huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Wednesday, November 3, 2004

Ballade van een reiziger (I)

Het is aangenaam rustig in de trein naar Groningen. Er zit een handjevol mensen in de coupé op het moment dat de jongen de klemzittende deur openschopt. Hij heeft een gezet postuur, een baseballcap schuin op het hoofd en een wijde spijkerbroek los om de heupen. Onder de linkerarm een tas, onder de rechterarm een dienblad. Hij gaat zitten, opent de tas en zet een laptop op zijn schoot. Op het dienblad, dat nu plat naast hem op het bankje ligt, legt hij zijn muis. De jongen verricht enkele handelingen op de laptop en gaat rechtop zitten.

“Prepare to fight!” klinkt het plots op volle sterkte door de coupé.
De jongen grijnst en zet het volume van zijn laptop nog een beetje hoger. Seconden later vult de coupé zich met een overdonderend kabaal uit de laptop. Het geluid van ratelende mitrailleurs, ontploffende handgranaten en korte series pistoolschoten wordt af en toe alleen overstemd door een harde stem die afwisselend “Headshot!” of “Multikill!” roept.

De medereizigers van de jongen kijken beschuldigend zijn kant op. Eén van hen staat op en loopt al hoofdschuddend de coupé uit. De jongen kijkt stoïcijns naar zijn beeldscherm en schuift met zijn rechterhand de muis snel heen en weer over het dienblad.

“Wilt u dat misschien uitzetten meneer. Of in ieder geval het geluid?”

Naast de jongen staat de conducteur. Het is een kleine man van in de vijftig met een hoornen brilletje en een zwierige grijze snor waarvan de uiteinden naar het dak wijzen. De jongen reageert niet op de vermaning. De conducteur probeert het met nog een “Meneer!” en duwt met zijn wijsvinger licht tegen de achterkant van het beeldscherm.

De jongen zet zijn laptop op de bank tegenover hem en staat geïrriteerd op. Hij doet een stap in de richting van de conducteur en spreidt zijn armen. “Fuck off dude. Zie je soms niet dat ik bezig ben? Ik ben in training voor de 'Cyber Athlete Professional League', zeiksnor, en dat betekent dat ik moet trainen, trainen, trainen, om mijn tegenstanders te kunnen ownen.” De jongen duwt de conducteur richting de deur. “Dus oprotten ja, met je malle petje en je kniptang”.

Half struikelend verdwijnt de conducteur door de deur van de coupé. De enkele passagier die nog in de coupé zat maakt zich ook uit de voeten. De jongen loopt terug naar het bankje waar hij zat en zijn aandacht wordt al snel weer geabsorbeerd door het beeldscherm.

Enkele minuten zijn verstreken als de trein abrupt stopt. De jongen kijkt uit het raam maar waar hij een station verwacht, ziet hij slechts weilanden. “Zeker weer zo’n fuckin’ rood sein.”, mompelt hij. Dan ziet hij mensen de trein uitlopen. Met bagage en al lopen ze het weiland in, hun blikken gericht op het treinstel waar de jongen in zit. Gefascineerd kijkt hij uit het raam.

Juist als hij aanstalten maakt om op te staan voelt de jongen een helse pijn aan zijn rechteroor. Hij schreeuwt, grijpt naar zijn hoofd en voelt vocht langs zijn nek, naar beneden, over zijn borst vloeien. Hij kijkt ontzet om zich heen, en ziet voor allebei de coupédeuren een man in een blauw met geel uniform staan. Ze hebben hun pet schuin op het hoofd staan en kijken hem strak aan.

Vlak voor hem staat de conducteur die hij eerder had weggejaagd. In zijn rechterhand ziet de jongen de kniptang met daarin geklemd een bloederig stuk oor.
“Prepare to fight!”, gilt de conducteur op overspannen toon.

schreef Lo Ping om 11:11 AM [link]

Tuesday, November 2, 2004

Dinsdag



schreef Kiers om 11:46 AM [link]

Monday, November 1, 2004

De vlieger

Soms kun je iets maar beter geheim houden, want voor je het weet, denken de mensen dat je krankzinnig bent, of nog erger. Mijn geheim is dat ik al sinds mijn zevende de kunst van het vliegen machtig ben. Ik ontdekte ogenschijnlijk per ongeluk hoe de mens zonder hulpmiddelen kan vliegen, maar bij nader inzicht weet ik zeker dat ik het al precies wist voordat ik ontdekte dat ik het kon. Het is een vermogen dat diep in onze genen verankerd ligt.

