huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Saturday, November 8, 2003

Het verjaardagskado

Zij was jarig op 3 januari. Het kan ook 6 januari geweest zijn, dat ben ik kwijt hoewel de relatie lang genoeg heeft geduurd om dat ook nu nog te weten.

Een geboorte op 3 januari laat weinig energie tot veel feestvreugde na Kerst met familie en Oud & Nieuw met vrienden. Hierover hadden wij wel eens grapjes gemaakt, dat haar verjaardag eigenlijk een ondergeschoven kindje was.

Mijn volledige desinteresse in mijn eigen verjaardag was haar duidelijk maar mijn gevoel voor humor, die dag dat zij jarig was, was haar niet duidelijk.

Bij wijze van grap gaf ik haar op haar verjaardag drie dingen, in opklimmende volgorde van belangrijkheid.

Eerst gaf ik 25 gulden in een envelop. Bedoeld als parodie op de onpersoonlijke collega's die liefdeloos geld in een zakje geven.

Daarna gaf ik haar een boekenbon. Bedoeld als parodie op de onpersoonlijke oma of opa of oom en tante die niet meer van onze belevingswereld zijn.

Als laatste gaf ik haar een dildo. Niet bedoeld als parodie maar wel met een knipoog naar vervanging van vleselijke en oprechte liefde.

Het briefje van 25 gulden werd woedend verscheurd. Hoe ik dacht zogenaamd grappig te kunnen doen over haar verjaardag.

De boekenbon werd met paars aangelopen hoofd tot propje gemaakt en weggegooid. Hoe ik GODVERDOMME dacht zogenaamd grappig te kunnen doen over haar verjaardag.

Bij het zien van de dildo duurde het een aantal seconden voordat een hevige huilbui voorafging aan het ver van zich afwerpen van dezelfde dildo. Overigens zonder commentaar. Dit was teveel en de rest van die 3de januari werd in ijzige stilte doorgebracht.

Het kan ook de 6de januari geweest zijn maar dat heeft meer te maken met mijn volledige desinteresse in verjaardagen. Welke wetenschap bij haar, achteraf bekeken, ten grondslag heeft gelegen aan haar totale misinterpretatie van mijn omgang met haar verjaardag.

Waarom ik dat zo zeker weet?

Het was 9 januari, dat weet ik nog goed, toen zij tegen mij zei dat, 'nu we die dildo toch in huis hebben, het ding maar eens moeten proberen.'


schreef Kiers om 02:32 AM [link]

Thursday, November 6, 2003

Stop alle voortplanting
Ik ben gek op honden. En katten. Zij zijn mijn voelsprieten.
Mijn zintuigen.
Niet dat ik blind ben, of behept met een brein van minuscule proporties.
Maar zìj ruiken het. Drentelende vierpotigen liegen niet.

Dertig meter voor me waggelt er weer één. Nogal gehaast. En de drie honden die los lopen in dit park geven aan waarom.
Een weeïge lucht trekt mij dan ook op de gezonde oerhollandsche longen.
Ik schat haar op een centimeter of vier. Misschien wel vijf of zes, gezien haar grote haast.
Gelukkig heb ik mijn werkschoenen aan.

Zo snel mijn vadsige lichaam dragen kan spurt ik in haar richting.
Ze merkt het niet.

Dertig krakende en scheurende tellen later aanschouw ik, buiten adem, wat degelijk werkmansschoeisel kan aanrichten. Op de plaats waar haar hoofd zat, dampt slechts een roodgloeiende molshoop van beenderen en bloed. Met in het midden een klein bloemkoolstronkje. Op de scheiding van gazon en wandelpad staart een oog me aan.
Haar ledematen maken artistieke bochten en uit een knie prijkt een lang geknakt bot.
Uit haar opengereten buik puilt de levensvatbare vrucht.

De wereld moet stoppen.

schreef bicat om 05:10 PM [link]

Kraken kan gelukkig maken
Zie hoe schoon de koppen rollen! Neptunus werpt, het zand breekt en slikt. Die duizenden korrels, dat ben ik. Ook ik heb altijd maar moeten slikken. Tot vandaag. Het is genoeg geweest. Het lot zal me goed gezind zijn, of het wil of niet.

