren. Was er nu maar iemand die hem bezig zag. De
spieren, die hij nu al jaren onderhoudt door viermaal in de week met gewichtjes
in de weer te zijn, staan daar bol voor niets. Als meertouwen zijn de spieren
om mijn armen geslagen, zegt hij tegen kletsmajoor. Als meertouwen, dat heeft
hij eens ergens gelezen.
Maar wacht eens. Verdorie toch, het is weer van dat. Hoe
komt dat toch? Altijd heeft hij het voor als hij aan de afwas staat. Hij
schuurt nochtans niet tegen het aanrecht aan. En toch. Herstellen maar, en nu
meteen, want dat voelt zo naakt en koud en gevoelig. Hij droogt zijn handen en
grijpt in zijn broek om de voorhuid terug over zijn eikel te trekken. Een van
de mysteries uit zijn zotte bestaan. Toen hij eens aan een collega vroeg of
diens voorhuid ook naar achter kroop telkens hij aan de afwas stond, kreeg hij
alleen een rare blik. door Vincent Nemo [ link ] 18 bijdragen
Zaterdag, 26 November 2011
Half één, etenstijd. Het potje spaghettisaus staat in een
plasje smeltwater op het aanrecht. Horst zet twee keteltjes op het vuur. De
grootste ketel vult hij met een bodempje water, de rest van het water is voor
kletsmajoor. Kletsmajoor krijgt nu heel wat te slikken. De blok halfbevroren
saus dropt hij in het kleinste keteltje. Hij giet er wat arachideolie over. Het
schijnt gezond te zijn om klaargemaakte tomaten nog eens met wat olie te
overgieten als je ze opwarmt. Hoe het juist zit weet hij niet meer, maar het
zou goed zijn tegen kanker. Met een vork probeert hij de brok saus in stukken
te hakken, maar de brok is nog te hard. Hij zet het vuur op maximum.
Ting! Kletsmajoor
heeft het al voor elkaar. Het bodempje water in de ketel kookt ook. Uitstekende
timing! Hij voegt het water samen. Dat blijft lustig verder koken. Busseltje
spaghettisprietjes in twee breken en in het water. Vier minuutjes laten koken.
’t Zijn dunne sprietjes. Is die brok saus nu al wat zachter? Ja kijk, hij
brokkelt makkelijk af, als de gletsjers in Groenland. En die ijsberen maar
springen, van brokje ijs naar brokje ijs. Zitten er wel ijsberen, in Groenland?
Och, wat geeft het. Springen moeten ze, hop hop! Horst zit ze op de hielen met
zijn vork. Hij breekt de gletsjers af, hij bespoedigt de opwarming van de
aarde. Weldra is er geen brokje ijs meer over. Bellen barsten zuchtend open aan
het sausoppervlak. Het lijkt wel lava. De hel in een potje.
Om de spaghetti te
testen smijt hij hem niet tegen de keukenmuur. Waarom zou hij? Mensen die dat
doen, daar scheelt iets aan. Hij vist gewoon een sprietje uit het water en
steekt het in zijn mond. Bijna klaar. Het vergiet mag al op zijn plaats, met de
oren achter de rand van de spoelbak. Het past perfect. Die vergietmaker is niet
van gisteren.
