Jaap
zeer aan het gas verknocht vergat Jaap eens een scherpe bocht en schoot met hoogste versnelling langs eiken een bietenveld in
hoewel door snelheid voortgedreven behield hij, oh wonder, het leven de bolide, beschadigd tot stilstand tegen het nabije boerenpand
de landbouwer, nogal humeurig van aard stoof naar buiten met een roestig krom zwaard en dreef deze, van blinde agressie doordrongen in Jaapie's piepende longen
'eind goed, al goed', knorde de boer en spoedde zich richting de bijslaap daar dreef hij, van blinde geilheid doordrongen zijn andere zwaard in een andere jaap
Gründlsee
Op het houten bankje, helemaal achteraan het meer bij Gössl, heb ik een uitzicht zoals slechts de goden zich kunnen wensen.
Op 700 meter hoogte in de Oostenrijkse bergen ligt een gedeelte van mijn jeugd.
Meer dan twintig jaren was ik er niet geweest maar toen ik in mijn verloren moment langskwam, bleek er niets veranderd. Hier lag nog steeds het gedeelte van mijn jeugd.
Ik heb er geluisterd naar de stilte en in aangeschoten toestand een literfles rood geopend met mijn toekomst.
Mijn vriendin
Oh god wat ben je mooi. Het licht valt zo dat je Indische huid er uit ziet als edel brons. Een perfecte huid, zacht als fluweel, glad als zijde. Je huid. Ik ken je huid precies. Iedere vierkante centimeter heb ik bemind en gestreeld met m’n tong. Ik deed het omdat je het wilde. En omdat ik zo dicht mogelijk bij je wilde zijn. Je vond het zo fijn. Fijn om aanbeden te worden als een soort godin. Als een wezen dat enkel bestaat om plezierd te worden. De zilte smaak van je zweet proef ik nog als ik me goed concentreer.
Boven je mooie billen, je mooie vrouwelijke en gespierde billen, daar net boven het kuiltje in je vlees waar je ruggengraat over gaat in je heupen, het smalst van de zandloper, daar prijkt je lief. Tenminste zoals je haar zo graag noemde. Ze heeft een donkere gloed over zich zo in dit licht. Een beetje onheilspellend. Jij vond haar pure schoonheid, ik vond het een mooie prent op een mooie vrouw. De vlinder getatoeëerd op je onderrug. Dromerig heb je me wel eens verteld dat je graag een vlinder was. Vrij om van bloem tot bloem te fladderen. Ik had het de volgende dag niet op moeten brengen. Je werd zo boos.
Tranen drukten wel eens in m’n ogen als ik mij afvroeg wat ik toch gedaan had om jou te verdienen. Of wat voor een kwaad jij op je geweten hebt dat je mij toebedeeld hebt gekregen. Een vraag die ik nooit beantwoord kreeg. Nee, je mooie lippen zwegen. Ze openden zich enkel voor lust. Niet om te praten.
God, zelfs je schaduw is mooi. De vorm van je borst op de houten vloer. Ja die borsten die ik zo goed ken.
Liefkozend heeft mijn tong duizenden malen om je tepels gecirkeld. Heeft mijn mond ze naar binnen gezogen. Je liet je wegdrijven als ik je beminde. Liggend op de witte lakens met je armen wijd uit elkaar. Ik wist na een tijd precies hoe je het hebben wilde. Hoe ik je plezieren en aanbidden moest. Je ogen waren altijd vochtiger dan je bezwete lijf.
God ja, je bent beeldschoon. Met je ravenzwarte haren los over je schouders. Mooie lange zwarte haren. Dagen lang kon je ze kammen en borstelen. Dan zat je stil in m’n huisje en kamde je ze eindeloos lang met je blik gericht op het niets voor je.
