Claire of de tragedie van het schurend scheurend schaamvlees
Wat ziet ge, mijn beste dokter? Ge kijkt alsmaar, maar ziet ge wel? Ziet ge wel de nauwelijks steriele naalden die me in de oogballen prikken en al gauw de werkelijkheid infecteren? Huidoppervlakken met van die diepe vieze brandwonden aan de binnenzijde van mijn hersencellen. Ziet ge dat? Hoe het telkens opnieuw gebeurt? Het totale palet, de hele resem agonie, de blauwomrande ogen van het sarcastisch gremellachend vuurpeloton. Ik sta ervoor, ogen open achter de verblindende doek. Haast laconiek. Onbeweeglijk. Vergiftigd door cyaankali. En bijna daarna, onmiddellijk, euforisch. Vervolgens afwisselend, alles heel snel door elkaar heen, zodat eigenlijk niets resteert. Ik hoor hun laarzen kraken, hun speeksel kolken in hun kloppende kelen. Op vlees belust. Ja, dat singulier, uitgesproken moment dat het begerenswaardig verlangen naar vlees opduikt, ook zij gehoorzamen eraan! Slechts één keer, dokter, slechts één keer kan het opdoemen. En dan niks meer! Enkel de steeds weerkerende, steeds heviger wordende buikpijn. Elke nacht opnieuw! Tot ik het raam open en schreeuw, Claire, Claire, Claire! Tot jouw verplegers naar binnen stormen. Ze naderen, grijpen me vast en leggen me lam.
Vermoed niet dit of dat, dokter, want, dokter, in werkelijkheid zal alles anders gaan. Mijn lichaam ligt daar in vegetatief autisme, maar Lee, Lee de fatale demon met de gigantische erectie, die staat op. Hij hoort geklop en opent de deur. Daar staat ze. Claire. Jaaah, heerlijk, andermaal Claire. Scherp en geil glinsterend. Kom binnen, zegt Lee uitgelaten, kom binnen en doe alles uit! Wacht vooral niet. Kledij is uiteindelijk maar de bekleding van een lege liftkooi. Druk op het knopje van de zoveelste verdieping, tuur even in de spiegel van je ziel, stop dan en stap langs de openschuivende deuren naar binnen!
Het klinkt duister en zwartgallig, dokter, ik weet het. Het klinkt zo omdat ik weet dat het orgietje telkens opnieuw zal plaatsvinden. En dat er daarna niks meer zal zijn. We hebben het immers over een singulier moment. Een punt waar niks rond kan bestaan. Een punt dat niks verdraagt om zich heen. Het kan niet anders! Een onblusbaar gevoel in mijn buik toont het mij. Ik zie Claire op de drempel staan en ik weet hoe het gaat aflopen. Zo ziet het naderen er dus werkelijk uit. Ik kijk naar haar tenen op de drempel en het is reeds gebeurd! Onafwendbaar. Onverzadigbaar! Ze lacht! Haar borsten priemen door het T-shirt. Ze kijkt alsof ze meteen met het einde zou willen beginnen. Je weet wel, het vuurpeloton, het moment dat de zes kogels de loop verlaten. Met één oogopslag tussen haar benen wordt het noodlot zichtbaar.
Nee, dokter, ge zijt verkeerd, het was geen lustgevoel. Het gebeurde omdat Claire nooit meer de kans wou krijgen te huilen. Dat moest ik beseffen! Hoe die tranen die nooit meer zouden komen, hoe die bedoeld gingen zijn. Verstaat ge, mijn beste dokter, ook Claire, zij wist wat pathos en onmacht werkelijk veroorzaken. Ook zij moest instemmen. Ook zij moest knikken en vervolgens frontaal tegen de hinderpaal opbotsen. Claire koos geen richting! Claire forceerde niet langer. De vechtlust was al uit haar jeugdig lichaam gestroomd, stonk als een vergeeld urinespoor tot aan die drempel. Ze voelde ook de pijn in de maag. Hoe intens en fataal! Dokter, ze was even ongeduldig en hield op met alles, met alles behalve verder naderen.
