huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Monday, March 15, 2004

De ontmoeting

Het is warm. Mijn haren plakken op mijn hoofd. De warmte maakt ze vezelig. Mijn witte overhemd is grauw van het zand dat opstuift wanneer me, alweer, een oude platte truck passeert. Ik zie de zon langs verlaten gebouwen likken. Eenzame gebouwen die de schaduwen uitsmeren over het gescheurde asfalt. Schaduwen waar zwerfhonden voor dood liggen. Net als de lokale bewoners, de zon mijdend wanneer het kan.

Verdoofd door lange arbeidzame jaren loop ik langs de dorre bomen aan de hoofdstraat van het dorp. Ik knijp de ogen tot spleetjes. Hier zou het ergens moeten zijn. De pomp, een koetshuis buiten dienst, precies zoals Paco, mijn 'intelligence' in Rio, beschreef. Ik ben er nu dichtbij. Ik ben er ècht dichtbij. Dit zal niemand geloven, ik duw het minuscule digicameraatje nog dieper in de zak van mijn broek. Mijn ogen spieden naar een schaduwrijke plek om even te rusten.

Op een bank langs de weg neem ik plaats. Naast een doezelende grijsaard. Uit een papieren zak haal ik een droge homp brood en een flesje water. Een kraaiachtige aan mijn voeten lonkt er naar.
Op een berghelling heeft de overlevering een dorp geplakt. Grijsbeton en fletsrode pannendaken die zich niets van de zingende krekels hier in het dal lijken aan te trekken. Hij, die ik wilde en wil dienen, is nabij.

Net als de man naast me sluit ik mijn ogen. Ik denk aan mijn vader. Mijn vader, loodgieter in Amsterdam's onrustiger jaren, heeft ooit een porceleinen toiletpot bij de grote Harry Mulisch verwijderd. Harry wilde deze intact houden. Mijn vader had deze al in gruzelementen geslagen.
Ik ben nog elke dag trots op mijn vader.

En mijn moeder. Op en top vrouw, de ideale moeder en echtgenote totdat medisch deskundigen haar baarmoeder eruit sneden.
'Alsof je elke morgen bij het opstaan met je eigen leeggelepelde 'ik' geconfronteerd wordt'.
Ze is nu 74 of 75. Ik heb haar al jaren niet gezien.

Twee jongens met vuile gezichten jagen een zwerfhond op. Ze lachen in een taal die ik geacht word te begrijpen. Veertien jaar ben ik bezig. Vandaag volgt een belangrijke ontknoping. Het begin van alles dat anders wordt. Antwoorden op vragen. Vraagstukken, vergelding, berusting. Ze zullen de revue passeren. Waarom doe ik dit?

De middagzon kleurt de horizon welke aan de einder trilt. Het leven maakt goede sier met dagen als deze. Ik waan me een moment weer bij jou, mijn ander aanvankelijk streven. Ik denk aan de deukjes die mijn vingers in jouw wang maken wanneer ik je gave gezicht aanraak. Stille bewondering voor de blozende schoonheid die je zelf verlegen wegwuift. Martha, waar zou je nu zijn?

Ik denk aan de geurige thee die mijn moeder voor ons maakte als we uit school kwamen, of na een lange fietstocht, samen eieren rapen bij de boer, vuurstenen verzamelen langs de spoorbaan. Martha, zou ze dat nog weten? De spoorbaanactiviteiten op lagere leeftijd zal ze in ieder geval niet vergeten zijn. Hoe wij het ontdekt hebben, uitvonden... Martha's mooie borstjes, iets te klein vond ik maar ze mochten gezien worden. Hoe haar laatste woorden pijn deden. Tot de nooit uitgesproken zinnen die nog lang bleven nagalmen in mijn verdrietig hoofd. Onze ruzies...
Berouw komt na de zonde.

De eerste dagen van mijn reis verliepen in een soort van zenuwachtige roes. Naarmate de weken, maanden en jaren verstrijken en het doel naderbij komt, overompelt mij een onbestemd gevoel. Als een kind dat ouder en ouder wordt. De aanvankelijke spanning verglijdt in een gevoel van bange onzekerheid. Het doel vervaagt, de missie die al geen missie meer is.

Ik sta op en loop met nonchalance, handen in de zakken, oogleden half gesloten en de mond zonder uitdrukking, richting het open veld waar de boerderij waar ik moet zijn, gebouwd is. Draai je om, zon. Laat mij lopen zonder dat jij mijn schouders en mijn voorhoofd schroeit. Laat mij stappen zetten zonder dat mijn voeten in mijn schoenen schuren van het plakkende zweet.

Koortsdromen. Mijn hele leven lang heb ik moeite met temperatuuromschakelingen. Noem je dat zo?
's Nachts koelt het hier nogal af. En dat maakt dat steekvaardige insecten schuilen in de kieren van woningen, onder haar lemen daken en tussen de struiken waar ik de laatste weken bij gebrek aan gastvrijheid mijn nachtrust zeker tracht te stellen.