Slechts een enkele keer mocht ik in je komen. Dat waren dan momenten waaraan weken van absolute stilte en negering vooraf waren gegaan. Dan wilde je wel geneukt worden. Volgens mij is het drie keer gebeurd. De eerste keer schrok ik van je. Maar die agressieve blik in je ogen toen ik verbaasd ophield, samen met de vlakke handen die je in m’n gezicht sloeg lieten me doorgaan. Ik moest je neuken als een woeste maniak. Ik heb het nooit begrepen, maar je jankte als een beest als ik je neukte. De laatste keer probeerde je zelfs m’n keel dicht te knijpen. Ik moest je doorneuken, doorneuken, doorneuken en jij moest alles wegjanken. Dat schreeuwde je de eerste keer toen je me zo geslagen hebt. De volgende dag sloeg je me weer. Gemeend hard sloeg je me toen ik vroeg naar de nacht er voor. Vals keek je me aan. Je ogen spuwden vuur en het liefste had je gehad dat ik ter plekke dood neergevallen was.
Je mooie lijf is nu een silhouet in de schemer. Ik zie je figuur en weer schieten de tranen in m’n ogen. God meid, wat heb ik jou bemind. Alles heb ik gedaan wat je wilde. Je was mijn prinses. Ik zie je hoofd naar rechts opzij. Kinderen die aandachtig luisteren zitten ook wel zo met hun hoofdje opzij. Vroeger moet jij als klein meisje ook zo gezeten hebben. Je hoofd hangt nu weer opzij geknikt en het electriciteitssnoer heb je stevig vastgebonden aan de zolderbalk. Tja, daar hang je. Je voetjes slap en los, een halve meter boven de grond. Zo vredig, zo lief. Eindelijk heb je rust.
Dikke Jongen 12 - "De Vuilnisbak"
Uitgelachen, weggehoond, ondergekotst, beschimpt, afgezeken, weggepest, genegeerd, over zichzelf afgeroepen, gemolesteerd, vernederd, weggejaagd en nog niet doorhebben dat het aan hemzelf ligt. Dat is de definitie van Dikke Jongen. Dikke Jongen denkt dat de hele wereld een complottheorie aanhangt. Het grote complot tegen Dikke Jongen.
De laatste woorden van Dikke Jongen zullen zijn: de enige twee op deze wereld die mij een beetje zuurstof gunden, waren Mijn Broer en Mijn Moeder.
De scriptschrijver van mijn levensloop had een wonderlijke dag toen hij voornemens was mij en Dikke Jongen roommates te maken. In hetzelfde huis kwam Lange Jongen te wonen, broer van Dikke Jongen en vanaf hier genoemd Lange Jongen.
Lange tijd fungeert Lange Jongen als vertaalmachine voor de nukken en grillen van Dikke Jongen. Ooit dezelfde baarmoeder gefrequenteerd, weet Lange Jongen het bijzondere gedrag van Dikke Jongen in enigszins acceptabele banen te leiden.
Door toedoen van Lange Jongen is er sprake van een heuse samenlevingsvorm waarbij gezond gegeten, geslapen en huisgehouden wordt.
Tot op een kwade dag de scriptschrijver Lange Jongen uit het verhaal schrijft en Dikke Jongen helemaal alleen achterlaat met de schrijver dezes. Lange Jongen wordt vervangen door een andere roommate en Dikke Jongen ziet de 'Complottheorie Tegen Dikke Jongen' bewaarheid worden.
De plotselinge verwarrende instabiliteiten raken Dikke Jongen voornamelijk op het communicatieve vlak. Nadeel echter van het communicatieve vlak is dat het de poort vormt tot alle andere vlakken. Verstoken van de geestelijke bijstand van Lange Jongen raakt Dikke Jongen in een spiraal van ondoorzichtig zelfmedelijden.
Dikke Jongen keert definitief in zichzelf en verhuisd binnenshuis naar zijn eigen derde verdieping. Voor Dikke Jongen geen gezamelijk praat- en eetsessies meer. Voor Dikke Jongen definitief geen sociale contacten meer.
Verwonderd over het leefpatroon van Dikke Jongen en voornamelijk waarmee Dikke Jongen zich voedt, kon ik mij recentelijk niet beheersen. Nieuwsgierigheid maakte zich op sluipende wijze van mij meester. Deze week nam ik bij afwezigheid van Dikke Jongen een kijkje op de derde verdieping.
