huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Wednesday, April 20, 2005

Stukje bij beetje
Met de grootste voorzichtigheid legde hij de laatste hand aan wat zijn meesterwerk moest worden. Op een twintigtal na had hij de puzzel van tienduizend stukjes na ruim drie maanden af. Dan had hij volbracht wat zijn vader en zijn vader voor hem ook gedaan hadden. Het was derhalve een kwestie van eer en traditie dat de man des huizes de puzzel minstens eenmaal in zijn leven gelegd had. Nu woonde hij op zichzelf, maar dat weerhield hem er niet van om deze traditie voort te zetten. Zowel zijn opa als zijn vader waren op jonge leeftijd overleden aan de gevolgen van een hartaanval wat aan de volbrenging van deze taak extra cachet gaf. Een eerbetoon aan de twee mannen in zijn leven die hij veel te kort had gekend, maar enorm had leren waarderen. Als jonge jongen had hij vol ontzag en spanning gekeken hoe zijn vader urenlang aandachtig aan de eetkamertafel gebogen zat om de stukjes op hun juiste plek te leggen.

Na de dood van zijn vader raakte de puzzel echter in de vergetelheid, totdat hij bij het opruimen van de zolder van het ouderlijk huis, waar zijn oude moeder nog steeds woonde, hem weer zag liggen. Alle stukjes lagen weer in de kartonnen doos waarop de beeltenis de tand des tijds niet had doorstaan. Op de vraag of hij de puzzel kon meenemen, had zijn moeder met een flauwe glimlach en enigszins angstige ogen zijn handen vastgepakt. Doe het niet, had ze hem met klem verzocht. Lacherig had hij zich van haar losgerukt. Ze werd echt oud.

Het had hem moeite gekost een geschikte plek te vinden waarop hij alle stukjes kwijt kon. Na verscheidene mogelijkheden te hebben onderzocht, bleek de plexiglasplaat die nog had gediend als voorzetraam de beste optie. De vorige bewoners hadden de te behalen winst qua energiebesparing van dubbelglas onderschat. Het voordeel van de plaat was dat hij in alle rust aan de puzzel kon werken en hem met gemak kon wegleggen wanneer hij geen tijd had. Hij zou, na voltooiing van de puzzel, de mensen die voor hem de woning hadden bewoond nog bedanken voor het achterlaten van de plaat, zo nam hij zich voor.

Nu zijn geestelijk vermoeiende werk bijna klaar was, kon hij al goed zien welke afbeelding uit al die losse stukjes was opgebouwd. Een duister tafereel vol onheilspellende wolken, blikseminslagen en een bizar figuur met bokkenpoten en hoorns op zijn hoofd. Dat moest wel de duivel voorstellen, wist hij. Geheel onderaan was in een voor hem onbekende taal, met bloedrode letters geschreven, een tekst te vinden. Al bij het eerste woord dat zichtbaar werd na ruim een maand werk had hij zich afgevraagd welke betekenis het zou hebben.

De volgende morgen, de puzzel was inmiddels voltooid, stapte hij met een foto van de puzzel veilig in zijn binnenzak op z’n fiets en reed naar de stad waar hij met zowel een Chinese als Japanse vertaler een afspraak had gemaakt voor die ochtend. Tot die schifting was hij gekomen, nadat hij de tekst op de puzzel had vergeleken met verscheidene tekstdelen in de Grote Encyclopedie welke hij van zijn opa geërfd had. Het leek nog het meest op het Japans vond hij zelf, maar om er zeker van te zijn dat hij het raadsel vandaag nog opgelost zou hebben, had hij met beide heren een afspraak gemaakt. Bij de Chinese vertaler kreeg hij inderdaad nul op het rekest; deze wist hem al wel te vertellen dat het om een oud-Japanse tekst ging, maar aan de juiste vertaling durfde hij zich niet te wagen. Vol verwachting fietste hij naar het adres van de Japanse vertaler die hem dan eindelijk kon vertellen wat er nu op de puzzel geschreven stond.

