De trein links van me. Ik sta in de schaduw. Het perron heeft zich gevuld met mensen die allen richting uitgang stromen. Eenieder lijkt gehaast. Daar tussen die massa zie ik haar weer. Rode haren. Het is alsof een schijnwerper haar uit de massa oplicht. Haar glimlach warm en uitnodigend. Een glimlach die alleen voor mij is bedoeld. Het is slechts de tweede maal dat we elkaar in het echt ontmoeten, maar toch voelt het alsof oud-geliefden elkaar weer treffen. Alsof de vrouw bij wie ik me zo fijn en natuurlijk voel weer thuis komt.
Zonder een woord te spreken omhelst ze me. Haar armen om me heen, haar forse boezem zacht tegen m’n lijf. Een fijne omhelzing. Alsof we het verlangen dat we opbouwden in de tijd dat we elkaar niet zagen hiermee bevestigen. Ze laat haar greep iets los, kijkt me in m’n ogen en kust me. Vol vuur.
Ik kus haar terug. Ik laat m’n handen intens over haar rug gaan.
Het voelt alsof één van ons tweeën weer thuis is na een lange reis. Het zou een scène uit een ouderwetse film kunnen zijn.
Ze heeft zich gekleed zoals ik over haar fantaseerde. En dat weet ze donders goed! Waarschijnlijk besloot ze een week geleden al wat ze aan zou hebben dit moment. Of eerder? Haar gedachten gingen, denk ik, al duizend maal over hoe ze zich opstellen zou. Ik fantaseerde er ook al over. Ik wil haar. Vol verlangen fantaseerde ik over haar mooie lijf, haar lieve glimlach en hoe fijn wij samen zijn. Ook is het voor een deel lust. Lust voortgekomen uit een algeheel verlangen naar haar.
De zon warmt ons, we lopen hand in hand. Haar rokje is kort, haar truitje nauwsluitend. Haar rode haren onschuldig in twee vlechtjes. Als ze wil kan ze uitermate uitdagend-geil kijken. In een glimp kijkt ze dan even zo om vervolgens haar onschuldige lieve gezichtje weer te hebben. Uitdagend genoeg om me te grijpen, te kort voor mij om te reageren.
Ik wil haar. Ze heeft een grotere tas bij zich dan de vorige keer. Wat is ze van plan?
Ik zoek de juiste sleutel, we staan voor de deur. Ze drukt zich van achteren tegen me aan. Haar hand gaat met gespreide vingers over m’n borst. Haar borsten in m’n rug. Ze kust m’n nek en geeft een kort likje aan m’n rechter oorlel. Haar hand glijdt van me af, maar niet voor ze eerst nonchalant over m’n kruis is gegaan. Ik leun wat achterover, draai een kwart slag en kus haar. Vol op haar mond. M’n tong om de hare, met verlangen diep in haar mond. M’n hand vat haar bil en knijpt een keer. Heerlijk vlees.
Ze loopt voor me de trap op. Ze kent de weg. Van onderaf gezien lijken haar benen eindeloos. Vanaf haar enkeltjes kijk ik omhoog. Mooie goedgevormde jongevrouwen-benen. Ze verdwijnen onder het rokje. Ik zie meer dan een ander mag, maar ze weet wat ze doet. Ze bewaart haar geheim en houdt de rest verborgen.
Voor m’n voordeur draait ze zich om. Haar ogen kijken uitdagend en speels. ‘Kom op, maak maar open’… ik hoor het haar bijna zeggen.
Slechts een klein kusje op m’n lippen.
We komen binnen. Ze wil doorlopen maar ik pak haar hand. Vragend kijkt ze naar me. ‘Wat ga je doen?’ De deur valt dicht, ik pak haar polsen en druk haar tegen de muur. Haar handen naast haar hoofd. Ze is van mij. Ik kus haar alsof ik zo het verlangen van weken kan blussen! Ze kust terug en ademt zwaar. Mijn lijf tegen het hare. Haar benen om de mijne. Ze kantelt haar bekken. Haar lijf tegen mijn lijf. Ze beweegt zachtjes en ritmisch op en neer. Slechts nog een dun laagje textiel scheidt ons hete vlees. Oh god, ik wil haar! Ik laat haar polsen los en neem haar ik m’n armen. Ze houdt mij ook stevig beet. Haar handen over m’n rug, hier en daar een nagel duidelijk voelbaar.