De zaak was deze. Ik moest en zou op Zondag nog voor de avonddienst het grasland van mijn opa op om te zoeken naar Kievitseieren. In dit dorp tegen de dijken heerste nog een alleraardigste traditie. Wie het eerste ei vond, was het hele jaar Keizer Kievit. Er was een oorkonde aan de eerste trouvaille verbonden en men mocht de tent met de botsautootjes openen op de jaarlijkse kermis. Dat eerste ritje was de grootste beloning die je je kunt denken. Mijn oudere broers grote Teun en kleine Jan hadden dat kunstje geflikt in 1954 en 1960. Ik kon natuurlijk niet achterblijven, maar het vorige jaar had ik achter het net gevist omdat Sjoerd van Tante Nel me net voor was geweest en zijn eitje als eerste op de trap van het gemeentehuis had gelegd. Dat zou me dit jaar niet weer gebeuren.

Al weken lag ik op de loer en hield ik de parende Kievitsparen nauwlettend in de gaten. Ik was ervan overtuigd dat zeer binnenkort het eerste eitje zou worden uitgepoept. Op het grasland bevonden zich drie nesten. Ik sloop erop af, want als het legsel er nog niet was. Het eerste nest lag relatief dicht bij de dorpskern; opa's grasland was hier door een sloot van de bebouwing gescheiden. Het tweede legsel waar ik naar op weg was had de beste kansen omdat het ver van het dorp verwijderd was en dus rustiger lag. Het derde legsel ... ik zag Sjoerd van Tante Nel van het derde legsel komen rennen met iets in zijn pet. Hij zou me toch niet weer... Als de wiedeweerga rende ik naar het eerste nest. Alleen als daar een eitje lag, had ik nog een kans. En ja, het geluk zat me mee. De Kievit had zijn ei gelegd.

Er was geen tijd te verliezen. Sjoerd had een voorsprong die ik alleen kon inhalen als ik een andere, kortere route koos en over de sloot sprong. Tot overmaat van ramp begon de kerkklok voor de avonddienst te luiden. Ik bedacht me niet en nam een aanloop.

Vlak voor het slootje struikelde ik. Het was ongetwijfeld de doodsangst een nat zondags pak te halen (en de bestraffing die daar medogenloos op zou volgen) in combinatie met de hartewens dit jaar Keizer Kievit te worden, die mij mijn nieuwe vaardigheden deed ontdekken. Opeens vloog ik ruggelings over een afstand van circa vijfentwintig meter (het gebeurde in een rustig tempo en ook de landing ging met souplesse). Ik was zo gefocussed op het melden van het eitje dat pas twee dagen later tot me doordrong wat ik eigenlijk had gedaan.

In de weken daarna vervolmaakte ik 's avonds mijn vliegvaardigheid. Ik versnelde het tempo en was zo in staat in een nacht heen en weer naar de lichtjes van Parijs te vliegen. Ook zag ik de ruïnes van het Forum Romanum en de Tower Bridge. Langzaamaan leerde ik hoger te vliegen zodat ik uiteindelijk de Alpen kon passeren. Rond mijn eenentwintigste bereisde ik stiekem vliegend de continenten, waarbij ik er overigens goed op moest letten bij de overtocht over ocenanen de passaat in de rug te hebben.

Ik kan u de vliegtechniek helaas niet onthullen. Dan wordt het hierboven veel te druk. Ik geniet juist zo van de rust en de ruimte. U kunt het echter zonder gevaar eens proberen. De start vanaf een hoog gebouw geeft een voorsprong.

schreef Roemer om 10:58 AM [link]

Sunday, October 31, 2004

Types - De Boekhouder

...van die stoffige types die bijna pensioeneren. Nog maar weinig haar heeft hij op zijn kruin. De zonneklep met licht doorlatend groen plastic heeft hij altijd op. Rustgevend aan de ogen en gebruikelijk uit zijn tijd. Het tl-licht knettert fel op zijn grijze ordners. Gortdroog zijn zijn boeken. De verzilverde mouwophouders net boven zijn ellebogen glimmen gladgewreven. Trouwe dienstjaren volgens uitgesleten patroon. Aan het einde van de maand het maandboek. Elk jaar de jaarrekening. Regelmaat doet hem goed, eentonig wil hij het niet noemen. Met zijn 46-jarig dienstverband bij het boekhouderskantoor is hij de langst zittende. Even na zijn 18de verjaardag kreeg hij een contract. Hij heeft de oude baas nog gekend. Een gevoel voor getallen heeft hij altijd gehad. Over 5 maanden zal hij 65 jaar zijn. Dan heeft hij 46,4 jaar of 556 maanden gewerkt en is het wel mooi zo. Met moeite is hij meegegaan met zijn tijd. Van al die nieuwerwetse dingen moet hij niet zo veel hebben. Toen kwam de boekhoudersvakbond die het per se wilde hebben voor haar werknemers in de branche. Na lang aandringen heeft hij nu ook zo'n handige jongedame met niet misteverstaan zuigreflex onder zijn buro geaccepteerd.

schreef Kiers om 10:48 AM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)