huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Saturday, March 13, 2004

Een redelijke missie

U moet weten, ik ben een redelijk denkend mens. Van jongs af aan ben ik altijd meer bemiddelaar dan strijder geweest. Toen ik nog in de onderbouw zat had ik ook bijna nooit ruzie met medeklasgenoten. Waar ik ook naar school ging. Niet dat ik gepest werd; ik had een meer dan fysiek aanwezig postuur, en met gymnastiek kon ik mij zelfs aan de gemiddelde sporter meten; ik was zeker geen achterblijver met gymnastiek. Maar ik hield niet zo van die geldingsdrang en competitie. Conflicten waren aan mij niet besteed. Niet dat ik ze niet aan durfde te gaan, maar ik ben meer iemand die een zeker harmoniemodel en redelijkheid prefereert. Onze ouders gelukkig getrouwd, middenstanders, weliswaar niet zonder problemen, maar een redelijk stabiel en proper gezin, zoals u weet. Een goede basis voor mijn succesvolle loopbaan binnen het juridisch etablissement. Zeker als vrouw, waarbij ik opmerk dat mijn fysieke postuur hier zeker niet toe bijgedragen heeft. Nee. Het is puur een intellectuele overwinning. De enige overwinning trouwens die ik waardeer in het kader van mijn afwezige competitie en geldingsdrang.

Soms heb ik vanuit mijn christelijke overtuiging wel eens moeite om die redelijkheid niet ten koste van mijn eigen persoon te laten gaan. Als mijn oudere broer weer misère uit had gehaald probeerde ik het in den minne te schikken met de gedupeerden. Ik zou het toch niet plezant vinden als onze ouders erachter kwamen dat hij zo’n slecht karakter had. Die hadden hun eigen problemen. Maargoed, ware aard verloochent zich niet. Om niet te zeggen hoe frustrerend dit was voor mij; het is dan ook een van die kenmerkende effecten van het gevolg dat ik meer een type ben voor mediator dan agent.

Zelf ben ik ook gelukkig getrouwd. Twee kinderen, in lagere school leeftijd. Juweeltjes. Vermag ik u het gedicht van Vasalis delen?

Als grote bloemen komen zij uit ’t blauwe duister.
Onder de frisheid van de avondlucht
Waarmee hun haren en hun wangen
Licht zijn omhangen,
zijn zij zo warm. Gevangen
door ’t sterke klemmen van hun zachte armen,
zie ik de volle schaduwloze liefde
die op de bodem van hun diep doorzichtig blauwe ogen leeft.
Nog onvermengd met menselijk erbarmen
Dat later komt – en redenen en grenzen heeft


Ja, dat raakt hè? Dank voor de zakdoek. Ja. Da’s beter zo.

Zoiets voel ik dus voor mijn schatjes. 8 en 6 jaar. En zo open van geest. En zo kwetsbaar. Helemaal niet zoals ik me mijn jeugd herinner. Dat was pure onderdrukking. Represaille. Ik kan er nog kwaad om worden, maar ik begrijp het nu wel beter. De maatschappelijke context was natuurlijk heel anders dan nu. Een veel sterker en hoger moraal besef, beste. Dat heb ik wel van mijn ouders meegekregen. In tegenstelling tot mijn broeder. Dat is echter anders gelopen. Maar daar hebben we het later nog over.

Die sterke en hoge moraal, de instelling van meer mediator dan politie-agent –ja, ik had wel agent willen worden, maar de test gaf aan dat mijn persoonlijkheid “te sterk” was- hebben mij de titel van meester in de rechten opgeleverd. Mijn broeder, dat is echter anders gelopen. Represaille is een belangrijke rol in zijn leven gaan spelen. Altijd zocht hij de strijd met minder weerbaren. Steeds harder werd zijn machtsspel.

En steeds harder en sterker werd mijn moraal jegens zijn machtsspellen. Meerdere malen heb ik vanuit onze gemeenschappelijke zowel christelijke als middenstand achtergrond getracht vanuit mijn professie als niet al te grote maar wel goede jurist mijn broeder terecht te wijzen. Hoezeer had ik niet de neiging om meer politioneel dan justitieel op te treden. Hier heb ik in mijn loopbaan zelfs een grote kans gemist door hem maatschappelijk en publiek terecht te willen wijzen. Belangenverstrengeling noemden ze dat bij de Raad van Tucht. Maar ik ben een redelijk mens. Ik accepteer de consequenties van mijn handelen, zoals zij dat oplegden,

