Lauw gekoeterwaal
Lauw gekoeterwaal gezever over de laatste kwaal. Gezeik op teevee mijn wijf neemt d'r moeder mee. Gekut in de politiek mijn dochter ontmaagd in het portiek.
Ruwe stormen mogen woeden, alles om mij heen is nacht. De fles zal mij behoeden, alcohol houdt voor mij de wacht.
De geur van koffie
Het was aan het einde van een doordeweekse avond in de sociëteit. Zoals daar zo veel waren.
Ik hang nog half staand aan de barrail vlak voor de tap. Terwijl ik in mijzelf aan het lallen ben, dringt de barcommissie er steeds nadrukkelijker op aan op te rotten.
Plots maakt het sfeervolle discolicht plaats voor een indringende 1000watt lamp. Er wordt voor mij besloten dat dit het moment is weg te gaan. Ik ben dronken maar hoe dronken is de vraag.
Onderweg naar buiten kom ik in de donkere uitgang langs de Snack-O-maat. Mijn vriend. Kant en klare hamburgers, frikadellen en ander studentenvoedsel onder de knop. Direct klaar voor gebruik.
Ik trek mijn wallet, pak een 'twee euro'-muntstuk en duw het wankelend in de automaat. Zonder aarzeling druk ik op de afbeelding van een cheeseburger. Verlekkerd kijk ik naar de lange metalen schuif waarachter de cheeseburger komt te liggen. Mijn hand in de aanslag om het stuk vreten te pakken. Er gebeurt niets.
Ik kijk weer naar de afbeelding waar ik net op gedrukt heb. Ik druk nog een keer en ga weer in de houding staan. Klaar om de hongerstiller te grijpen. Nog steeds niets, verdomme!
Ik word ongeduldig en het herhaaldelijk drukken op het vleesplaatje verandert al snel in ongenadig rammen. Ik begin te vloeken. Godverdomme. Vuile godvergeten tering aut-O-maat-en-naaier. Geef mij mijn kaasburger!
Ik druk op de rode "geld terug"-knop en kijk naar een kleiner metalen gleufje waaruit het muntstuk behoort te rollen. Maar ook nu gebeurt er niets. Wel godver de godverdomme. Welke galbak zet mij hier in de zeik?
Mijn door alcohol gevoede emoties lopen hoog op en ik begin de fastfoodautomaat te schoppen en te slaan. Zinloos geweld want ik krijg er niets uit.
"Koffie?", vraagt een meisje.
Koffie? Nu? Verwilderd kijk ik naar links maar door gebrek aan licht zie ik niet veel. Door mijn hoge promillage gehinderd, probeer ik na te denken. Mijn instinct echter noteert de geur van koffie en antwoordt een volmondig 'JA'. Ik wankel achter haar aan. Op weg naar de campus. Op weg naar haar kamer.
Onderwijl komen tal van gedachten op. Het meisje blijkt een kamer te hebben op de bovenste verdieping. Een knap stukje lopen met een stuk in je kraag. Eenmaal op haar donkere kamer ontsteekt zij een paar waxinelichtjes.
Ik neem plaats op bed. Veel ruimte om ergens anders te zitten is er niet. De zware wandelgang door het trappenhuis en de intieme sfeer maken dat ik opeens in een heel andere emotionele toestand verkeer. Een fijne loomheid overvalt mij.
Geboeid door de gedachten wat er allemaal gaat komen, verschijnt een glimlach op mijn gezicht. Zij komt naast mij zitten. Nu kan ik haar gezicht goed zien. Een Chinees!
Met van die platte gespleten ogen die het bovenstuk van haar neus geheel doen verdwijnen. Zwart lang en gestreken haar in een staartje. Het valt mij op dat ze nogal klein van stuk is. En mager.
Voordat ik kan vragen waar de koffie is, lig ik neergestreken naast haar op het matras. Mijn hand glijdt door gitzwart haar langzaam naar beneden. Over haar arm en naar haar kruis.
Behendig knoop ik haar broek los en open haar rits. Schijnbaar onwennig en onervaren doet zij hetzelfde bij mij. Ik probeer mijn hand in haar broek te duwen en merk hoe krap het daar is.
