huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Saturday, July 17, 2004

Saturday Nightmare

Je glimlachte tegen mij maar waar haal je het gore lef vandaan met je fletse blauwe varkensogen? Jouw blanke kuiten tegen mijn billen je wil met me neuken ik zie het geile slet. Jouw blanke kuiten drukken tegen mijn billen zodat ik dieper in je klaar kan komen. Jouw blanke kuiten tegen mijn billen jouw witte dikke kuiten tegen mijn billen pomp ik je tot een vaginaal orgasme. Ik zie het aan je hoofd dat is wat je wilt liefst hier in de drukke kroeg. Weldra zal de lust je vergaan smerig kreng met je dikke witte klapkuiten want pompen wordt rammen tot je kutje bloedt. Ik neem je mee op een voettocht door Siberie 7000 lange kilometers ga ik met je lopen met ons tentje en elke dag neuk ik je bij elke boom die we zien. Jouw dikke witte kuiten vol met muggenbulten en varkensharen tegen mijn harige billen al dagen geen toiletpapier gezien dikke vlokken poep in mijn naad. Jouw vieze witte benen tot ik je haat tot jij mij haat 7000 kilometers lange voettocht door Siberie. Ik haat jouw blubberige kut omdat ik moet omdat ik van mijn zaad afmoet maar liever neuk ik het schors van een boom oneindig veel bomen in 7000 kilometer bos neuk ik het schors van alle bomen liever dan jouw verachtelijk dikke witte kut met zwarte haren en je putjes in je billen ram ik je op het mos 7000 kilometer ga ik niet volmaken ik word gek van de gedachte aan zoveel bomen zoveel kilometers en steeds maar weer je vieze witte kut. Kijk niet zo geil naar me slet, voor je het weet neem ik je mee op een voettocht door Siberie. Hompa Hompa Hompa! 7000 kilometer bossen bossen en nog eens bossen op handen en knieen zet ik je neer en met een stuk hout sla ik van achteren je kop aan diggelen. Je blonde haren die ik niet meer kan zien je puistenbillen van de muggen en je rooie zweetvlekken waar je billen tegen elkaar wrijven van het lopen met je platvoeten en je onwijs domme gezwets. Het liefst zou ik je in de fik steken maar dan kunnen de muggen je niet meer leegzuigen en je vlees niet verteren in het zompige moeras van Siberie je botten niet meer vergaan tot de laatste cel opgenomen door de aarde maximaal verdwenen. Zieke grashoer met je spichtige bekkie met je nare glimlach en je laffe drankje. Hoer van de kroeg waarom lach je naar me? Voor je het weet neem ik je mee op een voettocht door Siberie. Aan je haren zou ik je over de grond willen slepen tot je gillend van de pijn bewusteloos raakt bewusteloos van de pijn dat is wat ik je wens een slag op je milt als je zwanger bent en keihard schelden in je oor als ik dronken thuis kom en ik je door de kamer ram. Grafhoer van je moeder tot ik je vermoord.

Zo en nu lekker slapen voor er gekke dingen gebeuren.

schreef Kiers om 11:42 PM [link]

Thursday, July 15, 2004

Nabijheid

"Nabijheid, een soort verbondenheid van mijn geest met de wereld zoals ze zich presenteert in dat wat is.

De Maas op de vroege ochtend, de glinstering van het zilver ontvouwt zich onder mij en gaat onmerkbaar over in de nog lichte lucht. En ik - op de brug boven het water - kijk vanuit een stilstaande trein, bevroren in vrije val, uit over het water. Het lijkt alsof de horizon geknapt is als een te dun elastiek en de zacht grijsblauwe lucht loopt over in het zilver van de rivier. Mijn ogen vinden hier geen grens meer tussen het zacht grijsblauw en het zilver. Mijn geest glijdt over het water en ik waan mij een stuurloos schip op open zee. Ik waan mij een reiziger in de woestijn, zwervend van glinsterende luchtspiegeling naar luchtspiegeling. Mijn geest raakt het water, er is geen glas, geen brug, geen lucht die mij er van scheidt. Er is geen ruimte tussen mij en de dingen.

