huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Friday, November 21, 2003

Niek
Ik houd mijn ogen dichtgeknepen.
Mijn wangen branden, het voelt alsof m'n ledematen los van mijn lichaam liggen.
Ik kon er niets aan doen, ik heb het niet met opzet gedaan. Een ongelukje.
Maar Moeder zag het anders. Zoals ze het vorige week anders zag. Zoals ze het gisteren anders zag. Zoals ze het vandaag anders zag en zoals ze het morgen, overmorgen en de dagen daarop anders zal zien.

Voor eeuwig anders... voor eeuwig anders... voor eeuwig anders... dreunt het. In de verte. En dichtbij.

"Niek, kom opstaan", klinkt het vlak boven mijn hoofd. Maar ik houd mijn ogen dichtgeknepen. Bang voor het gezicht van Moeder. Bang voor haar handen. Bang voor het daglicht. Laat haar weggaan.

Haastig reed ik vanochtend de grijze container naar de straatkant. Overhaastig. Met mijn 9 jaren ben ik niet klein van stuk, maar de container is zwaar. En groot. Dus deze kantelde en viel.
Het vuil waaide over straat.
Moeder gluurde toevallig tussen de gordijnen door. Gordijnen die altijd dicht zitten.
Ik zag haar kijken en probeerde zo snel mogelijk de etensresten, papiertjes en scherven weer in de bak te scheppen. Met handen als een kommetje gevormd.

Misschien zat ik één minuut gehurkt. Misschien langer.
De klap voelde ik niet aankomen. Met de rug op de koude grond. Mijn schedel bonkte op het asfalt. Hoeveel kan een kind verdragen? Pijn went.

"Opstaan! Ellendeling!"
Ik ruik haar zure adem. Houd mijn ogen dichtgeknepen.
"Niek, ik geef je vijf tellen."
De Moeder klinkt nu opmerkelijk rustig.
Dan open ik mijn ogen; Moeder zie ik niet meer.
Het stopt met regenen en ik tuur naar de wolken, naar een bewegende stip in het grijs. Waar gaat die stip naar toe...

schreef bicat om 05:08 PM [link]

Thursday, November 20, 2003

Mattheus¹ Passie
De omstandigheden waren perfect. Het lichte geruis door de kieren maakte het eerder mooier dan kouder. Het licht was gedempt, maar toch sfeervol, voor een tegen de muur gezette TL-balk. Het centrum van alles wat er was, of ontbrak, was toch dat bed. Een houten bed zonder bijzondere kenmerken, maar voor nu het mooiste bed in de hele wereld. Het bed wás zijn wereld, voor nu.

Hij veegde met twee vingers zacht wat haar uit haar gezicht. Hij geloofde nauwelijks dat het dan toch zo ver was gekomen. Na al die jaren, tien minstens, van verborgen verlangen. Onuitgesproken gevoelens die niet verborgen konden blijven. Daar waren ze eenvoudigweg te sterk voor. Omdat ze iedere keer als alles een béétje gewoon werd door de bodem onder zijn voeten braken. Hoeveel en hoelang kun je van iemand houden, waarvan je zeker weet dat ze nooit de jouwe zal zijn? Lang genoeg om je vooral af te vragen waaróm het niet kan. Wie die regels gemaakt heeft. Wat er nou belangrijk is: de afspraken die we met z'n allen maken, of je sterkste gevoel ooit, die allesverpletterende lust.

Voorzichtig legde hij zijn handen op haar sleutelbeenderen. Met haar grote groene ogen keek ze hem intens aan. Veel vaker had hij bij haar van zo dichtbij naar binnen kunnen kijken. Hij zag haar hoe ze eigenlijk was, van binnen. Als je al zo lang met elkaar omgaat, en zo vertrouwd, zijn er genoeg momenten waarop je tegelijk iets uit de koelkast haalt. Of in een smalle gang bij de kapstok elkaar moet passeren tijdens één van de gezamenlijke uitstapjes. Hij wist gewoon dat ze op die momenten intens veel deelde. Dat die blikken bijna elektrisch geladen waren met onverholen aantrekkingskracht, verlangen en zelfs losbandige lust. Mattheus kon natuurlijk alleen voor zichzelf spreken, maar de overtuiging was met de jaren alleen maar sterker geworden. Als ze samen waren, en hij soms onnodig dichtbij kwam, had ze nooit tegengestribbeld. Integendeel, ze deed er net zo hard aan mee. Bleef ze bijvoorbeeld gewoon staan. Voorovergebogen, om een andere CD te pakken bijvoorbeeld.

