huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Thursday, April 7, 2005

Jan Wolkers en kabouter Spillebeen

‘Dag Kabouter Spillebeen.’
‘Jawel, goedemiddag meneer Jan Wolkers.’ Een kortaf, streng stemmetje. ‘Hoe is het met u? Ik heb u enige tijd niet gezien.’
‘Ach,’ vervolgt de grijsaard met z’n gemoedelijke, rustige stem, ‘het is toch vreemd gesteld met de wereld daar op dat vasteland hoor, Kabouter Spillebeen, vreemd gesteld. Zo duurt een boekenweek er tien dagen en –’ ‘Boeken, boeken, ach die boeken, ik lees de natuur!’ Het stemmetje klinkt snauwend.
Jan Wolkers kijkt een moment aandachtig en spreekt: ‘De natuur, ja de natuur is mooi.’
Hij luistert naar z’n eigen woorden. ‘Ik bedoel, de vlierbessen staan er toch bijzonder goed bij dit jaar. Zo mooi en diep van kleur hè.’
‘Wat u zegt, meneer Jan Wolkers, wat u zegt! Ze zijn diep van kleur.’
Met z’n uitgestoken vingertje maakt de kabouter korte en venijnige handgebaartjes.
‘Maar is het u ook opgevallen, meneer Jan Wolkers, is het u ook opgevallen hoe strak ze zijn dit jaar?! Jawel, ze zijn diep van kleur maar ze zitten ook strak in hun vel! Ze zijn strak, lekker strak!’ Felle kabouterogen. ‘Strakke bessen!’
‘Ja, dit jaar hebben we echt bijzonder mooie vlierbessen.’
De oude man spreekt z’n woorden rustig en gewogen. In gedachten verzonken kijkt hij een moment in stilte voor zich.
‘Dat hebben de mensen op het vasteland toch niet zo hè, Kabouter Spillebeen, dat hebben ze daar niet zo. Ik bedoel niet alleen dat de mensen daar niet van die mooie vlierbessen hebben zoals wij die hier hebben –’ ‘Van die strakke bessen!’ ‘Inderdaad, maar ze hebben ook niet de tijd om ervan te genieten, als u begrijpt wat ik bedoel.’
‘Wat u zegt, meneer Jan Wolkers, wat u zegt.’ De stem van de kabouter beveelt: ‘De mensen moet leren genieten van de bessen!’
‘Nu moet u weten dat ik weer eens een kort werkje gemaakt heb laatst. Ach, het stelde eigenlijk niet zo veel voor, hoor. Nee, een kliedertje van nog geen honderd pagina’s. Wat oude ideetjes uit mijn inspiratiedoos samen als een verhaaltje –’ ‘Maar de mensen moeten ervan genieten!’ De kabouter kraamt het uit. ‘Genieten, meneer Jan Wolkers, genieten zoals wij hier!’
‘Weet u nu, kabouter Spillebeen, weet u nu waar ikzelf zo van genieten kan?’
Met alle tijd van de wereld kijkt de oude man de kabouter aan tot deze hierop reageert.
‘Nou, nou, meneer Jan Wolkers, nou, zegt u het eens, zegt u nu eens waarvan u zo genieten kunt.’
‘Nou, kabouter Spillebeen, ik geniet juist zo van de natuur hier.’
Een kort moment van rust.
‘Bijvoorbeeld, hier toch in dit losse zand hè, zie hier toch in dit losse zand de sporen van een eekhoorn. Van die vlijtige beestjes zijn dat hè, van die mooie vlijtige beestjes met zo’n sierlijke staart.’
‘Ja, die staart, precies wat u zegt, meneer Jan Wolkers, die staart!’ Vurige kabouterogen spreken. Z’n mondje verkrampt zich bijna terwijl hij verder snauwt: ‘Zo’n staart met zo’n krul erin hè, meneer Jan Wolkers, zo’n geile krul in zo’n staart van zo’n eekhoorn, hè. Zo’n hitsige staart! Oh ja, lekkere strakke bessen en van die geile staarten in de natuur!’
Trillend van spanning en nog met z’n wijsvingertje naschuddend staat de kabouter voor de oude schrijver.
Na even komt hij tot z’n zinnen en kijkt hij Jan Wolkers betrapt aan als hij zich realiseert hoe hij zich zojuist heeft laten gaan.