Nabijheid heeft niets te maken met een lichamelijke nabijheid of een meetbare afstand, maar is het vermogen om met onze zintuigen ons lichaam te verlengen tot ze aan de dingen, de wereld grenst. Ik rek mijn ogen uit tot ze op steeltjes in contact staan met de buitenwereld, mijn innerlijk vloeit over en mijn tastende lichaam strekt zich uit over het landschap.

Als ik in de ogen van mijn geliefde kijk, glijdt mijn ziel over haar iris. Mijn geest betreedt haar ogen alsof haar diepste essenties besloten liggen in die diepe bruine velden. Elk spikkeltje dat ik liefheb, is onzichtbaar van ver af maar is mij zo nabij. Ik heb geen lichaam meer maar slechts een groot tastend kijkorgaan dat mijn geest in verbinding brengt met de hare.

Er is geen Ander meer, slechts twee geesten verenigd in een singuliere nabijheid; de ruimte tussen ons beiden is ineengekrompen tot een ondeelbaar klein punt. Ik wil alleen nog maar dichter bij haar zijn, in haar zijn, haar in mij opnemen als een verloren en hervonden leven. Of beter nog, allebei oplossen in de zee van totale leegte. Om ons heen heeft het Buiten opgehouden te bestaan. Onze twee lichamen hebben opgehouden te bestaan, en als twee rivieren die elkaar ontmoeten in de delta vloeien we in elkaar over. Haar golven versterken en doven de mijne. Stromingen rond een steen of een eilandje scheppen stille wateren waarachter het water wild kan kolken.

Nabijheid is waar mijn geliefde mij raakt met haar ziel, waar mijn ziel zich plooit om de hare. Nabijheid is de bron van waaruit de liefde opwelt en via kanalen de uiteinden van onze lichamen bereikt. Nabijheid is naakte huid tegen naakte huid, oog in oog, een glimlach op haar lippen."

schreef bewegende om 10:48 PM [link]

Wednesday, July 14, 2004

Ontdekking van het realisme

Ik ben hypochonder. Ik ben misselijk en ik heb hoofdpijn en ik ben de hele tijd draaierig. Volgens mij lijd ik aan een acute vorm van Giardiasis. Ik moet ook schijten. Wist je dat elke dag een volwassen mens meer dan 16.000 liter lucht in- en uitademt, die ongeveer 40 triljard zuurstofmoleculen bevatten? Tegelijkertijd stromen er ongeveer 20 miljard vuile stofdeeltjes en andere vreemde stoffen mee naar binnen. Ik wist dat eerst niet. Nu wel. Daarom denk ik dat ik eerder dood ga. Op zijn vroegst nu. Eerder kan niet.

Veel mensen hebben last van halitose. Ik weet sinds kort wat dat betekent. Ik heb er nu ook last van en dat komt niet door die 20 miljard vuile stofdeeltjes die ik gisteren heb ingeademd. Het komt eerder door de 30 glazen bier die ik in amper vijf uur tijd achterover heb geslagen. Misschien komt mijn acute vorm van Giardiasis daar ook wel vandaan en ben ik helemaal geen hypochonder. Of juist wel omdat ik eerst dacht dat ik het had en later weer niet maar ik voel me nog steeds ernstig ziek en misschien heb ik wel een ontsteking aan mijn hersenstam of ben ik gisteravond seksueel besmet door een heroïnehoer met loszittende handjes. Mijn lul brandt enorm en lijkt wel gezwollen. Kan ook komen doordat ik al bijna 24 uur niks meer heb gegeten. Dat heb ik wel eens gezien op televisie dat er dan zwellingen ontstaan als je niks eet. Vooral buiken en dat je denkt, die heeft geen honger, daar geef ik geen geld aan uit en dat zo’n kindje van een jaar of acht dan tien dagen later dood blijkt te zijn. Omgekomen van de honger vertelde de buurman die het kind net enkele dagen daarvoor wel had geadopteerd via Foster Parents maar waarbij de cashflow enige vertraging had opgelopen.