Haar bewegingen waren langzaam, maar sierlijk. Nooit eerder had hij zich zó onverwoestbaar gevoeld. Zo sterk. Mannelijk. Zo vervuld van lust, tot op het bot. Hij wás één stuk bot. Er moest voor misschien wel tien jaar opgekropt verlangen uit. De eenzame ontladingen waarin ze figureerde telden niet mee, dat hielp per keer ook maar een uur, soms korter. Het voelde nimmer als een hoogtepunt.

Om nu eindelijk haar hele goddelijke verschijning zo bloot en beschikbaar voor zich te hebben was overweldigend, bijna te veel. Meerdere keren had glimpen opgevangen en in gedachten al vele malen haar hele verschijning geboetseerd. Een visioen, samengesteld uit steelse blikken. Hoe jaloers was hij geweest op hem. Meer dan hij ooit zou willen toegeven.
Hij was één van zijn beste vrienden, maar ondertussen wel degene die haar wél kon beminnen. Wat ze ook al die jaren maar bleef doen. Ondanks dat hij in haar ogen duidelijk het smachtende verlangen naar hem las. Zelfs als ze vertelde wat hij nu weer van haar had gewild en hoe vervelend ze dat had gevonden.

Ze ademde diep, maar zacht. Hij zag het gloeiende en kloppende gevoel in zijn buik in z'n ogen als kleine stukjes overbelichting. Eindelijk was ze hier bij hem. Weken, maanden, en misschien wel jaren had hij er naartoe gewerkt. Omdat hij niet eeuwig wilde lijden had hij zelf uiteindelijk ook maar iemand genomen, om het leven mee te delen. De logica van samen met háár dingen doen, tijd doorbrengen, was daarmee tot in de puntjes geperfectioneerd. Zowel haar man als zijn vrouw vonden het prettig dat er zo'n mooie vriendschap kon bestaan tussen een man en een vrouw. Dat bewees toch maar weer dat niet alle mannen maar aan één ding dachten. Iedere terloopse afspraak of uitgebreid gepland theaterbezoek had meegebouwd aan het vertrouwen wat hij nu vervuld van lust gebruikte. Niemand kon vermoeden dat ze nu hier, zo naakt, zo intiem op de toppen van de hoogste bergen vertoefden.

Hij sloot zijn handen om haar slanke hals. Het lukte hem wonderwel om te voorkomen dat het vriendelijke gezicht van hem, of het liefhebbende smoeltje van zijn eigen vrouw voor zijn geestesoog verscheen of de steenkoude strenge blik van zijn moeder, toen ze hem met zijn zusje betrapte. Dit alles was hier en nu. Hij was er in alle zintuigen volkomen van vervuld.
Dit was het moment dat zij helemaal van hem was. Helemaal van hem alleen. En dat moment moest zo lang mogelijk gaan duren.

Ze bewoog perfect mee met het ritme van zijn hartstochtelijk gestoot. Of het nooit anders was geweest. Gemaakt voor elkaar, hij had het altijd al geweten. Alles was perfect. Het ging hem hoogstens wat te snel. Hij had eigenlijk liever gehad dat hij deze kans langer had kunnen benutten. Nog meer spanning opbouwen, nog meer kracht achter zijn ultieme orgasme. Maar het kwam al.
Voor het eerst in zijn leven kwam hij met geluid, een diepe grom ontsnapte uit zijn longen.