Hij zet het bord op
het kleine keukentafeltje, en rolt de bureaustoel aan, want een extra stoel
heeft hij niet. Daar liggen ook wat kranten van de voorbije week. Die heeft hij
uit de papierbak boven gegraaid. Zonder kranten zou zijn middagmaal maar kaal
zijn, hier in zijn kelder. Wat is er deze week weeral gebeurd in die wereld
waar hij zo weinig deel aan heeft? Oorlog, moord, vliegtuigcrash, ontvoering,
politiek schandaal. Ofwel gebeurt er elke week hetzelfde, ofwel weten die
journalisten niets anders om over te schrijven. Wat zou hij schrijven als hij
journalist was? Hij zou schrijven over de wolken die overdrijven, en over de
figuren die hij daar in zag. Hij zou schrijven over de zon die even door de
wolken brak, en over het vooruitzicht van een heerlijke lente. Misschien
schreef hij ook wel over de geneugtes van een kopje thee, en over het gunstige
effect van olie op klaargemaakte tomatensaus. Een stukje proza zou ook niet
misstaan, over de eenzaamheid en het verlangen naar de liefde, die
waarschijnlijk een illusie is. Het zou een mooie krant zijn, met veel foto’s
van lachende meisjes. Naakte meisjes, dansend in het licht van de aangekondigde
lente. Meisjes met harige venusheuvels, zoals ze dat vroeger hadden. Niet van
die kaalgeschoren moderne trienen met een mobieltje in de hand en een ipod in
de oren. Echte meisjes, met haar. Meisjes van vlees en bloed, met ogen die een
ziel ontbloten en niet de glossy grijsheid van een hol bestaan. door Vincent Nemo [ link ] 23 bijdragen
Donderdag, 17 November 2011
Horst
blijft als aan de grond genageld staan. Is hij zonet weggekomen met die leugen?
Daar lijkt het wel op. Hij voelt een zweetdruppel over zijn rug glijden. Verman
je! Je staat hier volledig onbeschut! Een vogeltje voor de kat! Snel, de
toiletten in, je hokje binnen, en deur op slot. Broek afstropen, zitten, en
laten gaan wat gaan moet. De binnenkant van zijn onderbroek is nat vanachter.
Een vochtige streep.
Als die
collega nu maar niet gaat rondbazuinen dat hij hem hier heeft gezien. Slapende
honden wakker maken om hem in de reet te bijten. En wat dan? Veel te jong om
aan pensioen te denken. Terug de arbeidsmarkt op? Waar kunnen ze iemand als hem
gebruiken? Geen kwaliteiten, geen nuttige kennis, geen vaardigheden. De fabriek
in! De straten vegen! Nee, die blootstelling kan hij niet verdragen. De
beslotenheid, de eenzaamheid, dat is zijn natuur geworden. Sparen moet hij,
sparen zoveel hij kan. Onafhankelijk zijn. Hoeveel jaar nog, tien, vijftien? Na
vijftien jaar heeft hij een aardig potje gespaard, dan kunnen ze hem niets meer
maken. Vijftien jaar nog? Dat haalt hij nooit. Zo lang kan hij zich toch niet
verstoppen? Hij heeft een plan nodig. Een geniale inval die hem pakken geld
oplevert. Hij staart naar de vertrouwde witte toiletdeur en denkt na. Hij denkt
zo diep hij kan. Hoe doe je dat, diep denken? Moet hij als een zwemmer het
water wegduwen om dieper te geraken? Er is enkel leegte in zijn hoofd. Zijn
hoofd zijgt langzaam neer terwijl hij dieper afdaalt in de krochten van zijn
geest. Wat een verkrampte uitdrukking heeft hij op zijn gezicht, alsof hij
werkelijk fysiek de inspanning levert om dieper en dieper te duiken.
Veel
nuttige ideeën komen er niet. Waar blijft dat licht dat een mens plots opgaat?