Ik draai me om en mijn maag doet hetzelfde maar dan drie keer. Ik kots net over de rand op de vloerbedekking. Laten liggen voor later. Waar is Jimmy nu? Er staat een man voor mijn bed en hij lijkt op mijn vader maar het is alleen zijn schaduw. Ik wil vragen wat hij komt doen op deze zonovergoten warme zomerdag maar meer dan een hees geluid krijg ik niet uit mijn strot. Ik wil overeind komen maar mijn armen kunnen mijn zware lichaam niet dragen. Mag ik op mijn rug? Ja, ga maar lekker zitten dan draag ik je wel. En zo huppelen we de kamer door en de man is alweer verdwenen evenals mijn hoofdpijn. We gaan weer in bed liggen want van huppelen word je moe en in Fijnaart stond gisternacht een heg in brand en wie het niet gelooft die zoekt het maar op. Godverdegodverdegodver waar hangt die klootzak uit? Zonder wat te zeggen zijn biezen pakken en mijn nederig onderkomen willen verlaten. Dat gaat zomaar niet. Dat gaat zomaar wel merk ik. En nu wil ik weer slapen maar het lukt niet en wakker worden lukt al helemaal niet. Ik heb allemaal vreemde gedachten. Ik ben bang Michiel, ik ben zo bang. Waarom denk ik allemaal rare dingen. Gehaktsaus met bloemkooltieten. Marianne Timmer en vriend Henk samen op de wipkip. Angst Michiel, angst. Heb jij dat nou nooit? Die man is weer mijn kamer binnengekomen, ik moet echt de deur dicht doen. Niet doen! Dan gaat hij niet meer weg. Het is toch zijn schaduw maar. Er stopt een auto en ik begroet Barry en heet hem hartelijk welkom in mijn slaapkamer maar hij heeft haast en moet weer gaan. Marloes staat naast de auto en wuift naar Jimmy die voor mijn raam staat. Jimmy ziet het niet, die heeft het te druk mat Sarah haar plassertje te poetsen. De auto vertrekt en Jimmy gaat weg want hij heeft last van de uitlaatgassen en hij wil niet eerder dood want er zitten wel 20 miljard vuile stofdeeltjes in de lucht en nog veel meer in uitlaatgassen.

Ik ben weer alleen. Steeds banger, steeds banger. Edwin draaft voorbij op zijn paard. Misschien komt het wel door mijn hyperventilatie. Dat heb ik ook. Wellicht een hartaanval, net zoals mijn vader en die man zijn schaduw was een teken. Mensen schreeuwen. Ik roep dat ze hun kop moeten houden want ze zijn er helemaal niet en ik wil slapen. En steeds banger hè, steeds banger. En dan ga ik toch maar slapen want wakker worden dat gaat niet meer, al ben ik in zijn geheel niet moe. Nog even huppelen en dan gaan slapen. Welterusten en ga nu maar van mijn rug af. Okey, en ik laat me op mijn bed vallen en slaap. Suzanne geeft me een nachtkus en stapt in haar bootje, de nacht kust haar terug want de sterren vertellen dat het donker is en ze verdwijnt in de verte de mist in, een vuurtoren verlicht haar nog één keer. Tot ziens allemaal. Dag lieve vrienden.

schreef Michiel om 01:37 AM [link]

Monday, July 12, 2004

Ouderavond
In een klein aantal jaren waren we meerdere keren verhuisd van een land naar een ander en onze dochter kon daar niet goed tegen. Haar toenemende dwarsheid verontrustte zowel Ieneke als mij zodanig dat we besloten voorlopig een aantal jaren hier te blijven al kon dat vanzelfsprekend voor mijn carrière negatieve gevolgen hebben. Onze dochter had de 15 jarige leeftijd bereikt en zowel Ieneke als ik waren teleurgesteld in onze hoge verwachtingen die we van haar gehad hadden. Ze was halsstarrig, emotioneel en niet in staat een rationeel gesprek met haar ouders te voeren.

Ieneke was een onberispelijke echtgenote gebleken maar onze dochter was stug en in haar ogen vonkte een weliswaar milde vorm van rebellie. Om verdere onrust te voorkomen, besloten Ieneke en ik haar een wat langere tijd te gunnen om te wennen aan de nieuwe taal, een nieuwe vriendenkring, een nieuwe omgeving zonder de dreiging van wederom een nabije verhuizing. Mijn dochter is van een verwende generatie en voorlopig besloten wij hieraan toe te geven. Ik had beter moeten weten.