Lee stond daar, opende de armen en gremellachte. Hij neemt haar in zijn armen en geeft haar drie zoentjes op de wangen. Bijna zonder haar aan te raken. Bijna alsof er geen contact moet zijn om haar te doen beseffen dat ze dit eigenlijk niet wil. Hij neemt haar even bij de kin en graaft diep in haar ogen. Vervolgens gaat hij op bed liggen, wrijft zich over de buikspieren en haalt zijn gigantische erectie uit de broek. Kloppen doet het glimmend hooggespannen onder de zachte huid. Het lijkt te kruipen op de lucht, te snakken naar energie, in een geluidloze schreeuw enkel hoorbaar voor Claire. Ze rukt hem de broek van de benen en gaat hem te lijf. Onbeschaamd en onbevreesd, ze manipuleert het strak gespannen vlees met vingers en lippen, tot het helemaal in haar verdwijnt en haar schurend krijsen aangeeft dat ze van binnenuit in tweeën wordt gescheurd.
Ik hoef u, mijn beste dokter, toch niet te vertellen hoe ze er tot nu toe niet in slaagde terug naar buiten te gaan. Al probeer ik haar daarbij te helpen. Claire, je hebt nog huiswerk, Claire gaan je ouders zich geen vragen stellen, een meisje van 17, die moet zich aan regels en afspraken houden. Maar Claire lacht en prutst en frutst verder aan haar tepels. Ze duwt jonge suikerworteltjes tussen haar lippen en zuigt er kirrend op. Kom, zegt ze en ze bootst een klein klein kleutertje na, wees maar braaf en lik de choco van mijn buik. Zo doet ze dat! Aan huiswerk denkt ze al niet meer. En als ik er haar doe aan herinneren, lacht ze enkel waanzinnig, vult ze haar pen met sperma en schrijft als een sirene zingend vunzige rekensommen op het behangpapier.
Ze blijft, dokter, ze wil blijven. Ze fladdert rond. Zo eigenwijs en eigentijds. Met haar losse kledij, vol van iets dat er maar niet uitgeraakt. Haar lange zwevende en sluierende haren en haar donkere dansende ogen. Ze daagt me uit en Lee helpt haar. Hij steekt zijn gespierde tong in haar mondje en ze vormt een lieve O met de lippen. Het is als een gang, die zachte roze wand, die pompend op en neer gaat. Een eindeloze gang. Naakte lange schaduwen, hedonistische motieven, alsmaar sneller trommelgeroffel, ze danst tollend naar het raam, glijdt klevend langs de randen. Ze laat zich kronkelend vallen op de gewatteerde vloer, kirt nog meer en kruipt op me af. Ik kan het niet, dokter, ik kan haar niet van me af duwen. Kom, zegt ze, doe mee, ik heb niet genoeg aan Lee, ik wil jou ook. En ze lachen en ze spelen met me. Ze vangt me op en gooit me terug in de armen van Lee. Hij rukt in één haal de broek van mijn lichaam en masseert langzaam mijn penis. Ontspan je een beetje, lacht Claire, en ze wrijft met haar wang over mijn lenden en kust teder mijn navel. Het duurt maar even voor je weet dat het allemaal helemaal niks betekent. Er was eens en dan is er plots niks meer. Ze knabbelt met haar zoete lippen aan mijn vlees. Ze slokt me op en verteert me.
Als we dan zo liggen te kronkelen over elkaar heen, word ik pathetisch. Ik krijg buikpijn en heb braakneigingen. Het ruikt naar fenolftaleïne, dokter, die zoete dodengeur. Iets dat openbarst onder de druk van de eigen zwellingen. Als een paarse doorbloeding in de maag. Als oprispend recalcitrant sap dat palet en tong verbrandt. Ik probeer me te verzetten, maar Lee ligt onder me en tentakelde zich in een houdgreep om me heen. Mijn weerstand lijkt me nu alleen nog op te winden. Claire kent geen genade met haar liefde. Ze dwingt me de ogen open, ze dwingt me diep in de hare te staren en in haar ziel te baden. Voel je het, fluistert ze, voel je nu de werkelijkheid verdwijnen. Ja, snak ik, Claire, ik voel het, Claire, hap ik naar lucht. Mijn lichaam tintelt, het brandt, mijn ogen smelten doorheen de werkelijkheid en alles wordt vlees. De plooien van de rode lakens op de roze matras, de witte stijlen van het hemelbed, de sluiers en de muren, allemaal gloeiend vlees. Het licht knispert en pulseert stroboscopisch op de rand van pijnlijke scheuten. Het glijdt over me heen, haakt zich vast in mijn vlees en trekt me schurend scheurend dieper het genot in. Ik hoor het allemaal hijgen, kraken, knetteren en uiteindelijk krijsen in de oplaaiende haren van Claire. Ik zie haar deinen, verdwijnen en weer opdoemen in de hete vlammen. Ik zie de aura rond haar hoofd, een zon met heftige uitbarstingen van energie.