Op de lotto spelen, dat is zowat het enige dat hij kan bedenken. Maar die kans
is belachelijk klein. En hij speelt nooit op de lotto. Zijn moeder speelt op de
lotto, al dertig jaar. Ze heeft nog nooit iets gewonnen. Winnen zit niet in de
familie. Geniale invallen evenmin. Vijftien jaar verborgen blijven, dat lijkt
zijn beste optie. Als hij nu toch eens in de spoelbak pist, dan vermindert hij
zijn blootstelling met… tja, met hoeveel? Hoe bereken je dat? Zes a zeven keer
per dag, zes a zeven keer minder kans om gevat te worden. Misschien kan hij ook
in een zakje schijten. Hij kent iemand die dat deed, omdat hij te lui was om
zijn toilet te laten herstellen. Anderhalf jaar lang had die in zakjes
gescheten. Nee, dat gaat hij toch niet doen, dan moet hij elke avond de gang op
met een paar zakjes stront, want hij heeft actieve darmen. Maar pissen in de
spoelbak, dat is zeker het overwegen waard. Zo kan hij er misschien toch nog
enkele jaartjes afknijpen. Vijftien jaar? Dat lijkt onwaarschijnlijk, maar het
is niet uitgesloten. Dan is hij zesenveertig. En wat dan? Dan heeft hij nog
gemiddeld dertig jaar te leven. Zou hij een gemiddelde man zijn? Nee,
waarschijnlijk niet. Hij kent alleszins niemand die zo is als hij. De vraag
blijft dan of hij bovengemiddeld is, of eerder onder het gemiddelde zit. Zo
lang mogelijk leven is natuurlijk te verkiezen, al komen er heel wat
beslommeringen bij kijken. Horst als oude man. Grijs haar en rimpels, krakende
knoken. Een prostaat die niet meer meewil en een hart dat het elk moment dreigt
te begeven. Als hij bejaard is, dan komt hij vast zijn bed niet meer uit, om
dat oude lijf te sparen, om alle beetje leven dat nog rest er voorzichtig uit
te knijpen. door Vincent Nemo [ link ] 23 bijdragen
|
Holle retoriek
"Zit je achter het meest nieuwe en hipste technologische apparaat van deze eeuw, kom je op een stukje internet over columns schrijven. En dat is nu exact wat ik zocht! Soms zoek je iets, en kan je het niet vinden. Maar nu wel! Ik zoek iets om mijn Nederlandse woordenschat in te verwerken. En dan zoek je, en zoek je, en dan VIND je!
"Daarom is bicat een lichtje, een vuurtoren voor de verloren lopende dolenden.
"Schuimbekkend van woede las ik de met een danige onverschilligheid
geschreven colums betreffend de holocaust en Auschwitz. De flarden teksten
vol schrijffouten en loze beweringen, getuigen van weinig historisch besef
maar vooral een respectloze attitude jegens miljoenen slachtoffers. Vandaar
mijn bijdrage met het verzoek de richtlijnen als opgesteld in de bijlage te
respecteren en in acht te nemen.
"Diep geroerd, met geknepen stembanden, omvloerste oogleden, brandend maagzuur en kloppende roede (het is tenslotte 5
december) mocht ik uw fraaie stuk proza over mijn getroebleerde netvlies laten glijden...
De woorden vertalen zich moeiteloos in zielsetsende beelden.
Dank!"
"Geachte heer,
"Schitterend verwoord dat artikel over Clarence. Liep jaren met een missie, aan de voetballiefhebbers (niet de kenners) proberen uit te leggen dat Abe en Piet beter zijn dan het orakel uit betondorp. Was onbegonnen werk. Het klootjesvolk adoreert Ellen van Langen, Geesink en Rieu, en vinden mevrouw Blankers, Ruska en Roby lakatos maar niks, ze weten waarschijnlijk niet eens wie het zijn. Toen Keizer stopte heb ik jaren niet meer gekeken. Toen zag ik die Fin en een paar jaren later een Surinamer met een Nederlands paspoort (Had die Fin er ook maar een gehad). Ja en dan begint het heilige vuur weer te branden. Deze twee zijn tactisch en technisch het beste wat er op Nederlandse velden heeft rondgelopen (wat ik in mijn leven heb gezien). Keizer had niks met voetbal te maken, dat was ballet,kunst, en soms als het niet belangrijk was helemaal niks .En Abe ken ik van wat beelden, maar als je naar de verhalen over hem luistert hoef je de verteller maar in de ogen te kijken en herken je meteen de kenners uit die tijd."