We waren vlak voor het begin van een nieuw schoolseizoen hier komen wonen en dit droeg, meen ik, bij aan de snelheid waarmee onze dochter zich aanpaste aan de nieuwe omgeving. Overdag waren vanzelfsprekend noch Ieneke noch ikzelf thuis, maar ‘s avonds konden wij in alle rust onze werkzaamheden bespreken zonder gestoord te worden door de klachten van onze dochter, zoals voorheen vaak het geval was. Na een kleine anderhalve maand kwam er een tijdelijke terugval van nukkigheid en vijandelijkheden maar langer dan twee weken duurde dit niet. Ze bekeek ons sindsdien evenmin met een open blik maar zolang ze niet vijandig was, waren Ieneke en ik gelukkig en ook onze dochter leek gelukkig te zijn, vooral met haar school. Noch Ieneke noch ik hadden de tijd zich teveel met het kinderlijke gevoelsleven van ons kind bezig te houden. We hadden het druk. Ieneke met de praktijk en ik op de universiteit, Ieneke met de Christelijke inzamelavonden en ik als ouderling, Ieneke bij de literatuurclub en ik met de studentenbegeleiding, Ieneke bij Amnesty International en ik bij een dierenbeschermingsvereniging die in dit land nog in de kinderschoenen stond. Daarnaast hadden Ieneke en ik natuurlijk ook tijd nodig voor elkaar; eens in de maand hadden we een vrije avond samen waarin we onze liefde voor elkaar deelden op een stille ingetogen manier die zo mooi bij de weinigeisende liefde van Ieneke en mijn onbestemde vrees voor al te veel gekkigheid paste. Ieneke met haar netjes gekapte bruine haar, haar bescheiden kleding, zelden make-up en het kleine zuchtje dat ze in het donker losliet bij het vrijen als teken dat het niet te lang moest duren. Voor vrouwen is de geslachtelijke gemeenschap natuurlijk altijd een opoffering die Ieneke echter nooit met meer klachten dan dat ene zuchtje onderging.

Het was pas aan het eind van het schooljaar, eind mei, dat Ieneke en ik de tijd vonden voor een van de vele ouderavonden die er dat jaar gehouden waren. We zouden die avond praten met de schooldirecteur en een leraar of lerares Engels (of was het Frans?). Op het laatste moment kwam er echter een paniekbericht van een van mijn promotiestudenten terwijl grappig genoeg ook Ieneke juist op die avond een belangrijk artikel moest schrijven voor een op handen zijnd congres. We wilden de ouderavond dus afzeggen maar helaas hadden we onze dochter opnieuw overschat. Ze maakte vreselijke stennis waarbij ze ons verwijten naar het hoofd smeet die Ieneke zeer onstelden. Voornamelijk om Ieneke te ontzien besloot ik - in strijd met mijn opvoedkundige principes - deze maal toe te geven aan de emotionele chantage van onze dochter en toch naar de ouderavond te gaan. We zouden het kort houden, zo nam ik me voor.

Tijdens de rit naar school spraken we niet. Ieneke reed omdat ze beter rijdt dan ik, en concentreerde zich op de weg. Ik bekeek haar van opzij. Het rustige profiel en de keurige combinatie van een donkerblauwe blouse, een bruin gebreid vestje, een lange bruine rok en nette schoenen. Ik voelde me
veilig met de vrouw die ik had uitgekozen. Ze parkeerde de auto keurig op de parkeerplaats en we liepen netjes het schoolgebouw in waar we begroet werden door een lange, slanke man met ietwat lang blond haar, een wat te gebruind gezicht en een paar groen-blauwe ogen die me op onverklaarbaar wijze nogal brutaal voorkwamen. Maar het was vooral zijn... gulzige mond (beter nog: zijn grage mond, maar kan je dat zo zeggen?) die me niet aanstond. Hij was echter in een keurig zwart pak gekleed en begeleidde ons netjes naar zijn werkkamer. Daar maakten we kennis met een vrouw. Het was waarschijnlijk de lerares Engels (of was het Frans?) en ze droeg een rode jurk die wat te kort en te diep uitgesneden was en nogal onfatsoenlijke rode schoentjes met halfhoge hakken. Ik zag dat Ieneke er net zo min over te spreken was. Het is waarschijnlijk niet makkelijk geschikte leerkrachten te vinden, ook in dit land. We gingen zitten, en ik zag met voldoening hoe Ieneke keurig haar rok glad streek alvorens plaats te nemen.

