huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Friday, July 30, 2004

Lekker

Het is lekker zeg je. Lekker... Hoezo vind je het lekker? Alleen maar 'lekker'? Dat zegt mij niks, helemaal niets. Wat jij 'lekker' vindt, vind ik misschien helemaal niet lekker. En zit me niet zo naïef aan te kijken. Ik weet wel zeker dat wat jij lekker vindt, ik helemaal niet lekker vind. Wat bedoel je met lekker? Wat proef je? Proef je zout of zoet of bitter of zuur? Dat zijn de vier hoofdsmaken. Dat zegt me meer. Zeg dan tenminste of je een van die vier herkent. Lekker... dat zegt niets. Lekker is geen classificeerbaar, kwantificeerbaar begrip. Lekker is emotioneel, subjectief, loze oninvulbare lucht. Lekker is kindertaal voor kindjes die nog geen woordjes kennen. En als je dan zuur proeft wat voor een zuur dan? Is dat scherp citroenzuur of fris appeltjeszuur? Of zoetzuur zoals in harde glazuursnoepjes. En proef je dat zuur vroeg of laat? Proef je dat gelijk in je mond of heb je dat pas als je hebt geslikt? En wat ruik je? Ruik je dingen die je daarna proeft? Ik bedoel, het is een heel proces van zien en ruiken en daarna proeven en afdronk en misschien weer dezelfde smaak maar dan in je neus. Hoe lang blijft die afdronk hangen en wat gaat er door je heen? Heb je associaties bij wat je ziet en ruikt en proeft? Probeer eens het zuur of het zoet dat je proeft te vergelijken met andere dingen die je gegeten of gedronken hebt. Probeer dat eens te omschrijven met produktnamen zoals vanille en boter of cacao en noten. Proef je hout zoals je hout ervaart als je het ruikt? Laat je geest eens gaan en verbeeld je dat je geuren kunt proeven en kleuren kan voelen of ervaringen kan ruiken. Gooi je strakke stramien eens overboord en treed eens buiten jezelf. Ervaar je zintuigen eens op een nieuwe manier en vertel me je eerste interpretaties. Praat tegen me, zet je gedachten om in geluidsgolven en prikkel mijn geest.

schreef Kiers om 09:38 AM [link]

Wednesday, July 28, 2004

Mindfuck

Daar zit ik dan. Langzaam loopt het kantoor leeg. Ik wacht op een collega. Hij heeft mijn auto geleend om een aanbieding naar een klant te brengen. Zwolle, NIC. En daarna door naar Raalte, ITS. En dan met de file terug. En ik zit te wachten.

Eindelijk een excuus om niet op tijd thuis te zijn. Zes uur staat de pot op tafel. Een verkapt dwangmiddel. Maar met mijn snoeplust van twee tot vier heb ik geen honger meer. Ik kom thuis en prop het voer er gewoon bij. Hoe moeten mijn kinderen een voorbeeld aan mij nemen? Dertig kilo in vier jaar. Één jaar bij een erkende diëtist. 1 kilo eraf. Het is m'n lichaam. Dat wil niet. Als ik stop met snoepen wordt m’n gewicht niet minder. Reduxil werkt enigszins. Maar niet na negenen ’s avonds. De ijskast is dan te klein voor mijn vraatzucht. Ik heb gewoon de ruggegraat niet om te stoppen met snoepen.

Ik ben die pot op tafel gaan haten. Ik heb de neiging om me als een klein kind te gedragen. Blij dus dat ik moet wachten op m’n collega. Ik dood de tijd met het installeren van mijn webcam en het maken van een besprekingsverslag voor een vereniging van bid specialisten. Goed. Het verslag, de webcam en het verslag; nog even op het werk dus. Lekker. Ik heb ook niet zo’n zin in elke keer als ik thuiskom het conflict met die kinderen. Laat ze toch kind zijn. Voor je het weet is het voorbij, en ben je 'pa': pooets je schoenen, kam je haren was je handen, eet zoals het hoort en zeg U!.