Dit moment van zwakte was niet publiekelijk bedoeld.
De grijsaard, echter, aanschouwt dit wonderbaarlijke kaboutertafereeltje als ware hij de rust zelve.
Een beetje ongemakkelijk schraapt het kleine mannetje z’n keel en begint stevig over z’n kruis te wrijven. Langzaam laat hij dit overgaan in een stoer en nonchalant krabben aan z’n zak.
Met een vragende en verwachtende blik op z’n gelaat kijkt hij Jan Wolkers aan.
Na een wat langer moment van stilte heft deze dan ook weer aan: ‘Kabouter Spillebeen, ach zegt u eens, hoe is het toch met mevrouw Spillebeen, hoe is het nu met haar?’
‘Ahh meneer Jan Wolkers, ach, dat is toch zowat hè…’
‘Oh?’
‘Ach ja, nog steeds een ontstoken endeldarm hè… ja, nee, dat is dus niks.’
‘Oh hoe vervelend nu.’ De oude man spreekt z’n woorden begripvol en welgemeend. ‘Hoe vervelend. Ja, want dan stel ik mij toch voor dat het anale verkeer er voor u niet meer in zit.’
‘Juist, juist, meneer Jan Wolkers, heel juist, dat hebt u zeer wel begrepen. Geen anaal verkeer meer met mevrouw Spillebeen!’ Het hoofdje van de kabouter begint rood aan te lopen. ‘En weet u nu, meneer Jan Wolkers, weet u nu wat het probleem is?’
‘Nou, zegt u eens.’
‘Kijk, meneer Jan Wolkers, kijk, als men zo lang getrouwd is als u en ik dat zijn, kijk, dan is de vrouw in kwestie ook niet meer de jongste hè, dan hebben we het over oude vrouwen. En wat krijgen oude vrouwen? Hè? Hè?… Juist, meneer Jan Wolkers! Juist, oude vrouwen krijgen een flubberkut! Een flubberkut! En daar kun je niet meer in neuken, meneer Jan Wolkers. In een flubberkut kun je niet neuken.’
Het vuurrode en heftig trillende kabouterhoofdje lijkt ieder moment te kunnen exploderen. ‘Dus, meneer Jan Wolkers, dus het is gewoon zo: Kabouter Spillebeen neukt niet meer!!!’
Het kleine mannetje is totaal in extase!
‘Een flubberkut… een flubberkut…’ Jan Wolkers laat de woorden nadenkend uit z’n mond rollen alsof hij ze in de lucht voor zich geschreven ziet. ‘Nee, wat u zegt, Kabouter Spillebeen, wat u zegt, en als dan ook het anale verkeer niet meer mogelijk is, dan kan er gewoon niet geneukt worden. Ach, en dat is toch wel erg vervelend. Ik bedoel, niet meer kunnen neuken is toch een jammere zaak.’
Een moment van stilte.
‘Ja, ik ken dat probleem wel hoor, Kabouter Spillebeen, dat probleem van die flubberkut. Mijn vrouw en ik zijn toch ook al een flinke poos samen.’
De grijze schrijver kijkt een beetje dromerig voor zich uit. ‘Maar gelukkig is het anale verkeer voor Karina en mij toch geen probleem.’
Weer een moment van rust.
‘Trouwens, ik moest maar weer eens gaan, denk ik zo. Ik moest maar weer eens kijken hoe het thuis is.’
Jan Wolkers staat op en klopt het zand van z’n kleren.
‘Hey, past u op met dat zand!’
Beschermend houdt de geërgerde kabouter z’n armen voor z’n gezicht.
‘Oh, sorry, Kabouter Spillebeen, mijn welgemeende excuses hoor. Oh, nee, ik was even verloren in gedachten.’
‘Ja ja!’
Op z’n gemak wandelt Jan Wolkers verder. Na een paar passen draait hij zich om.
‘Oh, en Kabouter Spillebeen, het duurt nog wel even hoor, maar past u straks in de herfst wel goed op?’
‘Hoe bedoelt u, meneer Jan Wolkers?’
‘Nou, ik bedoel, straks als het weer herfst is, Kabouter Spillebeen, die paddestoelen, u weet wel, rood met witte stippen, ik bedoel, past u dan wel goed op met het heen en weer wippen.’
‘KLOOTZAK!’