Abrupt hou ik op met kussen en kijk haar diep in haar ogen. ‘Ga nou door… ik wil je… neem me…’ “Thee?” Ze antwoordt slechts met een “mmmm”.
Ik loop de kamer in. Ze verdwijnt met haar tas m’n slaapkamer in. Wat is ze van plan? Wat heeft ze in die tas? Wat gaat ze doen?
Ik rommel wat in het keukentje.
Ze loopt me voorbij en stapt het balkon op. Verdomme, wat ziet ze er lekker uit!
Haar ellebogen op het muurtje en ze staat uitdagend met haar kont naar achteren. ‘Kijk dan…’
Ik loop naar het balkon met twee bekers thee in m’n handen. Ze blijft nog even staan, draait zich om en kijkt me aan met een vrolijk-vragende blik. “Ah, lekker thee” ze zegt het met een klein en meisjesachtig stemmetje.
Ze pakt de beker, vouwt haar handen er om, werpt er een blik in en neemt een slokje. Ze houdt de beker voor haar borst en kijkt me stout-afwachtend aan. Ik pak de beker, zet hem zonder dat mijn ogen de hare loslaten, op het tafeltje en kus haar weer. Langzaam en gepassioneerd. Haar armen om me heen alsof ze zich aan me overgeeft. Ze leunt tegen het muurtje van het balkon. Ze rijdt op m’n bovenbeen. M’n handen gaan steeds verder over haar lijf. Ze verlaten haar rug en gaan nu ook over de bovenkant van haar benen en de zijkant van haar borsten. Oh god wat een borsten! Ze perst m’n onderlijf tegen zich aan. Haar vingers stevig in m’n onderrug, haar nagels door de stof heen in m’n vlees.
Oh, het vuur, het verlangen!
Ik duw onze bovenlijven iets van elkaar af. Ik zie haar wilde gezicht. M’n onderlijf laat ze niet gaan. Het ritmische met haar heupen gaat heftiger. Ik pak haar bovenarmen en pers haar nogmaals tegen me aan. Ik kus haar op haar lippen. Onze tongen vinden elkaar weer en m’n handen gaan over heel haar lijf. Ze nemen haar borsten, en kneden zachtjes. Ze kreunt. Haar mond verlaat de mijne, ze kust me in m’n nek en gebruikt haar tanden.
M’n handen glijden van haar borsten via haar zij naar de buitenkant van haar dijen. Ik voel de warme strakke huid. M’n handen gaan onder haar rokje en komen langzaam omhoog. Ze begint heftiger te ademen. M’n handen gaan weer langzaam omlaag. Ik ga met m’n rechter hand naar de binnenkant en kom weer omhoog. Haar ademen lijkt wel hijgen. Ik kom omhoog. Warmer en warmer. Ik voel het zachte vlees. Nat van begeerte. Heet van verlangen. Ze heeft niets aan onder haar rokje en ik glij zo tussen haar lippen.
Een stootje van haar adem. Een kreuntje. Ze gooit haar hoofd naar achteren. Haar borst naar voren. ‘Toemaar… toemaar… oh, da’s zo lekker…’ met haar ogen dicht zegt ze het bijna.
Ik cirkel om en door het warme, vochtige vlees. Haar dijen geven me de ruimte.
Ik hoor haar zwaar ademen, ze geniet intens. Op m’n balkon, de zomerzon die ons warmt.
Haar hoofd komt van achterover weer naar voren. Ze opent haar ogen. Ze spreken met vuur! ‘Neem me!’ Ze grijpt met haar hand in m’n kruis. Ze gaat met haar vingers langs de contouren van m’n erectie.
Ik pak haar pols, til deze omhoog en draai zo haar lichaam om. Ik duw haar bovenlijf omlaag en schop met m’n voeten haar benen iets uit elkaar.
Daar staat ze. Mijn geile verlangen.
Haar bovenlijf op het muurtje, haar kont naar achteren. Haar eindeloze benen vanaf de grond omhoog. Bovenaan slechts bedekt door een niemendalletje van textiel. Ik schuif haar rokje omhoog.
Haar mooie billen wachten daar op me. Ik neem ze in m’n handen. Ik kneed ze. Zacht en warm.