"pedante snikkels, komen kut te kort. Webloggen is niet voor mietjes maar ook niet voor stoere geile binken, webloggen is namelijk een fenomeen, een spookbeeld voor blinden die zich vergapen aan de wijde wereld van het internet om zichzelf te ontmoeten, een monologue interieur te voeren en dan de echo terughoren, het internet dat een wonder is wat een dom irrationeel fenomeen is. Echt iets voor pedante snikkels en kale kutten die niet neuken maar wel in elkaars nek willen hijgen en tijd teveel hebben. Ik zou er helemaal niet aan beginnen en beroemd en rijk ben ik al, zegt het liefje. Ik heb de grootste en zij heeft de lekkerste en we verdoen de tijd liever in elkaar verstrengeld dan te vergooien op zo’n vervuilde weblogmarkt. Mot je alweer email beantwoorden enzo, in je vrije tijd, be je gek. Opzoute, stik dur maar in, Goossens, kijk maar uit dat ze niet vreemdgaan terwijl jij al die poen verdient, sneue wolf, ouwe rukker, voordat je het in de gaten hebt sta je een verschrikkelijk stinkend goedje op je scrotum te smeren terwijl je staat te huilen omdat je zo belazerd bent terwijl je het alleen maar goed bedoeld, voor ons allebei schatje, weetje, heerlijk met vakantie strax, saampjes, maar vanavond moet ik werken snappie, centjes verdienen mot pappie, kijk niet zo beteuterd, je wilt helemal niet naar de Lidl, je wilt daar nooit gezien worden zei je, nou dan. Nou tot strax dan, he ?"
"Bicat.net, dat is toch die achterlijke webstek voor rukkende, boerende en altijd bezopen kerels? Dat zielige pathetische zooitje ongeregeldheden dat uitgebraakte hersenkwak probeert te verkopen als prozadrek? Natte winden, dikke drollen, kleverige onduidelijkheden? Slurptrekkende draaigorgels, voorhuidjogging avant la lettre en berensgrote buikglijers?" (Jeremias Schubbenrug, in Nova, 4 oktober 2005) Reageerziekte
"Op een vrolijke dag toen ik aan mijn, voor al 11 jaar, allerbeste vriendin de liefde heb verklaard en binnen luttele seconden de meest euforische gevoelens door mijn ziel heen flitsten typte een verslag van school begon k te typen en dit kwam tevoorschijn op het samengeperste hoopje uitwerpselen wat ik beschouw als mijn laptop, want zoals velen het niet slecht zou doen als zij dit beseften is bezit enkel een illusie.
"Ik had het allemaal al wel eens meegemaakt en niets was mij te dol geweest: eonisme, vice anglais, flaggelatie, ja zelfs koprofagie. Ik was dan ook met graagte ingegaan op de omineus-priapische woorden en lubrieke blikken die "Ellen" tijdens ons gezamelijk consumeren eerder die avond op mij had gericht. Toen we, media nox, eenmaal in haar slaapkamer waren aangekomen, gaf zij steeds minder blijk van doorgaans aan haar toegeschreven mesquinerie. Integendeel,loodzwaar en onvermijdelijk hing het veile sneukelen in de lucht. Binnen no time was de vloer dan ook bezaaid met exuvieën en toonde zij mij haar zinnenprikkelende Junonische leest. Na intiem pidjetten en enige orogenitale schermutselingen (waarbij brod noch javelijn werd ontzien),sloegen wij serieus aan het procreëren. Cunnus en Curacaoënaar leken
welhaast voor elkaar geschapen. Hoewel haar defloratie al enige tijd terug had plaatsgevonden, pandoerden wij als nooit tevoren, daarmee verschillende tenesmen bewerkstelligend. Het is maar goed dat haar echtgenoot van deze sluikmin nooit wat heeft gemerkt..."
"Schrijf eens over vrouwen en hun plek of plaats in de allesverterende zakenoorlogen.
Want als er stereotype mannen met diep verborgen schaamtegevoelens over hun potentie problemen en erectiestoornis (taboe naturlijk) dan is dat manifest in hun 'vlucht vooruit' in de freudiaanse wapencultuur. Elke geweerloop, elke zwaardere tank is een gestileerd erectiel apparaat vol dodelijke munitie opgepomnt met miljoenen kogels in een spurt naar het doel wat als lustsymboliek een 'lilith' in een duizelige extase zou moeten brengen want zo 'is de kracht van het leger'. Stoere mannen die eerst de vrouwen opgeilen, dan met hun duwtje in de rug erop los gaan om 'de vijand te onthoofden'. Ik als watje moet altijd vreselijk lachen om die serieuze gezichten die de mannen politici en militairen bij hun gepiep, gezeur en gezeik en hun broodnodige verklaringen trekken.