Ik bestudeer een chaotisch buro dat niet lijkt op het buro van de directeur van de eenmanszaak met "management support" op zijn visitekaartje. Het buro lijkt meer op het buro van een dolende tiener getuige de loshangende poster aan de muur "Men in Black" en "Monsters Inc.", basebalcaps en stoere doorkijkzonnebrillen volgens de laatste mode, diverse stukken gereedschap alsmede dartpijltjes. Bakken met snoepgoed, waar je ook kijkt.
Een kijkje op zijn bed geeft een wonderlijk plaatje. Het beeldscherm naast bed dat gelinked is met zijn computer op het buro, kan op afstand bediend worden met een infrarode muis. Een tikje tegen de muis laat de Auto Power Shut Off aanspringen en ik zie het laatste plaatje van een via Kazaa gedownload filmpje. Het blonde jonge meisje heeft een grote witte plak sperma op haar voorhoofd en lacht mij vriendelijk tegemoet.
Op bed liggen de mousepad, de muis zelf, een opengeritst zakje drop, een fles water en jawel... de bij dit soort stillevens onvermijdelijke rol toiletpapier.
Mijn eigen rukkende tienerjaren en lang daarna nog vers in het geheugen; ik kijk naast het bed en zie drie propjes wc-papier die ik niet aan een nader onderzoek onderwerp.
Ik loop terug naar de voorzijde van de derde verdieping en onderwerp de extreem grote prullenbak onder het buro van Dikke Jongen aan een gedetailleerd onderzoek. Extreem grote prullenbak omdat Dikke Jongen dan maar 1x per week zijn gezicht beneden hoeft te laten zien.
Vanuit forensisch antropologisch standpunt bekeken is een prullenbak een ideale informatieverschaffer van de patient. Vandaar mijn interesse voor het object.
Ik tref het volgende aan;
15 blikjes Coca Cola, ettelijke zakken chips in de meest uiteenlopende smaken, een aantal plastic frietbakjes met restanten mayonaise alsmede opengescheurde papieren snackbarzakjes, zakken drop in verschillende geuren en kleuren, Fruitella wikkels van eveneens de hele smaaklijn, Bisc & Twix in u raadt het al..., boterkoek met Echte Boter en warempel een klokhuis. Een heus afgekloven klokhuis van een echte appel. Eentje welteverstaan.
Een lege stofzuigerzak, de ongelezen Prive-bijlage van De Telegraaf, veel gratis folders van de meest uiteenlopende groothandels, drie versleten sokken, twee afgekeurde cd-roms, en een hele berg gebruikte samengefrommelde propjes wc papier.
Een gezonde rukker haalt tweemaal daags, ik tel er 13 dus dit is een prullenbak van een week. Een snelle verificatie met het wekelijkse rondje dat de Kliko-bak maakt leert mij dat de rekensom klopt.
Ik snuffel verder en stuit als laatste op een leeg en geheimzinnig plastic flesje met een even geheimzinnig opschrift: "Stack, Mdouble you". Ze hebben zelfs een website.
Met trillende vingers lees ik het opschrift: niet langer te gebruiken dan een maand achtereen indien gebruikt als afslankmiddel.
Damn, ik weet het zeker! Dikke Jongen vreet zich klem aan ziekmakende en verslavende suikers. Daarna slikt Dikke Jongen deze "Stack, Mdouble you" om zijn vadsige pens weg te werken. Dikke Jongen zit in een vicieuze cirkel en heeft een serieus eetprobleem. Als eindproduct van een psychische impasse met zichzelf.
En hij woont al langer dan een maand alleen op de derde verdieping. En slikt dus al langer dan een maand "Stack, Mdouble you". Ik ben bang dat Dikke Jongen binnen nu en een maand komt te overlijden!
Proefnotities
Bij aankomst op het Franse kasteel werd mijn auto door correct personeel correct gewaardeerd. Een Ferrari Maranello was niet nieuw voor hen maar mijn 575M Maranello deed enkele nieuwsgierige ogen door de kassen rollen. Mijn gebruikelijke plekje in de schaduw onder een van de laatste bomen uit het rijtje bleek deze week reuze handig daar de temperaturen in Parijs richting 43 graden waren geschoten.
Daarom had mijn lief gekozen voor de verkoelende ruimten van de Reimse champagnekelders en zo had zij ze gekregen.