Ik beweeg ze uit elkaar en zie daar haar kleine gestreepte ronde gaatje. Die ’s voor later bedenk ik. Ik ga met m’n vingers lager en zoek de vochtigheid weer op. Ik glij er tussendoor. Ze kreunt. Ik duw m’n heupen tegen haar achterwerk. Ze duwt terug alsof ze om me vraagt. Ik hoor een verlangend klein kreuntje.
Ze blijft met haar kont draaien in m’n kruis. Ik hou het zelf ook niet meer. Ik sta op barsten!
Ik open m’n broek en haal m’n erectie tevoorschijn. Ik glij met m’n eikel tussen haar benen.
Een goedkeurend en verlangend ‘oh-jááh…’
De hitte is heerlijk. Als door een spons word ik naar binnen gezogen. Alsof er geen andere mogelijkheid is.
In één beheerste beweging glij ik zo diep ik kan in haar.
Zo warm, zo verleidelijk!
Ik beweeg heen-en-weer en hoor haar kreunen. Sneller en sneller.
Heerlijk lang. Ze beweegt haar bovenlijf omhoog en staat met haar handen op het muurtje.
Ik zie hoe haar mooie rug omhoog komt. Ik ga er krachtig met de punten van m’n vingers over. Ik pak één van de vlechten en trek er aan. Van achteren zie ik de zijkant van haar gezicht. Vol lust, vol genot.
We gaan sneller en sneller. We raken in extase. Ze kreunt en hijgt. Ik ook. ‘Ooohhhhhh’, het komt vanuit m’n kern!
We gaan als een machine. Wij doe het niet meer, het gaat vanzelf. In m’n diepste binnen voel ik tintelen. Het begint te koken en te komen. Ik voel de leiders opzetten en vol spanning stroomt het er door. Het voelt alsof alles vanuit heel m’n lijf naar beneden stroomt en geconcentreerd via m’n mannelijkheid naar buiten wil. De stroom is ingezet, niets kan het vloeien nog stoppen. Het komt en spuit met dikke warme golven bij haar naar binnen. De eerste verwelkomt ze met een genotzalig ‘aaahhhhh’… De rest met lustvol ge-‘mmmmmmmmm’. Ik stroom in haar, ze ontvangt mijn meest mannelijke.
Hijgend sta ik achter haar. M’n handen nog steeds op haar heupen. Uitgeteld, uitgeput en voldaan. Uit haar woordeloze gekreun maak ik op dat zij zich hetzelfde voelt.
Ik geef haar een kusje op haar rug en ga zitten op het stoeltje. M’n broek nog op m’n enkels.
Ze komt op m’n schoot zitten. Ze geeft me een kusje op m’n wang. Ik leg m’n arm om haar middel.
Barbette, mijn engeltje, en de droom van het niets
Ze was er ineens. Vanuit het niets. In de woning. Die mijn woning was. Onze woning, Het huwelijk was vervaagd. Door jouw aanwezigheid. Ik wachtte op je. Als een smachtende puber, vader als ik was. En het was wederzijds. Je dook ook op op mijn werk. Overal was je. Zelfs in mijn verleden. De straat in Amsterdam. Oud Zuid. De hoekwoning. 2 senioren op stoel. Een van hen, met grijze keurig geknipte snor en zwarte alpinopet staat op. Ik ga op zijn plek zitten. Het hoort zo. “Zullen we de poten onder hem vandaan zagen?” vraagt de een. ‘nee’, zegt de andere met de alpinopet. ‘we vertellen het hem’. Ik zeg niets. ‘Kom mee’ zegt de alpinopet. Ik loop achter hem de oude straat van mijn jeugd in. Wat zie je? Boven je? Lucht. Zeg ik. Nee, kijk goed; Wat zie je nu? Nog steeds lucht. Niets anders? Nee, niets anders. Bijna goed; althans, het tweede van je drie woorden. Niets. We halen de lucht weg. En dan de huizen en straat. Wat blijft er dan over? Niets Ik hoor alleen nog maar de stem van de alpinopet: En wat zie je nu? De sterren zijn verdwenen. Blauw is grijs geworden. De huizen en de straat zweven in het niets. “ Ik zie niets”, zeg ik. Denk goed na, zegt de oude man; zie je “het niets”, of zie je “niets”? De straat, alles is verdwenen, en ik zweef, op mijn rug, hol hangend en om mijn as draaiend, in een grijszwart duister. Koud en alleen. Maar Barbette is mijn engeltje, en brengt mij naar het niets.