Ook zij merkt de krapte en schiet onmiddelijk te hulp. Haar broek en slipje vliegen uit in no-time. Snel komt ze weer naast me liggen en hervat haar afdaling. Ook ik hervat mijn zoektocht naar haar liefdesopening. Openingetje moet het zijn, gemeten naar haar postuur.
Aftastend bereikt mijn middelvinger een ingang. Naar binnen stuit op weerstand maar dat kan liggen aan mijn eerste confrontatie met een Aziatische dame. Mogelijk zelfs een maagdelijke Aziatische dame. Bovendien ben ik dronken.
Ik druk dus wat harder met mijn vinger op haar opening. "Shit zeg, wat een strakke doos", schiet er door mij heen. Mijn opzet lukt en ik ben binnen. Hoera! Eenmaal binnen voel ik mijn bloed stollen door een plotselinge knelling. En dit is nog maar mijn vinger, arm kind!
Hoewel zij voelbaar geniet van mijn ontdekkingstocht houdt zij de adem in waarop ik mijn vinger uit haar trek. Het lijkt de enige manier haar weer aan het ademen te krijgen. Ze slaakt een kreetje van ontluchting.
Wij kijken elkaar aan maar zien weinig want de kaarsjes zijn opgebrand. Het ritueel herhaalt zich enkele malen voor de drank zijn definitieve tol begint te eisen. Ik verzink in een diepe slaap.
Voor het gevoel te vroeg ben ik wakker. Mijn hand op haar zij en haar hand leunend tegen mijn buik. Ik til mijn hoofd op en zie hoe laat het is. Het is koffietijd en ik rep mij uit bed.
Via het voeteneinde schuif ik van haar bed af. Snel trek ik mijn broek omhoog, fatsoeneer mijn geruite jasje en haal een hand door mijn vettige haar. Zonder verder naar haar om te kijken, haast ik mij uit haar kamer.
Ongezien sluip ik het campusgebouw uit. Eenmaal buiten versnelt mijn pas. Snel op weg naar de aula van het onderwijzend instituut voor een kop koffie.
Ik ontmoet mijn twee vrinden E. en F. Zij zijn fris gedoucht. Ik stink voor nog een paar uurtjes in de wind. Buiten dat is alles ook aan mij te zien. Ik bestel een koffie want die heb ik gisteravond, ondanks beloofd, nog steeds niet gekregen.
Met de koffie in mijn linkerhand wend ik mij tot E. Hij staart mij vol belangstelling aan om mijn nachtelijke escapade te horen. Terwijl ik mijn verhaal afsteek, roer ik in mijn koffie met de rechterhand. Net als ik vertel over haar ongekend strakke koffiepotje, duw ik het lepetje in mijn mond en wrijf ik mijn middelvinger onder mijn neus en haal diep adem.
"Shit, shit, shit!"
"Wat?!", schreeuwt E uit nieuwsgierigheid, "...wat is er?! Vertel op!".
Weer breng ik mijn avontuurlijke vinger onder mijn neus en haal nog een keer diep adem. Strontverdorie, dit is niet de geur van koffie.
Mijn lange vinger heeft niet gezeten waar ik denk dat hij heeft gezeten. Ik realiseer mij plotsklaps hoe dronken ik ben geweest.
Haat
Iedereen heeft een hekel aan mij. En daarom haat ik jullie ook allemaal. Ik weet wel dat jullie een hekel aan me hebben.
Jullie praten altijd allemaal over mij, maar als ik dan voorbij loop lachen jullie hard zodat ik niet hoor waarover jullie praatten. In winkels draaien jullie altijd net je hoofd weg als ik jullie passeer. Toevallig hoor, maar ik weet het wel. En dan loop ik verder. En dan durven jullie in eens wel weer. Ja dan, zo achter m’n rug om, dan durven jullie ineens weer over mij te praten. Net zo hard dat ik jullie hoor praten, maar niet hoor wat jullie zeggen.
