huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Friday, October 22, 2004

Koning Eénoog

Meneer Boonzaaijer had het ver geschopt in z'n leven. Hij was een harde werker en financieel directeur bij een bedrijf dat de middelgrootte voorbij was. Een bedrijf met enkele tientallen miljoenen euro's omzet. Hij nam zichzelf en zijn werk uiterst serieus. Drie jaar geleden was hij hier gekomen en onder zijn leiding waren de kosten naar beneden gedrongen. Hij maakte afspraken met de leveranciers van de etenswaren voor de kantine, met de bedrijven die het toiletpapier leverden, de arbo-dienst moest er aan geloven, elke leverancier dwong hij haar prijzen te verlagen. Hij bespaarde enkele duizenden euro's per jaar.

Toch ging het niet denderend met het bedrijf. De omzet viel tegen en de marges stonden onder druk. De verkwistende commercieel directeur die geld verbraste met klanten was hem een doorn in het oog. De algemeen directeur die hem voor ieder wissewasje op liet draven maakte hem nerveus. En ook het personeel dat maar steeds zijn bedoelingen niet begreep, en daardoor voor extra kosten zorgde, maakte hem van binnen razend. En als hij zo'n interne paniekaanval had, zag je een spier onder Boonzaaijer's oor een eigen leven gaan leiden. Tot grote hilariteit van zijn werknemers.

Wat Meneer Boonzaaijer niet wist, was dat de medewerkers van dit bedrijf hem totaal niet serieus namen. Dit had ie te danken aan zijn stroeve sociale vaardigheden, en zijn gewoonte om vragen in het Engels te stellen.

"How much?" en "Who wants coffee?", waren veel achter zijn rug gemaakte grappen.

Hij probeerde tijdens vergaderingen ook altijd het woord te nemen, en als hem dat dan lukte moesten de overigen elkaar niet in de ogen kijken om niet in de lach te schieten. Boonzaaijer's theoretische kennis was enorm breed, maar ondiep. Als hij wilde gaan uitwijden over een bepaald onderwerp viel altijd iemand hem wel in de rede, puur omdat men geen zin had naar zijn onzinverhalen te luisteren.

De enige reden dat hij niet in het openbaar afgevallen werd, is omdat hij een directeurspositie bekleedde, en de overige directieleden de inwoners van het land der blinden waren.

Meneer Boonzaaijer had een dikke plaat voor z'n kop. Tot ergenis van z'n medewerkers stelde hij soms vier keer dezelfde vraag. Vier keer kreeg hij dan nul op het request, maar dat weerhield hem er niet van de vraag, alsof er niets gebeurd was, een week later voor de vijfde keer te stellen. Hij wilde het zoals het in z'n studieboeken stond en niemand die hem daarvan af kon brengen.

Mensen die vroeger hun werk fluitend uitvoerden, werden nu door Boonzaaijer gecontroleerd. Nutteloos, behalve een hoop irritatie kwam er niets uit zijn controles. En als hij eens een kleinigheid vond, maakte hij daar een persoonlijke triomf van.

Op automatiseringsgebied was hij een nul, zelf vond hij dat hij een expert was. Hij bemoeide zich dan ook met het nieuwe automatiseringsproject en nodigde softwarehuizen, zoals hij ze noemde, uit om de situatie te bespreken.

Hij vertelde dan dat hij graag "antivirus scanners" wilde want als hij op internet zat, opende het ene na het andere scherm zich zonder dat hij ergens op klikte. De man van het automatiseringsbedrijf antwoordde dan voorzichtig dat hij dan een zogenaamde "pop-up killer" nodig had omdat antivirus software dat probleem niet zou tegen gaan. "Dat bedoel ik", zei Boonzaaijer dan. Om vervolgens de vraag te stellen hoe het nou kon dat er een virus op een pc was gekomen, er zat immers een fire-wall op de server.

De man van het automatiseringsbedrijf bleef echter geduldig uitleg geven, hij had ook wel door dat Meneer Boonzaaijer een gemakkelijke nieuwe klant was. Aan het eind van zo'n gesprek nam Boonzaaijer steevast afscheid met een vriendelijk "all the best".

Inmiddels had hij geleerd hoe hij resultaten uit het systeem kon halen. De resultaten baarden hem zorgen. Als Meneer Boonzaaijer aan het eind van de maand weer eens de afdeling verkoop op stormde om een verklaring voor de slechte marges te vragen, werd hij uiterst beleefd weer de deur uit gewerkt met loze beloftes. Vervolgens ging men daar weer door met z'n werk zonder zich om hem te bekommeren. En hij liep dan opgewonden naar de algemeen directeur.

Rick, het interne hoofd-automatisering, had er schoon genoeg van. Schoon genoeg om nog langer lastig gevallen te worden en zijn kostbare tijd te verkwisten aan Boonzaaijer. Hij was het zat om naar zijn economische analyses te luisteren. Zat om hem steeds weer te moeten verbeteren. Rick baalde dat hij zijn vakanties niet meer zelf kon bepalen. Hij mocht niet gelijk met Boonzaaijer weg, omdat meneer meende dat er dan niemand meer was die het systeembeheer kon uitvoeren.

