huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Thursday, July 8, 2004

Zeurpijn

In de trein treft Roemer de zoon van de schilder. De schilder is beroemd (hij kreeg een onderscheiding van het staatshoofd) en heeft de zelfde initialen als de zoon. Daarom verkoopt het werk van de zoon iets beter dan het verdient, maar de vader die de zoon wèl verdient, kreeg hij niet. De schilder verliet de zoon, die achter bleef in een huis waar ook zijn Roemeense oma woonde. Een oma die tot hem sprak in een taal van dode voorouders, die zijn moeder tiranniseerde en hem voorbereidde op een levenslange vlucht voor het andere geslacht. De schilder is rijk, zeer rijk. De zoon is arm, zeer arm. Dikwijls zwerft de zoon en slaapt dan bij vrienden of als het even kan in de hooiberg van de kinderboerderij. Roemer heeft die identieke initialen nooit kunnen begrijpen. Alweer een vader en een zoon die niet uit elkaar kunnen worden gehouden. De zoon als het curiosum van de vader. De na-apert. De na-volger. De nimmer op zich zelf beoordeelde altijd in de schaduw van de eersterangs vader staande tweederangs zoon. Tot de dood er op volgt. Overigens is Roemer ervan overtuigd dat het feit dat de vader de zoon verliet en nooit echt naar hem omkeek, er uiteindelijk minder toe doet dan de genetisch bepaalde aanleg voor etsen, uitbeelden en kleurkeuze. Als Roemer de schilderszoon tegen komt is hij altijd maar wat blij dat hij de naam van zijn eigen vader lang geleden al vergeten is.

De schilderszoon kent Roemer van zijn verblijf op de Geestdodende Gronden, een gesticht nabij de zee. Het gesticht ligt in de bossen. 's Nachts hoort men er uilen roepen en de vos (en de maanzieken, natuurlijk). Roemer verbleef er uit eigen vrije keus, als een van de weinigen, omdat de zeurpijn die Roemers gemoed altijd bedrukt, overal drukt, te zwaar geworden was om nog te kunnen dragen, om nog verder te kunnen dragen. Roemer was al vaak langs de Geestdodende Gronden gefietst op weg naar een zonnig of uitwaaierig strand en ook was er een vertrouwd restaurant in de buurt waar Rana graag at. Roemer had het altijd een best wel fleurig gesticht gevonden en stilletjes de inwonende krankzinnigen benijd. Maar van binnen deden de Geestdodende Gronden hun naam alle mogelijke eer aan, een eredienst van reglementen, regels en regenten. Tegenwoordig fiets hij niet meer langs de Geestdodende Gronden, maar door het Bollendorp, dat is om, maar minder vermoeiend. Het restaurant veranderde van eigenaar. Tegenwoordig is het gespecialiseerd in de Kille Keuken: de borden zijn leeg en de stoelen oncomfortabel. Er komen moderne magere mensen. Rana wil er niet meer eten. Toch heeft het verblijf op de Geestdodende Gronden een positieve kant gehad, want zo heeft Roemer de schilderszoon leren kennen.

De schilderszoon praat meestal met Roemer over de lekkere geur en de mooie glans van olieverf, over het gebrek aan passie van acryl, over de soorten doek, karton, papier en andere dragers, of over de goeie grap. De goeie grap wordt gemaakt wanneer iemand de zoon van de schilder vraagt naar de betekenis van een schilderij: "Wat zit er achter?" De schilderende schilderszoon pakt het doek dan op en kijkt er achter en zegt "Nou, ik zie niks" . Roemer is er vaak bij geweest als de goeie grap gemaakt werd en moest dan altijd onbedaarlijk lachen. Vandaag praten ze over kleur. Ze zijn het eens: rood, geel noch zwart of wit: er is geen kleur die pakt, waarmee je droefheid schilderen kunt. Leven is boetseren, zegt Roemer. Of uit steen gehouwen worden, vult de schilderszoon aan. Ook dit is een goeie grap. Ze hebben veel plezier. Toch zijn de schilderijen van de schilderszoon vaak als verstild verdriet. Er staat een schilderij op stapel dat "verstoting" heet. Roemer krijgt de voorstudie in pastel. Het is meer een schilder-ei, zegt Roemer en de schilderszoon verstaat het.