schreef Bart om 10:58 AM [link]

Wednesday, April 6, 2005

De koning is dood, lang leve de koning



schreef Hoof om 09:29 AM [link]

Tuesday, April 5, 2005

Apathie
Wanneer ik er de tijd maar eens voor had
zou ik reizen door vreemde streken
een onbekende stad doorzoeken
verre geuren opsnuiven,

Ik zou trekken door de hete woestijn
ik zou zeilen over de woeste zee
waden door rivieren en kalme beken
ik zou dat allemaal doen, maar nee

Liever blijf ik liggen op de bank
dat is echt geen apathie
al die landen zwart of blank
die zie je beter op Discovery

schreef T.M. Snokman om 11:01 AM [link]

Monday, April 4, 2005

Stresshormoon

Het gebouw ziet er normaal uit. Een van de vele gebouwen op het universiteitsterrein. Alleen het bordje aan de deur maakt duidelijk dat er een dierenlab zit. Binnen kun je het ook een beetje ruiken. Ik krijg drie mutsjes. Een voor op m’n hoofd, twee moeten er over de schoenen.

De bewaking belt mijn nieuwe vriendinnetje. Ik ken haar pas sinds gisteren. Ze vertelde over haar werk en ik had natuurlijk gelijk een mening. Vandaar dat ik hier nu sta. Het was toch allemaal anders dan ik dacht, volgens haar. Was ik ooit wel eens in zo’n lab geweest? Nou dan.

Ze is nog mooier dan in de kroeg, met haar witte jas en haar brilletje. Ik besloot ter plekke dat ik de komende tijd vóór dierproeven zou zijn. De rondleiding begint bij de honden. Honderden beagles bij elkaar gepakt en gestapeld. Ik krijg oordoppen, vanwege het geblaf. De beestjes staan me vrolijk kwispelend aan te kijken. Een paar deuren verder zitten de primaten. Voornamelijk chimpansees. De opstelling waar ik naar mag kijken is een groep, individueel in hokken opgesloten, en allemaal hebben ze kale plekken op het hoofd waar dopjes en buisjes uit steken. Iets met medicijnen en gedrag, geloof ik.

Verder zie ik konijnen, muizen en muggen. Van de afdeling muggen wil ik snel weg. Ondanks het glas en de gordijnen vind ik malaria te eng klinken om langer te blijven. Verder nog een stal met varkens. Ik krijg een hele verhandeling over de overeenkomsten tussen mensen en varkens, vooral over organen en de plaats die de organen in het lichaam hebben. En dat varkens daarom zo handig zijn om er aankomende chirurgen op los te laten.

Voorzichtig informeer ik naar het onderzoek waar ze mee bezig is. Mijn belangstelling voor de dierentuin is nu wel aan het afnemen. Ik kwam voor haar tenslotte. We gaan naar haar werkplek. Er staan duizenden ratten in kooitjes te krioelen. Ze laat zien hoe de beestjes ‘gecodeerd’ worden en knipt met een soort nagelschaartje wat teentjes van de poten. De rat gaat terug in de kooi en er wordt een sticker met een nummer op de kooi geplakt.

Ze vertelt dat ze de meeste tijd kwijt is aan de dierverzorging zelf. De handelingen voor het feitelijke onderzoek nemen de minste tijd in beslag. Haar huidige project gaat over stresshormoon. Ze moeten rattenhersenen met en zonder stresshormoon hebben voor het onderzoek. Om hersenen te krijgen met geen of weinig stresshormoon worden de geselecteerde diertjes in een apart verblijf gestopt. Ze mogen geen prikkels van buitenaf krijgen. In het verblijf is het donker en stil. Na verloop van tijd wordt er op een knop gedrukt. Zodra een stressvrije rat z’n kop in het gat voor voedsel stopt, wordt hij volautomatisch onthoofd. Waar groene lampjes branden is het klusje geklaard en kan zij ze eruit halen. Het verwijderen van de hersenen uit de schedeltjes is het vervelendste klusje, volgens haar.