De camcorder werkt inmiddels. Alle bewegingen worden opgenomen met tijd erbij. Alle bewegende beelden worden streaming op internet èn op de harddisk, opgenomen. Daar kan ik m’n collega’s nog eens mee verassen. Ik zit te denken: zal ik mijn collega’s eens verrassen? De telefoon gaat. Mijn collega. Of ik zijn auto kan nemen. Als het moet? Sleutels liggen in zijn bureaula. De file waar hij nu inrijdt is 18 km lang; twee van de drie banen afgesloten op de A27. Hij belt nog. Dat komt me goed uit, dan kan ik nog werken aan mijn besprekingsverslag van de vereniging voor bid managers. Ik heb een mooi logo gevonden. Lekker strak, veel kantoren, gladde koppen. Handenschudden. Glazen gevels. Opname vanuit lage posities. Close ups van toetsenborden, monitoren en CD’s, lekker glossy.

Mijn gedachten dwalen af naar mijn studententijd. LA Law. Arnie Becker, Michael Kuzak en Victor Sifuentes waren mijn grote helden. Brok in de keel en geilen op Susan Dey als Grace Van Owen. Rechtszaken met maatschappelijk actuele themas, uitgekookte dialogen en heftige plots. Dat waren de echte juristen. Met hart en ballen. Integere zakenmensen bestonden toen nog. Dat was wat ik ook wou. Grote belangen. Verantwoordelijkheid, en veel geld voor een penthouse dat over de stad uitkeek en een nieuwe Mercedes cabrio. Met als grote voorbeeld natuurlijk mijn vader. Ook zo’n immer afwezige carriëremaker. Altijd weg. In de reclame zat'ie. Glossy kantoor. Snelle collega’s. Door z’n immer afwezige gestalte in vaderrol kon ik me nergens tegen afzetten. Ik kan dan ook geen confrontaties aan. Niet emotioneel, maar ook niet zakelijk. Het is niet dat ik er bang voor ben, maar ik weet gewoon niet hoe het moet. Maar ik wil wel een belangrijke functie en dito salaris en auto.

Verantwoordelijkheid: voor mij blijf je als de mooiste liefde. De liefde die ook de onmogelijke liefde in je leven is. Het drijft je tot de meest onmogelijke dingen. Zestien jaar geleden is het inmiddels alweer dat je het uitmaakte. Twee jaar doelloos ’s avonds en ’s nachts rondzwerven op straat. Dronken, slikkend en kotsend. ’s Ochtends wakker worden in mijn bed met dikgeslagen ogen. Beurse ledematen. Kleren onder het bloed. Meestal van mij, maar soms niet. Dat soort dingen. Het bonken in mijn kop. Het bijna barsten van mijn kassen. Mijn hart voelde als een aap, ontsnapt uit zijn kooi die borstkas heet. Medicijnen hielpen niet. Behalve de toen nog experimentele cocktail van Leponex en Risperdal. Maar dat heeft de markt nooit gehaald omdat het tot hartritmestoornis kon leiden, vele jaren later. In combinatie met lage bloeddruk dodelijk.

Af en toe denk ik nog aan haar. Ik kijk dan of ik wat op internet kan tevoorschijn Google'n. Zelfs na 16 jaar ben je nog een mindfuck voor me! Getrouwd en kinderen; ik kan alleen nog maar virtueel stalken. Search op jouw naam. Ik kom uit bij een galerietje die adverteert met jouw werk. Je bent dus in het grafische gebleven. En ook in het Bossche. De graafdrift naar je whereabouts overvalt me bij vlagen. Op mijn werk word ik dan nog zwijgzamer dan ik al ben. Ik reageer me af op mijn afwezige collega’s. Ik wis bestandjes of andermans wachtwoord of pc’s die nog aanstaan. De sfeer is om te snijden. Maar ze laten mij toch met rust. 'Hij zal wel weer een van zijn depressieve momenten hebben'. Ik moet een beetje minderen. Laatst zag ik de systeembeheerder inspecterend rondlopen.

Search op foto’s, 19 pagina’s. Adminsitratieve medewerksters loenzen vanaf hun bureau in mijn beeldschermogen. Prijsuitreikingen voor competities. Banden. Groepsfoto’s. Survivals. En dan ineens kijk je me aan. Je haar is dunner geworden. Je ogen zijn wat fletser. Je lach is nog steeds hetzelfde. Maar je achternaam niet. Ben je getrouwd? En je achternaam dan? Ik check de datum van de galerie bij properties. Recent. Het wordt zwart voor mijn ogen, een ram op het bureaublad. Een stekende pijn in mijn pols. Rood op mijn handen, druppend op m’n toetsenbord. Het geeft een aantal slashes, komma’s en stopt vervolgens.

