huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Wednesday, October 27, 2004

De Goden - de Wijn

Eris, de Godin van de twist, werd om voor de hand liggende redenen niet op het boekenbal gevraagd. Tijdens het feest kwam Eris, wrokkend, langs en gooide een gouden appel naar binnen met het opschrift: voor de mooiste.

Onnodig te zeggen dat er tumult uitbrak maar dat uiteindelijk Harry Mulisch het kleinood voor zich opeiste en dat niemand hem dorst tegen spreken. Vanaf de besneeuwde toppen van de klovendiepe Olympus sloeg Zeus, de bliksemslingeraar, het gekrakeel geamuseerd gade. Hij, de God Die Is, sprak tot zijn vrouw, de blankarmige maar kijfzieke Hera: 'Godin, we moeten die Mulisch eens op de thee vragen.' Hera, onverschillig, sprak: 'doe wat je niet laten kan, maar laat mij er buiten.'

En zo gebeurde het dat de zelfbenoemde Primus inter Pares van de nederlandse literatuur een bezoek bracht aan Zeus, die zetelt in de koele zalen van zijn Olympuspaleis. De sfeer was goed; goden onder elkaar. Mulisch toonde zijn aimabele zijde en vertelde Zeus wat er allemaal mis was met de compositie van de wereld. Zeus stelde voor de thee de thee te laten en meteen aan een zeldzame en kostbare wijn te beginnen. Een wijn afkomstig van het wijnstokrijke Epidaurus. Iets waar 'de jager op groot wild met volledige bepakking' geen bezwaar tegen had. Integendeel. Menige roemer werd geledigd en het gaat absoluut te ver om te zeggen dat de 'voorman van de vrome gemeente van links' misbruik maakte van de gastvrijheid van Kronos' zoon maar zoals gezegd: het was een uiterst kostbare en zeldzame wijn. Schaars ook, zeer schaars zelfs. Het viel op dat Zeus zelf zeer matig was met deze wijn. Enigzins aangeschoten nam de door Reve ooit eens zo valselijk als 'de gemotoriseerde relletjesvoyeur' gekarakteriseerde Harry afscheid van de donkeromwolkte Vader van al wat leeft.

Groot was zijn verbazing de volgende morgen toen Hermes, Zeus' goddelijke bode, hem de nu volgende boodschap bracht:

'Hoog geachte heer Mulisch, literator! Weet u, dat u het mij toekomende deel van de wijn heeft opgedronken? En dat, nadat ik deze wijn zo grootmoediglijk tot gemeenschappelijk genoegen had geofferd? Met stijgende gevoelens van leedwezen zag ik mijn helft gaandeweg in Uw mond verdwijnen. Mijn rol van gastheer legde mij een verbeten zwijgen op, dat ik nu echter moedwillig verbreek, om U aan een heilzame wroeging over te leveren. Ondertekend Z.'

schreef Apollo om 10:26 AM [link]

Monday, October 25, 2004

Een boommens

Roemer schuifelt niet naar het werk, het werk in de hoogste toren, maar juist van het werk weg. Hij gaat naar de arts. Dit is de bedrijfsarts van DeOnderneming. De arts is nieuw. Eerst was er een saaie piet aan wie je helemaal niets had. Nu is het beter, nu kun je dikwijls lachen. De arts heeft ogen van vuurkool. Er zijn niet veel mensen in het Platte Land die de echte vuurkool kunnen herkennen. Zij kennen louter het natte brandhout in de open haard en de briket die verstikkend rookt, verstinkend kookt, als de mensen hun vlees verbranden op een gezellig feest of ter ontspanning in de tuin. Roemer kent de vuurkool wel. Want hij maakt zelf de houtskool waarmee hij tekent. Dus weet hij dat de arts ogen heeft van vuurkool. Als hij dat zegt, kijkt ze vreemd op. Nee zeg, mensen zijn niet bang voor haar. Roemer is ook niet bang, maar hij vraagt het zich wel af.

De arts vertelt dat ze ook niet goed kan ontspannen. Wel in het oerwoud, daar kan ze zitten onder een boom. Het oerwoud zoemt, het oerwoud zingt. En daar zit zij. Niet de arts maar een godin van de jacht. De godin van de jacht op geluk. En dan ontspant ze. Hier in de Stad des Heeren kan dat natuurlijk niet. Maar ze zou wel willen leren ontspannen. Zo leert Roemer zijn les. Er zijn zeemensen, bergmensen en bosmensen. Roemer is een zeemens. Op het water heeft hij geen zorgen of verdriet. Roemer is een bergmens. Alleen in de bergen, het liefst in meters sneeuw, vallen de zorgen van hem af en scheppen ze lawines. Een skiër zeilt, een schaatser lauft ook lang. Desnoods kan Roemer ook wel leven in de woestijn of de savannen. Maar hij is geen bosmens. Tropisch hardhout roest weliswaar niet, maar in het oerwoud kan men niet zeilen. Dus Roemer heeft niks met bomen. Ze hinderen het zicht op de einder