Langs de kant van de snelweg stond ze. Haar vriend had haar uit de auto gezet, omdat gooien te ver ging voor een meningsverschil over de kleur van de auto voor hen. Dat mauve iets compleet anders was dan beige, en mauve echt helemaal niets met aubergine te maken had. Ze wist geen voorbeelden te noemen van iets met die kleur, behalve die auto. "Kleurenblind ben je", zei hij en schudde haar hand van zijn been.
"Oja? Dan ben jij geslachtsblind! Want weet je nog toen we uit waren, en ik vroeg of je het vandaag nou eindelijk eens wou met een ander meisje erbij. En dat je toen terugkwam met een travestiet? Niet eens een transsexueel, nee, een kerel met lippenstift en een handtas. Zakdoekjes in zijn jurk en mijn complete sokkenla in zijn onderbroek. Een twijfelnicht, en jij zag het niet. En dan ga jij ruzie maken over een kleur. Vergeet maar dat ik ooit over die andere vrouw ben begonnen. En vergeet mij erbij."
Zonder iets te zeggen stopte hij langs de kant van de weg. Evert liep om de auto heen. Om te plassen dacht ze nog. Anders was ze op zijn plaats gesprongen en was weggereden. Nu trok hij haar portier open en zei dat ze was waar ze wezen moest. Totaal overdonderd stapte ze uit en ging op de vangrail zitten. Evert reed weg.
Ze plukt nu alle dagen bloemen plukt ze alle dagen bloemen in de berm van de A9. En Evert rijdt er elke zondag langs en toetert zwaait en gooit een zakje Chrysal uit het raam.
Kristof voelde in de zakken van z'n broek, en zuchtte. Hij doorzocht z'n jas, en vloekte binnensmonds. "Weer die verdomde sleutels kwijt !" Hij werd opgeschrikt door het geluid van Tanja, de fotograafs-assistente. Naarstig kwam de blondine in Kristofs richting gelopen, de sleutels parmantig in de lucht stekend, net als de trofee die ze wellicht ooit eens gewonnen had als Miss Boerenpaard.
Kristof had het de hele dag lastig gehad met het kijken in de lens van het fototoestel, want z'n aandacht werd steeds afgeleid door Tanja, die steeds voorover moest buigen om de belichting te meten. Kristof had net die dag de pech (of was het geluk) dat Tanja een niemendalletje had aangetrokken, en hem daardoor om de paar minuten een gratis rondleiding in Silicon Valley gaf. Hoewel Kristof het telkens niet makkelijk had, moest hij soms even grinniken.
Hij herinnerde zich Sophie, de visagiste die hem vorig jaar nog hielp bij het maken van z'n jaarlijkse kalender, waarvan er elk jaar een paar duizenden over de toonbank gingen. Wellicht belandden die in de nachtkastjes van getrouwden, aan de muur van vrijgezellen, en in de toiletten van homobars... Sophie, de kleine met de bruine haren, en het steeds lachende gezichtje. Hoewel, steeds lachend... Normaal gezien steeds lachend, behalve bij speciale momenten. Zoals na die week Saint-Tropez vorig jaar, waar Kristof na een week samen op het strand en in bed, haar doodleuk vertelde dat hij eigenlijk een vriendin had, geen aanstalten maakte om die te verlaten en nog minder aanstalten maakte om Sophie na die week nog ooit eens terug te zien. Toen het kind na een week dan ook nog haar C4 kreeg van de fotograaf, verging haar het lachen een tijdje. Hij vroeg zich af of wat ze op dit moment zou doen om brood op de plank te krijgen
Kristof bedankte Tanja met een knipoog en een laatste blik op haar boezem. Hij dacht er nog even over na om haar een etentje aan te bieden, maar toen dacht hij aan Julie. Julie was zijn nieuwste verovering. Hij merkte haar het eerst op tijdens de preselecties van Miss Antwerpen, waar hij in de jury mocht zetelen. Kristof was verrukt toen hij haar verschijning voor z'n neus zag paraderen in een pietluttig bikinietje. Ze trapte in z'n eeuwige verleidingstruc, maar het feit dat ze schoon de kans zag om bij de laatste tien van de vleeskeuring te zijn, zal ook wel een rol gespeeld hebben. Een etentje bij kaarslicht, een flesje parfum en een stomende nacht later was Julie Miss Antwerpen. Over een paar maanden mocht ze meedingen naar het kroontje van Miss België...