Na een enkele proeverij in de ochtend om de smaakpapillen te strekken, deed de garçon ons nu voorgeleide naar ons tafeltje op het terras. Een hoofdknikje hier, een klein handgebaar daar, een wenkbrauw van herkenning, een licht kuchje en weldra zaten wij aangeschoven op de comfortabele zetel.
Le Livre de Vin lag reeds in zwaar leer gebonden op mij te wachten en nadat het geen geschikte middag bleek voor een Bollinger Millésime à € 457 de fles, besloot ik een Bollinger Cuvée Speciale te bestellen.
Naast dit edele vocht hoort een delicaat toastje en zo hadden wij de keuze uit kaas, ham, zalm en ganzenlever.
De kaas, een milde oude kaas, laten we zeggen het jongere neefje van de volle Parmezaan maar dan een snijdbare Franse variant zonder zoutkristallen. Lichtgezouten roomboter brengt harmonie tussen het zoete bruine brood en de oude kaas.
De ham, een flinterdun gesneden licht zoute ham met opvallend donker vlees en weinig vetnerfjes, gerookt boven kastanjes en met liefde op het notenbrood geplaceerd.
De zalm, gemarineerd met het geheim van de chef en huisgerookt met houtsnippers uit de regio, daarna gemarkeerd door weinig maar uiterst krachtige bieslook.
De ganzelever, in zijn geheel geblancheerd daarna lichtjes getint door cognac, geserveerd met een tikkeltje zeezout op een brioche broodje van grootse klasse met daarin niet de gebruikelijke gedroogde druif maar een subtropische vrucht. Het moet perzik zijn geweest. De volle waardering gevend aan de textuur en daardoor de smaak van de lever.
De gerant neemt onze wensen voor de toast, wij hadden graag alle vier de toastjes geserveerd, in ontvangst en vertelt de sommelier onze voorkeuren met betrekking tot de Cuvée Speciale de Bollinger. Daarna laat hij ons voorlopig alleen.
Het snoeihete terras met de grote gebroken-wit parasollen, met uitzicht op het private park, is uitgestorven leeg en dat geeft mij de mogelijkheid uitgebreid naar de koperen kleuren van mijn lief te kijken en haar te complimenteren met haar gedeelde liefde met mij; eens per zoveel tijd op buitensporig hoog nivo eten en drinken.
Veel tijd is er niet want uit de openzwaaiende terrasdeur komt de sommelier reeds aangelopen. In smetteloos zwart en bijzonder fijn gekapt verschijnt hier een alleraardigste jongeman die een zwaar zilveren wijnkoeler meetorst en op de daarvoor bestemde standaard placeert.
De dikke witte linnen servet in de rechterhandpalm, trekt de linkerhand de Bollinger uit het gekoelde water op het servet. Het hele etiket wordt opgelezen, gevolgd door de woorden die alleen de Fransen met grandeur kunnen zeggen "Je vous en prie".
Het water loopt me door de mond.
Geoefende vingers openen routinieus de draadkurk en met grote tegendruk van de hand van de sommelier wordt de kurk sissend van de fles gescheiden.
Ik krijg een brok in de keel. Dertien jaren heeft dit godenvocht in de fles gezeten en nu wordt zij aan mij geofferd.
Zijn arm strekt zich uit, de fles gaat schuin en met een constante maar kleine straal lopen de mooiste bubbels van de wereld in mijn glas. Het schuim is van een weelderige soort, de bubbel is koninklijk subtiel. Ik mag proeven.
Ik proef en verlaat vrijwel onmiddellijk dit aardse bestaan. In mijn vlucht laat ik de sommelier weten dat we de juiste temperatuur hebben en dat het glas van mijn lief de node Champagne behoeft.
De toastjes zijn uitgekiend en bedienen de ware connaisseur op zijn wenken. U zult wellicht weten dat vet een fantastische smaakoverbrenger is en daarom eten wij de toast in de bedoelde volgorde.