Tegenwoordig serveer ik als gerechtsdienaar. Alhoewel ik de mediation en belangenafweging als meester in de rechten mis, heb ik hier wel meer binding met het andere, meer politionele deel van mijn persoonlijkheid. Als redelijk mens kon ik mijn leven opnieuw inrichten, zonder het mijn broeder het kwalijk te nemen. Het recalcitrante gedrag van mijn broeder daarentegen deed bij mij echter altijd weer die oude frustratie terugkomen. Als ik er weer aan denk voel ik alle redelijkheid uit mij wegvloeien. Vermag ik een pauze in deze sessie om bij zinnen te komen? Het raakt mij persoonlijk zeer, begrijpt u?


Dank u voor dit intermezzo. Waar was ik? O ja, mijn broeder: op de een of andere manier merkte ik dus dat ik overwicht had. En daar liet ik het bij. Met de loop der jaren sprak ik hem trouwens minder. Ik trouwde met mijn man, en conform de normen en waarden waarin ik ben opgegroeid had ik zijn achternaam volledig overgenomen. Ik zei u toch hoe redelijk ik ben? Mijn man en ik kregen kinderen. Mijn broer en zijn vrouw bleven kinderloos. Gelukkig maar. Want als vrouw werd ik ook gevoeliger voor menselijke signalen, en zijn nonverbale expressie straalde een en al represaille en machtspotentie uit. Na nog enige jaren kwam ik er via vrienden in justitiële kring achter hoezeer hij toegegeven had aan zijn repressieve driften.

Excuseer mij even voor het tijdig nemen van mijn medicijnen. Zij zullen mij ook helpen om u de finale van dit relaas te ontknopen.

In de eerste instantie heb ik dus als broeder en als familie afstand van onze relatie gedaan. Deels uit zelfbescherming, deels uit medeleven met de ouders van de nabestaanden. Toen ik door mijn juridische relaties meer en meer werd ingelicht over de praktijken van mijn broeder veranderde mijn medeleven en zelfbescherming in gevoelens waar ik mij nu voor schaam. Na zijn arrestatie duurde het lang om zijn proces voor te bereiden. Mijn kinderen hadden toen bijna de leeftijd van zijn slachtoffers. Het hadden mijn kinderen kunnen zijn. Ik had steeds meer en meer te doen met de nabestaanden. Ik probeerde me de laatste dagen en vooral laatste dag en uren van de slachtoffertjes voor te stellen. Gek werd ik van de tweespalt: de stigmatiserende redelijkheid sloopte mij. Ah, gelukkig. Ik voel de medicijnen reeds werken. Ik zal u deelgenoot maken in mijn redelijkheid.

Naarmate het proces dichterbij kwam, het netwerk duidelijker werd en de nachten meer en meer slapeloos werden ontrolde zich in het nachtelijk en slapeloze duister het moederscenario aller redelijkheden aan mij. Mijn enige rechtvaardiging voor mijn daad was dan ook redelijkheid en erbarmen. Redelijkheid, omdat ik door mijn oude rechterlijke netwerk toegang tot rechtspraakbronnen al wist dat mijn broeder schuldig was. Erbarmen om rechtvaardiging van het niet verwerkte en eeuwige leed van de nabestaanden.

Men spreekt wel eens van een “doorbraak”. Zo voelde het ook. Waar altijd het harmoniemodel heeft geprevaleerd kwam nu de strijder in mij boven. Toegegeven. U kunt het ook uitleggen als redelijkheid die weer ten koste van mijzelf ging. Anyway: Het was mijn fout om niet aan te geven dat ik als gerechtsdienaar zijn zus was. De dienstdoende beveiligingsbeambte immers na kunnen gaan. De beveiliging was toch zo lek als een mandje. Die cipier had bijvoorbeeld ook kunnen melden dat hij voor mij werkte. Evenals dat al mijn kennissen van mijn justitiële netwerk dit wisten. Achteraf zal het wel een parlementair onderzoek opleveren, maar dit zal mij niet meer deren.

Op 27 maart 2004, de geboortedag van onze oudste dochter en de dag van de uitspraak nam ik in alle redelijkheid de verantwoording op me. De verantwoording voor het falen mijn broer te corrigeren. Ik heb een brief geschreven aan mijn man, kinderen en onze ouders, waarin ik mij verexcuseer alsmede een brief om alles aan de nabestaanden uit te leggen. Hierin staat uiteraard de redelijkheid van mijn handelen centraal.