Als ik door het park loop zetten jullie langzaam de radio harder om zo m’n rust te verstoren met die zenuwachtige muziek. En jullie sturen altijd jullie honden op mij af om om mij heen te rennen en gemeen te blaffen. En als ik dan eens uithaal naar zo’n opgehitst beest, ja dan spreken jullie me ineens direct aan. Nee niet over waarom jullie allemaal zo’n hekel hebben aan mij, wat ik jullie misdaan heb of zo, nee dan enkel over dat ik dat onbeest een terechte trap verkocht heb. En jullie hitsen zelfs jullie kinderen tegen mij op. Dat vind ik wel heel erg. Jullie laten ze dan op hun kinderfietsen of op van die skates heel hard langs mij heen schieten. En soms steekt zo’n belhamel zelfs heel eventjes heel kort z’n tong naar me uit. Om me extra te pesten. Ja dat zie ik wel.
Zelfs de vrouwen van de Wallen hebben een hekel aan mij. Als ik dan weer aan het begin van de maand met geld over de Wallen loop hebben de meeste meisjes hun gordijnen dicht. Achter een paar ramen zitten dan nog vrouwen. Maar dan vrouwen die ik niet mooi vind. En die zitten er dan om te kijken wanneer ik weer weg ben en om de anderen te waarschuwen dat ze weer tevoorschijn kunnen komen.
En dan ben ik weer thuis. En dan ben ik weer alleen. De hele dag. Jullie durven niet naar me toe te komen en het in m’n gezicht te zeggen. Nee, jullie vernederen me alleen in het openbaar. Dan hebben jullie er meer lol in. Dan duwen jullie me door het slijk en lachen jullie mij uit van ver uit de hoogte met een valse lach.
Jullie zijn gemeen. Daarom haat ik jullie.
Maar het gaat allemaal over. Na morgen dan is het allemaal voorbij. Dan zijn jullie niet meer zo. Nee want ik ben slimmer dan jullie zijn.
Nee na morgen zullen jullie me in jullie midden sluiten en amicaal vertellen dat het allemaal niet zo bedoeld was. Dat het uit de hand gelopen is. En dat het jullie spijt. En ik zal jullie dan vergeven. Ik zal wel kort zeggen dat het allemaal heel vervelend was, maar dat het nu voorbij is. En met z’n allen zullen we er dan om lachen. Jullie zullen in de rij staan om het goed te maken met me. Ja dan houden jullie ineens allemaal van me.
Jullie beginnen dan allemaal een beleefd praatje in de winkel. En zullen nooit meer het laatste doosje pakken als ik er net aankom.
In het park zullen jullie naar me zwaaien. En jullie zullen dan jullie hond naar me toe sturen zodat ik het beest eens lief over z’n kop kan aaien. Kinderen zullen zondags in het park vragen of ik ook één van hun snoepjes wil. En ik zal ze dan vertederd een aai over hun bol geven.
En dan ga ik ook niet meer naar de Wallen want dan zal ik een echte vriendin hebben. Een hele lieve die veel van me houdt.
Ja misschien ga ik dan nog wel eens naar de Wallen, maar dan alleen om een gezellig praatje te maken.
Nee, na morgen is m’n lijdensweg ten einde. Morgen begint het leven.
Ik heb er lang voor gespaard, het kost me veel geld, maar dat vergeef ik jullie na morgen ook. Morgen staat er groot op de voorpagina van de Telegraaf, jawel de Telegraaf, dat is het soort krant die jullie plat soort mensen lezen, morgen staat er een grote advertentie op de voorpagina van de telegraaf met mijn foto, mijn naam en mijn adres. En dan staat er bij dat jullie moeten ophouden met mij zo te pesten en dat ik er genoeg van heb. En dan staat er bij dat als jullie nog zo doorgaan dat ik dan zelfmoord pleeg. En dat ik het echt zal doen. Oh, wat zullen jullie daar van schrikken. Want jullie weten allemaal dat ik een man ben van mijn woord. En jullie zullen je dan allemaal heel erg schuldig voelen. En jullie kunnen dan niet meer slapen omdat jullie vinden dat het jullie schuld is dat ik zelfmoord heb gepleegd. Nee, daarom zullen jullie vanaf morgen allemaal gewoon doen tegen mij. Gewoon normaal.
Vandaag haat ik jullie, morgen zullen jullie van me houden.
