huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Thursday, December 16, 2004

Narcissa

als een bloem sluit zich de dag
ruwe duisternis overweldigt
en schendt de weerloze stad

erotiserende hitte
davert door ruige stegen
pleinen zinderen

Venus in spijkerbroek loopt voorbij
schurende benen zangerige borsten
tumult van albasten welvingen
van licht zwetend honinglijf

vleesgeworden droom in bloei
een Rubensfantasie gelijk

van mannen wordt de harde kern beroerd
jongens worden natte dromers
vloeibare spanningen verenigen hen

blauwpaarse zwelbloesems
rijzen hunkerend op

er is verlangen en smachten
maar nooit zal een man haar hart(d) bezitten

schreef T.M. Snokman om 11:24 AM [link]

Wednesday, December 15, 2004

Een verre vriend

"De tijd is uw vriend", schreef Michael ooit aan Francois. Het was in een email. Francois moet er vaak aan denken. De eerste keer dat hij er aan dacht was overdag, terwijl hij keek hoe de schaduw op de zonnewijzer traag voortkroop van de IV naar de V. En daarna van de V naar de VI. Van de VI naar de VII. Van de VII naar de VIII, om daarna voor de IX bereikt kon worden te vervagen.
Tegenwoordig denkt hij er ook dikwijls in en na de schemering aan en zelfs in de voorochtend als hij in het duister ontwaakt te vroeg voor het eerste zonnelicht. Aan het woord van Michael. Vooral als hij de klokken luiden hoort, denkt Francois aan die regel die alles zegt: "De tijd is uw vriend".
De klokken zijn belangrijk in het leven van Francois. De klokken die niet luiden om het verstrijken van de uren te markeren. De klokken die niet luiden om de gelovigen naar de mis te roepen. De klokken die niet luiden om te waarschuwen tegen de gevaren van stormvloed en dijkdoorbraak. Nee, deze klokken luiden (luiden alsmaar) om te melden dat er weer één overleden is. Dat er weer één minder is. Het dorp sterft uit. In de straat van Francois wonen nog louter schaduwen. De klokken luiden om het oprukken van het schaduwrijk te markeren, de schaduw van vriendschap, liefde en levensvreugd.
Francois vraagt zich vaak af hoe dat nu moet met de laatst overgeblevene. Wellicht zullen de klokken dan luiden voortbewogen door de wind. Een gure wind. Een tochtstroom uit het dodenrijk. "De tijd is uw vriend"
Francois weet dat de tijd zijn vriend is, maar liever reisde hij af. Een haastig vertrek zonder zorgen. Om de klokken maar niet meer te hoeven horen.

schreef Roemer om 11:02 AM [link]

Monday, December 13, 2004

Vluchtig

Langzaam, heel langzaam. Machiel stond op. Hij liep naar beneden en groette de steelpan waarvan de inhoud aan het verschimmelen was. Trok de koelkast open en pakte de melk met zijn rechterhand. Met zijn linkerhand greep hij naar de sigaretten. Dat was een tik van hem. Sigaretten in de koelkast leggen. De sigaretten vielen, de melk had hij nog steeds in zijn rechterhand. Hij bukte, morste wat melk, vloekte, zette de melk terug in de koelkast en stak een peuk aan.

Hij liep richting wc. 'Verdomme', dacht hij bij zichzelf, 'nou heb ik nog niks gezopen'. Hij smeet de koelkastdeur weer open, ving de deur terugvibrerend van de klap weer op en pakte met zijn linkerhand het melkpak. 'Melkpakken', had zijn vader weleens verklaard, 'zijn zo inferieur aan flessen dat je er eigenlijk alleen maar in kan poepen.' En zo geschiedde. Machiel's vader scheet in melkpakken.

Niet dat Machiel daar iets aan overgehouden had. Hij vond het sinds zijn 15e levensjaar volstrekt belachelijk en distantieerde zich dan ook van het poepen in melkpakken en op zijn 17e zag hij een enorme kans zijn vader te treiteren door uit melkpakken te drinken. Nu had hij, achteraf gezien, alleen zichzelf daarmee. Zijn vader verbood hem namelijk melkpakken in de koelkast te bewaren. Zijn vader verbood hem eigenlijk sowieso melkpakken met melk te bewaren. Dus Machiel bewaarde zijn melkpakken altijd stiekem. Het kwam er eigenlijk altijd op neer dat Machiel zure melk dronk. Op zijn 19e levensjaar had hij dan ook een enorm maagprobleem ontwikkeld. Een week lang moest zijn zure melk, en de rest van zijn voeding, via slangetjes worden toegediend. Daarna heeft hij zich nooit meer bediend van zure melk.

