'Maak je zometeen zelf even thee voor jullie?' 'Jahaa, Mam', klinkt het uit de keel van een 13-jarige jongen.
Mijn zoon is er één uit duizenden. Hij voetbalt redelijk, maar zijn geld zal 'ie er nooit mee verdienen. Hij kan aardig meekomen op school, maar professor worden doet 'ie niet. 's Avonds sleurt mijn vrouw zijn schoenen vanonder de bank, zijn bord zet hij op het aanrecht maar de aardappelrestanten in de groenbak vegen is er niet bij. Hij wint geen schoonheidsprijs, en daarin lijkt hij op zijn vader.
De laatste dagen komt Arjen pas vlak voor het avondeten binnen. Zijn rugzak met schoolboeken ploft hij in de gang en met een rood hoofd schuift hij aan tafel. 'Sorry mam, we waren bezig met moeilijke sommen' Mijn vrouw slaat in mijn krant en ik begrijp de hint.
'Nodig Josefien eens uit, Arjen. Jullie kunnen toch ook hier wel huiswerk maken?', zegt mijn vrouw, terwijl ze de sperziebonen op de borden spatelt. Mijn zesde zintuig raakt op stoom. 'Hùìswerk?!', zeg ik spottend tegen Arjen. Om vervolgens de rest van de maaltijd met een enorme grijns te zwijgen. Arjen's blik slaagt er niet in mij te verwonden.
's Avonds in bed vertelt mijn vrouw dat Josefien 'een meisje in een rolstoel' is. Arjen heeft het beslist van haar, die naastenliefde. Zo beweert ze. We neuken plichtmatig, handdoekje naast het hoofdkussen, en de nacht zucht in afwachting van de morgen.
Bij het ontbijt vraagt Arjen of ik die avond 'gewoon' tegen Josefien wil doen. Ze zit in een rolstoel en ik hoef niet te denken dat ik daar grapjes over kan maken. Hij vindt haar gewoon aardig. De sul. Die naastenliefde zal hij inderdaad wel van z'n moeder hebben. Mìjn vader sloeg het verantwoordelijkheidsbesef er met harde paplepel in. En nu houdt mijn zoon zich bezig met een gehandicapt tutje in een rolstoel. Mijn vaderhart kreunt, terwijl ik trots zou moeten zijn. Het meest verbazingwekkende is nog wel dat hij 'huiswerk maakt'. Dat heb ik 'm nog nooit eerder zien doen.
De middagvergadering vervalt en ik rijd om twee uur naar huis. Precies op tijd om op kwart over drie mijn zoon de schuttingpoort open te houden. 'Hoi Pap, dit is Josefien'. Verlegen steekt een meisje, iets ouder dan Arjen, haar hand uit. Arjen knipoogt vals.
Ik leun op de schoffel terwijl ik Arjen met Josefien naar binnen zie gaan. De hormonen gieren langs mijn slapen. Trots als een aap met acht lullen ben ik op mijn zoon. Heeft 'ie toch iets van zijn ouweheer. Lopen kan ze dan wel niet, maar Josefien heeft borsten, groot als pompoenen.
Toen opa doodging en het familiekapitaal achterliet aan oma, wist de hele familie wat er ging gebeuren. "Dat mens wordt 120!", schreeuwde Oom Jan buiten zinnen. Altijd met zijn hart op de tong schetste Oom Jan dramatisch nauwkeurig de heersende gevoelens binnen de hele familie. Met het oog op mijn kleinkindsdeel kon dit niet de bedoeling zijn van opa's heengaan, zo nam ik mij voor.
Mijn oma was astmatisch. Zij had altijd een inhaler onder handbereik maar ik heb nooit gezien dat zij een astmatische aanval had. Los van die ene keer toen zij sperma in haar mond kreeg van opa en spontaan een astmatische aanval kreeg. Althans, zo vertelde zij tegen opa en opa in een dronken bui tegen mij.
Het moet iets meer dan een jaar na de dood van opa zijn geweest dat ik oma opzocht. Ik wilde oma verrassen en gebruikte de huissleutel die ze aan enkele van haar naaste familieleden had gegeven. "In het geval dat het een keer nodig is", had ze grappend tegen haar favoriete kleinzoon gezegd terwijl ze de gekopieerde sleutel in mijn broekzak stopte.