En we doen het opnieuw, met Claire, nu als een puppy tussen ons twee. En ze fluistert in mijn rechteroor. Voel je je nog schuldig, gij geil beest? En Lee antwoordt, waarom zou hij, wat heeft het voor nut zich schuldig te voelen als je er toch niet aan kunt weerstaan. Waarom zou je er trouwens aan weerstaan. Omwille van een of andere demonische gedachte, omwille van een of andere onmogelijke onwil. Dan lachen ze oprecht, en beginnen me zo intens te kussen dat ik nauwelijks nog adem kan halen. Wees niet bang, zei Claire. Open je ogen, gebood Claire. Zie me vervloeien met jezelf. Pijnlijk is het kijken naar haar schoonheid die zich daar bij me naar binnen dringt. Zo vleselijk dokter, zo verschrikkelijk vreselijk vleselijk. Haar huid dreef uit, als een plas over een marmerglad oppervlak. Haar vlees druppelde heet over mijn wijd opengesperde lippen. Ik kokhalsde, alsof ik verdronk. Niet weigeren, dwong haar stem, volg me, aanvaard het als water, drink het! Ze sloeg me even lichtjes met handen slap als biefstuk op de wangen. Ik dronk dokter, met steeds grotere teugen, steeds gulziger. Tot alles wegzonk in de puls van het kloppend bloed. Ik zwom.
En weet je, dokter, eigenlijk wordt het steeds eenvoudiger, wordt het steeds duidelijker. We liggen daar te hijgen en te stampen met z’n drieën. En ik zeg, er komt nooit meer een zelfovertreffende daad. Het is nooit complex genoeg om dat te bereiken, na dit soort paringsdaad. Dit is het enige, dit is het zaligste. En ze knikken en we doen verder tot we niet meer kunnen.
Ik voel me loom, en het komt terug. De maagpijn, de werkelijkheid, de zoete geur van de sterfelijkheid. Weldra voel ik me terug onmogelijk, luisterend naar een dwaas orakel van spijt en verwijt. Het zonlicht martelt me. De lucht blust de lust in de longen. Niks blijft er over. Ik heb het koud zweet langs de naden van mijn scheuren, ik trek de deken over me en voel me verzieken. Het vlees aan de binnenkant van mijn brein verzweert, het schuurt rood ontstoken telkens ik het probeer te begrijpen. Nee, fluister ik, nee Claire, het is te veel, ik kan het niet verdragen. Het is te vluchtig, het is te stil na de storm.
Waarom doet ze mij zo denken, dokter, zo over haar en zo over mezelf? Het doet er niet meer toe. Ik word wakker en de maan staat hoog boven haar naakte buik. Lee is weg, zit waarschijnlijk buiten, naakt op een pin van de hoge omheining. Dat doet hij vaak, als hij alleen wil zijn. Of misschien wil hij eerder ons even alleen laten. Hoe dan ook, hij rookt een rustig sigaretje en vormt fantasie met zijn witte adem. Claire slaapt al even ontspannen. Ze produceert al dromend nog meer schoonheid, ze spint suikerbloemetjes in het schaamhaar. En het wordt nog meer vlees, wat ik zie en wat ik voel en wat ik adem. De hele kamer is ervan gemaakt. De muren pulseren. De muren gloeien. Alsof het fluwelen gordijnen zijn die zachtjes deinen op de zomerwind. Claire lacht in haar slaap, fronst de wenkbrauwen even en ontspant al weer volkomen. Haar slipje hangt nog tussen de lange lichtgebruinde benen, net onder haar knietjes. Ik sta op en ga naar het raam. Doorheen jouw tralies, dokter, daar zie ik Lee inderdaad op die puntige spits staan, een ooievaar op één been. Hij danst. Vogels komen op zijn schouders zitten en fluiten hun prille ochtendlied. Ik hoor marcherende soldaten, gedrild, ze stoppen, ze draaien op de hakken en leggen het geweer op de schouder.