De GSM gaat. Half zes. Intuïtief laat ik hem rinkelen. Dan bedenk ik me. Het kan mijn collega met de auto zijn. Sales belt standaard naar je mobiel. Nooit naar je vaste lijn. Snel neem ik op met mijn goede hand.
"Met Jurriaan Vilé, SCC Services, goedenmiddag", pers ik eruit. Het blijft stil. Ik herhaal mijn zin. Nu hoor ik aan de andere kant gehuil. In de verte. Of is het zacht gesnik? Of zware adem? Het kan zelfs een lach zijn.
"Hallo? Met wie spreek ik?", er wordt opgehangen. Het was een vrouw, dat hoorde ik zo. Snel kijken of de nummerherkenning aanstond. Ja. Ik bel terug. Voicemail.
"Hallo, je spreekt met de voicemail van Marleen van Linschoten. Laat na de piep een boodschap achter." Mijn ogen maken een vrije val. Knallen op mijn maag, die mijn keel in is gelanceerd. Alles begint te draaien om mij heen. Deinend vangt de gasveer van mijn ergonomische bureaustoel mij op.
"Marleen", spreek ik in. Dan bedenk ik me dat de voicemail ook van haar wederhelft kan zijn. Ik zeg niets meer en hang op. De steken in mijn pols worden steeds harder. Het bloedt nog steeds. Behoorlijk zelfs. Het begint behoorlijk messy op mijn bureau te worden. Ik wil naar het toilet, maar de telefoon gaat weer: "Marleen, ben jij dat?"

Even stilte, dan:"Papa, ik heb vandaag een hele mooie brandweerauto gezien in het winkelcentrum. Mag ik die voor m’n verjaardag vragen? En wanneer kom je thuis? Ik wil dat jij me naar bed brengt."
"Geef papa maar even aan mij….Hoi, met mij, hoe is het op je werk?" Die vraag hoef ik gelukkig niet te beantwoorden. Wat is ze toch beleefd. Maar ook dwingend.
"Schat, ik heb een deadline en moet nu verder. Ik eet niet thuis en ben pas vanavond laat thuis", pers ik er met de grootste moeite uit”. Ik zie dat ik een andere lijn binnenkrijg. Ik hang snel op. zou het Marleen zijn? Weer die half snik, half adem, half lach.
"Ik weet dat je me zoekt op internet", snikt ze zacht met dichtgeknepen keel.. "Ik heb jou ook gezocht."
Mijn bureau is ondertussen helemaal rood, mijn pols blauwgeel en twee keer zo dik als normaal. Bloed druipt van mijn bureau op het tapijt. Het kan me niks schelen.
"Wat… hoe… ", mompel ik en herken haar stem niet echt. Is dit een geintje vraag ik? Wie ben je! Stilte. Dan wordt er opgehangen.

Mijn hart verandert weer in een aap. Maar dan erger. En mijn pillen heb ik al acht jaar niet meer. Je staart me vanaf Google nog steeds aan met je dunne haren en kraaiepootjes. Een ram met m’n kapotte vuist door het TFT-scherm om van je loddige blik af te zijn. Ik trap de radio van het bureau. Ik maai al mijn glazen vazen van het bureau. Bloed. Pijn. Gonzen in m’n kop. Een klap. Zwart.

Piep-Piep

Het is donker. Ik zie mijn GSM oplichten. Alles doet pijn aan mijn hele lichaam. Het is een ravage in de kleine kantoortuin. Rode sporen op de muren. Op de lamellen. Kutwijf! Shit, shit, Shit; en hoe verklaar ik dit thuis? Dwangmatig kijk ik naar het scherm. Twee gemiste oproepen van thuis en een SMS van een mobiel nummer. Het duister van het onverlichte kantoor overmant me weer. Mijn hart voelt weer als de aap van vroeger. Deze ene aap voelt nu als een hele kolonie gorilla’s. Met mijn laatste kracht open ik het SMS-je.

"Hoi, met je collega’s. We zijn via er via de systeembeheer achter gekomen dat jij die bestanden wiste (ra ra hoe?…..) We weten het van jou en Marleen. Je kapt nou met die onzin. Of we laten het je vrouw weten. We hopen je nou eens goed teruggepakt te hebben. Vindt je hem leuk of niet? Groetjes, Tom, Wendy en Jessica."