Als ik om zes uur bij oma aanbel, gebeurt er niets behalve dat oma's oogappel Wally, de witte stokoude poedel, zoals gebruikelijk bezeten begint te keffen. Hier had ik op gerekend, het is immers haar bridge-avond. Snel loop ik door naar de keuken. Een greep in de hondenbrokken doet wonderen en Wally is weer stil. Ik maak het mijzelf gemakkelijk in het verder oersaaie huis van mijn oma. Een aantal flessen wijn is snel gevonden en ik ga naakt op de sofa liggen. Ik kan geen risico nemen.
Om negen uur, en twee flessen wijn verder, leg ik Wally naast mij op de grond. Het beest moet nu onder handbereik zijn. Om zes over negen hoor ik de taxi aankomen en ik weet dat ik drie minuten heb. Ik zet Wally op zijn pootjes en hou het beest vast aan zijn dekje met Schotse print. Hysterisch begint Wally te blaffen en naar achteren te bijten. Ik duw zijn kop weg en knijp stevig in de dunne nek van het scharminkel. Hees gekerm is wat hem rest.
Het is waarschijnlijk een van de meest heroische en bevredigende momenten in mijn leven geweest. Precies zoals gepland stapt oma de woonkamer binnen en ziet haar favoriete kleinzoon met blauwaangeslagen tong en vreemde grimas poedelnaakt achter haar Wally schokkende bewegingen met het onderlichaam produceren. Het dekje met Schotse print strak aangetrokken op de witbekrulde rug van haar lieverdje. Een hees gorgelend geluid van een stokoud huisdier dat dreigt om zeep geholpen te worden en een maniakaal neukende kleinzoon.
"Hallo oma, het is zeker wel wat u denkt", roep ik triomfantelijk maar het had al niet meer gehoeven.
Ik kijk in de grote angstogen van mijn oma als ik het zie knakken in haar nek. Het gapende gat in de geklapte hoofdader van haar hersenen geeft een slechte doorbloeding in haar hoofd. Haar hoofd rolt naar achteren. Vertwijfeld graait ze met haar linkerhand naar de deurpost maar veel kracht heeft ze niet. De neurologische stoornis in haar hersenpan doet zijn vernietigende werk. Ze valt op haar knieen en stort ze ter aarde, happend naar lucht. Oma gorgelt "...mijninhaler... mijn... inhaler... tas... in mijn tas".
Door de stagnerende lichaamsfunctie in haar hoofd heeft oma nu een nijpend zuurstoftekort in haar longen. Haar hersenen raken verder in onbalans. De hypertensie maakt een prachtige intra-cerebrale bloeding. Ik knijp de keel van Wally nog een keer goed dicht en slinger de dunne nek van de poedel heen en weer. Lange flaporen schieten van links naar rechts. Wally kokt een klodder slijm. Met een boog suist de klodder door de lucht naast oma's gezicht. Het doet haar de das om.
Toen mijn zus ging samenwonen en haar vriend Rob allergisch bleek voor hondenharen zat er weinig anders op dan Wodan over te nemen. Bovendien had Rob een bloedhekel aan honden en mijn zus wilde Wodan niet laten afmaken. Waarom ik geen ruggengraat heb, weet ik niet maar sinds mijn zus samenwoont met Rob, zit ik met Wodan. Wodan is een teckel en zijn nadeel is dat hij verschrikkelijk waaks is. Sinds Wodan in huis is, doe ik geen oog meer dicht.
In mijn kleine woning staan alle deuren altijd open. Anders wordt Wodan gek. Wodan wil controle over het hele huis. Als ik een deur zou dichtdoen, verliest Wodan de controle over zijn territorium. Dan begint hij te blaffen totdat ik de deur weer open.