De afgelopen weken had Rick veel overgewerkt. Veel tijd had hij gestoken in het maken van een schaduw-omgeving. Een schaduwomgeving waar alleen Boonzaaijer in werd ingelogd. En de resultaten verbeterden. Omzetten stegen en marges gingen omhoog. Kosten verminderden en uitval produktie werd beperkt. Het ziekteverzuim was sinds lange tijd niet meer zo laag geweest.

Tevreden liep Meneer Boonzaaijer naar de algemeen directeur. Dit had hij toch maar mooi bereikt.

schreef Mack om 09:34 AM [link]

Monday, October 18, 2004

De verdedigingslinie

Marit loopt over straat. Het is fris. Het voelt fris, vooral zo met een ochtendwindje. Dat is ze niet gewoon. De straat is grauw. Niet alleen de tegels zijn grauw of de mensen, voornamelijk oude slecht geschoren mannen, die er lopen. De straat is grauw omdat de wereld grauw is. De wereld die haar voert naar een gesprek dat ze niet wil. Een gesprek dat grauw zal zijn met een grauwende baas. Marit weet het.

Marit loopt op straat altijd voorzichtig. Nog voorzichtiger loopt ze vandaag. Omdat ze een verdediging verzon tegen die grauwende baas. Het is een gewaagde oplossing, maar de oplossing zal werken. Het is, dat heeft Marit ondertussen goed begrepen, van het grootste belang dat ze rustig blijft tijdens het gesprek en niet reageert en dat kan alleen als er afleiding is. Als er iets is om zich op te concentreren. Om wat er gebeurt tijdens het gesprek belachelijk te maken. Alsof het iets is dat buiten haar gebeurt in een andere realiteit. De oplossing zal werken. Dat weet Marit zeker, want zelfs op die grauwe straat tussen die grauwe mannen werkt de oplossing. De grauwe straat is niet belangrijk. De grauwe oude mannen zijn niet belangrijk, zelfs niet als ze slecht geschoren zijn, zelfs niet als ze rieken. Het is fris en prikkelend, een verdedigingslinie die zal werken. Maar je moet wel voorzichtig zijn met lopen en niet vallen.

Op normale werkdagen neemt Marit de trap naar boven, maar vandaag niet. Vandaag gaat ze met de lift. Vier trappen lopen en je weet niet wie er voor of achter je loopt. Normaal is dat geen probleem en is de afweging snel gemaakt, want als je in een lift staat weet je nooit wie er nog meer instapt. Liften brengen altijd onheus gezelschap, ongewenste drukte en benauwenis. Maar vandaag gaat ze niet met de trap. Het is geen gewone dag.

In de lift spiegelt de wand. Dat is doelbewust want dan kan men de kleren inspecteren. Zit de stropdas recht? Ligt er geen roos op de schouder? Is het haar gekamd? Marit heeft een hekel aan spiegelende wanden in de lift. Het lijkt door die spiegelingen niet of de lift groter is zoals de architect misschien bedoeld heeft. Door de spiegelingen lijkt het aantal liftpersonen groter. En je ziet ze aan alle kanten, anders dan wanneer de wand niet spiegelt en ieder geval aan die kant ruimte en rust aanbiedt. Als je het toch al benauwd hebt in een lift wordt het door spiegeldingen nog moeilijker. Maar vandaag heeft Marit geluk. Er is niemand anders in de lift. Nu werkt de lift inderdaad als een spiegel. Marit keurt haar rok. De lengte is goed, evenals de kleur.

Een uur moet Marit nog wachten op het gesprek. Opstaan om een kop koffie te halen doet ze nu niet meer. Werken is nutteloos en onmogelijk, zo vlak voor een grauwende baas. Normaal zou ze nu overlopen van de zenuwen, maar de verdedigingslinie houdt.

schreef Roemer om 12:32 PM [link]

Sunday, October 17, 2004

Types - De Lingo kandidate

...van die types die woordspelletjes spelen op televisie. Met haar 1.65 is zij zeker 15 kilo te zwaar. Haar kleine mond met smalle lippen en zwakke blauwe ogen benadrukken haar varkensgezicht. Zij draagt geen sieraden maar heeft een overstelpende boezem. Blozend vertelt ze de quizmaster dat ze nog steeds single is. Deze ochtend hees zij zich in een rood maar te strak trainingsjack. Haar getoupeerde rode haar vloekt verschrikkelijk, maar dat hoort zij zelf niet. Haar worstvingertjes draaien en graaien in een bak met blauwe en groene ballen. Het idee dat dit de winstkansen beinvloedt, is ontegenspreekbaar. Moeiteloos dreunt zij de goede woorden jicht, jodel, japon, pruim, pufte, tepel, dooie, humor, naakt, ranst, afruk, matig, eicel, neukt, eikel, slikt, sopte, poort, zonen.

schreef Kiers om 10:05 AM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)