huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Friday, June 11, 2004

Vrijdagmiddag

Regen. Wat een vuigh weer was het vandaag. Trieste grijzigheid en het was onduidelijk of het nou mistte of motregende. De tram was laat en dat irriteerde hem. Irritatie was niet goed voor hem, dat was wel duidelijk geworden de afgelopen jaren. Hij kon dat niet handelen. In het Pieter Baan rapport stond het zo omschreven: "T. heeft last van psychoses, wanen, en/of hallucinaties (zoals stemmen), en ondervindt ernstige belemmeringen in het functioneren, zoals isolement en zelfverwaarlozing."

Dat laatste was bullshit want als er een was die vaak met zichzelf bezig was dan was hij het wel. Hij masturbeerde veel. Zonder daarbij te fantaseren, dat had hij zichzelf aangeleerd. Mét fantaseren was te makkelijk, dat kon iedereen. Hij masturbeerde gedachteloos, zich concentrerend op de monotone handbeweging. Zodra hij aan kutjes (om maar wat te noemen) dacht, dwong hij zichzelf te stoppen en wachtte dan tot zijn erectie verdwenen was. Hij begon dan opnieuw, denkend aan niets. Denk aan niets, denk aan niets. Starend naar zijn pik, zijn linkerhand eromheen geklemd, kwam hij dan klaar. Tevreden in de spiegel knipogen. You did it again.

Die tyfusbus was er nog steeds niet. Klotestad. Hij keek naar rechts en zag een oude trol met zo'n doorzichtig regenkapje. Om haar zompige permanentje droog te houden. Wat zou hij graag uithalen. Met z’n elleboog haar linkeroogkas verbrijzelen. De stomme, verbaasde blikken van de omstanders! Daarna zou hij haar hondje met een strak schot tegen de voorruit van de eindelijk arriverende tram schoppen. Waarna hij met twee duimen naar zijn rug wijzend over het plein zou rennen. Hij hield zich in.

De tram stopte met een hels kabaal. Irritatie. Waarom smeren ze die kutwielen niet 's? Waarom woonde hij hier in deze negorij? Dat grote dorp, vol met scheve, oude, lelijke gevels. Waarom Rotterdam wel? Waarom wij niet? Hij nam de derde deur, de stempelmachine negerend. Geen zitplaatsen meer, irritatie alom. Met een overdreven harde schok trekt de tram op. Zijn slaap knalt tegen de stalen handgreep en een scheut van pijn doorklieft zijn schamele hersens. Nog even….

Vier negermeisjes stappen in bij de volgende halte. Ordinair schreeuwend en kauwend snauwen ze onverstaanbare geluiden naar elkaar. Wat is dit? De flubberbuik van de dikste drilt over haar laag uitgesneden broek. Mode. In gedachten zet hij zijn tanden net onder de diepe zwarte navel en bijt met volle kracht. Bloed sijpelt langs zijn kin over zijn borst en het meisje slaat gek van angst met haar vuisten op zijn rug. Zich vastbijtend in het dikke spek knoopt hij haar broek open en duwt met de muis van zijn hand tegen het jonge doosje. Met een laatste krachtinspanning bijt hij door, knarsend door het laatste protesterende zweempje spek en met een ruk scheurt hij het vette vlees los.

De tram remt ongecontroleerd en de jeugd stapt uit bij de volgende halte. Hij kijkt ze na, hij voelt kwijl langs zijn mondhoek lopen. Een vrouw stapt in. T. kijkt verveeld uit het raampje, zonder de vrouw aan te kijken. De vrouw gaat in het bankje voor T. zitten, met de rug naar hem toe. Een mobiele telefoon ‘rinkelt’. Irritatie. Het Schotse volkslied polyfoon. ‘Hoi Ton!’, zegt de vrouw. Een debiel gesprek volgt. Het donkere haar van de vrouw wordt met wulpse gebaren achter de oren gedrapeerd. Het hoofd draait naar rechts zodat het gelaat zichtbaar wordt voor T. die haar direct herkent: Heleen van Royen. Irritatie!!!!!! T. staat op uitbarsten en de knop gaat om. Hij zal over de schreef gaan als nooit tevoren. Het zal niet meer bij hersenspinsels blijven, deze hoer gaat wat beleven.