De kolonie gorilla’s breekt uit. Het bloed dat door mijn aderen giert, komt met een dreun tot stilstand. Bijwerking van de medicijnen! Lage bloeddruk. Alles doet het nog. Zicht, gevoel, longen, bewustzijn en pijn. Een voor een begeven ze het. Het laatste dat ik me besef, is dat de webcam nog aanstaat.

schreef Vilé om 10:03 AM [link]

Monday, July 26, 2004

Slaap zacht

Ik schrijf je met een flinke slok achter de tongval, maar dan schrijf ik nu eenmaal het makkelijkste. Ik mis je nu echt. Jij zit hier vele kilometers bij mij vandaan en ik zit hier dronken achter de PC te werken aan mijn brief voor jou. Wat ben je nu aan het doen? Ik ben vanavond de stad in geweest. Het viel niet tegen. Met Dalton heb ik een afspraak gemaakt voor het komende weekeinde. We gaan samen met Barry het nachtleven van Haarlem in wat ik de laatste tijd alleen maar anoniem in eenzaamheid heb gekend. Ik zou willen dat je meeging. In gedachten zie ik je zitten in je stoel kijkend naar je tv en hoe je je uitrekt. Moe maar voldaan. Samen rozig van de kou die we hebben moeten doorstaan. Jij weet niet wat ik op die momenten voelde, maar geloof me, het verlangen is weinig zo groot en intens diep geweest. Kijkend naar jou hoor ik Verdi en wil ik je uitkleden. Soms doe ik dat ook met mijn gedachten. Vangelis, la fille de la mer, en ik betast je. Jij bent mijn meisje van de zee. Zeemeermeisje. Ik dans daar als paling om heen. In je ogen glinstert het licht van lantaarnpalen. Je gedachten lijken schitterend de nacht in te gaan. Ik probeer ze te vangen maar de regen is me voor, het neemt in zijn vrije val de liefde mee.
Welterusten lieveling, ik sluit je oogjes. Slaap lekker, droom zacht, of wil je nog een verhaaltje voor het slapen gaan? Goed, ik zal je vertellen:

De nacht dat mijn vader verdween
of de nacht dat mijn moeder alleen achterbleef

We hadden heerlijk gegeten. Oma was op bezoek en ze had iets met bloedworst gemaakt. Buiten was het al donker, maar over een week zou de zomertijd in gaan, langer licht. We zaten op de bank. Mijn vader, mijn moeder, mijn oma, mijn zusje en ik. Mijn jongste zusje lag al te slapen. Ze was nog maar drie. Na Sesamstraat moesten mijn zusje en ik ook gaan slapen. Mijn vader was een pedagogisch genie en hield een schriftje bij met de uitslagen van elke avond naar bed gaan. Met een stopwatch in de hand noteerde hij de tijden waarin wij het presteerden om in bed te liggen. Na een tijd van drie minuten en zeventien seconden, zoals gewoonlijk sneller dan mijn zusje, gaf ik hem mijn laatste nachtzoen. Wel te rusten Michiel. Wel te rusten Papa.
Niet wetend wat er zich tijdens mijn slaap allemaal afspeelde droomde ik die nacht dat ik achtervolgd werd door honden. Ze hadden me bijna te pakken, die blaffende harige beesten, toen ik een wieg werd ingezogen. Ik zag mezelf liggen als baby en ik huilde. Het huilen leek heel echt.
Het huilen maakte mij wakker. Op de gang hoorde ik mijn moeder huilen.
“Wat is er mama?” Riep ik nog slaapdronken maar geschrokken van mijn droom.
Mijn moeder kwam mijn slaapkamertje binnen en viel me huilend, ik was zes, om de nek. Al snikkend vertelde ze mij dat mijn papa er niet meer was. Hij was dood. Van de uren die daarna volgde kan ik me niet veel meer herinneren. Het enige wat ik nog weet is dat ik met mijn zusjes ongeveer de hele ochtend op de bank zat en dat mijn moeder allemaal mensen ging bellen. Later lag ze op bed en brachten wij knuffels naar haar toe.
De volgende ochtend ging ik naar school en iedereen sprak er over. Ik had het brood voor mijn zusjes gesmeerd die ochtend want mijn moeder lag nog in bed en mijn oma was in de war.
Over vijf jaar ben ik net zo oud als mijn vader is geworden.
Het is niet allemaal even eerlijk en nu moet je gaan slapen. Trusten lieverd.

schreef Michiel om 08:13 AM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)