"Wanneer zullen we eens jij en jou gaan zeggen", vroeg Roemer de psychiater. Die verslikt zich in haar koffie. Zij heeft weer eens een mooi verhaal.
"U moet weten dat ik al mijn patiënten met U aanspreek, omdat ik anders in de war raak. Er is eigenlijk maar één patiënte, een van mijn allereerste patiënten, die ik op uitdrukkelijk verzoek en omdat zij dat zo vreselijk belangrijk vindt voor de therapie tutoyeer. En dat gaat ook steeds mis, dan zeg ik U en moet ik me steeds verbeteren. Heel storend en verwarrend hoor. Nee, ik blijf U tegen U zeggen."
Roemer is verbaasd: mag dat zomaar? Met naam en toenaam over de therapeutische sessies van iemand anders praten? Maar hij is ook geamuseerd:
"Maar dan kunnen we dat vast wel doen als het genezingsproces voltooid is ..."
Nu raakt de therapeute zichtbaar in de war. Over die vraag heeft zij klaarblijkelijk nog nooit nagedacht.
"Ja, dat is misschien wel mogelijk. Dat we ... als de therapie is afgerond tenminste ... dat we elkaar dan ... eh... tutoyeren. Als we elkaar tegenkomen. Ja, dat is niet uitgesloten." Verdomme, denkt Roemer, ik zal toch niet de eerste zijn die bij jou geneest.
Om de therapeute te helpen, vraagt Roemer om nieuwe recepten. Dit brengt de psychiater en haar patiënt op vertrouwde grond. Een vast patroon wordt gestart.
De psychiater zal de patiënt vragen welke medicamenten deze in welke dosering slikt. De patiënt zal verwarring voorwenden, niet meer weten hoe de medicamenten heten, de pillen aanduiden als de ochtendpil, de roze pil, de pil die hij halveert. Ongeloof zal uit zijn ogen stralen als de dosering in milligrammen (duizendsten van een gram) ter sprake komt. Hij zal de exacte gemiddelde dagelijkse dosering weten: 1,83 witte pil, 0,17 roze pil en 0,23 slaappil in de laagste dosis, maar de psychiater rondt deze rationele getallen naar boven af "omdat anders de apotheker er niks van begrijpt". Dat begrijpt een kind.
Daar waar de psychiater spreekt van kattenogen vraagt de patiënt consequent om die pareltjes, waar de patiënt nu al 19 maanden Lekkeroneal slikt, zal de psychiater nochtans blijven spreken van Nozemdram.
Zeker is dat het geneesmiddelencompendium dat de therapeut altijd onder handbereik heeft, zal worden geraadpleegd om de halfwaardetijd vast te stellen. Dan zal de psychiater opmerken dat het teveel is en voorwenden bang te zijn voor de apotheker. Bang tot de orde geroepen te worden, omdat het te veel is. Roemer weet ondertussen ook wel dat je niet ongestraft een depressie kunt krijgen. Hij kent de waarde van ieder ritueel.
In kamer 2h van de Sunny Springs Clinic, gelegen aan de rand van Central Park te New York, heeft zich de familie Marcucci verzameld rondom het bed van de oude Carmelio, pater familias, geliefd door allen. Gehuwd is hij nooit, wel zijn zijn drie zoons aanwezig die, qua uiterlijk althans, totaal verschillen. Alle werelddelen lijken vertegenwoordigd in de drie volledig in wit geklede mannen.
Carmelio’s zwakke ademhaling wordt verraden door de slangetjes die uit zijn neus komen. Zijn bijna transparante huid spant strak over zijn spitse gezicht. Het witte laken waar hij onder ligt, steekt halverwege het bed in een punt omhoog.
Het was de laatste paar dagen bij de kliniek een komen en gaan van familie, vrienden en bekenden. Voor allen is het duidelijk dat Carmelio er niet meer bovenop zal komen. Medisch gezien zou het moment van afscheid nemen misschien nog een tijdje uitgesteld kunnen worden. Alleen is Carmelio er de man niet naar om in vegeterende toestand zijn tijd uit te dienen, en heeft hij besloten om Petrus zelf de hand te reiken.
Achternichtje Rosaria staat naast het bed en streelt met haar linkerhand Carmelio’s voorhoofd. Na een liefdevolle omhelzing vertrekt ze als laatste, op de zoons na, haar tranen moeizaam onderdrukkend. Vittorio, de oudste zoon, loopt naar de deuropening, doet een halve stap naar buiten en wenkt. Hij doet twee stappen naar achteren en houdt de deur open. Twaalf beeldschone vrouwen, allen minimaal één meter negentig op de witte naaldhakken, komen binnen en stellen zich in twee rijen op enige afstand van het bed op.