Toen het vonnis was uitgesproken liet ik de knop in mijn broekzak los. Als een moderne Jezus leed ik voor de mensheid, en blies ik mijn broer met zijn kompanen op. De glazen kooi was sterk genoeg om de drukgolf te weerstaan. Het moet een vreselijk gezicht zijn geweest voor alle aanwezigen, en voor de nabestaanden misschien mooi. Het allerbelangrijkste is, -en hiervoor meld ik mij dan ook aan uw poort, heer Petrus- dat de redelijkheid heeft gezegevierd.

schreef Vilé om 05:51 PM [link]

Thursday, March 11, 2004

De gustibus non disputandem est

Smaakvrienden, ik zal u vertellen over smaak. Ik zal u vertellen dat iedereen een smaak heeft en dat daarover alleen maar dispuut kan bestaan. Want het ganse leven is een dispuut over smaak.

Gewaardeerde smaakgenoten, ik ken uw dorst naar bezieling en diepgang, uw bevlogenheid met inspiratie. Uw opwinding door creatie, groei en volwaardigheid. De ochtendstond heeft voor u verrassing in de mond en niet de dode vogel van herkenning. U bloeit op bij de term gradatie en vernieuwing.

Veelzijdigheid is uw lust, enkelvoud en cliche zijn uw doodgeboren tweelingbroertjes.

De termen 'traditioneel' en 'modern' zijn voor u, als thermiek gedreven arendvogel, kristalheldere uiteinden van een en hetzelfde samenhangende spectrum. Daar waar de bijziende kippenworm aan de grond onwetend slechts traditioneel gelooft.

U bent complex en ziet dimensies. Altijd en overal.

Misschien wel de grootste dimensie van menselijke ervaring is de esthetische dimensie. U heeft schoonheid in uw leven nodig zoals u waarheid nodig heeft. Zonder regelmatige ervaring van schoonheid kunt u, geliefde levenskunstenaar, zich niet op uw best voelen. Schoonheid is de belofte van geluk.

De esthetica omvat alle vormen van verrukking. Schoonheid strekt zich uit over zeer verschillende dingen en handelingen maar een aspect is constant; schoonheid inspireert altijd.

In een mooie omgeving bent u veel opener en creatiever. Lelijkheid bedrukt uw geest. Schoonheid verheft hart en hoofd. Zij veredelt de emoties en het gedrag.

Maar schoonheid brengt dit alles alleen teweeg als het wordt opgemerkt, ondergaan en gewaardeerd. Is schoonheid een louter individuele kwestie? Tot op zekere hoogte. Een schoonheidservaring impliceert een objectieve realiteit met de juiste kwaliteiten, maar het impliceert ook een subjectieve ontvankelijkheid. De juiste sensibiliteit kan schoonheid zien waar anderen haar missen.

Schoonheid is complex en komt in gradaties. Schoonheid kan alleen worden gevangen door u, gewaardeerde complexe compaan.

schreef Kiers om 11:27 AM [link]

Wednesday, March 10, 2004

Onder water

Op de bodem zat ik en ik kon niet ademen. Ik was een zeedier, een koraalrif, een algenkolonie. In het heldere water zag ik je ronde, olijke billen vlak boven me. Ik zat op de bodem en zag het gleufje in de badstof van je broekje. Je watertrappelde vlak boven me, je rozige kleine voetjes en je mollige sierlijke benen troebel vormgegeven in het bewegende water. Ik bleef waar ik was. Ik was er net.