De deur werd opengedaan door een kleine, ietwat kalende man. Hij stelde zich voor als professor Yamoto, wat hem nogal achterdochtig maakte. Het deed hem denken aan die briefjes waarin beterschap, liefde en geluk werden beloofd. Die briefjes werden regelmatig door onbekenden in zijn brievenbus gegooid. Eén keer bellen en een afspraak met een wijze man of vrouw was blijkbaar genoeg voor een leven vol geluk. Hij had niet veel op met dat soort mensen. Oplichters die rijker willen worden van andermans misère.

Al snel bleek echter dat professor Yamoto geenszins te vergelijken viel met dit type ‘geleerden’. Zeer aandachtig en vakkundig pluisde hij menig woordenboek en hem onbekende geschriften uit om tot een juiste vertaling te komen. De rust en het geduld waarmee hij te werk ging, deed hem weer aan zijn puzzelende vader denken. Het stelde hem gerust. De uren verstreken, maar tegen een uur of vier kon de heer Yamoto hem nog steeds geen uitsluitsel geven.

Met een ontevreden gevoel reed hij naar huis. Morgen krijgt u de uitslag, had hij gezegd, of zoveel eerder wanneer mogelijk. Thuis aangekomen keek hij nog eens naar de puzzel. Wat een akelige afbeelding eigenlijk. Aangezien hij nu toch niets meer kon doen dan afwachten, besloot hij tot rust te komen door in bad te gaan. Hij zette het antwoordapparaat van zijn telefoon aan, zodat het goede nieuws hem direct ten gehore zou kunnen komen zonder uit bad te hoeven gaan. Alle spanning van de dag en de afgelopen weken gleed van hem af net zoals het water iedere keer wanneer hij zich oprichtte om te voorkomen geheel kopje-onder te gaan. Hij sloot zijn ogen en zag zijn grootvader samen met zijn zoon aan de lange tafel in de voorkamer zitten net zoals hij, jaren later, met zijn vader had gedaan. De puzzel verbond hen in de tijd. Nu zij aan zij wenkten zij hem. Kom met ons mee, leken ze tegen hem te zeggen. Het was tijd.

Met een klik sprong het antwoordapparaat aan. Het was professor Yamoto. Misschien dat het resultaat hem wat tegenviel, maar de vertaling was gereed:

‘Het Lot is bezegeld’

schreef Kluizenaar om 09:34 AM [link]

Monday, April 18, 2005

Maandagmorgen

'Als zombies niet zien waar ze heen gaan, welke kant gaan ze dan op als je hun hoofd eraf hakt?'
'Wat zeg je?' zeg ik.
'Wat motje?' zegt de jongeman naast me.

Ik zucht. Het zijn de kleine voortekenen dat het weer gaat gebeuren. Hoe lang nu al? Toch zeker een jaar of vier. Misschien vijf. Altijd op deze lijn, nooit op een andere. En ik kan het weten, want in de loop der jaren heb ik ze allemaal gehad.

De trein rijdt het station binnen. Ergens in mijn geest roept iets 'loop weg, ren als je kunt', maar ik weet dat dat geen keuze is. Ik moet, om erger te voorkomen. Ik kijk nog één keer om mij heen, en stap aan boord van het achterste treinstel. Sinds die ene dag zit ik altijd achterin. Ik zet de mp3-speler aan en wacht op wat er komen gaat. En het gaat komen, alle tekenen wijzen erop.

Dan, na tien minuten, komt toch nog onverwachts de klik. Ik kijk om mij heen. Alle mensen slapen. Buiten hebben de koeien in de wei plaatsgemaakt voor het marslandschap dat ik maar al te goed ken. Ik bid, zoals altijd, aan drie goden om de trein veilig te laten aankomen. Ik neem de knuppel en het mes uit mijn tas, doe de mp3-speler er weer in en begin aan mijn weg naar voren.