De man die ik straks hoop te ontmoeten is al oud, zelfs veel ouder dan ik. Zijn reputatie vernam ik uit de boeken, de documentaires, de overlevering. Elk kent zijn gezicht, zijn daden. De geschiedschrijvers zijn het niet altijd eens geweest, maar het grote meerendeel ontkent de theorie. De theorie die ik op het punt sta te ontrafelen.

Lezer, u herkent het wel, in concentratie valt het niet zo zwaar om uzelf buiten de realiteit te plaatsen. Vermoedelijk heeft u ook wel eens geprobeerd naar uzelf te kijken als was u uit uw eigen lichaam getreden. Doe het eens. Sluit de ogen en zie u zelf, gespiegeld zoals u uw spiegelbeeld kent. Links is rechts en vice versa.
Ja zo.
Zo ervaar ik me nu ook. Lopend in de richting van de boerderij. Niet zoals u, heden geconcentreerd en uw eigen ik aanschouwend, maar lopend in de richting van geschreven historie. Ik ontrafel wat slechts een enkeling weet. Weten ze het wel?

Een voorbeeld voor weinigen, zo smaakt mijn nuchter besef. Ik, als bewonderaar van zijn werk, heb veel gegeven om hem te ontmoeten. Altijd geofferd zonder garantie mijn doel te bereiken, maar hier ben ik. Waar velen faalden of opgaven zonder door het doffe licht der overtuiging te zijn beschenen, zette ik door.

Ik sta stil voor de boerderij. De zingende krekels van eerder zwijgen nu oorverdovend. Geen vogel vliegt over. Ik draag besef van de moeite die het me kost het nu pas duidelijke doel van mijn leven scherp te stellen. In slowmotion loop ik over het pad. In de richting van de zware houten voordeur. Bij het ontbreken van een deurbel, bonk ik met mijn rechtervuist drie maal.

Bonk-bonk-bonk.

Wat moet ik verwachten. Net als een ieder ken ik zijn verloren beeltenis. Zwarte haren in een scheiding.
Kenmerkende snor. Arrogant toegeknepen oogleden. Een mythe uit het verleden. Denkt men tot vandaag. Morgen?

Een jonge vrouw doet open. Ik schat haar vijf-en-twintig jaren. Ze heeft lang sluik haar. Zwart en verzorgd. Ze slaat haar ogen neer, weet blijkbaar waarvoor ik kom. Ze moet me herkennen, een Europeaan. Ze draait zich om en ik loop achter haar aan.

De gang verraadt niets van het verleden van de man met wie ik een eenzijdige afspraak heb. Bukkend onder een lage deur, loop ik linksom. Ik zie de vrouw die opendeed. Een jonge vrouw die hem verzorgt, die met haar slanke handen zijn voeten wast, zijn nagels knipt. Is ze zijn vrouw? Zijn dochter? Kleindochter?

'U heeft ver moeten reizen. En nog langer moeten zoeken. Het is de tijd.'

Hij kijkt me niet aan, maar weet blijkbaar wie ik ben en wat ik kom doen. Even worstel ik met meelij. Zie hem daar zitten. Aan een kleine ronde tafel. De tengere zwartharige vrouw aan zijn linkervoet, de rechter in een tijl.

Achter in de kamer staat een piano niets te doen.

Was ik niet liever pianist geweest zodat ik het juk van elke dag van mij af kon spelen, mijn vingers over de toetsen kon laten lopen in een ontdekkingstocht naar harmonie en laten gissen naar klanken van emotie? Ik heb het laten varen.

Ieder moet de man herkennen. Zijn belangrijkste kenmerk is nog immer aanwezig. Hij wilde gevonden worden, dat was het eerste wat in mij opkwam. Hier zit hij dan. Hij die grote massa's aanspoorde tot zuivering. Daar zit op de hoek, het antwoord op oneindig veel vragen.

'Ik heb u eindelijk gevonden, Führer', fluister ik.
Hij hoort het nog wel, maar reageert niet.

De vrouw aan zijn voeten staat op en kust zijn voorhoofd.
En hij glimlacht.

schreef bicat om 11:14 PM [link]

Scheur

ik zie een scheur in mijn plafond
maar dat is niet erg
want over 50 jaar
stijgt de zeespiegel
en is de scheur in mijn plafond
door de eeuwige zeebeweging
onzichtbaar weggeplamuurd

wel zo goed voor de huisbaas

schreef Kiers om 04:28 PM [link]

Lof en preis

Je woorden vullen mijn hoofd
Als puur gif bewolken ze mijn gedachten
Jouw spinsels vinden digitaal papier
Ik brand mijn vingers als ik een blad omsla

Toch blijf ik vragen om meer
Om voorbij de grens te voelen
Want waar golven sterven
Is surfen het leukst

Zou ik ooit een fruitmand mogen geven
Dan is hij voor jouw geest

schreef Lennard om 09:48 AM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)