Mijn belangstelling voor haar werk neemt na deze uitleg behoorlijk af. Ik focus me op haar vormen. ‘Die witte jas staat je goed,’ probeer ik. Ze trekt het blauwe mutsje van m’n hoofd. ‘Jij ziet er beter uit zonder dat ding.’ De herinnering aan gisteravond komt weer boven en ik pak haar beet. Een paar minuten later ligt de witte jas onder mijn spijkerbroek op de stoel. De bril op tafel.

Na een paar heftige minuten voel ik dat mijn onderzoek toe is aan de conclusie. Ik verzet mijn gedachten. Ze geniet hoorbaar, maar het lijkt er nog niet op dat ze ook zover is. Terwijl ik doorga, kijk ik naar links. Er springt een lampje op groen. Het helpt. Eventjes.

Er lijkt geen eind aan te komen. Telkens als het me te veel dreigt te worden, kijk ik wat rond. De klok is al weer zes minuten verder. Het uitzicht op een doosje met uitgeholde rattenkopjes werkt ook al nauwelijks meer. Mijn aanstalten om een keer een andere positie aan te nemen, worden genegeerd. Ze gaat lekker en wil nog wel even doorgaan. Dan stop ik een vinger in een rattenkopje. Ze doet haar ogen even open en ziet wat ik aan het doen ben. Van schrik trek ik snel mijn hand weg, maar het hoofdje blijft even aan de vinger hangen. Ze verstijft en verkrampt van schrik. Het hoofdje valt rakelings langs haar gezicht op de grond. Ze gilt ingehouden. Het verkrampen, het gilletje, het wordt me te veel en ik stort mijn lading. Haar geschok is ook niet alleen maar van de schrik. Ze sluit nog even haar ogen en zachtjes bijt ze op haar onderlip.

Nou ja zeg. Ik weet even niet wat ik moet denken. Ze lijkt kwaad, maar ze lacht ook. ‘Smeerlap!’ roept ze terwijl ik een rake klap van haar vlakke hand op mijn gezicht voel landen. Misschien is ze wel het meest van zichzelf geschrokken.

schreef Lennard om 10:02 AM [link]

Sunday, April 3, 2005

Types - De Rekenaar

...van die types die sneller rekenen. Met zijn 1.77 meter en extreme IQ lijkt hij op NASA's Golden Boy. Slank en niet te groot past hij in elke testcabine. Hij schrijft rapporten over het bestaan van een basis op de maan. De enkele amateur raketbouwclubs die het land rijk is, hebben hem allemaal als erelid. Hij is op de hoogte van veel nieuws direct uit de bron. Meermaals vormt hij de bron. In zijn auto en op de wc zijn rode telefoons geïnstalleerd voor de echte noodgevallen. Als er onverwacht bezoek komt, sluit hij zijn computerscherm af. Zijn delicate theoriën verdragen niet teveel daglicht. Als hij getriggerd wordt, kan hij niet meer stoppen met praten over het teletransporting molucule en hoe zijn hydrofonische geo stationaire satellietproject er morgen bijstaat. Zijn bijzondere neurologische oorzaak werd vroegtijdig opgemerkt. Voor hem vanzelfsprekende combinaties van waarnemingen verbluften de omgeving. Hij berekent het einde van de wereld zoals wij deze kennen. Hij berekent dat hij valt onder protocol 65564589b en dat conformatie daarvan kan leiden tot een verhoogde electrische spanning in zijn hoofd en lichaam die protocol 65564589b kunnen afsluiten en dat zijn hoofd dan ontploft. Hij weet dat hij de enige is die ervaart dat zijn omgeving anders is. Diep in zijn hart wil hij bloemen plukken en vissen met vrienden en misschien een meisje kussen, maar als buurkinderen met kinderpostzegels langs de deur komen moet hij huilen. Hij heeft de onschuld in hun ogen berekend.

schreef Kiers om 12:46 PM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)