Hoe lang was deze trein vandaag eigenlijk? In gedachten ga ik terug naar het begin van de reis, op het station. 'Drie treinstellen', antwoordt mijn geest. Voorzichtig sluip ik door het laatste treinstel, aandachtig de mensen bekijkend. Allemaal slapen ze (is slapen het juiste woord? Het lijkt een coma), sommigen met hun ogen open. Maar dat is een goed ding, alles is goed, zolang ze maar…

In het middelste treinstel is het hetzelfde als in het laatste. Ik bekijk de mensen aandachtig. Ik verstijf, als ik een attachékoffer omstoot, en blijf stilletjes staan. Het gaat goed, ik vervolg mijn weg naar voren. Naar het voorste treinstel, naar waar het toen misging. Ik houd mijn adem in als ik de deur open…

In het voorste treinstel wacht mij een enorme verassing. Een meisje, of jonge vrouw, en ze is wakker. Bijna ga ik haar met knuppel en mes te lijf, maar iets vertelt me dat dit anders is. Nieuw.

'Mijn god', zegt ze snikkend, 'wat is dit voor nachtmerrie?'
'Dit is geen droom, zus, dit is de realiteit.'
'Heb jíj dit al eerder meegemaakt?'
'Vaker dan ik zou willen.'

Ik kijk om heen. Hoe lang nog? Dit kan gevaarlijk worden, ik ben mijn eerste keer nog niet vergeten.
'Luister, snoes, we rijden bijna binnen, je kunt beter terug naar je plaats gaan. De mensen worden zo weer wakker en de honden zullen nu wel niet meer komen.'
'Honden? We zitten in de trein hoor!' Ja Jezus hé, je denkt toch niet dat deze lijn wordt onderhouden door de NS…

Ze stribbelt nog wat tegen, maar uiteindelijk krijg ik haar weer op haar plaats. Vervolgens begin ik langzaam aan mijn weg terug naar het laatste treinstel. Net voordat de trein het station binnenrijdt, doe ik mijn knuppel in mijn tas. Terwijl ik mij afvraag waar ik mijn mes heb gelaten, hoor ik een gil vanuit de voorste treinstellen.

schreef Zoute snor om 09:39 AM [link]

Sunday, April 17, 2005

Type - De Horeca Makelaar

...van die types die niet meer hoeven werken voor het geld. Zijn gelooide grijze huid als van een gordeldier maken hem nog ouder dan hij werkelijk al oud is. Een klein postuur kenmerkend voor de door de hongerwinter geteisterde puber heeft hij ruimschoots gecorrigeerd met vette jaren. Met zijn overgewicht is het raden naar de hoogte van cholesterolgehalte en hartproblemen. 's Ochtends komt hij moeilijk zijn bed uit door arthritis. Als hij een dubbele bypass heeft gehad, zal het beter gaan. Grote ogen door dikke brilleglazen en helemaal kaal maken hem lachwekkend, op een slechte dag zelfs een karikatuur. Zoals vandaag als de regen plenst en dikke droppen op zijn vlezige glimmende schedel uit elkaar petsen. De vale regenjas uit een Carmiggelt anekdote. Bruine vingertoppen en trillende handen verraden een intensief kroegleven. Onder zijn arm een zwartleren goudomrande map met veel belangrijke papieren. In zijn hoofd is het chaos en ratelend baant hij zich een weg achter zijn eigen staart aan. Meer dan 30 jaar getrouwd laat hij weten. Maar vroeger veel gelachen moet u weten. Met die meissies van de Chick en de Rosie want die kende hij goed en hij heeft wel vierentwintig zaken gehad, meneer. Zegt hij altijd eerlijk moet u weten. Het meest illegale dat hij nu nog uitspookt is een enkele snelheidsovetreding. Een beetje schnabbelen voor erbij, eigenlijk doet hij het voor de lol moet u weten. Of u daar even wilt tekenen voor het concurrentiebeding, de geheimhoudingsplicht, hier voor de intentie tot het voorlopige koopcontract en is de courtage al overgemaakt?

schreef Kiers om 09:45 AM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)