De peuk waar hij nu heftig aan zoog, knetterde een beetje. Dat was altijd met die goedkope sigaretten. 'Je kon er nooit van uitgaan dat die teringlijders er tabak in gooien', mompelde hij. Roken was ook iets wat zijn vader vond om op te poepen. Toch deed hij dit vreemd genoeg niet. Machiel ging wel roken omdat zijn vader vond dat je op sigaretten moest poepen. Al ontkende Machiel dat. Nadat hij zijn sigaret in de wc had gedeponeerd en de spoelbak met een sierlijk gebaar zijn werk had laten doen rekte hij zich eens goed uit. 'RAAAAHHHH'. Meer bracht hij niet uit op dat moment.

De deur sloeg dicht. Machiel's ogen sloegen dicht. 'Wat een verrekte tyfuskou'. Maar omdat zijn vader had gezegd dat mensen die de kou niet trotseerden om op te poepen waren trotseerde hij de kou maar. Vroeger, en nu nog steeds eigenlijk. Hij was een trotseerder van de kou geworden. Dat vond hij zelf wel wat hebben, dus hij introduceerde zich ook wel eens als: 'Machiel, trotseerder van de kou'.

Hij liep met zijn fiets aan de hand het betegelde pad af. Schopte het lage houten hekje open en stond midden in de wereld. Hij snoof diep. De trotseerder van de kou was een genieter. Hij hoorde het hekje napiepen en sprong op zijn fiets.

Gelukkig was het niet zo ver fietsen naar Steven. Dat wil zeggen, in deze omstandigheden. Als het mooi weer was, wilde de trotseerder van de kou wel eens genieten van een fietstocht. Hij trapte dan zo, dat hij zich met een constante snelheid voortbewoog. Een stevig tempo, met een inspanning die je pas na pakkembeet 30 minuten deed verlangen naar een lekker koel glas water. De rust die dan na elke omwenteling van de trappers op je afkwam was overweldigend. Het was wel belangrijk je volkomen te focussen op je trapbewegingen. De enige afleiding die geoorloofd was, was het brommen van de zon op je huid. Je voelde je huid aansterken, zich vernieuwen en verkleuren. Maar nu was het winter en leidde de kou te af voor welke vorm van meditatief fietsen ook.

Hij drukte op de bel. Dacht hij. Maar nadat hij een halve minuut de stevig beukende kou getrotseerd had, liep hij naar een kabouterachtig figuur midden in de tuin. Machiel gristte de sleutels onder de kabouter vandaan en dacht dat je vingers ongeveer zo zouden aanvoelen als je een erge vorm van reuma had. Machiel probeerde de sleutel in het kleine gat te drukken. Met een stevige duw forceerde hij de deur open te gaan. Hij maakte hem weer dicht, liep naar de bank, ging zitten. Stond weer op en liep naar de thermostaat.

Steven had nog een oude. Met een goudkleurige rand waar je heerlijk aan kon draaien. Velen malen beter dan zo'n vervloekte digitale meter waar je alles trapsgewijs kon instellen. Daar had hij pas een hekel aan. Tweeëntwintig graden tachtig. Daar werd je toch nerveus van? En hij was al zo snel nerveus. Of nee. Dat was eigenlijk niet het woord. Furies, eerder. Hij hield van de analoge draaiknop met zijn mechanische wijzer die het aflezen heerlijk onprecies maakte. Hij keek naar de kleine opening tussen meter en muur. 'Kitten', dacht hij bij zichzelf zonder de bedoeling hier maar ook ooit iets mee te doen.

Hij vleidde zich op de bank. Stond weer op. Liep naar de koffiemachine. Omdat zijn vingers al weer warmer waren, pakte hij soepel een sigaret, stak hem aan, en terwijl hij liep, duwde hij het pakje terug in zijn zak. Keukenkastje één: geen koffie. Kastje twee: geen koffie. Kastje drie: koffie. Hij pakte de filter. Een eco-keurmerk bruine filter. 'Gatver', dacht hij bij zichzelf. 'Wordt Steven nu ook al zo'n natuurgeit?' Ah, daar hoorde hij Steven. Hij kwam binnen door de deur die Machiel net geforceerd open had gekregen.

De lange haren van Steven leken op een kluit gras. Net zoals bij een kluit gras stonden alle uitwassen omhoog. Machiel moest lachen. Nee niet lachen; Gieren, brullen, maagkrampgelach. Steven's donkerbruine haar, wat al gauw tot over zijn oren reikte, stond bijkans volledig omhoog. Met een lichte grijns, die zijn tanden niet volledig ontblootte, maar wel liet zien dat zijn bovengebit van een volledig perfect gepositioneerde soort was, reageerde hij op Machiel's gebulder.
'Weer stoned, jager?'
'Enorm!", brulde hij!
Lachend voerden ze een kort schijngevecht uit.