Stramme, droge kaas om de papillen te wekken. Ham voor het stapje hoger in de soepele, smeuïge hiërarchie. Het blijken slechts opwarmers voor de vet-ronde maar o zo subtiel gerookte zalm. De zalm met haar vettige ondertonen als een ideale springplank naar de climax op het plateau; de ganzenlever.
Na een toastje met ganzenlever is deze Bollinger het best; een ware fruitexplosie die vanaf de bovenkant van mijn tong tegen het gehemelte springt en daar blijft drijven als een tintelende mousse. Ik proef witte wijn met een vleugje kalk. Een boertje komt opzetten en een rijke schakering tussen hammen, kazen en zalmen dient zich aan, gesmoord in de fruitmousse tegen mijn gehemelte. Een boertje zoals je iedereen kado zou willen doen. Nog een slok. Nog een hap. Af en toe een woord. De wervelwind van smaak is in volle gang. De hartklop gaat sneller, een milde traan dringt zich op. Als je heel stil bent, hoor je de drukte van belang.
Dan kijk ik rechts van mij.
Haar roze tong likt de grijze ganzelever uit haar glimmende mondhoek. Haar amandelogen kijken mij aan en een eindeloze stilte volgt.
Het hoeft niet gezegd te worden. Het was reeds gecommuniceerd. In de eindeloze stilte speelt een oorverdovend orkest.
Bekentenis
Feest. Dat wil zeggen drank en exotische rookwaren in een ruim woonhuis met ex-hippies en intellectuele jonge volwassenen. Veel gepraat over muziek en hun actieve participatie daarin. Blabla over opleidingen en geweldige banen waarbij hun idealen nog altijd worden nagestreefd. Een typisch eind jaren tachtig feestje bij iemand thuis.
Gastvrouw Jenny is de moeder van Ronald. Ronald en ik zijn al jaren dik bevriend.
Mijn klotebaan via het uitzendbureau wordt uitgelegd als een bewonderenswaardig gebrek aan materialisme. Ik ben 19 en weet dat het komt door een niet benijdenswaardig gebrek aan opleiding. Mijn gemiddelde muzikale kwaliteiten worden dankzij haar legendarisch. Voor dit deel van m’n sociale omgeving besta ik omdat ze me kennen van horen zeggen. Ik hoor erbij omdat ik er altijd al was en waarom precies dat weet niemand.
Al snel is iedereen ver van de realiteit door drank en drugs. En zo gaat het feest. Tegen vijven in de ochtend realiseer ik me dat ik de laatste gasten naar buiten werk. Ik blijf alleen over en scharrel nog wat flessen bijeen om een leuk afzakkertje te fabriceren.
Jenny komt beneden. Slecht in een zijden nachtjasje. Ze gaat op de bank zitten en vraagt me of ik voor haar ook nog wat inschenk. Het gevulde glas zet ik voor haar en ik kijk in haar bh-loze decolleté. Ze zit met haar 41 jaar nog strak in haar vel constateer ik. Terwijl ik tegenover haar ga zitten probeer ik niet naar haar te kijken. Toch gaat mijn blik vluchtig over haar lijf. Omdat ze met over elkaar geslagen benen iets onderuitgezakt op de leuning steunt zie ik hoe haar slip in haar kruis zit. Het wekt mijn geiligheid op.
Ze ziet dat ik kijk. Het kan niet anders dan dat ze weet dat ik op haar zit te geilen. Haar tepels tekenen zich af. Ik wacht niet langer en ga bij haar zitten. Mijn hand in haar slip en tong in haar mond. Ik bespeur enige tegenwerking en aarzel. “Niet doen Lennard, niet doen” fluistert ze. Ik ga door. Ze worstelt zich los en loopt naar de keuken. “Wil je ook nog wat?” Ze is in de weer met iets eetbaars. Ze doet alsof er niets aan de hand is.
Ik pak haar van achter beet, mijn arm om haar nek in de wurggreep terwijl mijn andere hand weer in haar slip verdwijnt. “Sssst” sis ik. Ze is nog onrustig en probeert zich zonder overtuiging los te manoeuvreren. Mijn rechterhand doet zijn werk en haar ademhaling wordt onrustiger. De weerstand neemt af en ik knoop haar nachtjasje los. Een harde tepel tussen duim en wijsvinger ontlokt zowaar een kreun. Ik duw haar voorover op het aanrecht en trek haar slipje opzij. Zonder moeite verdwijn ik in haar nattigheid en begin wild en hard te stoten.