Toen Roemer de spreekkamer van de bedrijfsarts voor het eerst betrad, wachtte hem een verrassing. De muren waren van aluminiumfolie. Het is iets nieuws; bij De Onderneming doet men aan flexibele kantoorinrichting. Het licht weerkaatst en doet pijn. Hoogst modern; de binnenhuisarchitect is vast blij en gelukkig met deze inrichting, deze kantoorinrichting. Hij heeft de mensen kunnen inblikken. Een gelukkige architect; een inrichting in plaats van een gesticht. Het kan vreemd lopen. Roemer mag de bedrijfsarts graag plagen. Steevast begroet hij haar met een welgemeend "Wat een gezellige kamer heb je toch. Je bent vast blij". Roemer heeft al aangeboden de zilverpapieren muren te slopen; hij is toch gek dus wat kan het voor kwaad. Ook heeft hij al schilderingen aangeboden, maar de bedrijfsarts mag niets van waarde aannemen. Dat lijkt Roemer geen probleem want alles wat hij maakt is waardeloos. Hij wil geen geld.

Vandaag is een bijzondere dag. De arts draagt een groot verdriet. Roemer spreekt hier niet over. Dat kan later altijd ook. Verdriet blijft immers. Er is altijd verdriet genoeg. Het is volgens Roemer beter om na te denken over de dingen waar we nu van kunnen genieten. En als dat niet gaat om de gevaren te duiden van de mensen met laarzen. De mensen die ons niet zien staan. Wij zijn wormen voor hen. Minder dan wormen. Een worm zouden zij de grond niet intrappen. De arts wil muziek gaan maken. Ze lijkt Roemer wel muzikaal en anders is er ook geen man over boord. De arts denkt aan een piano. Roemer ziet meer in een dwarsfluit. Het is een gezellig gesprek. De arts en Roemer zijn het erover eens dat een viool niet bij haar past. Zo leert Roemer weer een les. Laat dat verdriet maar rustig woeden. Troost hoef je pas te geven als de tranen komen, als het gelaat verzilt

Roemer loopt terug. De zon schijnt. Warm op het gelaat, het trottoir droogt op. De zolen herwinnen hun grip. Nog even en hij kan weer huppelen op zijn wondersloffen. Roemer is tevreden. Het juiste moment om het regenscherm te vergeten.

schreef Roemer om 10:32 AM [link]

Sunday, October 24, 2004

Types - De Buschauffeur

...van die types die gemaakt lijken om hun hele leven in een touringcar rond te rijden. In alle bescheidenheid noemt hij nooit zijn naam. "Noem mij maar 'Chauf'", zegt de kleine magere man verlegen. De zwarte rubberen zolen onder zijn schoenen hebben dezelfde vertrapte vale kleur als zijn schoenen. Grijze pantalon met voorgedrukte plooi zo dik als de zoom aan de onderkant. Onkreukbaar in het gelid hoewel gesierd met de eeuwige koffievlek. In de winter een bordeau-rode pullover, in de zomer een wit overhemd met korte mouwen. Daaronder een hemd zonder mouwen zoals opa ze droeg. Meekleurende brillenglazen voor het rijdersgemak bij laagstaande zon. Zijn gele en met olie besmeurde werkhandschoenen liggen onder de rijdersstoel, klaar voor het grijpen. Moeiteloos programmeert hij Andre Hazes in de cd speler op weg naar Benidorm. Even moeiteloos roert hij Mozart's Requiem naar Lourdes. Hij kent alle wegrestaurants van Europa en heeft meer doperwten uit blik gegeten dan er op een willekeurig moment in blik verkrijgbaar zijn. In het voorjaar Chinezen naar de Keukenhof, in het najaar busladingen Amerikanen naar de Zaansche Schans. Stockholm, Rome, Lissabon; op zijn duimpje en blindelings als het moet. Standaardgrappen kent hij niet. Het is altijd dezelfde grap, maar met een bulderende lach gebracht. Spontaniteit is zijn tweede natuur. Glimlachend doet hij zijn stuurwerk. Hij kan alles hebben, geen moeite is hem te veel. Vriendelijk vraagt hij naar de levensloop van alle mensen. Hij is geinteresseerd in elk detail. Het jarenlange reizen heeft hem de basiskennis van veel talen gebracht. Zonder tongval bier bestellen in het Mandarijns, Texaans voor gevorderden, accentloze Zweedse grapjes. Aan het einde van elke busrit kent hij al zijn passagiers aan boord. Met een warm gebaar zwaait hij iedereen uit bij het verlaten van de bus. Een warm gebaar, maar zijn handdruk is koud. "Tot weerzien, mijn naam was Hein."

schreef Kiers om 01:10 AM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)