Al van acht uur bengelt mijn touwtje met een mossel tussen de rotsen van de golfbreker. Ik weet wanneer de beste tijd is. Als het eb is en de zee trekt zich terug, dan laat ze haar kinderen onbewaakt achter. De vangst is fenomenaal, zoals in de goede, oude tijd. Ik voer ze met emmers tegelijk af. Drie golfbrekers zijn al geplunderd en het is nog niet eens twaalf uur. Wanneer ik om 11.47 uur precies de motor start en m'n leven een nieuwe wending geef, rijd ik weg met vier volle emmers in mijn koffer.

Er is bijna niemand in de Aldi. Met m'n laatste centen koop ik een bak Duvel. "Droevig weer, hé, mijnheer?" zegt een dame wiens hoofd ik gerust onder een rotsblok wil verpletteren. Ik kijk haar aan en blijf turen. Ze wendt de ogen af. Niemand brengt mij van m'n stuk. Niemand! Vandaag heb ik besloten mijn leven in eigen handen te nemen.

Ik haast mij naar m'n Ford Fiësta. Kutmerk! Wij hadden onze hoop op de laatste ondernemingsraad gevestigd maar de Europese directie bleef bij haar besluit: Ford Genk moest inkrimpen. De gevolgen waren desastreus. Toen ik mijn naam op het lijstje zag, was ik buiten zinnen. Ik huilde en ook m'n vrouw liet haar tranen de vrije loop. Het waren de kleintjes die ons troosten: "Papa, je bent sterk... Je vindt heus ander werk..." Mijn zoontje aaide mij over het hoofd. Het leven is een slet. Eerst krijgt m'n vrouw te horen dat ze kanker heeft en op de koop toe word ik ontslagen. Maar vandaag sla ik het noodlot op zijn vuile bek! Ik weiger nog plaats te nemen in de hoek waar de klappen vallen!

Het gaat zoals gepland. Eénmaal zij over haar verbazing heen is, word ik hartelijk ontvangen. Ja, het is veel te lang geleden! O ja, ik heb ook zo geweend bij de begrafenis van mijn moeder, haar dochter. Ik houd haar gerimpelde oudemensjeshand vast. Haar blauwe ogen schitteren, nee, fonkelen als sterren. Het oude besje is in de wolken.

Ze woont hier ideaal. De bungalow ligt midden in een domein van vakantiehuisjes. Allemaal identieke, wit geverfde blokken met een plat dak. Het roept een beeld van doodskisten op. Het is september en de huizen zijn bijna allemaal leeg, vertelt ze. Hier zou ik dus tien keer kunnen inbreken zonder gepakt te worden. Maar ik doe het niet. Ik blijf een burgermannetje dat aan de wetten van het land gehoorzaamt. Eerder zei ik dat ik het noodlot op z'n bek zou slaan. Bij nader inzien klopt dat niet. Integendeel, ik zal het lot een handje helpen.

Eénmaal ik Duvel opdiep, is het hek helemaal van de dam.

"Jongen, je drinkt toch ééntje mee?"

"Wel ja, oma, waarom niet?"

Telkens het oudje gaat plassen, giet ik een teug van mijn bier over in haar glas. Ik moet nuchter blijven. Om er een beetje vaart in te brengen, strooi ik af en toe een beetje poeder in haar kuip. Het gerstenat lost het mooi op. Goed zo.

Om 14.14 uur is ze zo teut dat zij over mijn vrouw begint. Hierop heb ik gewacht.

"Ik heb nooit meer contact gezocht sinds de dood van jouw ma omdat ik jou wou laten voelen dat ik niet akkoord ging. Je moet begrijpen dat ze echt geen vrouw voor jou is. Je had beter moeten weten, kind. Was ik in jouw plaats, ik had haar al lang verlaten. Jullie hadden toch nog geen kinderen toen ze ziek werd?"

Drieëntachtig en toch zo veel gal, dat is opmerkelijk! Op een bepaald moment valt haar vals gebit uit haar mond. Kennelijk is ze uitgeraasd en haar oogleden worden zwaar.

Ik mep haar hard in het gezicht zodat ze van haar stoel tuimelt. Ze belandt plat op haar buik op het tapijt. Met de stalen top van m'n legerkist haal ik snoeihard uit en raak haar vol op de heup. Een krak geeft me gelijk.

Glimlachend wandel ik naar buiten. Mijn auto heb ik zo dicht mogelijk bij de bungalow geparkeerd. In de koffer is het een geschuif van jewelste. Ik blijf even staan en word stil van het gewriemel. Ik haast mij naar de woonkamer en plant m'n wapens in het wollen tapijt. Ze heeft zich naar de telefoon gesleept. Moeite voor niks want ik heb de draad doorgeknipt als ze even niet oplette.