Dikke Jongen 11 - "In Bad"
Geen clou aan dit verhaal. Geen onverwachte wending aan dit verhaal. Wel een exacte omschrijving van de werkelijkheid in dit verhaal. Lees en huiver hoe Dikke Jongen in bad pleegt te gaan. Realiseert u zich hoe dit ritueel een clou op zich is en welke onverwachte wendingen daardoor nog zullen volgen in het leven van Dikke Jongen.
Dikke Jongen is gehecht aan rituelen. De huisgenoten van Dikke Jongen hebben hem nooit kunnen betrappen op zwaar autistische trekjes maar licht autistische trekjes zouden de huisgenoten van Dikke Jongen hem zeker willen toedichten.
Elke zondagmiddag gaat Dikke Jongen in bad. Wanneer normale mensen rond drie uur in het park lopen met hun witte en zwarte labrador, een Formule 1 Grand Prix of een tenniswedstrijd kijken, bier drinken met vrienden in hun aperatiefkroeg of op de terugweg zijn van een hockeywedstrijd zo tegen vier uur, dan laat Dikke Jongen zijn badkuip vollopen.
Een beetje babyolie erbij, wat badschuim voor de geur, een felgekleurd washandje of scrubdoekje, nagelschaartje en een aantal waxinelichtjes voor de sfeer. U leest het goed, een aantal waxinelichtjes voor de sfeer.
Voor Dikke Jongen geen Voetbal International in bad. Voor Dikke Jongen geen krant of goed boek, geen filosofie en geen detective, zelfs geen radio of een ander muziekje. Dikke Jongen gaat in bad om in zijn eigen kleine wereldje te zijn.
Dikke Jongen gaat in bad zoals hij door het leven gaat: in zichzelf gekeerd, sociaal gedesorienteerd. Dikke Jongen begrijpt niet veel van de wereld om hem heen. Een kleine vorm van autisme blijkt tenslotte ook een ernstige handicap.
Op het moment dat de badkuip van Dikke Jongen volstroomt, loopt Dikke Jongen door het huis. Hij zet een plantenbak recht, verschuift een stoel, verplaatst een kastje en kijkt daarna op zijn gemak naar alle cd's op een rij. Met zijn armen in zijn zij mompelt hij in zichzelf, "Allemaal van mij. Al die cd's die daar staan zijn allemaal van mij".
In een goede bui loopt Dikke Jongen door naar de keuken en doet alle keukenkastjes open. Tevreden kijkt hij naar de overdreven stapels borden en bakken bestek die hij her en der in een kleptomanische bui heeft meegnomen.
"Allemaal van mij. Alles dat hier staat is allemaal van mij", mompelt Dikke Jongen en glimlacht tevreden.
Dikke Jongen loopt in zijn blote snikkel door het huis want hij heeft zich al uitgekleed voor als het bad zometeen vol is. Weliswaar in blote snikkel maar gehuld in een grote warme witte badstoffen jas sloft de reuzensukkel door het huis. Met zijn te veel aan kilo's gaat de betonnen vloer BOM BOM BOM en na de inspectieronde over al zijn bezittingen zet Dikke Jongen zich voor de televisie.
Met het ene been gekruisd over het andere en zijn hand onder zijn kin zit Dikke Jongen als een wijf televisie te kijken.
Geluiden van Bugs Bunny of een willekeurige kinderserie of een zware schietpartij op V8 doen hem de mondhoeken krullen. Van blijdschap zit hij nu op het puntje van zijn stoel. Het onderlipje van Dikke Jongen hangt open.
Dikke Jongen ziet niet dat zijn huisgenoten achter hem met drie tegelijk de koppen om de hoek van de kamerdeur steken om zich na het opnemen van dit beeld schaterlachend uit de voeten te maken.
Dikke Jongen kijkt op zijn Breitling met oranje wijzerplaat.
"Zo, dat is tenminste een horloge dat opvalt", had hij gezegd toen hij de wanstaltig grote patserklok trots kwam showen. "Maar Dikke Jongen, vind je het zelf ook een mooi horloge?", hadden zijn huisgenoten gevraagd. Daarop kregen de huisgenoten van Dikke Jongen een veelzeggend antwoord te horen: "eeeeeuuh...".