Ik voel haar hand. Ik voel haar wrijven. Nog meer, fluistert ze, nog dieper. Zo diep dat we al onze frustraties eruit boren, zo hard dat we niks meer herinneren van ons bestaan, zo lang dat we geen logisch woord meer kunnen uiten. Neem me, opnieuw en opnieuw, verzeng de trauma’s, vernietig al die ruïnes, onteer al het demonische, verheerlijk al het heilige. Ze draait mijn haren in een vuist en sleurt me zo op de grond. Ze slaat met haar vuisten en ik laat haar. Ik bloed. Ik tier en krijs. Lee opent de armen op zijn pin, spreidt zich uit, groter dan de horizon. Zijn ene oogbol is de wassende maan, de andere de opkomende zon. Zijn licht smeert zich heet brandend over onze kronkelende lichamen. We trachten elkaar vast te houden, maar glijden steeds van elkaar. Tegenstroom, sterke branding, springend tegen het getij. Tot we uitgeput samen met de stroom mee glijden en in een wijde stille bocht over het zand heen spoelen. Ik kijk op en zie Claire naast me liggen, nahijgend, wondermooi glimmend in een blauwe zeelucht. Ik streel haar het donkere lange natte haar uit de ogen en kus haar op het voorhoofd. Claire, fluister ik. En ze legt haar vinger sussend op haar lippen. Zonder de ogen te openen.
Het klinkt niet redelijk, dokter, ik weet het. Dat is het ook niet. Het klinkt kwaad, humorloos, zelfs bitter. Dat is het ook allemaal. Ik zei toch dat het steeds eenvoudiger werd. Ach, kon ik gewoon maar zwijgen. Maar ik heb maagpijn en kan het niet, zwijgen, ophouden, alles eruit braken. Ik ben verstopt en woorden sijpelen over de dammen in mijn brein. Ik zie je, dokter, heel duidelijk, en dat zegt genoeg, dat zegt dat er geen andere mogelijkheid is dan je te zien. Hoe ik ook wens dat het anders was.
Hoor je die gelatenheid alsmaar sterker worden, al de rest verdrukken en versmachten? Ik maak me nog even boos en daarna zal er niks meer zijn. Een stuiptrekking, dat is het, een zenuwachtig spasme van een reeds ontbindend lichaam. Het is nog dat beetje instinct van die zenuw. Nee, dokter, niks kan me nog intrigeren. Claire heeft het wel degelijk allemaal afgebroken tot de laatste steen. Om die te verpulveren, te desintegreren, te annihileren tot er enkel dat ene punt overbleef. Daar zit ik op, dokter, zoals Lee op die spits. En hoe ik het evenwicht behoud? Ik denk aan Claire en staar naar het topje van mijn glimmende schoen. Als het topje van haar neusje, de zalmgeur van haar liefde, en die onmogelijkheid om stroomopwaarts te zwemmen. Claire, Claire, wat wilden we bereiken door over de werkelijkheid heen te springen? Waar kom je terecht? Op dat punt, dat singuliere punt dat niks om zich heen verdraagt, waar je voor altijd moet vechten omdat het evenwicht er immer labiel is. Claire, Claire, ik ben moe, ik ben uitgeput, ik kan niet langer en staar steeds langer door dit raam. Regendruppels bevatten zo weinig van haar zachtheid. Ze maken mijn ziel nat, verweken het gemoed, tot ik even hard huil als de orkaan.