Het werd stil. Hij hoorde een licht geruis. In zijn hoofd, en door de kieren van de ramen van de caravan. Hij greep verstoord naar zijn oren. Haar hoofd gleed scheef van het kussen. Haar grote groene ogen staarden, nog steeds verbaasd, leger dan ze ooit geweest waren. Onwetend wat hij er ooit in had gezien.

schreef Hoof om 11:43 AM [link]

Wednesday, November 19, 2003

Dikke Jongen 17 - "Principekwestie vs. Minste Weerstand"
Dit is de laatste aflevering van Dikke Jongen. Zeventien weken is Dikke Jongen in ons midden geweest en heb ik u verhalen uit de oude doos verteld, updates gedaan met betrekking tot laatste ontwikkelingen en diepte-psychoanalyses met u doorgenomen.

Bijna was het te veel eer voor Dikke Jongen.

Ware het niet dat het leed van Dikke Jongen ons vermaak is en ik dus geen keus heb met het in de openbaarheid brengen van de avonturen van Dikke Jongen. Zoveel entertainment mag en kan ik niet voor mij houden.

Ware het ook niet dat Dikke Jongen geen weet heeft van zijn gedeeltelijke levensloop hier op het web gepleurd.

Enfin, feit blijft dat dit de laatste aflevering van Dikke Jongen zal zijn.

Het is de keuze tussen een principekwestie of de weg van de minste weerstand; de wegen van mij en Dikke Jongen gaan binnenkort scheiden.

Het getuigt van respect de ander eerst te noemen en daar zit nu precies de angel. De wegen van MIJ en Dikke Jongen gaan binnenkort scheiden. Er is geen respect.

De principekwestie zou mij aan hem het nieuws laten brengen als een echte man. Staand, recht in de ogen aankijken, zonder hakkelen of stotteren de mededeling doen.

"Dikke Jongen, het spijt mij te moeten mededelen maar ik ga met mijn lief elders wonen. Bij deze laat ik het huurcontract van het huis over op jouw naam. Ik hoop dat je nieuwe huurders vindt en de forse huur niet alleen hoeft te dragen. Als ik je ergens mee kan helpen zoals het vinden van nieuwe huurders dan doe ik dat graag".

De principekwestie getuigt van respect voor mijzelf en de ander. De principekwestie getuigt minimaal van een hoge waarde die de zaak voor mij heeft.

De weg van de minste weerstand laat mij het nieuws brengen op een manier die van mij de minst mogelijke inspanning vergt. Dat is meestal niet de mooiste oplossing. Ik zit te denken aan wachten tot het moment waarop ik zeker weet dat hij aan het werk is en dan kortaf zijn voicemail volblaffen.

"Dikke Jongen, de woningbouwvereniging heeft gebeld en ze hebben 1 januari een huis voor me. We hebben het er nog over". Klik.

De weg van de minste weerstand getuigt van het volledig ontbreken van respect voor mijzelf en de ander.

Ik ga kiezen voor de weg van de minste weerstand.

Ik heb blauwe luchten gezien en het hem aangewezen, door de tranen in mijn ogen wees ik hem op schoonheid. Er is gepraat over dingen die hij niet snapte, smaak blijkt toch te betwisten. Met hem erbij staat iedereen buiten in de regen.

Gelukkig moest ik wel eens poepen dus ik kon hem af en toe een glimlach geven. De schaterlach met buikpijn en tranen in mijn ogen bewaar ik voor mijn vrienden. Ik heb mijn kaarten verspeeld. Kaarten voor liefde, kaarten voor pijn.

Moet ik de eer aan mijzelf houden en er een principekwestie van maken? Moet ik mij als een waardig man gedragen en boven de materie staan? Ik denk van niet.

Dikke Jongen probeert al zijn hele leven bedoeld of onbedoeld iedereen omver te schoffelen. Vanuit zijn gewijzigd genprogramma is het voor Dikke Jongen de normaalste zaak van de wereld overal en altijd over zichzelf te praten en zich daarin de beste te vinden.