Kristof dacht er eerst aan om ze te dumpen, maar omdat Julie een nogal verliefde indruk gaf, begon hij te twijfelen. Hij dacht na. Aan de ene kant was hij weer een verovering en een paar passionele nachten rijker, maar langs de andere kant begon hij haar toch wel graag te zien. Het duurde nu toch wel al een goeie maand, en Kristof voelde iets raar telkens hij aan haar dacht... Zou het liefde zijn ?
Nochtans had hij sedert jaar en dag een duidelijk standpunt over liefde. "Simpel", zei hij steevast, " maar klaar als pompwater. Liefde, dat bestaat niet." En hij had er een nogal onduidelijke verklaring voor ook. "Je ziet mensen, die na een echtscheiding of na de dood van hun partner opnieuw trouwen. Dus, liefde kon niet bestaan, want de ware was reeds weg..."
Kristof reed net z'n BMW de ring Van Antwerpen op, toen hij op z'n radio een mooie stem hoorde vermelden dat er "vertraagd tot sterk vertraagd verkeer op de Antwerpse ring was. Ten gevolge van een ongeluk met een met gevaarlijke chemische producten geladen vrachtwagen, was er slechts een rijstrook vrij."
"Shit", dacht Kristof, "en dat op een vrijdagavond, en natuurlijk midden in de spitsuren." Maar bon, het was mooi weer, de week zat erop, en hij mocht heel het weekend met Julie doorbrengen. Weer dat rare gevoel.
Toen hij de file zag, zette Kristof de airco af, en drukte op het knopje om z'n raampje automatisch te laten dalen. Hij snoof de verfrissende geur van rubber en uitlaatgassen eens diep in, en drukte daarna een tweede maal op het knopje, maar deze keer in de andere richting. Hij draaide de volumeknop z'n radio wat meer naar rechts, en zette z'n gsm aan. Met de nieuwste Madonna op de achtergrond, piepte het mobieltje twee keer kort na elkaar. Een sms-je, en twee nieuwe berichten op z'n voicemail. Hij keek naar de inbox, en zag de naam "Julie" verschijnen. Hij drukte nogmaals op een knop, en zag amper drie woordjes. "Ik mis je", had ze geschreven. Kristof voelde iets kriebelen.
"Welkom op de voicemail. U heeft twee nieuwe berichten", zei de lieve stem van het Proximus-meisje. Het eerste bericht was van zijn moeder. Het mens wist om 11 uur te melden dat haar hondje Cesar gaan lopen was. Hij wiste het, en luisterde naar het tweede. Een beetje na de middag was het weer z'n ma, die zielsgelukkig vertelde dat Cesar terug was. Met een gans verhaal van waar "de kleine kapoen" de hele ochtend uitgehangen had.
Midden in het epos duwde Kristof met een grote zucht op het knopje om het bericht te wissen. De gsm vloog op de passagiersstoel, meteen gevolgd door een tweede, lange zucht.
Een uurtje later reed Kristof de buitenwijken van Brasschaat binnen, in de richting van z'n villa. Eventjes Julie verwittigen, dacht hij bij zichzelf. Hij nam z'n telefoon, en toetste blindelings het nummer van de gsm van Julie in. Hij liet hem ook deze keer twee keer overgaan, en verbrak toen de verbinding. Dit stramien deed hij elke avond, want zo stelde hij Julie gerust, want met al die criminaliteit van tegenwoordig was ze wat ongerust geworden.
Hij duwde op het «CLOSE»-knopje van dezelfde afstandsbediening waar hij een minuutje geleden de poort had mee laten opengaan. Hij nam z'n gsm van de passagiersstoel, z'n jas van de achterbank, en gooide het portier fluitend dicht. Z'n sleutelbos rinkelde als hij de voordeur van het slot deed. Hij hing zijn jas aan de kapstok, en nog steeds fluitend ging hij de deur van de woonkamer binnen. Waar hij zijn Julie verwachtte, werd een kalasjnikov hem in de nek geduwd...