Toen dook je naar beneden, keek rond en zag me. Ik wilde niet ademen, nog niet, nog niet, nog even inhouden want daar kwam je al en ik zag je ronde gezicht naderbij komen. Ik wilde nog niet ademhalen. Je trok het kruis van je broekje opzij, daarna groeven je nagels aan mijn zwembroek. Je pulkte de stof van mijn lendenen. Het zag er allemaal zo raar uit, zo onder water. Het was de eerste keer dat ik een stijve had onder water, ik wist niet eens dat dat mogelijk was. Het water was warm, dát zal de verklaring zijn geweest. Zwevend manouvreerde je je kleine mollige lijf boven mijn schoot, ankerde je benen vast om mijn heupen. Je was nat, door opwinding vochtig, ik wist niet eens dat dat mogelijk was onder water. Na even heen en weer deinen had je me bij je binnen. Alles in mijn hoofd deed pijn. Ik wilde niet naar boven, niet naar buiten, niet weg uit jou, maar hoe lang hield ik het vol? Nog één keer de liefde voelen voordat we sterven. Ik stikte en raakte aan je deinende borsten, nog half om half kuis ingepakt in een lief lief schunnig lief en wit bikini-bovenstukje. Je zette je mond aan de mijne en blies lucht in me. Onze monden waren aan elkaar gebonden, we verplaatsten ons laatste zuchtje lucht, en onze handen bewogen elkaars konten op het ritme van onze lust. We zagen duisternis met kille sterren en we hoorden schril gefluit, maar ik dwong mezelf om te kijken, ik wilde kijken en je lijdende ogen zien, dit zou de laatste keer zijn en je ogen puilden uit de kassen maar ik zag je door een lange koker van heel ver weg maar je was toch zo dichtbij want ik voelde je zachte vlees trillen en ik hoorde je roepen "ah" met je mond nog op de mijne en toen voelde ook jij ook mij in jouw zachte vlees trillen en je kneep in mijn vel in doodsnood en onze benen en monden lieten elkaar los en we waren twee worstelende lichamen, onze ledematen knokten en sloegen vertraagd in het water, blauwe plekken en we kwamen blind en verzadigd boven, spuugden water en hapten naar lucht.

Aan de kant stonden de mensen te kijken en een badmeester met een rood, kwaad hoofd wenkte ons. We trokken ons zwemgoed zo'n beetje terug over onze kruisen en zwommen zwaar, gulzig ademhalend naar de kant waar de badmeester ons ongeduldig aan de armen het zwembad uittrok. Ik zag een wit vlokje op het water drijven. We mochten nooit meer terugkomen.

schreef matxil om 11:10 AM [link]

Tuesday, March 9, 2004

Hier en nu voor eeuwig

De ruggen van de boeken in jouw kast hebben mijn diepste interesse. Zenuwachtig glijden mijn ogen langs de titels. Ik realiseer me dat ik dit moment nooit meer zal vergeten. De namen van de boeken, de klok aan de muur, de wijzers op half elf. Je posters aan de muur, bonte kleuren, van een ander soort bontheid dan ik nu ben. Mijn gezicht ligt in een plooi, geen trilling, geen beweging, alleen mijn ogen die alles in de kamer observeren – alles behalve jou. Mijn blik daagt alles uit, beer op de plank ach toe nou - spring, plant op de vensterbank viel je maar eens om, radio op de kast speel alsjeblieft op eens keihard uit het niets. Overstem alsjeblieft dit pijnlijke zwijgen.

Je neemt mijn handen in de jouwe en legt ze te rusten in je schoot. Nee, overal wil ik zijn maar niet daar. Met zachte ogen, zacht van veel verdriet en uitstel, dwing je me je aan te kijken. Ik schud mijn gezicht en de scheurtjes kruipen onwillekeurig onder het glazuur van mijn masker. Zeg me alsjeblieft iets, liefste, leg me de woorden die ik niet meer kan zeggen in mijn mond.

Waarom staar ik toch in je mooie ogen waar al een laagje water in staat? Langzaam worden je contouren verzacht door een mist, en de lamp achter je trekt een regenboogkleurig halo rond je hoofd. Het geluid van mijn slikken lijkt te echoën tegen de muren van je kamer en wordt twee maal, nee, vier maal zo hard teruggegooid naar mij. Zoals in mijn gedachten alles wat ik nog kan zeggen door je terug gegooid gaat worden. Hier hebben woorden geen nut meer.

Alles wat ooit zo vriendelijk leek lijkt nu bedreigend en vreemd, het gevoel van ontheemding omarmt mij en voelt koud aan. Door de mist zie ik je lippen bewegen, maar mijn hoofd is gevuld met watten. Je zegt mijn naam, traag en plechtig, en ik weet: het is over. Ik bedenk me dat ik dat alles had kunnen stoppen door je te smeken nooit meer te spreken. Elke woord brengt mij dichterbij de deur die ik achter mij dicht ga trekken. Elk woord is een stap. Elke zucht is een zetje.

Ik sla mijn armen om je heen, en jij de jouwe om mij. Allebei weten we dat dit een nutteloze poging is. We liggen nog maar een armlengte voor op de woorden en we zullen langzaam ingehaald worden. Je zwijgt, maar dat ene woord kun je niet meer terugnemen. Hier en nu, als ik iets kon onthouden voor altijd, dan wilde ik dat het dit moment was, hier en nu, hier en nu voor eeuwig.

schreef bewegende om 11:00 AM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)