"Showtime!" roep ik uit en klop verrukt in de handen. "Weet je nog, oma, toen ik heel klein was? Weet je nog hoe we krabben gingen vangen?"

Ze kijkt me meelijwekkend aan. Haar wangen smaken naar Noordzee. Ze kermt van de pijn.

"Weet je het nog?" vraag ik terwijl ik haar op m'n knieën benader.

"Bel een ambulance!"

"Nee, mémé, geen ziekenwagen voor jou. Je bent over de rooie gegaan vandaag. Dat weet je toch? Je hebt te veel gezopen en een kwaaie val gemaakt, dat kan gebeuren. Bejaarden breken vaker hun heup. Dat weet je toch? Herinner je je de krabben?"

"Rotjoch! Je weet dat ik ze haat! Ik heb altijd van die enge beesten gewalgd! Jij ving ze, ik kon er zelfs niet naar kijken. Rotjoch! Je bent nog geen haar veranderd! Bel een ziekenwagen... alsjeblief!"

Ik grijns. Het wijf is zo beschonken dat ze zelfs de emmers nog niet gezien heeft. Of ze lijdt te veel natuurlijk. Maar dat kan ik verhelpen. Ik ben tenslotte geen onmens. "Ik geef jou wat tegen de pijn... stil maar, oma..." zeg ik en ik streel haar wang.

"Dank je, jongen. God zal het je lonen."

Haar gebit ligt op het tapijt. Ik vermorzel het met m'n schoen terwijl ik de emmers naar de badkamer draag. Voorzichtig giet ik hen leeg in het bad. Snel krioelt de kuip van het leven. Pantser tegen pantser. Ontelbare scharen knippen lucht in flarden. Priegeloogjes draaien verwachtingsvol rond. Geduld, vriendjes.

Snel ga ik naar de woonkamer en grijp het linkerbeen van oma vast. Ze gilt maar ik negeer haar compleet. Ik sleur haar over het tapijt naar de badkamer, til het broze lijf op en werp haar in bad. De ijzingwekkende kreten duren niet lang. Oude harten begeven snel.

Voorzichtig til ik haar op en deponeer het lijk op exact dezelfde plaats in de woonkamer waar ze gevallen was. Vervolgens pik ik de krabben één voor één weer op en deponeer ze in de emmers, die ik met een beetje met water en zout vul. Ik tel slechts acht slachtoffers. Hun pantsers zijn gedeukt, hun poten blijven achter in de badkuip. Het is niet meer dan fair dat ik de overlevenden weer in vrijheid stel. Ik rijd m'n geluksbrengers naar zee, waar ik hen één per één bedank en hun pantser kus.

Mijn tegenslag kan nu niet lang meer duren. Eénmaal m'n arme oma gevonden wordt, zal de notaris haar enig kleinkind oproepen. Schijnbaar diep bewogen zal ik m'n erfenis in ontvangst nemen. Net zoals ik de centen van moeder in ontvangst heb genomen.

Het lot lacht mij toe want ik heb het gekieteld. Meer niet. Echt niet.

schreef GDB om 09:17 AM [link]

Wednesday, November 5, 2003

Wakker worden
Ik zit op de rand van m’n bed.
M’n ogen hangen half open en m’n hoofd voelt zwaar.
Ik zucht diep.
M’n ellebogen leunen op m’n knieën en ik laat m’n hoofd steunen op m’n linkerhand.
De stoppels schuren m’n huid.
Het vele roken, gisteravond, heeft m’n keel rauw gemaakt.
De zon schijnt al volop en buiten hoor ik het geroezemoes van een winkelstraat.
Met name het verkeer.
Uit een waarschijnlijk smakeloos patserige Golf of BMW klinkt hard en storend arabische jengelmuziek.
Ik hoor het zo langzamer hand al bijna niet meer. Het is voor mij enkel iets wat bijdraagt aan de algehele lage kwaliteit van het leven in deze ‘immigrantenwijk’.

Ik pak de vierkante fles van m’n nachtkastje.
Johnnie Walker Black Label.
“De enige zwarte vriend die ik heb en ooit zal hebben” mompel ik terwijl ik een flinke borrel inschenk.
De scherpe geur herinnert aan het vele drinken van gisteravond.
M’n vriend smaakt goed en spoelt de nare ochtendsmaak uit m’n mond.