"Is er iemand in de zaal die nog wil doneren aan een zielige arme homosexueuele neger met een onbeschrijflijke ziekte zwaargelovig te dom om te leren of te schijten die bovendien een oog mist en denkt dat de duivel soep in een blik stopt want hoe komt het er anders in en tegelijkertijd vreselijk gebukt gaat onder de laatste Tsunami of de vrees daarvoor want zijn geitenoog gaf vanmorgen onheil aan? Of anderszins zijn hypocriete tot op het bot zwarte geweten schoon wil kopen voor een luchtig schijntje of nóg liever zichzelf onsterfelijk wil maken over het lijk van een ander? Nee? Eénmaal? Andermaal? OK, dan ben ik ook pleite en met Marnix mee naar dat gruwelijk dure restaurant. Bovendien is het al na zessen en sta ik in de baas z'n tijd de wereld te redden en zo heb de cao dat nooit bedoeld. Howdoe en de mazzel. "
"De liefde is groots, ze breekt zonder haar gebit te gebruiken door elke granieten kop heen, verzwakt de wil en maakt elke stoere kerel tot een week omhulsel, een schaduw van zichzelf, een brabbelend luierkind, elke vent verandert van binnenuit en geweldloos door haar rijke zegeningen. Je krijgt een rijpe korstkaas als huid en een hart van vloeibaar goud. Verpletterend is ze en zij, de liefde, de warme zomerse, niet de winterharde en verbitterde tak dus, zit nog steeds vol met geheimen waar niemand de sleutel van kan vinden. Mysterieus is ze, als de ondergrondse geheimzinnige dictatuur van wereldwijde, alomvattende bekabeling waarlangs dagelijks kilometers gecodeerde data tussen de continenten flitsen. De liefde is een tectonishe plaat die schuurt en krast en gangen boort voor lavastromen van vleselijkheid en voedzame sappen die op geen enkele dieet mag ontbreken. Daarom is ze schaars.
Tot slot..we heben allemaal een gat van onderen, onthou dat. "
"Thanks!
Voor de eerlijke en ijskoude bieren vooraf om de ergste dorst te lessen na een lange en vermoeiende reis. En de Champage daarna in gelukkig niet van die zuinige hoeveelheden maar gewoon ruim bemeten pullen.
Dank ook voor de wonderschone oester die in zijn natuurlijke habitat beschermd en koel lag te wezen toegedekt met een warme dekentje bosui-liefde en een tikje Tabasco-ondeugd onder die deken.
Dank voor de kleinste en schattigste St. Jacobsoesters die ik proefde in Balsamicostroop. Eerbied voor de kort aangebrade en met ontbijtkoek gestoofde kwartel. Ik proefde een tint Orange Marmalade hoewel je zei dat het er niet in zat. Ik hou het erop dat de chefkok zijn geheimen heeft en, hoe hooggeëerd zijn publiek ook mag zijn, ál zijn details zullen ze nooit te horen krijgen.
Met liefde deed ik mijn sommeliertaken en het ‘kut-sommelier’ omdat ik de glazen niet tot de nok vulde, neem ik op de koop toe.
Onder de indruk was ik van je tzatziki met shrimp en rode grapefruit. Zoet en zuur zoals Bitter & Sweet zoals het leven zelf zoals harmonie zo mooi kan zijn.
Ook onder de indruk was ik van je zeewolf met tomatenchutney. Een rode knipoog op een licht in de boter aangezet visje zoals de boter bij de vis behoort te zijn.
Je bewees jezelf door met het produkt mee te koken en de zeeduivel vochtig te houden en over te laten lopen in het bedje van zuurkool omrand door koele en volle crême fraiche en slechts gestopt door mosterd. Het zal mijn gebrek aan woordenschat zijn geweest deze poëtische beleving van samenstelling aan mijn disgenoot heer Visser uit te leggen, aan de wijn waarin het beestje zwom heeft het niet gelegen.