Na die paar weken, opgesloten in die kamer, is het nooit meer hetzelfde geweest. We gingen naar een feestje van de Duitse ambassadeur. En hij keek eerst naar Claire, staarde naar haar lange bruine benen onder het korte rokje, gleed weg tussen de gleuf van haar opgestoken borsten. Ze flirtte openlijk met hem, met haar grote gore kinderogen, net zoals ze dat met alle andere collega’s deed die avond. Ze lachte en ademde hem op zijn wang. Ze kneep hem in de wang en kuste me kauwend op de lippen. Ik voelde geen jaloezie, ik schaamde me. Hij keek naar mij. Zoals ook alle andere collega’s die avond. 17 jaar, viezerik, pervers was het. Lee lachte, ik verdween in een waas. Claire trippelde als een klein klein kleurtertje van bosje naar bosje. Ik hoorde hen praten over de gevechten in de buitenwijken. Ik hoorde hen bevestigen dat de rebellen naderden. Wat vond ik ervan, hadden we het recht de revolutie tegen te houden? Ik antwoordde en dacht aan haar en keek naar haar. Onthutst waren mijn collega’s. Dit was erger dan de perversie waarmee ze zich even hadden kunnen amuseren. Claire had me gebroken, leeggezogen. Ik was geen man meer, maar een beschamende schaduw. Ik ging zitten, pal onder de wieken van de luchtverkoeling. Mijn haren dreven uiteen, ik dronk, ik dronk, maar het gevoel dat ik wou bereiken, kwam niet. Lee stond al die tijd achter me, hield me bij mijn schouder en lachte verschrikkelijk. Zo spring je gewoon de oneindige duisternis in, sprak hij, zo val je voor de rest van je onsterfelijkheid.
Claire is een zekering die springt eens je haar clitoris over klikt. Ze is hier, ze blijft hier, mijn beste dokter. En ik heb echt proberen te ontsnappen. Maar ik zit op dat punt dat niks om zich heen verdraagt. Een punt dat niks om zich heen heeft. Spring dan, tierde Claire me steeds heftiger toe. Spring dan naar de andere kant. Dit is de eerste steen in de rivier. Ga je hier dan blijven, verstijfd tot je slaap je meesleurt naar de pieken onder aan de waterval?! Ik wil terug, zei ik, ik wil mijn werkelijkheid terug. Hoor je dat, antwoordde ze, dat is de werkelijkheid, de rebellen naderen! De revolutie is niet langer te stoppen! Weldra sta je voor het vuurpeloton!
Ik handel nu instinctmatig, dokter, primair, overlevingsgericht. Het wrijven over haar lichaam gelijkt nu op het verwijderen van vingerafdrukken. De maagpijn wordt elke nacht erger. Telkens je verplegers me platspuiten, gebeurt het opnieuw. Zie je dat, dokter, zie je dat punt waar ik op zit? Ik ruik de fenolftaleïne, die zoete geur van de dood. Claire ligt op het bed, Lee ligt tussen haar opengesperde benen. Ze kreunen de porno van mijn ondraaglijke pijn. Hij spitst haar op die demonische erectie. Zijn buikspieren bulken bij elke stoot diep tot in haar ziel. Vleselijk, dokter, zo vreselijk vleselijk. Lee neukt haar onophoudelijk. Ze zucht en kreunt, ze ziet me even zitten, even, sporadisch, en laat zich nemen tot het hoog oplaaiend, banaal humorloos hoogtepunt.
Er is geen hoop, dokter, geen hoop dat ik vlees eet dat elke dag op mijn bord ligt. Zo netjes op tijd, je weet wel, op het uur waar ik verondersteld word honger te hebben. Mijn buik verkrampt, rekt zich uit als krakend rubber. Nee, dokter, ik eet het niet. Hoe de verplegers het ook naar binnen trachten te forceren. Ik kauw erop, tot het een egale grijze brij is. Ik spuug het in hun gezicht. Ik wrijf het over de muren, tot het er van eigen zwaarte afkabbelt. Lee raapt het op, smeert er Claire mee in. En ze doen het opnieuw. Onophoudelijk. Tergend traag, razend snel, tot alles davert en de bliksem inslaat op de spitsen van de omheining.
De buikpijn is nu ondraaglijk, dokter, als de bolketting die de darmen de aars uit trekt. Weldra zal mijn maag scheuren, dokter, schurend uiteenspatten in al de dimensies van het singuliere punt. En wat zal er te voorschijn komen, wat zal er de duisternis van mijn plaats innemen? Een smaakloze reïncarnatie. Terwijl ik voor de rest van mijn onsterfelijkheid val. Jij ziet dat niet, mijn beste dokter, ik wel, ik zie Lee mijn lichaam verlaten als de verplegers me de coma in spuiten.