Achter me ligt een meid in m’n bed.
Een flinke meid.
Ik kende haar al wel. Zo’n indo. Ze woont volgens mij een paar straten verder op.
Haar dikke vadsige lijf lijkt als uit de lucht neergekwakt op m’n bed.
Een jungle van zwart haar woekert over m’n witte beddengoed.
Ze ligt oncharmant met haar mond open. Met haar arm langs haar hoofd etaleert ze zo onbedoeld een week oude stoppels in haar oksel.
Ik bedenk dat m’n grootvader me zo zou moeten zien.
‘Die goede oude man zou zich omdraaien in z’n graf als hij dit vanuit de hemel zou kunnen zien.’
De gedachte geeft me een naar gevoel.

Ik hang een sigaret tussen m’n droge lippen en zoek een aansteker.
In m’n broekzak heb ik er meestal een.
Ik werp haastig uitgetrokken, haast afgescheurde, kledingstukken opzij.
Grote kledingstukken.

Ik steek de sigaret aan en draai me om met de borrel in m’n hand. Ik kijk naar het slapende gedrocht en blaas door m’n neus rook over haar heen.
Plopper.
Ze vond de wajangpoppen op m’n kast mooi toen ze gisteravond bezopen m’n huis binnen waggelde. Binnenstormde meer.
“Oohhhh wajangpoppen” Had ze verbaasd uitgebracht.
“Die had ik vroeger ook op m’n slaapkamer”
Ik kon maar net voorkomen dat ze met haar lompe handen die fijne schoonheid uit beter tijden kapot zou maken.
Meegenomen door m’n grootvader zelf.
Toen hij voor het laatst de reis uit Indië terug naar Nederland maakte had hij deze speciaal meegenomen.
Ach, ik zie ze nog staan op de schouw van z’n grote huis.
Als kleine jongen vond ik ze al mooi.
Fascinerend.
“Ooit ga ik ook dood jongen.” Had hij gezegd. “Dat doen mensen nu eenmaal, dan roept de Here god ons bij zich. Als dat gebeurt mag jij ze hebben. Dan moet je er goed voor zorgen. Ik heb ze speciaal uit de kolonie meegenomen. Dan zijn dit familiestukken”

Eigenlijk ben ik m’n grootvader niet waardig.
Ik, z’n bloedeigen kleinzoon, met een dikke indo in bed. Waarschijnlijk de kleindochter van een inlander of iets dergelijks.

Het was een dronken onbedachte neukpartij.

De homp vlees achter me draait zich langzaam om.
Ongeïnteresseerd kijk ik er naar.
Ik drink m’n whisky en rook m’n sigaret.
Het was lang geleden.
Het was lang geleden dat ik met een vrouw geweest ben.
Maar als je in een buurt woont waar je je verdomme zelf als Nederlander een buitenlander voelt, dan heb je zo je vermaak ook wel nodig.
Dan moet je zo je verzetjes hebben.

Dat overgewicht naast me ging maar wat graag mee.
Veel drank heb ik niet eens in hoeven gieten.
Waarschijnlijk was het voor haar ook lang geleden.
Dat verbaast me eigenlijk niets met zo’n lijf.
Ze zal bijna twee keer meer wegen dan wat de laatste vrouw weegt waar ik mee was.

Toen ik zestien was heeft m’n grootvader één keer verteld dat hij in z’n vroege jaren, toen hij nog als gewoon soldaat in Indië gelegerd was, ook wel ploppermeisjes geneukt heeft.
“Ja die deden alles voor een Hollander. Ze hoopten zo vooruit te komen in het leven.”
Mooie meisjes ook wel vertelde hij.
Slank, jong en exotisch.

Haast symbolisch voor het feit dat die goede tijden voorbij zijn, ligt er nu een verlopen overblijfsel uit de kolonie in m’n bed.

Gelukkig maakt de goede oude man dit niet mee.
Het verval van z’n vaderland, het verval van z’n nageslacht.

‘Sorrie opa’

Met één grote slok drink ik de rest van m’n borrel weg. De eerste van vandaag.
Het nijlpaard achter me laat ik liggen en loop ik naar m’n balkonnetje. De felle zon in.
Kut.

schreef Bart om 04:47 PM [link]

Dikke Jongen 15 - "Gevolgd"

Deze episode in de live soap over Dikke Jongen zal licht laten schijnen op de horizontale verplaatsing van Dikke Jongen. Daar waar normale mensen progressie maken in hun 'zijn', beweegt Dikke Jongen op een plat vlak. Leer een sombere, deprimerende karaktertrek van Dikke Jongen.