Emotioneel werd ik bij het aangezicht van mijn vrouw in jouw open keuken, verliefd op de chefkok die zijn konijntje aan de haak had geslagen. Uit het konijnengezin weggetrokken, de zuigelingen achtergelaten en deskundig ontdaan van fluffy flaporen en prachtig gevild en daarna één minuutje aangebraden in de volle boter. Ach, je zei het nog, ‘nog even in de oven en gekeken hoe lang’ in antwoord op de vraag hóe lang dan, zoals Sebastiaan Bach ook vindt dat de piano zichzelf speelt. U zij geprezen met bijzondere gaven, maar het zal mijn eenvoudige ziel zijn die het zo ziet.
De ingekookte fond een tikje gezoet nog niet eens meegerekend evenals de witte bonen-truffelpuree en rode kool met vijgen die in een restaurant van naam de kaart had kunnen aanvoeren.
Jammer dat je er niet bij was met de kaas. Het zal de tol van de roem zijn geweest of de spanning van het koken op zulk een hoog nivo. Het siert de man die ook gewoon maar een mens van Vleesch & Bloed is gebleven. Het was uit de kunst hoe wij genoten van een walnoot uit Frankrijk gekraakt op de wals van braakgeluiden die wij van boven hoorden komen. Waarschijnlijk was je druk doende in de homard-naire.
Het dessert ben ik kwijt evenals het betoog dat ik hield, maar dat was ik toen al kwijt. Het betoog hou je van mij tegoed. Ik zal het je vertellen als ik de liefde verklaar aan mijn vrouw zoals jij gisteren de keuken in het algemeen en ons in het bijzonder de liefde verklaarde. "
"Ach, heer bicat, nu we het over eten en drinken hebben. Ik kan u te allen tijde aanraden, maar toch vooral in de herfst, van de ganzenlever te proeven. Zoekt u daarbij een zo eenvoudig mogelijk bewerkte ganzenlever, dus geen paté, niets met geconfijte uien of anderszins toevoegingen.
U wilt ganzenlever proeven die met de hand is schoongemaakt door een oud boerenvrouwtje die hooguit peper, zout en wat cognac toevoegde en daarna op 70 graden in de oven met de deur op een kier de lever zachtjes liet warm worden. Niet smelten, want dan scheidt het vet van de lever en bent u uw produkt kwijt. Nee, u wilt de lever verwarmen zodat lever, peprer, zout en cognac een geheel gaan vormen. Dat wat u wilt proeven is de waarheid en niets anders dan de waarheid.
Slaat u overigens wel in grote hoeveelheden in, niets zo erg als aan het einde te moeten constateren dat u nog wel wat had gelust. Nee, met veel dingen is het zo dat we nèt even meer moeten eten dan ons lief is. Nèt dat decadente punt van overdaad aantikken.
Schenkt u daarbij een Gewürztraminer en bij voorkeur hoe ouder hoe beter en liever nog een Grand Cru dan een gewone. Maar als u dan toch uit wilt pakken dan komt u niet heen om de Tokay Pinot Gris.