De Dikke Breitling geeft aan dat er inmiddels 20 minuten, drieëndertig seconden, tweehonderdsten en dertienduizendsten van een seconde zijn verstreken sinds Dikke Jongen de kraan opendraaide en dat het bad dus vol is.
Dikke Jongen loopt weer naar de keuken. Hij trekt de grote, met doorkijkruit gesierde Coca Cola koelkast, open. Voor weinig kleptomanisch op de kop kunnen tikken. Dikke Jongen rukt een gekoelde anderhalve literfles Gele Fanta uit het rek met tandglazuur vernietigende frisdranken.
Dikke Jongen rommelt wat in een keukenkastje en vindt daar zijn kartonnen doos grootverpakking met familiezakken pennywafels. Met de fles Fanta en zijn pennywafels sloft de aan suikers verslaafde levensverliezer naar boven. BOM BOM BOM gaat het over de betonnen vloer en krakend torst de trap de zware botten van Dikke Jongen.
De badkamerdeur gaat op slot, de lichten gaan uit en door het smalle badkamerraampje boven de deur flikkert het kaarslicht van de waxinelichtjes.
Teruggetrokken en in foetushouding in de nagebootste veilige baarmoeder op lichaamstemperatuur vraagt Dikke Jongen zich af waar iedereen is. En waarom hij zo'n hoge tandartsrekening heeft. En waarom er altijd drie uur een vettige wolk met putlucht hangt als hij naar de plee is geweest.
Kattenpis
Hij is de auto nog niet uit en hoort de hond al blaffen. Met z’n hoofd gebogen snelt hij door de voortuin, de sleutel van de voordeur in de aanslag. Opkijken durft hij op de route van zijn auto naar de voordeur al een paar weken niet. Bang voor een blik van de buurvrouw. Zo zelfverzekerd als hij met haar liep te flirten voor het oog van zijn eigen vrouw en de buurman tijdens die beruchte feestavond, zo verlegen uit schaamte is hij nu.
Binnengekomen merkt hij dat z’n vrouw alweer weg is. Werken. Zal wel weer laat worden. De hond wordt in de achtertuin gelaten en de schuifpui gesloten. Het eten dat voor hem klaar staat wordt in de vuilnisemmer gemikt. Met de telefoon tussen oor en schouder geklemd om een pizza met shoarma te bestellen loopt hij met de tv-gids in de hand naar de koelkast en pakt een biertje.
Lekker. Vermoeid en niet veel gegeten. Het eerste biertje te snel gedronken. Echt lekker. Deze belofte spoort hem aan de voorraad in de koelkast aan te vullen. Het zal vanavond niet bij twee blijven.
Gordijnen dicht, PC aan. Surfend naar het derde biertje. Verhaaltjes lezen. Boeken las hij nooit. Boeken zijn vermoeiend. Op de achtergrond de TV aan. Voetbal.
Onder deze omstandigheden kwam hij terecht op iets wat onder de noemer web-log zou kunnen worden geschaard. “Pervers, diepgravend, aandoenlijk, extravagant, verabsurdiserend, anarchistisch, poëtisch, opwindend, uit het leven gegrepen, labiel, controversieel, hartverwarmend, gewelddadig, filosofisch, lelijk, erotisch, smaakloos, hoogdravend, voyeuristisch, onschuldig, verbaal en al wat dies meer zij.” Zo omschrijft het zichzelf.
Hij kan er soms wel om lachen. Het fenomeen intrigeert hem. In de loop van de tijd heeft hij heel het beschikbare archief gelezen. Voorzichtig gooit hij er wat commentaar tegenaan. Soms is hij ronduit humoristisch. Denkt hij zelf.
Op een dag na het zevende biertje gooit hij er een verhaaltje uit. Een kut-met-peren verhaal. Iets over neuken. Maar ach, dat sluit prima aan bij zijn kut-met-peren leven waarin te weinig wordt geneukt. Dit niet geplaatste gedrocht zorgt er echter voor dat hij meer verhaaltjes gaat schrijven. Korte verhaaltjes door de waan van de dag geïnspireerd. Men neme een nog net noemenswaardig akkefietje uit het verleden, fantaseert er wat op los en zie daar; een schrijfseltje. En verhip, plotseling staat er ook een verhaaltje van hem op het internet.