Ze zijn gestoken in een wit katoenen verpleegsters-uniform met op de rug een groot rood kruis. Bij sommige van de dames valt nog net een stukje dij te bewonderen tussen de hoge split van het jurkje en de jarretelgordel. Piercings duwen tegen de binnenkant van de stof van enkele van de strakke uniformen.
Twaalf wereldse vrouwen met onderkoelde blikken. Stuk voor stuk hebben ze als centerfold gefigureerd in het mannenblad Tall ’n Tender in het jubileumjaar 2000. Het Tall ’n Tender imperium was Carmelio’s hele leven. In de jaren vijftig werd het eerste nummer uitgegeven, sindsdien is het bedrijf onder zijn regie uitgeroeid tot een merknaam van formaat. Bladen, een eigen kledinglijn, nachtclubs, Carmelio maakte het allemaal tot een succes. En temidden van deze vrouwen wil Carmelio tot zijn laatste zucht verkeren.
De drie broers lopen gezamenlijk naar het bed en spreken Carmelio zachtjes toe. Vittorio houdt de oude man zijn handen vast, Silvio veegt de tranen van zijn wang. Rocco, de jongste van de drie, staat zwijgend aan het voeteinde van het bed. “Het is tijd vader”, zegt Vittorio met gebogen hoofd. Even lijken de vermoeide ogen van Carmelio te glinsteren.
Rocco trekt het laken van Carmelio af en knikt bijna onzichtbaar naar de Aziatische Miss Tall ’n Tender Juli 2000. Het lichaam van de geheel naakte Carmelio ziet er kwetsbaar uit. Het enige wat detoneert in dit beeld is zijn fier overeind staande penis. De dosis Viagra Extra Forte heeft zijn werk naar behoren gedaan.
Op aangeven van de Aziatische begeven de vrouwen zich naar het bed. Terwijl Miss Juni haar uniform aan het losknopen is, beginnen twee andere missen de borstkas van Carmelio te strelen. Miss Januari kust zijn linkervoet en Miss November houdt zijn linkerhand tussen haar ronde borsten. Elf godinnen delen het lichaam van Carmelio, als Miss December op het bed klimt en gehurkt zijn penis in haar neemt. Zachtjes wiegt ze haar onderlichaam heen en weer, haar handen steunend op de randen van het ziekenhuisbed. Carmelio gromt en zucht.
Het ritme van de deinende miss december gaat gelijk op met de piepjes uit de hartbewakingsmonitor. De groene lijn op de monitor tekent bergen die langzaam maar zeker veranderen in glooiende heuvels. Even later rest niets anders dan een vlakke groene lijn en zijn de piepjes overgegaan in een ononderbroken schrille toon.
Vittorio helpt Miss December van het bed, terwijl de overige vrouwen hun uniformen fatsoeneren. Elkaar troostend verlaten ze de kamer, de drie zoons volgen gelaten.
Als Vittorio in de deuropening achteromkijkt ziet hij nog net de bundel zonlicht die door het raam valt en het gezicht van zijn vader verlicht en verwarmt. Het is goed zo.
...van die types met clubliefde in hart en nieren. De ogen priemend gefocused op de vijand in het andere vak. Het gerimpelde bovenstuk van de neus laat de wenkbrauwen samentrekken. De oren bewegen agressief mee met elke kaakbeweging. Nu eens zenuwachtig trekkend aan een sigaret, dan weer wijd open schreeuwend. De vier zichtbare boventanden worden niet meer beschermd door de opgetrokken en getuite bovenlip, verstard in de 'OH' van 'fuck off'. Dik opgezette aderen in de nek accentueren de leeggeschreeuwde longinhoud. De linkerarm gestoken in glimmend groen bomberjack strak langs het lijf. De vuist gebald met witte knokkels tegen de spijkerbroek gedrukt. De rechterarm op kaarsrechte lijn in het verlengde van voorhoofd-neus-kin. Geringde middelvinger pontifikaal en strak omhooggericht eveneens in 'fuck off'. Clubkleuren overal duidelijk zichtbaar. In dialect wordt de vijand verwenst. Het beest in hem is nu helemaal wakker. Op maandagochtend is hij weer de universitair geschoolde registeraccountant in duur Hugo Boss-pak die u voorziet van geslepen informatie a raison van 200 Euros het uur.