Zeven haltes verder stapt ze uit, de trut, in haar chique wijk. Hij volgt haar op een meter of tien afstand, etalages kijkend, de handen in de zakken. De schemer is ingevallen en als ze het park naderen, versnelt hij zijn pas en besluipt de vrouw als een luipaard. Bij de ingang van het park grijpt hij het zwarte haar met zijn linkerhand en klemt met zijn rechter haar mond dicht. Hier fantaseert ze over, die hoer. Als ze ligt te masturberen is dit precies wat zich in haar hoofd afspeelt. Hij weet het zeker. Als ze met die grote zwarte dildo zichzelf neukt, als ze twee vingers in haar kontje stopt droomt ze ervan ruw geneukt te worden tegen haar zin. Tegen haar zin zal het zeker zijn. Hij sleurt haar achter een dikke bos struiken en draait haar om. Ze begrijpt zijn blik: als ze gaat gillen sterft ze. Langzaam haalt hij zijn rechterhand van haar mond en likt haar lippen.

schreef Dick T. om 01:57 PM [link]

Tuesday, June 8, 2004

Bedrust

Jaren geleden.
Ik sta van tafel op. Mijn peuk verdwijnt sissend in het glas. Woonkamer, je wordt bedankt. Het bed lonkt in het donker. Geruisloos sluip ik tussen de lakens. Het kussen naast me ligt er zonder doel. Elke avond pak ik het boek van dat moment eronder vandaan en schudt het kussen op. Onder mijn bed liggen boeken. In mijn slaap droom ik erover zonder ze ooit te zullen lezen. De flessen naast bed rammelen nog onheilspellender dan de wekker.

Vannacht.
Je ligt hier naast me in diepe rust. Het is de eerste keer dat we samen slapen en dat hebben we net groots gevierd met een knetterend orgasme. Jij zonk meteen daarna in de diepte. Ik beleef dit moment op het scherpst. Concentratie vernauwt. Ver weg blaffen twee honden tegen elkaar. Je denkt een wolf te horen, maar dat is onmogelijk, in Aadorp. De pendule beneden laat van zich horen. De poes schuifelt de slaapkamer binnen. Steeds dichterbij. De trekker wordt overgehaald, ik sta op scherp. Ik hoor mijn eigen bloed ruisen, als krassend grind.
schreef bicat om 11:56 PM [link]

De zomer van '04

Er is zo veel liefde in mijn leven.
En daar ga ik wat aan doen.

schreef Vilé om 01:48 PM [link]

Monday, June 7, 2004

Lijder

Vrouwengebabbel maakt mij gek. Hun continue gekwaak maakt mij ziedend. Mijn hersen is niet in staat de luchtverplaatsing en hun geluidsgolven om te zetten in begrijpelijke taal van enig niveau. Taal en intelligentie verliezen elk begrip als wij hen horen praten. Vindt u het gek dat ik met regelmaat verkracht?

Ik heb altijd gelijk maar ik ben zelden correct naar maatschappelijk geaccepteerde maatstaven. Ik heb een hekel aan de meeste minderheden in het bijzonder en grote afkeer van het zwakke in het algemeen. Joden en Arabieren en recentelijk Amerikanen zijn mijn cherry-on-the-cake van totale afkeer en blinde walging. Ik mag graag een beschuldigende vinger aan een hulpbehoevende geven. U kunt mij net geen Hitler-enthousiast noemen maar ik ben wel zeer Arisch van uiterlijk.

Inconsequent in mijn gedrag ben ik elke dag en ik beleef daar groot plezier aan. Marihuana beschouw ik als een zegen en mijn vrouw is donker, zo u wilt zwart voor de niet-rassendeskundige. Er is geen alcohol die ik niet geprobeerd heb en redeneren doe ik op het hoogste niveau met een flinke slok op. U begrijpt dat ik een groot atheist ben en de klei-etende man van het land als achtergebleven in de evolutie beschouw. Natuurwetten zijn mijn leidraad, Charles Darwin is mijn held.

Het liefst was ik journalist geworden, en had ik mijn superieure mening in al mijn artikelen gestopt. Heimelijk had ik mijn lezers elke dag geinjecteerd met mijn giftige adem. Langzaam had ik een steeds grotere schare trouwe fans gekregen. Ik heb het in mij een Messias te worden. Een grote Messias, want ik ben van nature een lijder.

schreef Kiers om 03:04 PM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)