Dikke Jongen werkt in de catering. Eerst voor een werkgever, sinds kort als zelfstandig ondernemer. Dikke Jongen lijdt aan kleptomanie.

Als een gecaterde partij is afgelopen, blijven vaak aangebroken materialen over. Dat betreft meestal voedsel maar ook hardware zoals parasollen, waxinelichtjes en earplugs. Dikke Jongen kan het niet laten hele bergen produkten mee naar huis te zeulen. Zonder zich de vraag te stellen of met deze daad in een gebruikersbehoefte wordt voorzien.

De kleptomanische afwijking van Dikke Jongen sluit naadloos aan bij zijn verzamelwoede. Dikke Jongen zal nooit dingen weggooien. Dikke Jongen vindt altijd weer een gaatje in een opbergkast waar hij de meest nutteloze onzin kan opbergen in de hoop het ooit een keer te kunnen gebruiken.

Kleptomanie en verzamelwoede liggen in elkaars verlengde en zo ook komt zijn behoefte tot ordenen van pas.

Dikke Jongen heeft een groot probleem adequaat om te gaan met 'bewegende materie' zoals veranderlijke persoonlijke behoeften van zijn medemens. Het snelle inlevingsvermogen dat hierbij van absolute noodzaak is, ontbeert Dikke Jongen.

Een ster is Dikke Jongen echter in het omgaan met dood materiaal zoals stoelen, banken, hout, etenswaren en andere kleptomanisch verkregen produkten. Dikke Jongen heeft een continue behoefte al zijn waren als een jachttrofee uit te stallen. Zijn daarbij verkregen gevoel van controle over de zaken compenseert zijn volledig tekort schieten op gebieden waar hij totaal geen controle over heeft. Zijn gedrag is controle gericht en neigt naar 'control freak'.

In de elkaar logisch complementerende karaktertrekken 'kleptomanie > verzamelwoede > drang tot ordenen > control freak', volgt het knutselen en voorbereiden op dingen die gaan komen.

Met de verkregen produkten knutselt Dikke Jongen de mooiste dingen in elkaar. Zo telt het grote huis twee mobiele taps voor het geval er een feestje is. Staan er zes palen in de grond in de tuin waar drie hangmatten kunnen hangen als er gezamelijk gechilled moet worden. De grote terrastafel met 10 kleptomanisch verkregen terrasstoelen behoorden ooit tot de Keukenhof. Een 25 liter waterkoeler van Aqua System is 'altijd handig' en ga zo maar door.

Maar dan gaat het fout.

Daar waar Dikke Jongen gezelligheid probeert te brengen, praat Dikke Jongen altijd en alleen maar over zichzelf. In monoloog en over oninteressante onderwerpen.

De zojuist gegeven rij complementerende karaktertrekken sluit niet aan bij het sociaal stupide gedrag dat Dikke Jongen vertoont. Dikke Jongen is niet in staat de laatste stap in het rijtje te maken: interesse hebben voor en communiceren met zijn medemens.

Daar zat Dikke Jongen op het terras in de achtertuin afgelopen zomer op een zaterdagavond. De koelkast was tot de nok toe gevuld met de lekkerste spijzen en dranken. Grotendeels verkregen via de kleptomanische methode op partijtjes van zijn catering werkgever maar dat mocht de pret niet drukken.

Daar lagen prachtig geordend gespieste blokjes ossehaas en grote gamba's onder cellofaan. Goed zichtbaar in de koelkast met doorkijkruit. Een mooie fruitsalade geflankeerd door een groentesalade. Koude pasta met garnalen vooraf. Zelfgemaakte sauzen met echte room. Heerlijke gekoelde witte wijnen van een mooi wijnhuis. Gedecanteerde rode wijn van eveneens een prestigieuze wijnmaker. Een groot plateau met kazen en druiven voor na de maaltijd. Een fles oude port. Huisgemaakte tiramisu en een heus digestief. Als je geen honger had, kreeg je het bij het zien van de overdaad aan heerlijkheden.

De zelfgemaakte grote bbq was aangestoken en gaf een rode gloed van de zorgvuldig gerangschikte gloeiende kooltjes. De warme zomeravond was een prachtig decor voor de met linnen gedekte zelfgemaakte uitklaptafel. De tuinfakkels brandden hun warm oranje licht en de sterren aan de hemel zouden vanavond de rest doen. Het wachten was slechts op het bezoek dat zou komen.

Die avond kon ik niet thuis zijn en zou daardoor alle vreugd missen. Die nacht kwam ik laat weer thuis.