In die optiek kan het niet anders dan dat Dikke Jongen zichzelf ook de beste vindt in het omver schoffelen van alles en iedereen op zijn levenspad. Daar zit nu precies de angel want zo werkt dat niet bij mij. Zo laat ik mijzelf niet behandelen en zeker niet door Domme Dikke Jongen.

Als Dikke Jongen denkt dat hij de beste is in het ongenadig bot behandelen van zijn medemens dan heeft hij aan mij een kwaaie. Als Dikke Jongen de wedstrijd wil aangaan in het laag gaan met betrekking tot etiquetten dan zal ik het toch zeker niet nalaten mijzelf te bewijzen dat ik OOK op dit vlak zijn meerdere ben. Ik ben de laagste en als het moet de slechtste.

Onze wegen gaan zich scheiden en ik zal Dikke Jongen inlichten door hem op te bellen op het moment dat ik zeker weet dat hij zijn telefoon heeft uitstaan. Ik zal zo kortaf mogelijk zijn voicemail volblaffen. Zo is hij het gewend. Zo heeft hij het gevraagd. Zo zal hij het krijgen en ik zal hem korter af en straffer toeblaffen dan hij kan bedenken.

Ik ga nauwkeurig bedenken en met precizie uitvoeren hoe afscheid te nemen van Dikke Jongen op de laagst mogelijke manier.

Op de dag van verhuizing, die op dit moment nog enkele weken voor ons ligt, zal ik af en aan rijden met spullen in de verhuiswagen. Het nieuwe huis is niet ver maar gelukkig ver genoeg. Beetje bij beetje zal ik de spullen komen ophalen van de Laatste Normale Mens die met Dikke Jongen samenwoonde.

Als ik de laatste rit in de verhuiswagen laad, zal ik zeggen dat het de op een na laatste rit is. Ik zal zeggen dat ik zometeen terugkom om afscheid te nemen van vijf jaar samenwonen. Vijf jaar lief en leed delen, dat is toch niet niks zal ik zeggen, dat vraagt om een waardig afscheid. Ook zal ik er voor zorgen dat ik op dat moment moet poepen zodat ik Dikke Jongen een weke glimlach kan geven als ik mijn woorden uitbraak.

Maar ik zal niet meer terugkomen om afscheid te nemen. Als ik de straat uitrij zal ik tegen mijzelf zeggen; "Dag Dikke Jongen, ik zal je nooit meer zien".

De weg van de minste weerstand zal voor mij een principekwestie worden.

schreef Kiers om 12:01 PM [link]

Tuesday, November 18, 2003

Zwerfvuil
De kuststad zonk langzaam in een bad van schemering. De maan droeg een halve sok en scheen vermoeid door de kale boomkruinen. Zwerfkatten kozen positie bij de haven. Honden werden van boom tot boom door de witglimmende straten gesleurd.

Vorig jaar is er in deze stad een nieuwe burgemeester gekozen. Hij had zijn electoraat beloofd om de stad weer veilig en schoon te krijgen. Daar mocht hij als burgervader op afgerekend worden. Daar zòu hij op afgerekend worden. Onder water stelde hij de verantwoordelijke diensten dan ook flinke beloningen in het vooruitzicht om deze belofte gestand te kunnen doen.

De mannen van de stadsreiniging, waren onderweg naar het laatste deel van hun shift. Nog 2 blokcontainers in het stadspark alvorens ze op retour konden richting de afsluitborrel met dikke soep. De verwarming van de wagen vocht voor wat hij waard was tegen de gure winterkou. Een mogelijke elfstedentocht beheerste al wekenlang het nieuws. De kalender gaf 'nog maar' half december aan.

De mannen, Rob en Peter, droegen dikke werkjassen met stevige gevoerde werkhandschoenen. Rob werkte bijna 19 jaar bij de stadsreiniging. Peter vierde vorige maand zijn 12,5-jarig dienstverband. Samen op dezelfde wagen reden ze nu alweer een jaar of 9. Ze waren vrienden geworden. Het vullis kende voor hen geen geheimen.

Eenmaal in het stadspark aangekomen leegden ze snel de containers. Het logboek werd afgetekend met een 'niets bijzonders'-krul en ze reden richting parkrand voor een sjekkie.