“Ja”, zei de man en vervolgens was er een stilte die me niet zo heel prettig voorkwam.
Juist toen ik iets wilde zeggen, voegde de man er aan toe: “U bent hier voor de eerste keer”. Ik was blij met die opmerking want ik vertel graag over de vele bezigheden van Ieneke en mijzelf, zowel in ons werk als in ons sociale leven, maar opnieuw viel de blonde man mij met een rustige maar desondanks niet te negeren stem in de rede: “Uw dochter is hier gelukkig.” Ik knikte. Ik vroeg me af of we al mochten gaan.

“We wilden haar daarom maar hier houden”, voegde hij er aan toe. De vrouw giechelde en ik voelde me eerder onbehaaglijk dan geschoffeerd. “Wat, wat?”, zei ik tamelijk onsamenhangend. Ik keek om naar Ieneke maar die keek sprakeloos naar de blonde man. “Maar...”, en plotseling wist ik niet meer hoe onze dochter heette en aarzelde.

Nee hoor, ik maakte maar een grapje”, de man en weer de vrouw, de vreemde giechel.
“Ja”, herhaalde de man en hij stond op en ging voor een smetteloos zwart schoolbord staan, “uw dochter is hier erg gelukkig en daar zijn we allemaal blij om.”

“Wij ook”, dacht ik maar ik zei niets en Ieneke keek sprakeloos naar het rustige gebruinde gezicht.
“Elske?” zei de man met een andere stem, een warme en gebiedende stem voor mensen die hij goed kende in plaats van de afstandelijke stem voor ons.

“Lars...” zei de vrouw in de rode jurk (maar waarom zo antwoorden?) en ze, Elske, stond op. De vrouw, de lerares Engels (of was het Frans?), Elske was een lange, struise, donkerblonde vrouw zonder schaamte voor haar vormen. Ze nam een stap naar voren en draaide een kwartslag zodat ze en-profile stond, bij de zijkant van het bureau. De blonde man, Lars tikte hard met zijn knokkels op het schoolbord en twee leerlingen kwamen binnen, een jongen en een meisje met de leeftijd van onze dochter. Beiden droegen hun schooluniform: hij en zij een blauwe sweater en zij had al een beetje, hij een grijze broek, zij een grijze rok en blauwe kousen. De lerares Engels (of was het Frans?), Elske, zette haar stevige slanke benen enkele passen naar achteren en boog voorover met een hand steunend op het tafelblad, haar blonde haar hing half voor haar ogen, en de andere hand hief de zoom van de rode jurk omhoog tot voorbij haar heupen en toonde een paar ronde blote gebruinde billen. De kinderen deden een pas naar voren, het meisje had al een beetje, en om de beurt sloegen ze met een vlakke hand op de volle bips.

Ik piepte en deed mijn ogen dicht. In het donker hoorde ik de handen kletsen en dacht ik aan de billen van Elske en de billen van en dan aan Ieneke, Ieneke van het zuchtje in het donker. “Ieneke help!”, dacht ik. In het donker hoorde ik de blonde man zeggen: “Wilt u ook eens?” Ik opende mijn ogen en Ieneke stond met een afwezige blik naast de lerares Engels (of was het Frans?), Elske met de kuiltjes in haar appeltjeswangen als ze glimlacht van plezier en Ieneke hief haar eigen rok omhoog tot aan het onderrandje van haar nette grote grijze onderbroek en ik vond mijn stem terug en keek naar Ieneke, Ieneke van het zuchtje in het donker, en ik zei verontwaardigd: “Ieneke!”.

Nu zou het allemaal goed aflopen. De vijf gezichten draaiden op mijn uitroep allemaal naar mij toe, alsof ze me tot dan toe vergeten waren. De lerares Engels (of was het Frans?) richtte zich op, Elske Fiederelske met de zoom van haar jurk half over haar ronde billen en Ieneke keek me aan alsof ze me niet kende en ze had haar vestje uitgedaan zag ik, en de twee leerlingen, het meisje had al een beetje, liepen op me toe en pakten me elk bij een hand en begeleidden me naar het bureau waar ik voorovergebogen wachtte op hun vingers die aan mijn broekriem friemelden.
“Mag ik als eerste slaan?” zei Ieneke.

schreef matxil om 12:41 PM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)