Dikke Jongen zit alleen aan de onaangeroerde terrastafel. Hij staart doelloos in de verte en zegt niets. De kooltjes van de bbq zijn vanzelf gedoofd. Alles ligt erbij zoals ik het een paar uur geleden heb achtergelaten. Een deprimerende stilte omgeeft het tafereel hoewel de tuinfakkels nog steeds warm oranje branden en de sterretjes aan de hemel staan. Het bezoek is onafgekondigd niet komen opdagen.

Ik kijk beter. Een schok gaat door mij heen. Naast de stoel van Dikke Jongen ligt op de grond een grote hond. Met de kop op de poten ligt het beest naast zijn baasje. Waar zijn baasje gaat, gaat deze grote trouwe hond.

Zijn naam is Ego.

schreef Kiers om 11:23 AM [link]

Tuesday, November 4, 2003

Vooroordeel 2

"Meneer, wilt u uw pincode intikken? U staat een beetje te dagdromen. Dagdromen doen we thuis maar, is het niet dan toch?".

Verward kijk ik haar aan en een stotterend "oh eeeuh... sorry...", kan ik nog net uit mijn strot krijgen. Kutbig!

Als ik rondkijk, blijk ik ook nog eens de laatste te zijn in de laatste kassarij die nog open is. Snel weg hier, voor ze gezellig met me gaat praten.

Op weg naar de auto kom ik erachter dat ik in die heeele grote Ikea bij de fotolijstjes mijn poster heb laten staan. De poster die ik had meegenomen om te kijken welk lijstje ik moest kopen. Verdomme.

Ik loop terug en bemerk een op slot gedraaide schuifdeur met daarachter reeds duisternis. Rommeldebommel gaat mijn hand op het geharde glas in de hoop dat iemand mij nog hoort. Ze komt weer aanlopen. Mijn cassiere is als enige in zicht in het pand nog aanwezig. Ik gebaar haar en ze herkent me. Ze loopt naar mij toe en drukt haar rozige varkensoortje tegen de dikke ruit.

"Ik ben mijn poster vergeten bij de fotolijstjes!", roep ik in haar oor.

Een onverwachte grijns van haar stemt mij milder en terwijl ze de contactsleutel in het slot omdraait en de deur opengaat, blijft ze me aankijken.

"Kom jij maar eens mee, dan gaan wij die poster van jou zoeken". Het klinkt alsof ze een snood plan heeft.

De noodverlichting is al aan maar zij weet de weg en snelt mij vooruit. Ik merk op dat ik nu afhankelijk ben van haar. Ik zou bij God niet weten waar in het immense pand wij zitten Als ze nog sneller loopt, raak ik haar kwijt dus ik volg haar op de voet. "Kom snel, veel tijd hebben we niet", zegt ze samenzweerderig.

Ze pakt mijn hand vast en hoe sneller we lopen hoe harder ze in mijn hand begint te knijpen met haar zweterig roze warme biggepootjes. Via de accessoires en wekkerradio's lopen we naar de buroartikelen. De Zweedse namen en artikelen vliegen me om de oren en in spoedtempo hebben we de afdeling slaapkamers bereikt.

Ze stopt en gaat voor me staan en vrijwel onmiddellijk buigt ze door haar knieen. In twee seconde heeft ze mijn riem los en buttondown spijkerbroek open getrokken. Haar ene hand kietelt onder mijn zak, haar andere hand om mijn slappe jodokus.

"Heee, wat is dit? Wat doe je nu?", stoot ik verbaasd uit.

"mjwad denk wje dawt ik doe?", zegt ze met haar mond reeds vol.

'Godverdomme', schiet het door mij heen, 'die kleine man van me wordt al harder, ik heb dit niet zelf meer in de hand.

Even haalt ze mijn sjaak uit haar mond, "...snel, we hebben maar een paar minuten".

Als een razende begint ze me weer te pijpen. Dik, lelijk, rood haar en 45 of niet; pijpen kan ze na 25 jaar huwelijk en ze zal wel een verzetje nodig hebben.

Ruw duw ik haar kortharige hoofd met rode spoeling tegen mijn onderbuik en gorchelend en kokhalzend laat ze sjaak diep in haar keel zakken. Het is een kwestie van hooguit twee minuten als ze omhoog komt en weer zegt dat we snel moeten zijn. Ze gooit haar slippers uit, ritst de broek los en gaat op handen en knieen op een showroom bed zitten.

