huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Wednesday, March 23, 2005

Mortuarium-medewerkers gezocht

‘Mortuarium-medewerkers gezocht, voor schoonmaak- en opruimactiviteiten’, luidt de advertentie op de ietwat vreemde webpagina van het Academisch Medisch Centrum. Ik kijk gebiologeerd naar de vereisten en vraag me af of ik contact op zal nemen. In gedachten zie ik mezelf in een hermetisch afgesloten pak de menselijke resten van een obductietafel vegen. ‘Gatver, je gaat toch niet reageren op die advertentie! Wat een luguber bijbaantje zeg!’ klinkt de lichtelijk verontwaardigde stem van mijn moeder, die mij weer uit mijn dagdromen laat ontwaken. De woorden vervagen nog voor ik erover na kan denken, mijn interesse voor de dood is altijd aanwezig geweest en steekt nu wederom de kop op. Snel typ ik een e-mail en voeg mijn cv bij, ik aarzel even voor ik op de knop ‘verzend’ druk, maar dit gevoel van twijfel ebt al gauw weg bij de gedachte aan de ontastbare wereld van de doden.

‘Er is post voor je.’ Ik hoor mijn moeder in de gang rommelen en post sorteren. Nieuwsgierig loop ik richting gang. Daar ligt hij inderdaad, de brief van het AMC. Ik raap hem op en loop naar mijn kamer. ‘Ik hoop dat ze me willen hebben’, spookt het door mijn hoofd. Eenmaal boven aangekomen open ik de envelop, langzaam haal ik de lange brief te voorschijn en lees hem aandachtig.

Ik kan niet geloven dat ik meteen al mag komen, blijkbaar is dit werk niet zo populair. Terwijl ik op mijn gemak met de fiets naar het AMC peddel, schieten er vele gedachten door mijn hoofd. Ik kijk om me heen, de bomen die heen en weer wiegen in de wind lijken plots op gezichtloze lichamen die onverstoorbaar met elkaar in gesprek zijn. Ik denk aan de onuitwisbare indrukken die mij waarschijnlijk zo ten deel zullen vallen. De overledenen, soms kinderen, soms ouderen, zieken, vroeggeborenen. Terwijl ik me laat meevoeren met de stroom van mijn onophoudelijke voorstellingen van wat er komen gaat, zie ik ineens dat ik er al ben, en dat ik nog maar enkele meters verwijderd ben van hetgeen mij de afgelopen dagen zo heeft beziggehouden. Ik loop naar binnen en laat mij leiden door de bordjes die met zwarte letters ‘Mortuarium’ weergeven. Het is niet moeilijk te vinden en ik kom dan ook gauw bij een kantoor waar ik verwacht degene te treffen die mij de uitnodiging heeft gestuurd. ‘Klop, klop’. Een brede man met lang zwart haar opent de deur.
‘Wat kan ik voor u betekenen?’
‘Ik kom voor de vacature van mortuarium-medewerker,’ antwoord ik terwijl ik de man nauwkeurig in me opneem.
Na een kort gesprek over de vereisten en allerlei papieren rompslomp verzoekt de man, die zichzelf ‘mortuariumbeheerder’ noemt, mij al om mee te gaan voor een kleine introductie in de werkzaamheden.
‘Weet je zeker dat je stevig genoeg in je schoenen staat’? vraagt hij me nog even terwijl we voor een grote zilveren deur staan.
‘Maakt u zich daar maar geen zorgen om,’ zeg ik met een houding vol zelfvertrouwen. Langzaam gaat de deur open. Ik word direct overspoeld door een weeïge geur die mijn zintuigen prikkelt en die bij mij een klein gevoel van euforie teweegbrengt. Ik volg de man en kijk tegelijkertijd om mij heen naar alle obductietafels. Op sommige tafels ligt nog wat bloed en vloeistof, de kleur ervan verraadt de korte tijd dat het er ligt.
‘Jij zal deze tafels en vloeren schoonmaken, we hebben hier speciale desinfecterende midden die je zult gebruiken,’ zegt de man die zich eerder heeft voorgesteld als Marnix, terwijl hij naar een kast vol chemische middeltjes wijst. Ik krijg van Marnix een pak en rubberen laarzen in mijn handen gedrukt. ‘Heb je vanmiddag wat te doen?’ Hij loopt naar een gele deur aan de andere kant van de ruimte.
‘Euhh nee, eigenlijk niet,’ antwoord ik terwijl ik de man volg naar de deur.
‘Zou je denk je al een uurtje of twee kunnen werken, bij wijze van kennismaking zeg maar?’ Hij steekt een sleutel in het slot van de gele deur.
‘Ja, geen probleem. Wat zit er achter die deur?’ Ik probeer over Marnix heen te kijken die inmiddels de deur geopend heeft.
‘Hier worden de lichamen bewaard, jij zal hier alleen de vloeren hoeven doen, je mag als je het niet eng vindt ook de tanks schoonmaken. Hier is een sleutelbos voor de deuren, je krijgt nu even de mijne mee, ik laat zo snel mogelijk nieuwe bij maken. Denk je dat je genoeg weet om te beginnen? Vind je het erg als ik je alleen laat?’
Marnix geeft mij de sleutels en maakt al weer aanstalten om te vertrekken. Ik gebaar hem dat het goed is en hijs me in het pak en de laarzen. Als Marnix de ruimte verlaat en de deur achter zich dichttrekt, neem ik even de tijd om alles in me op te nemen. Ik word bedwelmd door de typerende geur van balsemspray en steriele materialen. De gele deur lijkt mij te roepen steeds als ik ernaar kijk en het duurt ook niet lang voordat ik mezelf betrap dat ik de sleutel al in het slot gestoken heb. Ik open de deur en word overvallen door een intense nieuwsgierigheid naar de wereld die tot voor kort alleen nog tot mijn verbeelding behoorde. De ruimte is helder door het sterke tl-licht. Achterin staat een grote tank. Ik zie bruine vlekken deinen in de vloeistof. Het duurt even voor ik besef dat ik oog in oog sta met een tank vol lichamen. Aan de linkerkant van de ruimte is een muur vol diepe lades met lichamen die liggen te wachten om onderzocht te worden. De data op de laden verduidelijken het verschil tussen de tank en de ladenmuur, de laden zijn voorzien van de pas overledenen die onderzocht en daarna begraven of gecremeerd zullen worden, de tank lijkt gevuld met lichamen die er al jaren, misschien wel decennia drijven. Zonder al te lang na te denken over de functie van de al jaren geconserveerde lichamen loop ik naar de tank. Bruine gestalten liggen met zijn twintigen, misschien wel dertigen tegen elkaar aan en bewegen langzaam heen en weer door de onophoudelijke stroom van gefilterde vloeistof die in en uit de tank stroomt. Ik zie een man, hij is opgezwollen net als de rest, maar toch zijn zijn karakteristieke uiterlijkheden niet volledig onherkenbaar. De man is breed en zijn vormen verraden zijn sportieve verleden. Ik vraag me af hoe zijn leven eruit heeft gezien. Vreemd genoeg voel ik mij veilig en geborgen terwijl ik hier omringd ben door tientallen mensen wier leven op verscheidene manieren aan een eind is gekomen. Mijn oog valt op het lichaam van een vrouw, dat ondanks de onnatuurlijke bruine kleur van de huid een beeld geeft vol emotie, levendigheid, en vooral bezieling. Haar gezicht straalt angst uit – misschien is angst niet het goede woord, onvrede, dat is het meer. Ze is jong, misschien pas vijfentwintig. Op haar buik strekt zich een litteken uit. Zou ze zwanger zijn geweest? Ik zak weg in gedachten. Ik zie de vrouw, ze draagt inderdaad een dikke buik. Haar man, hij slaat haar. De vrouw ligt in bed te huilen, er ligt bloed op haar laken. Ze wrijft over haar buik die beschutting geeft aan een kind van minstens zeven maanden. Ik krijg een gevoel van medelijden, ik wil naar de vrouw toe, haar troosten.. Zou ze een miskraam hebben gehad? Is het kind in gevaar? Een breed scala aan gevoelens overmant mij. Ik ren naar de vrouw en neem haar in mijn armen. Mijn hoofd lijkt te exploderen door de smart en pijn die ik via haar warme lichaam lijk te voelen. Stilte…