Hijgerig en met gesloten ogen fluistert ze “Hou op, dit kan toch niet, toe Lennard, stop er mee” Ze wil wel lijkt me zo. Ik spuug op haar aars. Voor het eerst tijdens dit spel kijkt ze me aan. Een angstige blik. Ik grijp de theemuts en duw die in haar gezicht terwijl ik mijn leuter hard in haar kontje duw. Ik voel de gesmoorde gil in de theemuts. Rammend kom ik klaar.
Ik zie hoe stront, sperma en bloed zich rond haar anus hebben vermengd. Ze pakt haar jasje van de grond en met betraande ogen loopt ze naar boven. Ik volg haar want ook ik heb het een en ander schoon te maken. Zwijgend wassen we de resultaten van onze activiteit van het lichaam. Ze weet waarom ik het deed. Dat weet ze heel goed.
De volgende dag belt Ronald. “Heb je een kater van gisteravond?” “Een beetje” beken ik. Dat ik zijn moeder heb geneukt omdat hij met z’n tengels niet van mijn meisje kon afblijven vertel ik hem nog wel een keer. Eerst mag hij mij iets bekennen.
Drinken
Straalbezopen zit ik aan de bar. M’n glas gevuld met iets verdomde sterks zonder te herinneren wat ik besteld heb. M’n ziel koud en eenzaam tussen deze vreemde mensen. Ik haat ze niet, nee ik lach om ze. Ik veracht ze. De barman ziet er uit als een simpele ziel. Zo met z’n door Heineken gesponsorde en waarschijnlijk door z’n bejaarde moeder gestreken overhemd. Groen-wit gestreept. Waarschijnlijk is hij ook een simpele ziel. Een stokoude en vrolijke neger op aan de hoek van de bar rookt sigaartjes met plastieke gele tuitjes. Jonkies jenever nipt hij. Naast me zit een vervelende dikke jongen. Al een half uur negeer ik hem, maar nog steeds vertelt hij uitgebreid over de vele functies van z’n dure Breitling. ‘kijk en dan met dit knopje, als je het dan twee keer snel achter elkaar indrukt…..’ Ik kijk voor me. Welke idioot koopt er nu zo’n duur horloge met een fel oranje wijzerplaat? Voor me staat een boeket plastic bloemen. Het grauwe stof tussen de blaadjes doet vermoeden dat het zeker al een decennium onaangeroerd is. Kutbloemen. De lul achter de bar zet een nieuwe muziekcassette op. Nederlandstalige feestmuziek. Jezus, muziekcassettes? Wat een kuthol is dit hier eigenlijk!
Een kalende veertiger die er uitziet als een mislukte pooier stapt binnen. De snol naast hem doet vermoeden dat hij ook daadwerkelijk moeite heeft fatsoenlijke hoeren te krijgen. Ze komen naast me zitten. Het wijf gaat zo onhandig zitten dat ik kort maar duidelijk zie dat ze een slipje met pantermotief draagt. Voor niet veel geld zal ze deze uittrekken. Waarschijnlijk is ze zwaar onder de invloed van het een of ander. Hoe komt het toch zo ver met zo’n meid? De pooier, zelf ook met een doorleefd gezicht, stelt zich geforceerd en net te populair op. ‘Ja goed joh, als jij me nog een borrel geven wil vind ik dat best’ antwoord ik de man. ‘Als daar tegenover staat dat je met me lullen wil speel ik wel net of ik naar je luister.’ Een glimlach kruipt op m’n gezicht na deze stille gedachte. ‘Bij die dikke Breitlingzak werkt het al lang genoeg.’ ‘Wat doe ik hier eigenlijk?’