"Snel, stop 'm d'r in, ik ben geil!". Struikelend reikhalzend naar een gulzige kut stap ik op het bed en ga door de knieen maar blijf wel staan. De porno-industrie schijnt patent te hebben op de stand waarin ik sta. De camera met lampen achter mij hoef ik er maar bij te denken. Ik vouw mijn sjaak naar beneden maar haar hand dirigeert mij naar haar andere kanaal.

Neeehheee!! Dit kan ze niet menen! Of ik haar...

"Ik ben ongesteld, je moet me in mijn kont neuken", jammert ze bijna.

Dit is teveel van het goede! Ik sta hier gewoon porno te maken. Ik knap bijna!

Haar duim en wijsvinger pakken behendig mijn eikel. Ze duwt haar opening tegen mijn lid en zet zich af. Ik duw terug en zak langzaam in haar. Goeie genade wat een geiligheid! Een paar keer pomp ik op en neer en ze brult in het kussen.

In het groenwitte schijnsel van de verlichting van de nooduitgang lig ik op een groot bed een ongesteld varken van zeker 45 jaar in haar kont te neuken. Waar ben ik mee bezig? Geiler dan dit kan ik het op het moment niet verzinnen. Ik pomp mezelf in haar witte vlees. Ik voel dat ik heel hard ga klaarkomen.

Dan hoor ik zware en snelle voetstappen de hoek omkomen. Bewaking! Godverdomme, ik kan niet eens reageren en de lading zaad baant zich reeds een weg naar buiten! Ik kijk verblind in het felle licht van een grote zaklamp. De big die ik aan het kontneuken ben, valt om met bloedende doos en open aars. Mijn natte erectie is niet meer te stuiten en mijn zaad sprietst op de het schone beddesprei.

Dan begint de man van de bewaking te praten. "Godverdomme, Gea, flik je het me voor de tweede keer deze week. Ik schrik me dood. Nog een keer en ik moet het echt gaan rapporteren. Hoor je dat?".

schreef Kiers om 12:10 AM [link]

Monday, November 3, 2003

Vooroordeel
Rond de 45 jaar en de kinderen de deur uit. Want die had ze gekregen toen ze nog heel jong was. En aantrekkellijk. Is het niet dan?

De eerste was een ongelukje maar twee en drie waren gepland. Toen waren ze naar Almere verhuisd waar ze een groter huis konden krijgen voor dezelfde prijs. Handig toch?

De vertegenwoordiging van hem ging goed en de koters groeiden als kool. Voor je het wist zijn ze de deur uit. Ze deed het voor de gezelligheid en het gaf nog wat centjes ook. Leuk toch?

Heel erg gemakkelijk past ze niet op de stoel. Die vervaarlijk lijkt te kraken. De kassa-lade schiet open en witte, vierkante kunstnagels houden hem tegen. Worstvingertjes ook en de zonnebank is hier al zichtbaar. Zonnebankie, lekker toch?

Dikke polsen met een goedkoop horloge. Haar slappe dikke tieten hangen op de eerste band met vet. De tweede band met vet is buik. Moet kunnen toch?

Wittig sproetengezicht dat naar een zonnebank is geweest. Ondefinieerbaar knopje als oorbel en grote waterige glazig blauwe ogen. Veel te dunne lippen voor het pafferige gezicht. Als het dan niet meezit gaat ook echt alles tegenzitten; een hele rij tandvlees als ze probeert te lachen. Om een veel te dom grapje maar wel van haar nivo. Lachen toch?

Rood haar, altijd maar dat rode haar. Waarom hebben jullie collectief een rode spoeling door je haar? En waarom is het kort? Is dat een afspraak waar ik niets van weet; kort haar met een rode spoeling. Varkens hebben rood haar. Waarom lijk jij op een varken? GODVERDOMME, waarom zit jij mijn dag te verpesten door mij te verplichten naar een groot dik varken met kort rood haar te kijken?! Misschien ben jij wel een varken! KUTVARKEN! VARKENSKUT!!