Mevrouw Van Daal veegt de traan weg die over haar wang rolt, emotie overmant haar elke keer dat zij naar haar dochter kijkt. Het kasplantje dat nu in een rolstoel voor het raam zit, heeft geen enkele overeenkomst meer met de sprankelende persoonlijkheid van vroeger. Het doet haar pijn ernaar te kijken, maar nog erger is de pijn die van haar dochters gezicht afstraalt, de ogen die iets lijken te willen zeggen, maar toch een leegte weergeven die niet te doorgronden is. Elke dag die aanblik van dat kunstmatig levende lichaam. ‘Lief kind van me, je bent dood nog beter af,’ mompelt mevrouw Van Daal terwijl zij een kussen pakt. Mevrouw Van Daal drukt het kussen voorzichtig over het hoofd van haar dochter. Even lijkt haar blik te veranderen, pure angst… Mevrouw Van Daal huilt en houdt het kussen stevig tegen het gezicht, het lichaam verslapt in haar armen. Die blik… Ze laat het kussen los en kijkt verschrikt naar het levenloze lichaam van haar dochter, de bolling onder de trui valt haar nu pas op..

schreef KellyS om 06:48 AM [link]

Monday, March 21, 2005

mijn velden

soms is het zomer
dan vliegt de zwaluw
laag over wuivende korenaren
een das soest
smakt
droomt tevreden over de
zachte droge aarde
het glinsterende veen
en de rivier
traag stromend door mijn velden

schreef bewegende om 10:47 AM [link]

Sunday, March 20, 2005

Types - De Oudere Jongerenhomo

...van die types met een hang naar jeugd. Nèt even over de veertig maar een fantastisch lichaam door veel sportschool en een mooi gezicht. Hij weet dat hij een vriendelijke glimlach heeft en maakt daar gebruik van. Intens blauwe ogen van moeder natuur gekregen. Hij is er trots op. Trendy kleding en in de zomer zonder sokken in zijn schoenen. Hij rijdt een mooie sportieve cabriolet en heeft een bijzondere baan. Vroeger gebruikte hij designer drugs en was een graag geziene gast in de gay clubbing scene. Hij heeft veel vrienden maar ook veel échte vrienden. Charmeur is zijn middle name. Vriendelijk, begripvol, uiterst grappig, een goed spreker maar ook een goed luisteraar. Met zijn fijne aftershave, gladgeschoren huid en een zachte crême voel je je snel op je gemak als hij dicht naast je zit. Hij heeft werkelijke aspiraties deze wereld een betere te maken. De wereld iets te geven. Hij voelt zich aangetrokken tot 'cute boys' van veel jonger. Hij vindt de jongens prachtig tussen 15 en 25. Met name dichter bij 15 dan bij 25. Zo werd hij ontknaapt toen hij 15 was. Ingewijd in de herenliefde door een knappe oudere man. Zo wil hij ook ontknapen. Zo wil hij zich voortplanten.

schreef Kiers om 01:52 PM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)