Onder het stotterende licht van een lantaarn werden er 2 Javaanse Jongens "drie-kwart" gedraaid. Hier zaten ze bijna elke namiddag aan het eind van de ronde. Even een rustpuntje pakken.

Het gebruikelijke gefoeter over de dure heren in de villa's tegenover het park werd dan afgewisseld met het terugkerende onderwerp; vieze sex met verboden meisjes.

Lachend vertelde Peter, voor de vierde keer inmiddels deze maand, hoe hij ooit de dochter van de baas, in al haar 16-jarige prilheid, volspoot met zijn warme mannen-yoghurt. Rob, wist dat hij overdreef. Zo oud kon ze nooit zijn.
Maar de dochter van de baas...
Rode vlechtjes. Volle lipjes. Bruine amandel-ogen met grote pupillen, prontje borstjes. Een vroegvolwassen kreng was het. En ze vroeg er wèl om. Stiekem fantaseerde Rob wel eens over haar frêle snoetje waar een douche van witte druppels niet zou misstaan. Haar kwetsbare slakje die eens flink opgeklopt moest worden. Tjah. Slakjes....

"We pakken het aan, Rob", besloot Peter. En hij schoot zijn peuk weg met zijn rechterwijsvinger.
Rob zuchtte en besloot zijn blaas te legen in de koude namiddagwind.

"Hmmmmmmm hmmmmmm hmmmmmm", humde hij. En schudde de laatste klevende druppels richting aardoppervlak. Tot zijn eigen tevredenheid had zich reeds een flinke dampende plas urine om zijn schoenen genesteld.

"Krijg nou de bloedtering!", schrok Rob hardop.
Twee benen met bruine legerschoenen staken uit het bosje.
Rob deinsde achteruit.

"Peter! Peeetûr!", brulde hij.
"D'r ligt hier een vent. Een zwerver zo te zien"

Peter stapte geërgerd uit de warmte van de reinigingswagen en liep richting Rob die opgewonden met zijn armen stond te zwaaien.

"Wat IS er, Rob? Heb je weer teveel van de huisgestookte gesnoept?"
Meteen schrok Peter.
"Godverdomme, dát ziet er overleden uit"

Allerlei procedures schoten door het vermoeide hoofd van Peter.
"Daar gaat de afsluitborrel met dikke soep"

Er viel een rustgevende stilte over het park, toen Peter zich richtte tot Rob.

"Denk jij wat ìk denk?"
Rob knikte.
"Ik wil die bonus, Rob."
Rob knikte.
"Ik kan het goed gebruiken, Rob"
Rob knikte.
"Pak jij hem bij de schouders, grijp ik zijn voeten"
Rob bukte.

Een kort moment later reden ze terug naar de remise.
Het geluid van de radio voluit zodat ze het gekraak van de pers niet hoorden.

"time and again I tell myself
I'll stay clean tonight
but the little green wheels are following me
oh no not again"


Het logboek bleef onaangeroerd.

schreef bicat om 04:50 PM [link]

Wat is hij toch aan het bouwen?

Wat is hij verdomme toch aan het bouwen daarbinnen?

Hij heeft abonnementen op rare magazines. Hij groet nooit als hij langs loopt. Hij verbergt iets voor ons allemaal. Hij zit daar maar alleen.

Ik denk dat ik weet waarom. Hij heeft de schommel gejat van de kinderspeelplaats. Hij heeft van zichzelf geen kinderen. Hij heeft ook geen hond en geen vrienden en zijn achtertuin is een rommeltje. En hoe zit het met al die pakketjes die hij verzendt? Wat bouwt hij toch?

Ik zal je een ding vertellen, hij bouwt geen poppenhuis voor zijn kleinkinderen.

Waarom schijnt dat vreemde licht onder de deur door? En waar komt dat geluid vandaan? Wat voor geluid is het eigenlijk? Hij slaat grote spijkers in hardhout en ik zweer bij God dat ik iemand hoorde kreunen op een dag. En ik blijf maar dat blauwe licht zien van die tv-show terwijl niemand tv kijkt.