Het ergste is als ik masturbeer. Ik denk dat Wodan denkt dat hij een demonische aanval aanschouwt als ik op mijn schoot het kleine duivelse mannetje minutenlang in elkaar sla. In het begin was het storend dat Wodan mij steeds aanviel tijdens het masturberen. Meermaals heeft het kreng mij gebeten in tenen en kuiten. Zelfs 's nachts als ik sliep maar wakker werd van een erectie, hoorde Wodan het als ik begon te masturberen. Door de openstaande deur kwam het beest aanrennen en blafte net zo lang tot ik stopte.
Tegenwoordig zet ik een stoel op de eettafel. Dan zit ik naakt in de kamer op een stoel op de eettafel te masturberen. In ieder geval kan Wodan dan niet bij mijn tenen en het geblaf neem ik op de koop toe. Soms pak hem terug. Als Wodan ligt te slapen, kruip ik naar hem toe en kreun hard in zijn oor om hem weer aan het panieken te krijgen.
Demelsa
Ik ben drieenveertig en Demelsa is elf. Elke dag spookt Demelsa door mijn hoofd. Demelsa is mooi en wordt elke dag mooier.
Demelsa zit in groep zeven van de lagere school. Zij krijgt borstjes en zij vindt mij leuk. Wij rijden op de fiets over een landweggetje en hebben aan de kant van de weg in het hoge gras naar de leeuwerikken geluisterd. Zonder reden waren wij gaan fietsen. Zonder doel waren wij op weg. Demelsa vindt mij leuk en ik vind haar leuk. Elkaars aanwezigheid is blijkbaar genoeg.
De fietsen hadden we neergelegd. We waren een stukje van de weg gelopen en zaten in het hoge gras dicht tegen elkaar. De blauwe lucht, het groene gras, de witte wolken en de zinderende zon van de eindeloze Grote Vakantie. Als we gaan liggen, voelen we de koele aarde die zich lijkt te verstoppen tussen het gras. Een kever loopt over haar bruine arm met spierwitte haartjes. Demelsa is betoverend. Haar gezichtje komt dichterbij, haar neus wrijft langs de mijne. Lippen raken elkaar en onze armen verstrengelen. Hoog in de lucht klinken nog steeds de leeuwerikken. Demelsa en ik kussen lange kussen. Wij blijven maar kussen. Alleen maar kussen.
Al decennia spookt Demelsa door mijn hoofd. Als ik toen toch had kunnen doen wat ik nu weet.
Kapitein Ane en de 7 geitjes stonden op de brug van de Enterprise. Tot dusver was de reis naar kwadrant X-666 voorspoedig verlopen. Zelfs het passeren van de altijd lastige Beertjes-Nevel had geen problemen opgeleverd. Plotseling voer een golf heftige schokken door het schip die haar bemanning tegen de vloer wierp.
Alert riep kapitein Ane, "2 voor 12, rapporteer!" "Het is een gevechtsmodule van de Hak Kun Bahr, kapitein!"
Een koude hand sloot zich om het hart van kapitein Ane want de Hak Kun Bahr stonden bekend als het meest agressieve en onredelijke volk van het hele universum. Hun wreedheid was legendarisch. "Scherm aan!", beval kapitein Ane.
Op het scherm verscheen nu de woeste kop van de leider van het onsympathieke volkje: de gevreesde Hak Kun Mahr. "Wat wilt u? Waarom valt u ons aan?", sprak kapitein Ane streng. "Zomaar", antwoordde Hak Kun Mahr, "we verveelden ons een beetje." "Zo!", zei kapitein Ane, "dus als u zich verveelt, gaat u zomaar op schepen schieten!" "Niet altijd", was het antwoord, "we blazen ook wel eens een planeet op na eerst de bevolking verkracht te hebben. Het hangt een beetje van de stemming af. De laatste keer hebben we hun hoofd en handen afgehakt en er achterstevoren weer aangenaaid. Konden ze zichzelf zien poepen." "Als u maar niet denkt dat u dat met mijn geitjes kunt uithalen!", riep kapitein Ane verontwaardigd.
Het hoofd van de vijandige leider liep nu rood aan, "Geitjes! Geitjes!", schreeuwde hij woedend, "je denkt toch zeker niet dat we pervers zijn!", waarop hij de verbinding verbrak. Even later werd de Enterprise getroffen door een nieuw salvo. "Twee voor 12, rapporteer!" "Schilden op 70% kapitein!"