'Desastreus'.
'Wat?', reageerde Steven.
'Jouw koffiefilters natuurlijk. Met zo'n filter bereik je toch echt de kritieke grens van mijn wereldvriendelijk vermogen'
'Rot op man, Aldi! 59 eurocent! Vind jij ze maar eens goedkoper.'
'Ondergescheten wcpapier kan vast goedkoper worden gerecycled', reageerde Machiel laconiek. Steven liep van Machiel weg en nam plaats op de salontafel. Hij schopte zijn schoenen uit.

'Hoe zit het nu?'
'Wie, wat en waar?'
Hij wist verdomd goed waar het over ging.
(...)
'Nee niks', zei Steven.
Machiel dacht aan de thermostaat, aan de kit. Hij drukte de peuk uit in het zeil van de keuken.
'Wat the fuck doe je nòu man?!'
'Houd je bek of ik vermoord je'
'Waar the reet ben jij mee bezig jongen...'
Machiel liet zijn broek zakken, toonde zijn reet. Liep op Steven af. Stevens ogen werden groot, onzeker. Te laat. Machiel haalde met een ongelofelijke vuistslag uit naar Steven. Weg. Boem. In één keer.

Machiel sprintte het huis door. Stampte hier een vaas om en daar een kastje doormidden. Hij was waar hij wou zijn. De trapkast. Hij trok de deur open. Het scharnier zou hierna op half elf hangen. Hij vond wat hij moest hebben. De multipurpose-lijm. Hij kleedde Steven uit tot zijn 'Bjorn Borg'- boxer het enige kledingstuk bleef wat hem warm kon houden. Hij sleepte Steven van het tapijt af, en legde hem op het koude keukenzeil. Hij begon driftig met het lijmpistool te schieten.

Er ontstond een lijmmoeras waar de gemiddelde fuut 'U' tegen zegt. Hij probeerde Steven zo ver als het ging hierin te gooien. Alsof je met een enorme lap kipfilet op een houten, natte snijplank slaat, zo klonk het. Machiel sprintte weer door het huis. Weer de kast. Een nijptang, aha! Hij rende terug, ontweek de lijm en zette zijn voet op Steven's voorhoofd. Zijn tang op Steven's hagelwitte voortanden. Geluid van scheurend vlees.

schreef Sibyl om 10:39 AM [link]

Sunday, December 12, 2004

Types - De Kapster

...van die types die hun uiterlijk tot in de haarpuntjes verzorgen. Gekrulde en verzorgde haarpuntjes eindigen waar geblondeerde haren begonnen. Geen kleurverschil is te zien, want als kapster heeft zij gemakkelijk toegang tot elke week een 'spoelinkie'. Blonde haren rusten op haar zwarte coltrui maar geen roosje te bekennen. De kralen van haar korte parelkleurige ketting zijn net te groot om voor echt door te gaan. Een beetje chique, een beetje kitsch, maar beide doelbewust. Geringeld vertikaal motief in haar wollen trui verleidt de blik omlaag. Als om door een ringetje te halen glijdt zij gracieus door haar brede ceintuur die schuin rond haar taille hangt. Zwarte laarzen met te hoge hakken, maar staand houdt ze de hele dag vol. Zij houdt een pluk haar geklemd tussen wijs- en middelvinger. Vliegensvlug schiet het kleine schaartje horizontaal evenwijdig over haar lange, ranke vingers. Buitengewoon verzorgd manicurewerk laat haar vierkante nagels wit glimmen. Zelfs de maantjes onder haar nagelriemen lijken op te lichten. Ervaren knipt zij de haarplukken op gelijke hoogte. Niet één keer zit het vel van haar knokkels in het schaartje. Een scherp oog voor elk schoonheidsdetail wordt doelgericht omgezet in kordate actie. In plaats van het weer praat zij graag over haar nichtjes. Het ene nichtje een mooie exotische naam, maar haar andere nichtje een normale Friese naam, "...en als het nichtje met de Friese naam dan ook nog de minst mooie is...", laat zij meermaals in het gesprek met zichzelf bezorgd weten, gevolgd door het geruststellende, "...uiterlijk is niet belangrijk, het gaat om wat er in zit, als je maar gelukkig bent, ja, zo is het. Toch?"

schreef Kiers om 11:12 AM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)