Hij heeft een soldeerbout en een zaagbank en je raadt nooit wat Meneer De Bruin van hiernaast heeft gezien. Hij heeft vergif onder het aanrechtkastje staan. Er is genoeg formaldahide om een paard te laten stikken.

Ik hoorde dat hij een ex-vrouw heeft ergens en hij heeft een consulting business in Indonesië. Hij heeft geen vrienden maar hij krijgt wel veel post. Ik zag hem vannacht op zijn dak signalen geven met zijn zaklamp en wat is dat deuntje dat hij altijd fluit?

schreef Kiers om 10:55 AM [link]

Monday, November 17, 2003

Rust
De rust van het staal. Het koude staal in m’n mond.
Ik zoek het iedere keer weer op, ik doe het nooit. Maar het geeft me de rust die ik nodig heb.
Het gevoel en de wetenschap dat nu ik de controle heb.
Dat ik degene ben die beslist wat er gebeurt.
Het einde als ik het wil.
Eigenlijk wil ik het ook wel maar toch doe ik het niet. Het is een automatisme om het niet te doen.
Maar de macht om het te kunnen doen. Om het echt te doen en te gaan waar we allemaal heen gaan. Dat brengt me de rust.
Ik zit hier tussen de vier betonnen muren met een versleten tapijt op de vloer.
Mijn wereld.
Dit is waar het leven eindigde, dit is waar het leven begon, dit waar ik beslis of ik door leef of dat ik er mee op hou.
Ik ken hier de weg in het duister.
Ik zit hier nu al uren.
Niets dan ruisende sneeuw op de televisie.
Sneeuw met strepen door het beeld.
De lege fles cognac aan m’n voeten.
De enige verbetering in m’n leven sinds ik een vermogend man ben.
Cognac ouder dan ik zelf voor een prijs waar we vroeger een maand van leefden.
Hier, in ditzelfde betonnen rothol.
Vroeger was een borrel, een simpele borrel met Martha, één van die kleine dingen die ‘schwung’ gaf aan het leven. Die het leven mooi maakte.
Van die kleine gouden stipjes op de tijdlijn hier in deze verlopen buurt van vieze straten vreemde talen en verschrikkelijke flatwoningen.
Vroeger dronken we samen om gewoon gezellig samen te zijn. Een excuus welke eigenlijk iedere andere vorm had kunnen hebben. Het ging er om dat we genoten van elkaar en elkaars gezelschap.
Nu zuip ik een fles om je te vergeten.
De tranen die ik hier durf te laten gaan drogen op m’n hete gezicht.
Ik proef zoals altijd het harde staal in m’n mond.
Vaker en vaker kom ik hier.
Vroeger trok ik nog m’n oude werkkleren aan. Nu soms direct uit vergaderingen en onderhandelingen. Met m’n pak aan en m’n stropdas om.
De succesvolle zakenman met z’n sublieme auto.
De blikken van de buurtbewoners heb ik me nooit wat van aangetrokken.
Ze bestaan voor mij ook niet.
Zoals niemand nog bestaat.
Ik kom hier omdat dit mijn wereld is, omdat dit de echte wereld is.
En tussen mijn jankende zuippartijen door leef ik m’n andere leven.
Het leven waar ik in vluchtte.
Het leven waarin ik zo succesvol ben.
Het leven waarin mensen naar me opkijken, het leven waarin ik m’n bankdirecteur bij z’n voornaam noem en hem uitkaffer als m’n geld niet genoeg rendement maakt.
God, het lege leven.
M’n kaken voelen verkrampt en m’n wijsvinger aait de trekker.
Ik streel de trekker alsof het een voorspel is voor het bedrijven van de liefde.
Een bedrijving van de liefde waarbij de ultieme climax mij zal verlossen van mijn lot. Een bedrijving van de liefde waarbij het gloeiende lood door m’n kop zal ejaculeren en eindelijk rust zal brengen.