Het moet een vreemd gezicht zijn. Roemer in een driedelig krijt met daaronder een strak gestreken overhemd en knellend zijden strop, gepoetste glimmend zwarte schoenen en een zware aktetas in gesprek met de schilder die zwerft en riekt en stevig drinkt, maar toch ook altijd netjes een treinkaartje koopt en altijd opstaat voor dames en bejaarden. Zo'n aktetas is inderdaad een vreemd gezicht, vooral als er oranje verf aan je handen zit en dan ook nog praten met een zwervend kunstenaar. Roemer weet dat het een vreemd gezicht is, want ooit kwam een schilder op zijn werkkamer aan de universiteit. Er hing een schilderij. Het was beschadigd door onachtzaamheid. Het schilderij was woest in kleur en vorm. Het geestesoog zag dat het was gemaakt door een verwilderd man met woeste baard. De beheerder vroeg op een dag of Roemer wat langer blijven kon, omdat de kunstenaar de schade kwam bekijken. Dat wilde Roemer wel: een echte kunstenaar zien. Om half zeven werd er geklopt. Het was een burgerman met sik en pak met vrouw met rok onder de knie. Er was geen woestheid in zijn blik toen Roemer de deur van zijn kantoor hoffelijk voor hen opende. Maar hij werd wel heel erg boos toen hij het schilderij zag. Niet vanwege de beschadiging, die inderdaad niet al te ernstig was, maar omdat het doek ondersteboven hing. Een schande was het en Roemer vluchtte weg. Roemer vond het doek ook als het goed hing lelijk en niemand had het nog gemerkt.

Als Roemer uitstapt vraagt de zoon van de beroemde schilder om wat geld om te kunnen eten. Nee, zegt Roemer, daar heb ik geen geld voor, maar hij geeft hem wel vijftig euro voor een tube olieverf, een schildersmes, een kwast en een fles jonge genever. Vijftig euro is in het Bollendorp waar naartoe de schilderszoon op weg gaat genoeg voor twee keer bed and breakfast, dus de zoon van de beroemde schilder is voor het weekend onder de pannen. Een schildersvriend krijg je niet zomaar, weet Roemer, daarop moet je zuinig zijn.

schreef peeter burgeik om 01:06 PM [link]

Wednesday, July 7, 2004

Zaagmans is dood, lang leve Zaagmans!

"Lang leve de zomerrecencies", riep het blonde meisje met de zwaaiende borsten.




schreef Kiers om 11:33 PM [link]

Tuesday, July 6, 2004

Jimmy

Mijn ogen zijn gesloten en ik voel een draai door mijn onderbuik trekken. Ik denk aan Marloes en Jimmy in een café en ze kijken verliefd naar elkaar. Zij pakt zijn hand en ze glimlachen. Ik voel Jimmy zijn gedachten. Ik voel zijn begeerte in deze schoonheid en verzin zijn leugens om haar voor hem te strikken. Ik vertel zijn verhalen en nodig haar uit om met hem mee naar buiten te gaan. Ik voel zijn tong die bij haar naar binnen gaat, zijn pik die hij stevig tegen haar bekken aan drukt. Ik hoor haar fluisteren over liefde en ik fluister terug dat ik dat allemaal ook vind en wil en voel. Haar arm over zijn rug bezorgt me rillingen op de plaatsen die ze aanraakt, zijn handen zijn ledematen aangestuurd door mijn gedachten die geen grens meer kennen, niet weten waar ze moeten stoppen omdat de jaloezie zorgt voor een samensmelten van fictie en realiteit. Het brengt hem op vreemde gedachten, gevoelens die hij niet eerder had. Het lijkt hem te overkomen en zij is zijn weerloos slachtoffer al slikt ze zijn emoties vol overgave. Haar handen zoeken naar meer van hem en ik geef het haar en voor ik mijn ogen weer open, smelten er twee mensen samen in een schemer van neonlicht. Café de Rode Leeuw valt flets over drie gedaanten die lijken op te gaan in twee nieuwe jonge volwassenen die zich hebben overgegeven aan het lot. Zijn gedachten waren de hare, haar gedachten waren de zijne, hun gedachten waren de mijne. Slachtoffers van het lot.

schreef Michiel om 03:12 PM [link]

Monday, July 5, 2004

Zomerreces

vaderlands gekwetter, Egeïsche kust
onvermoeibaar jagen, ruzie gesust
verdampend heet, camping geblust
niet aflatende telefoongeluiden, bijna gekust

motorenverkeer in veelzijdige vakantiebestemming
gladgloeiend pikzwart asfalt rubberen stremming
pubers die zich bewijzen voor een meisje
kinderen die likken aan hun ijsje

disco restaurant winkel bar uitslaande brand
bruisende badplaats met faciliteiten op het strand
kort koppie zwart glad gekapt snel gefingeerd
je dochter in een steeg voor ´t eerst gevingeerd

voel ik een windvlaag door wilg en populier
droom ik wuivend groen gras achter mijn bier
hou ik van mijn lief als zij mij ziet
proef ik zomerstilte waar ik van geniet

schreef Kiers om 05:34 PM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)