Haar in mijn gezicht, het kriebelt in mijn neus. De geur van haar shampoo doet me afdwalen naar vroeger tijden. Vrolijker tijden. Nooit gedacht dat ik hier zou staan. Dat hadden we toch niet afgesproken?
Het was een zondagochtend in mei, ik herinner het me als de dag van gisteren, de stad wilde maar niet ontwaken, zo leek het. De kerkklokken van de Grote Kerk sloegen acht uur. Slechts het brons en het geblaf van een hond in de verte verstoorden de serene stilte. De kilte van een mooie dag in wording verwarmde mijn ziel. Met mijn handen diep in mijn zakken, het hoofd licht gebogen, liep ik door de anders zo drukke winkelstraat, op zoek naar niets. Aan het eind van de straat sloeg ik linksaf, de Kalvermarkt op. En daar zat ze. Daar zat jij.
Op een gehavend, maar nog duidelijk groen gekleurd houten bankje zat een jonge vrouw, een jaar of vijfentwintig schatte ik. Met de ogen gesloten en een boek op je schoot zat je daar ogenschijnlijk op niets en niemand te wachten. Een licht briesje bracht je haar in beweging en mij in vervoering. Het waterige zonnetje gaf jouw gezicht een schittering die ik tot dan toe slechts gezien had op verscheidene schilderijen van de grote meesters. Een engel zat op dat bankje.
Nu is de schittering uit je gezicht verdwenen, ook al schijnt de zon volop. De lamellen in de benauwde kamer staan half open, de wereld is volop in beweging, maar je ziet het niet. De flauwe glimlach op jouw vaalwitte gelaat en mijn hoop tegen beter weten in verraden enigszins waar jouw gedachten naar afdwalen. Naar het gehavende groene bankje, naar de zonsondergang op het strand van Zandvoort. De zandkorrels op je lichaam schitteren als diamanten in het laatste licht. Je lacht je witte tanden bloot en plaagt mij door onophoudelijk zachtjes in mijn rechteroor te blazen. Je weet dat ik daar niet tegen kan. Je weet half niet hoe erg ik dat mis.
‘Is er nog plek voor een zondagskind?’ vraag ik. Verschrikt kijk je op, alsof je ontwaakt uit een diepe droom. Wat ben je mooi! Niet bijzonder knap, maar anders mooi. Vanuit het niets verdrink ik in jouw helblauwe ogen die mij aanstaren met een blik vol liefde. ‘Als jij mij vertelt waarom ik hier zit en niet thuis in bed lig,’ antwoord je gevat. Enigszins uit evenwicht gebracht door jouw antwoord, schraap ik met veel moeite net voldoende moed bij elkaar: ‘Om te luisteren naar de stilte waar ik zo van houd.’
Met een wit gekleurd badstof doekje veeg ik wat speeksel uit je mondhoek. Mijn god, je was zo vrij, zo onafhankelijk en sterk! Nu ben je niets meer dan een hoopje mens, uitmuntend in hulpeloosheid. Ik voel hoe een traan traag langs mijn wang naar beneden glijdt. Het haar op jouw hoofd ruikt nog steeds hetzelfde. De herinnering. Ik kus je zachtjes op je voorhoofd. Het ga je goed, mijn liefste. De stekker glijdt langzaam uit mijn hand en valt met een doffe klap op de grond.
Het bowlingtoernooi dat ik al drie jaar op rij gewonnen heb, is begonnen aan de finales. Ik ben 17 en gooi voor het eerst in mijn leven over de 200. Ik had nog nooit eerder meer dan 184 gegooid. Ze staat al een half uur achter mijn baan. Ze heeft me al twee biertjes gebracht. Ze ziet er lekker uit.
Scoren. Dat doe ik. Mijn vriendin woont uit de buurt en is al vertrokken. Ze moet op tijd thuis zijn. Zo gaat dat op die leeftijd. Dat ik daaraan denk, komt door haar, achter die baan. Anders had ik het niet bedacht. Kansen moet je grijpen. En kansen moet je berekenen. Dus vandaar.