Het einde van deze onzin.
Ik voel de fijne ribbeltjes op de trekker. Dat kleine enge stukje staal dat mij verlossen kan van dit ondraaglijke juk.
M’n vinger glijdt er over als een automatisme.
Het voelt lekker.
Vroeger bewoog m’n vinger op dezelfde manier.
Vroeger liefkoosde m’n vinger gemeend, hier in ditzelfde godvergeten betonnen hok de huid van mijn Martha.
Mijn lieve mooie Martha.
Mijn dode Martha.
Wild en gepassioneerd bedreven we de liefde.
Met emotie, diepe emotie, pure liefde voor elkaar, vertaald in ons lichamelijke spel waarbij we elkaar deden wegdrijven op wolken van genot. Een lijfelijk spel gevoed door de pure gevoelens die we voor elkaar hadden.
Niet zoals dat platte geneuk op het krakende bed aan de andere kant van de muur.
Niet zoals dat verslaafde stuk uitschot daar, die andere junks meeneemt om zich voor een shot te laten gebruiken.
Nee wij waren niet zoals de mensen hier. Niet zoals de mensen hier toen en niet zoals de mensen hier nu.
Vijf jaar zouden we hier wonen.
Een zure appel van een goedkoop bestaan tussen achterlijke mensen waar we doorheen zouden bijten.
Een offer van vijf jaar om daarna de vruchten te plukken van het bedrijf dat we op zouden zetten.
Jij en ik, Martha en Bart.
Zoals wij samen waren, waren we een onverslaanbaar paar.
Ik de technische kant, jij de commerciële.
Ons bedrijf zou groot worden en we zouden een mooi leven hebben.
Zoals in een godvergeten Amerikaanse film.
En het geld zou binnenstromen.
Het zou inderdaad moeilijk zijn om op te zetten maar als het eenmaal liep?
En nu loopt het m’n lief.
Het loopt godverdomme beter dan we ooit hadden kunnen dromen.
Zeventig tot tachtig uur per week. Zeventig tot tachtig uur per week stak ik er in.
Jaar in jaar uit.
Altijd bezig, altijd werken, nooit thuis.
En nu zit ik thuis.
Thuis, in hetzelfde flatje weer als waar het begon.
Als waar het eindigde.
Nu zit ik hier alleen en met miljoenen op de bank. Ik zit hier met m’n gezicht brandend van het janken en een geladen pistool in m’n mond.
Ik denk niet dat ik het doe.
Maar ik doe het zo!
Ach Martha, ons bedrijf groeide.
Het groeide en groeide zoals de kanker in je mooie lijfje.
Het vrat je weg.
Langzaam teerde je op en ik was aan het werk.
Ik kon het niet zien. Ik wilde het niet zien.
Ik moest werken. Naar het buitenland, nieuwe lokaties opzetten.
En jij lag hier.
Beduusd van de medicijnen en steeds meer verslaafd aan je pijnstillers.
Je haren uitvallend.
Ik herinner je zo mooi.
Mijn mooie lieve Martha.
Mijn meisje.
Ach meisje.
Laat je zien.
Kom nog één maal naar me toe.
Kom voor me en ik kom naar je toe.
Dan zijn we weer samen.
Laat je nu zien, verschijn voor me met je mooie gezicht, je donkere haren, laat je één maal zien, zeg me dat je wilt dat ik naar je toe kom.
Zeg het en ik kom Martha!
Ik wil naar je toe, ik wil weer met z’n tweeën zijn!
Roep me, strek je arm naar me uit en ik haal de trekker over!
Ik laat het pistool z’n werk doen en dan zijn we voor altijd samen!
Zoals die fijne vroegere eerste dagen.
Kom dan….
Kom…..
Martha….
Ach Martha…..
Ik verdien het ook niet.
Ik snap wel dat je me niet hoeft.
Ik vluchtte van je weg, laat mij hier nu ook maar.
Laat mij maar dit kloteleven leiden.
Ik heb het verdiend.
Ik ga wel door.

schreef Bart om 01:26 PM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)