"Of die klassieke Suske & Wiske (het was nummer 78 als ik het goed heb): De Kakkende Kakkerlakken, die aflevering waarin Tante Sidonia in haar keuken te maken heeft met een steeds groter wordende populatie kakkerlakken, die voortdurend alles onderschijten, niet in de laatste plaats de biefstuk met friet die Tante speciaal voor Lambik had gebakken, tot grote woede van onze favoriete zeshaarder, die gelijk een spuitbus pakt en erop los begint te spuiten, dit tot groot enthousiasme van zowel Suske als Wiske, die duchtig beginnen mee te spuiten (we hebben het hier duidelijk over de periode waarin Suske en Wiske nog net zo milieubewust waren als George W. Bush die zijn privejet vanuit Kyoto liet terugvliegen naar zijn range in Texas omdat ie z'n favoriete cowboy-hoed was vergeten), maar in de spuitbus van Lambik blijkt een goedje te zitten dat er voor zorgt dat de kakkerlakken de volgende dag het formaat van een jong paard hebben (professor Barabas had een lege spuitbus gebruikt om zijn nieuwe groei-middel te testen en vergeetachtig als hij was, had hij het bij Tanta Sidonia laten liggen, puur uit teleustelling, want ook na gebruik van het groeimiddel had Tante Sidonia de professor uitgelachen toen hij zijn broek naar beneden deed), afijn, nu de kakkerlakken gegroeid zijn, schijten ze nog harder met als gevolg dat tante Sidonia, Lambik, Suske en Wiske hun huis worden uitgescheten, waarna ze Jerommeke erbij halen, wiens enige bijdrage een ENORME scheet is, gelukkig komt professor Barabas eraan met een grote smile op z'n mombakkes en een nog grotere bobbel in de broek die, zo zal even later blijken, amper in staat is de steeds groter wordende penis van Barabas te verhullen met als gevolg dat Tante Sidonia, gek van geilheid, zich op professor Barabas stort die vrijwel onmiddellijk klaarkomt en bovenop een van de reuzekakkerlakken kwakt die dan weer vrijwel onmiddelijk in elkaar krimpt en in het niets oplost, waarna ook Lambik en Suske en Jerommeke hun apparaat bewerken met het groeimiddel, zodat ze de volgende dag, onder de stimulerende leiding van Tante Sidonia en Wiske, de kakkerlakken dood masturberen. Knipoog Wiske. Einde."
"De vergelijking ‘vleesetend’ en ‘vrouw’ is een natte wensdroom. Het is veelbetekende symboliek dat er aan vegetarische mutaties man/vrouw/ hermafrodiet wordt gewerkt door de wetenschappelijke elite. Weten zij soms meer? Staat ons Armageddon te wachten ? De finale segregratie, het schisma van de sexen en de ondergang van hun zondige sexueel verkeer als geheime wapen om de wereldbevolking eindelijk zonder oorlogen te kunnen reguleren ? Reincarneren in een plantaardig bestaan in een potje aarde van robotformaties die miljoenen grijze racks van vruchtdragende en geurige planten produceren onder uiterst secure en berekende condities , zonder vrij zon of maanlicht, zonder zicht of gehoor, zonder tastzin, zonder geluid van wind en zee." Zelfbeschouwing
"Een man van middelbare leeftijd, beet je te dik, beetje te morsig. Baardje of sik wellicht. En witte schilfertjes sieren zijn gelaat. Hij rookt en hij drinkt, maar in tegenstelling tot wat hij ons graag wil doen geloven, niet teveel. Hij is een ambtenaar, schaaltje 9. verder een liefhebbende vader die zijn frustratie over het uitblijvende en waarschijnlijk nooit meer komende grootse leven heeft verruild voor een soort van komisch cynisme. Hij neemt het niemand kwalijk behalve misschien soms zichzelf, maar dan alleen na een Westmalle Tripel te veel. Hartstochtelijk supporter van NAC of een andere club ten zuiden van de grote rivieren, want dat hij een Brabander is moet haast wel. Zo stel ik mij Kiers voor, maar wellicht is het wel gewoon die homofiele Indo die bij Serudang de lege borden ophaalt..who knows.."
"Het is vast een meteroloog, een weermenneke met een gesmoorde sexualiteit, eentje met een enorm taboe. Een vrijgezelle biologieleraar met verlatingsangst kan ook. Zo'n eenzaam type die nog steeds bij zijn moeder woont en al jaren lesgeeft in het basisonderwijs. Zo'n anonieme 13 inhetdozijnman die spaarzaam leeft, de piepers schilt en de afwas doet, zo eentje die op de middagwandeling met het hondje van moeders vanachter de krant bij een speeltuin of in het park naar stoeiende of voetballende jochies kijkt en de pijn verzwijgt. Een masochist die het taboe koestert.
"Ach ja, leuk, schrijvers. |
|||||