"Meneer, wilt u uw pincode intikken? U staat een beetje te dagdromen. Dagdromen doen we thuis maar, is het niet dan toch?".

schreef Kiers om 10:24 AM [link]

Sunday, November 2, 2003

De ambtenaar
‘Ja dank u juffrouw Meier, koffie ben ik wel aan toe nu. Ik heb een vervelend zware dag vandaag.’
Dromerig kijk ik naar buiten. Achter mij hoor ik wat geschuifel. Een dienblad wordt op mijn tafel gezet.
’Wat zegt u? Ach ja juffrouw, dat is fijn van u, u voelt mij precies aan. Een scheut cognac door de koffie kan ik zeker gebruiken nu.’
Juffrouw Meier probeert bescheiden nog wat te zeggen maar ik luister niet.
Wat er achter mij gebeurt laat ik achter mij gebeuren.
Ik kijk door het venster naar buiten en zie hoe de kinderen zich vermaken in de sneeuw.
Het eerste dikke pak sneeuw van het jaar.
Het wit op de daken, rij aan rij, doet denken aan een vredig dorpje geschilderd door een fijne hand.
Ach vroeger als kleine jongen heb ik als deze kinderen buiten gespeeld in de sneeuw.
Het waren fijne tijden.
Onbezorgde tijden.
De wereld bestond uit ons dorp en de heuvels er om heen.
Mooie witte heuvels als het zo gesneeuwd had als nu.
De kinderen buiten bouwen een sneeuwpop.
Ik warm mijn handen om het porseleinen kopje.

Het zijn hectische tijden.
Berlijn wil cijfers en eenieder behartigt enkel zijn eigen belangen.
Ik heb genoeg papierwerk om mijn werkkamer mee onder te sneeuwen zoals de wereld buiten.
Gelukkig heb ik Juffrouw Meier. Ze is mijn steunpilaar. Waarschijnlijk meer dan ze beseft. Mijn rots in de branding van deze woelige tijden.

Ach, vijf jaar geleden was ik slechts een ambtenaar eerste klas. De rechter hand van de burgemeester van ons dorp.
Nu ben ik commandant.
Mijn vrouw is trots op me.
Thuis pronkt ze met mijn hoge aanstelling.
Waarschijnlijk voelt ze zich te goed om achteraan de rij te sluiten bij de bakker. Waarschijnlijk loopt ze direct door en wordt ze ook direct geholpen.
Ja in het simpele dorpsleven wat we hadden zijn dit natuurlijk fijne privileges.
Het echtpaar Rosenberger heeft veel aanzien thuis.
Maar ik ben wel altijd ver van huis.
Ik ben wel altijd hier.
Als een spin in het web van dit collosale gebeuren. Dit collosale getouwtrek.
Maar toch ook een deel van de geschiedenis.
Beiden slapen we alleen. Mijn vrouw en ik, beiden slapen we alleen in een koud bed.
Maar we mogen niet klagen.
Het zijn moeilijke tijden, wij simpele mensen moeten offers brengen. Mijn vrouw en ik hebben het nog comfortabel vergeleken met de rest van de bevolking.
We doen het voor het grote goed.

Vroeger hadden we het ook niet ruim.
Vroeger waren het ook moeilijke tijden.
Ach, m’n goede oude moeder heeft veel moeite moeten doen en vele ontberingen moeten doorstaan om toch altijd een warme maaltijd voor ons gezin op tafel te krijgen.
Maar we waren jong. We leefden zoals we leefden. We kenden niet anders, we realiseerde de moeilijkheden niet.
Nee we genoten van de kleine dingen.
Van elkaar.
Van de sneeuw.
Ach zoals die kinderen daar buiten.
Ze zijn nog te jong om hun miserabele lot te begrijpen. En als ze oud genoeg zijn om een deel van hun ellende te vatten dan zijn ze in ieder geval nog kind genoeg om het te kunnen vergeten en op te kunnen gaan in het plezier van het moment.
Het plezier van de sneeuw en van elkaar.

Ja ach, eigenlijk had ik één van hun kunnen wezen. Had ik de neus van de sneeuwman op z’n plaats kunnen vastdrukken. Sneeuwballen kunnen gooien.

Maar goed, het besluit is genomen.
Ik heb mijn bevelen op te volgen. Ik heb naar mijn beste kunnen de plannen van hogerhand te realiseren.
Ik doe wat mij opgedragen is.

Dikke sneeuwvlokken beginnen weer te vallen.
De ingelopen sporen vullen zich weer wit.
Ik kijk nog even hoe de kinderen buiten verkwikt rond rennen met hun armen omhoog. Alsof ze zo de nieuwe sneeuw verwelkomen. Alsof ze proberen één te zijn met de sneeuwbui.

Ik drink mijn laatste slok koffie en zet het kopje in de vensterbank.
Ja, het moet gebeuren. Het is mijn taak.
Ik onderteken het getypte document en zet de stempel.

2114 vrouwen
2254 mannen
849 kinderen
Eindbestemming Auschwitz.

schreef Bart om 08:50 PM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)