Ik vraag het me af terwijl m’n ogen naar zich zelf kijken in de spiegel die de wand achter de bar bekleedt. Tussen de wachtende glazen door kijken mijn ogen mij dronken aan. Ik leun op m’n ellebogen en moet m’n hoofd schuin achterover gooien om de halve borrel maar binnen te gieten. Wat doe ik tussen deze jokers en Untermenschen? Ik weet het eigenlijk niet. Als door instinct gedreven en zonder na te denken heb ik deze poel des verderfs weer opgezocht. De lichte beige muren van m’n huis kwamen op me af. Het portret van de blonde vrouw had ineens een gemene blik in haar ogen in plaats van de bitterzoete uitdrukking die ze normaal heeft. M’n laatste fles bier heb ik leeg tegen haar kapotgegooid. ‘Trut, bitch, jullie vrouwen zijn allemaal hetzelfde!’ Drieëntwintig uur per dag kan men hier, deze trieste verzamelplek van menselijk uitschot, terecht om zijn of haar ziel te warmen aan een koude fles bier. Om te vieren kom je hier niet. Meer uit verveling, eenzaamheid of om te vergeten. En ik? Ja, om de bovengenoemde redenen ja. En om te zuipen. Veel te zuipen. Eerlijk genoeg om toe te geven dat ik hier zit in de hoop dat zij weer komt ben ik niet. Da’s m’n eer te na. Nee, zo diep ben ik niet gezakt. Tenminste, zolang ik het zelf niet toegeef ben ik niet geworden zoals deze mislukkingen om mij heen. Goed, ik kom hier vaker en vaker. Ik begin gezichten te herkennen en een enkeling herkent mijn gezicht. Maar er is toch niets mis met het hebben van een stamkroeg? Dit is dan wel een triest café, maar het is toevallig dicht bij. Ik kom hier dan wel, maar ik kom hier bewust. Ik sta er boven, ik laat me niet leiden. Ik sta boven deze mensen. Wat het nu voor een vrouw geweest is weet ik eigenlijk nog steeds niet. Zo’n Oostblokse. Zo eentje die dan in Duitsland woont. Ja, ze was hier om de stad te bekijken. Hoe meer ze dronk en hoe meer ze er achter kwam dat er echt helemaal niets is wat mij nog uitmaakt in het leven, bekende ze stukje bij beetje dat ze hier was voor de ‘Drogen’. Goedkope heroïne en cocaïne. Het lekkerste samen als cocktail. Ze streepte haar hotelkosten weg tegen het voordeel van de goedkope narcotica. ‘Is goed joh, ik wil wel mee naar je hotel’ Een erg groot blik nieuwe ervaringen is daar toen voor mij opengetrokken. ‘Knalln’ heet het spuiten van drugs in het Duits. En ik snap nu ook hoe ze dat spul in die spuit krijgen. Ze zou rond deze dagen terug komen. ‘Misschien kom ik je dan wel weer tegen hier in het café’ had ik haar gezegd. Zoiets had zij ook gezegd. Ze was dan wel een soort hoer, een verslaafd stuk uitschot, ze was wel lekker zacht en warm om tegenaan te liggen. De coke was ook lekker.
Eikel
Hij fietse hard over de dijk. Zijn beentjes leken wel een machine. Die monotone cadans der pedalen, suizend bermgras en de zon die met hem mee gleed. Het gekras van de wielnaaf overstemde zijn astmatisch hijgen. Nog een paar honderd meter en hij was op de plaats van bestemming.
Zijn fietsje verbond hij met een dun boompje. Met een nummerslot. 382. Een kleine blik op zijn Quartz vertelde hem dat de koele ochtend inmiddels vervlogen was in een middag vol kansen. Hij moest opschieten.
Langs bemoste bomen, over een deken van krakende bladeren en dode takken bereikte hij het middelpunt van het bos. Daar, tussen de bomen, was een kleine plek. Een mossig groen plein met over dwars een dode boom door kevers aangevroten.
Dertig, veertig seconden hooguit zou het nog duren, zag hij op zijn Quartz. Hij kwam hier nu al voor de derde keer en hij was nog niet teleurgesteld.
Hij bleef staan, hield zijn adem in. Het kon elk moment gebeuren. Een wolk trok voor de zon. Een vogel kraste door het blauwe ruim. Toen werd het stil. Heel stil.
Je kon een eikel horen vallen; maar het was niet de tijd van het jaar.
schreef bicat om 02:40 AM [link]