Rana kijkt door het raam. Ze staart, dus ze ziet hem niet. Roemer kijkt door het raam. Hij kijkt dus hij ziet. Twee gescheiden werelden zonder contact, zonder oogcontact. Daar zit Rana, ze zit aan de eettafel die zij nu al twee weken als bureau gebruikt. Stapels werk liggen er en er is nog veel te doen. Zaken, managementbrieven en nog ongelezen gespreksverslagen. De stapels groeien. Waarom doet Rana al dat werk niet gewoon bij het oud papier?
Roemer staat buiten. In zijn rode overall en met de handen vol verf. Vieze verf, dat vindt Rana. Roemer vindt het lekker ruiken en hij is druk bezig. Hij schildert de ene vlinderbloem na de andere. Vijftien moeten er af. Vijftien zijn er besteld. Door het restaurant waar de beambten dagelijks hun boterham komen eten met een kroket. En een beker melk. Roemer komt nooit in zulke deprimerende omgevingen. Hij eet of buiten of niet. Maar de beambten eten wel binnen en zij hebben zich bij de uitbater van het restaurant beklaagd. Het is er te somber. De schilderijen zijn er te somber. De beambten aten daardoor te weinig en kregen honger. En er kan veel in Den Haag en de status van de beambte is danig in diskrediet, maar hongerende beambten, dat kan echt niet. Dus is er een kunstcommissie gekomen, want de bezoekers van het restaurant zijn èchte beambten en dan komt er een commissie als er een probleem is. Met een commissie los je natuurlijk geen problemen op en zodra Roemer er van hoorde (van die beambten die droevig werden van het eten van brood in een omgeving waar de schilderijen deprimerend zijn), heeft hij aangeboden vrolijke schilderijen te maken. Hij weet er immers van. Hij weet er alles van. Van sombere schilderijen.
Op de Geestdodende Gronden was Roemer na verloop van tijd vanzelf teruggevallen in zijn gewoonte overal een grap van te maken. Dus had hij wat gedaan aan het bloedende schilderij van de afstootwekkende wolf waar de gekken iedere ochtend tijdens de dagopening naar moesten kijken. De wolf joeg de andere gekken angst aan en bemoeilijkte en bezwaarde de start van de dag die toch al moeilijk is. Eerst had hij gevraagd de wolf weg te nemen, maar dit had de oppaster geweigerd omdat dat toch niet hoort, het was immers kunst. Dus had Roemer die beeltenis omgedraaid. En de gekken hadden voor het eerst sinds lang, zeer lang, gelachen, want de oppaster had het niet gezien, drie weken niet gezien.
Dus nu schildert Roemer vijftien vlinderbloemen met veel geel (keihard geel) en daarop sprekend blauw of rood. Vijftien vlinderbloemen die vrolijk fladderen en de eetlust van de beambten en de kunstcommissie zullen stimuleren. Maar Rana vindt het niks.
"Waarom moet je zoveel schilderen"
"Kun je je niet gewoon tot één schilderij beperken"
"Er zit gele verf op de tegels"
"Die rode overall doet pijn aan mijn ogen"
Er hangen al een hele tijd geen schilderijen van Roemer meer in het huis. Ze moesten weg, weg van Rana. Wit zijn de muren. Leeg zijn de wanden. Net een gesticht, maar dan net anders: "Thuis".
...van die types die in september verjaring hebben en 30 worden. Melancholisch over het jaargetijde, de eerste vallende blad'ren dienen zich aan, kijkt hij in de spiegel. Een eerste kraaiepootje blijft deze ochtend definitief staan, zo heeft men hem gezegd. Zit daar een grijze haar? Dertig bikkelharde jaren, het maakt hem wel eens droef. Nog zo'n rukkie en de kist is een heel stuk dichterbij. Tot deze dag ging zijn leven skyrocketing high, maar nu voelt hij de gewichtsloze top van de parabool angstig naderen. Vooralsnog on the Tower Of Power. Onder 23 lonkt, net boven 40 werpt steels haar charme. Dertig bikkelharde jaren, maar nog steeds een mooie jongen. Vandaag verkoopt hij zijn ziel en beft nog jaren 17 lentes jong.