Hij beschouwt ze als cadeaus. Ze worden weggegeven en ze mogen er mee doen wat ze willen. Hij heeft z’n lol er al aan beleeft met schrijven. Zelf verwijdert hij ze van z’n PC als ze zijn verstuurd. Waarom, dat weet hij niet, hij doet het gewoon.
Dit nietszeggende mannetje met z’n nietszeggende leven vult gewoon z’n tijd. Zijn buurman zit op voetbal. Zijn schoonmoeder hanteert niet onverdienstelijk de breinaalden.
Dan wordt er een kapitale fout gemaakt. Een schrijfseltje van hem wordt, waarschijnlijk per ongeluk en onbewust, vergeleken met wat een echte schrijver ooit heeft uitgegeven. Daarmee vergeleken is zijn schrijfseltje volgens een andere frequente bezoeker “kattepis”.
Gluurder
Ja nu ben ik eigenlijk diegene die de controle heeft. Nu kan ik eindelijk bepalen wat er gebeuren gaat. Je zei op straat en in de supermarkt als ik je aansprak altijd dat ik te jong was. Dat je van echte kerels hield. Hoer. Je deed het met iedereen. Je deed het met de hele buurt. En ik keek dan toe. Dat wist je. Vieze slet, dat wist je! Als je je ’s nachts uitkleedde voor het slapen gaan deed je dat voor het raam met de gordijnen open. Dan keek je altijd met zo’n valse glimlach even naar mijn raam. Vaak kort en gemeen keken jouw ogen even in de mijne. Daarna staarde je weer nonchalant voor je uit en ging je weer verder met uitkleden. Of streelde je over je borsten. Slet. Je had dan gezien hoe mijn bovenlichaam schudde. En de strakke gespannen blik in m’n ogen had je ook gezien. Dat kan niet anders. Ik was te jong, je neukte alleen met echte kerels. Soms zei je het zomaar tegen me als onze paden elkaar ergens kruisten. Zomaar zonder dat ik m’n diepe wens uitgesproken had. Maar je neukte die zogenaamde echte kerels wel voor het raam. Voor dat raam waar ik dag en nacht naar stond te kijken omdat ik wist dat het nooit echt lang kon duren voor je weer verschijnen zou. Alleen, of met een ander. Zo’n grote lompe vent die je mee nam om woest en geil genomen te worden. Wisten die kerels eigenlijk ook dat ik hier stond te rukken? Soms twee, drie keer achter elkaar. Nadat je als een stuk goedkoop geil vlees was genomen kwam je je sigaret roken. Ook weer voor het raam. En dan keek je weer. Dan keek je net zo gemeen als voor het slapen gaan. Vieze temeier. Eén keer blies je me, met je sigaret tussen je vingers, een kus toe. Godverredomme. In de zomer zag ik je een keer met m’n stiefvader. Die vieze pens en tatoeages op z’n onderarmen herken ik uit duizenden. Je liet je als een beest neuken. Als een vies loops beest met je handen op de vensterbank en die smeerlap achter je. Ik hoorde je kreunen met de ramen open en je keek onafgebroken naar me. Vieze tering hoer! Toen ik het m’n moeder vertelde sloeg ze me. Eerst hard met haar platte hand op m’n wang. Daarna krijste ze en timmerde ze lang en driftig op me in. En da’s jouw schuld geile temeier! Ha! Maar nu ben ik eindelijk de baas. Ha! Nu bepaal ik wat er gebeurt, vieze slet. Je gordijnen staan weer open en ik kijk hoe de zoveelste kerel die je mee genomen hebt bezig is. Inderdaad een echte vent. Geen jong jochie maar een echte kerel. Groot, sterk, kalend maar wel met een vettige mat in z’n nek. BANG, en daar vlieg je weer opzij. Haha! BAF, een schop tegen je slettekop. Ja! Bloed, bloed, bloed! Haha vuile hoer dit keer heb je je einde meegenomen uit een van die ranzige cafés! Of gewoon van de hoek van de straat? Haha, vieze hoer, waar heb je deze kerel vandaan? PATS