Ze moet nog naar dansles die avond. Mijn belofte om te komen kijken, wordt ontvangen met een lach. En gelijk heeft ze. Eerst zien, dan geloven. Maar ik weet al dat ze eraan zal moeten geloven. Hoop ik. Maar ik ben een winnaar. Dus ik ga ervoor. Want ook die prijs wil ik pakken.
Haar hele familie zit op dansles. Ze krijgt het voor elkaar dat ze niet in vaders Volvo hoeft te stappen. Ik breng haar naar huis. Terwijl we nog nazitten en haar ouders vertrokken zijn, bedenk ik me dat ik bezig ben met een perfect game. Ik kan net zo goed de volgende strike aankondigen. 'Wil je m’n ballen zien? Ik woon hier vlakbij.' Strrriiiiike! Ze gaat mee.
De perfect game wordt afgesloten met twee nabeurten. De perfecte score was een feit. Om de oliepatronen heb ik me niet druk gemaakt, als het loopt dan loopt het. Bij haar liep het. Alleen moest zij zelf nog rekenen, maar dat had te maken met de afloop van een periode of zo. Dat punt heb ik trouwens niet gemaakt.
Een jaar later doe ik mee aan hetzelfde toernooi. Voor het laatst hoor ik bij de junioren en ik verdedig mijn titel. De finales worden maar net bereikt. Het verloopt moeizaam. Maar ik zie scoringskansen. Achter de baan. Zij ziet ze ook en gaat. Als ik vraag waar ze heen gaat, zegt ze dat ze naar huis moet. Ze moet op tijd thuis zijn. De wedstrijd gaat verloren. Ik word vijfde. De fiets brengt me naar huis, er zit niemand achterop.
Aan sport doe ik nu, jaren later, nog steeds. Alleen bestaat in deze sport geen 'perfect game'. Scoren en winnen doe ik hier nog wel. Met de nodige fysieke inspanning. En ik vraag me af of dit komt door m’n leeftijd, of omdat dit niet mijn sport is. Vannacht heb ik nog over haar gedroomd. Een mooie lach bracht me een biertje toen ik over de 200 ging. Toen ik wakker werd, wilde ik weer gaan bowlen. Omdat ik moest douchen, had ik nog even bedenktijd.
...van die types die ontkennen dat de hele wereld het op hen heeft gemunt. Meewaaiend met alle natte winden maar altijd als laatste, kun je precies aan hem zien wat maanden geleden mode was. Pas als duimringen over de top zijn, zal hij een duimring aanschaffen. Op zijn verder accentloze hoofd siert een haardracht die nog het meest doet denken aan een puntdak, járen na David Beckham's introductie. Een bruin ribjasje met oranje balletjesoverhemd net nadat iedereen er mee liep. Hij heeft lekker gegeten als hij van anderen hoorde dat de DJ goed was. Zijn hoofd een beetje achterover, een slap weekmakend gebaar met zijn hangende en tuitende onderlip als hij begint te praten én de sigaret die hij rookt om mee te doen, nodigen nooit uit. Met de ogen op oninteressant, de hangende schouders en zijn lauwgeslagen bier in het glas, opteert hij elk willekeurig moment voor Wereldkampioen Sta In De Weg. Als hij met zelfbenoemde vrienden op stap is, verwacht hij dat zijn drankjes betaald worden omdat hij werkloos is. Vroeger een muurbloempje was hij op zijn twintigste nog steeds maagd. Als hij met vrouwen op stap is, zijn dat zonder uitzonderingen mentale onevenwichtigheden. Ooit werd hij genaaid door een escort die alleen op zijn geld uit was. Hij woont weer bij zijn vader en moeder nadat hij onsuccesvol een appartement heeft gehuurd in de grote stad maar na verloop van tijd niet meer kon betalen met zijn onvolwaardige inkomen. Zijn status als enig kind heeft bijgedragen aan de handicap dat hij altijd met zichzelf, zijn imago en zijn ego bezig is. Geslachtofferd door zijn omgeving verkeert hij permanent in de ontkennende fase.