Je vliegt met je rug tegen de muur. Jammer dat het raam dicht is, ik had je zo graag willen horen jammeren. Je bevende lippen moeten een soort smeekbede prevelen. Jaah, de riem! De riem! De riem! Ja goed zo, doe je riem maar af kerel, doe haar echt pijn. Pijn, ik weet het, die doet echt pijn. Nu is het haar beurt! Ja vieze slet, je weet het niet, maar ik laat dit allemaal gebeuren. Je speelde met mij maar nu speel ik met jou. Ik zie dit allemaal gebeuren maar heb m’n mobieltje al tijden in m’n hand. Ik kan de politie bellen. Jouw nummer heb ik al geselecteerd. Ik kan ook op bellen drukken in de hoop dat de kerel er van schrikt en je wegkomen kan. Ik kan zelfs het pistool van m’n stiefvader pakken en als een soort witte ridder je deur intrappen de hem doodschieten. Nee dat doe ik niet. Nee, ik doe als altijd. Ik blijf gewoon kijken. Zie je hoe m’n bovenlichaam schudt? Vieze hoer.
Idol
Na een uitgebreid luxe ontbijt vraagt m’n manager of ik meega naar de auto. De chauffeur brengt me met de BMW omdat de Mercedes gewassen moet worden. Er hadden wat fans tegenaan gekwijld.
Ik kom op de plaats van bestemming alwaar de directie knipmessend staat te wachten. Met het selecte gezelschap gaan we naar de ontruimde kantine waar koffie met nog wat luxe broodjes door een bijna giechelende licht rood aangelopen serveerster wordt gebracht.
Na een interview met het personeelsblad en een fotosessie met de medewerker van de maand wordt het tijd om wat te gaan doen. Na zovaak en zoveel voel ik toch een lichte spanning. Ik moet presteren, het wordt van me verwacht.
Ik loop de financiële administratie binnen en zoals gebruikelijk beginnen de aanwezige dames oorverdovend te gillen. Ik hou m’n intropraatje onder luid gejuich, gegil en applaus terwijl ik in Exact inlog. Ik vraag om de inkoop en verkoop facturen van afgelopen week en voordat ik uitgesproken ben liggen ze er. Ik pak de eerste factuur, maak een boekstuknummer aan. Ik kijk naar de nog altijd buitenzinnen verkerende dames. Spontaan beginnen ze aan mijn werk. Alles doen ze voor me, iedereen weet wat er moet gebeuren. Memoriaal, bankboek en afschrijvingen worden probleemloos voor me gedaan. Zelfs de afschriften worden netjes opgeruimd en dossiers teruggezet in het archief.
Als het gedaan is log ik uit. Ze smeken me om een toegift. Bijna in de kantine aangekomen draai ik om. Vooruit dan. Ik bel nog één keer met het belastingkantoor. Ademloos volgt het publiek mijn verrichtingen. Dan ga ik echt weg.
Terug in de kantine komt de opperdirecteur me persoonlijk een biertje brengen. Hij staat tegen me aan te zwetsen op een te familiair toontje. Er wordt gefotografeerd en hij doet erg zijn best om veel met mij op de foto te komen. Dan ga ik me omkleden. De directeursvrouw blijft een beetje rond me heen draaien dus die geef ik een beurt onder de douche. Als ik klaar ben stuur ik haar weg met de opdracht wat sterkers voor me klaar te zetten.
Ik drink nog wat terwijl ik wat babbel met zogenaamde collega’s. Die hadden waarschijnlijk een kruiswoordpuzzel succesvol opgelost of zo, want ze hadden kantinepassen gewonnen. Onderweg naar de auto begeleid door het zelfde selecte gezelschap als vanochtend. Op weg naar de auto staan nog wat gillende meisjes.
Ik voel me goed. Ik voel me net als Jim die zondag na een halfuurtje ‘microfoon naar het publiek houden’ met een gevulde portemonnee vertrok. Gelukkig was dat in de dierentuin en kon ik ook nog aapjes kijken.