Ik rij de heuvel over. 318i in de lease. Ik zie de sportschool liggen. Gasbetonblokken en centerparcs-sparren. Het parkeerterrein staat vol auto’s. Glimmende, goed verzorgde auto’s. Zoals ik graag mag zien. Hier zie je niet alleen orde, maar ook succes.
Ik sport al jaren vier keer per week, heb een gezin en een topbaan. Druk? Ja. Moe? Ja. Maar ik ga door: succes is een keuze. Hobbies zijn aan mij niet meer besteed; er is maar één weg, en dat is succes. Het leven is een ratrace. Stilstand is achteruitgang. En daar hoort een goed en afgetraind lichaam bij. Zoals Bagwan zei: “rijk van binnen, rijk van buiten”.
Ik loop soepel met twee treden de trap op naar de sportschool, en doe m’n sleutel in de reader. Naast mij klooit een vrouw met de toegang. Achter haar twee ongeduldig wachtende mensen. Ik heb een bedrijfsabonnement, dus een handscan is niet nodig. Een verborgen privilege, om van te genieten, zonder al te veel opzicht of omhaal. Het poortje klonkt moeiteloos voor me open.
Glimmend staal, de geur van nog net geen zweet door goed en veel ververste lucht. Alles klopt, tot op de vierkante millimeter. Geen pluisje stof. Alles onder controle. En hier wordt gewerkt. Hard. Maar dat ruik je niet. Perfecte klima-anlage.
Steelse blikken van de instructeurs -nog net niet voorbij waggelend van hanigheid-. “Geen vrouw, Geen Gat, Niet Interessant”. Zwermend om al het vrouwelijk schoon dat de sportzaal rijk is. Goed figuur, EQ van een ….sportschool instructeur. Is succes echt een keuze? Succes is geen optie voor hen. Het geluk is gewoon met de dommen. Het is maar hoe je geluk definieert. In hun ogen misschien als succes.
De werkpaarden aan het ijzer: sportieve survivalbroek, shirt zonder mouwen. Gemillimeterd haar, Blockheads met dikke nek, Strakke zwarte leggings met string eronder. Maar ook: pelvissen met drabhaar en wallen. Waterflesjes en zweethanddoekje. Tattoos en spiegels. Zelfstrelende blikken. Gewichten worden gelift, en de brul van krachtinspanning wordt een kreun van genot in de spiegel. Onoverwinnelijk. Niets kan ons stoppen.
De lopende banden en hometrainers zijn voorzien van beeldscherm. De buikspiermatjes, de Ab-ductions, Ab-normalizers, Ab-solutes: ondersteboven, gewicht in je nek. Drie sets van twintig. I want to be a Rocky, and I want to be it fast… Naast mij is een vrouw bezig met navelpiercing in strak maar te oud –ja, al licht los gaan zittend- vel. Ik voel me strak. Strak als Patrick Bateman. Als een machine. De loopband op 8 graden stijl, 14 kilometer per uur, ½ uur lang. Ritmisch voel ik m’n wasbord en de stalen kabels van m’n bovenbenen de gewenste prestatie leveren.
De flirt. Ik had haar al eerder gezien. Soms alleen, soms met een vriendin. maar die avond zag ze mij. Steelse, elkaar nog net ontwijkende korte blikken werden ons deel. Geflirt tussen de Abdominal crunch en de rowing torso. Een echt sportfiguur. S.T.R.A.K. was het enige woord. Een echte hardbuddy, En een leuke lach. Naar haar vriendin toe was haar lach uitgesproken naar mij en de buitenwereld iets neutraler; maar altijd aanwezig. Ze straalde.
De laatste keer deed ze bijna hetzelfde programma als ik. Steeds in mijn buurt. Op het display had ik wel eens een glimp van haar naam opgevangen. Was iets Latijns geloof ik. Maar ik had geen naam nodig, alleen haar ogen, de spiegel van de ziel waren voldoende. Ik sprak haar niet aan. Ik ben sportschool-contactgestoord. Geen woord wisselen. Alleen kijken. Body language. Hard Buddy.
De sauna; Een ronde entree met grote grijze plavuizen en een centraal rond voetenbad. Waterreflectie van onderwaterverlichting op het plafond. Geluid van klatervalletje en zachte ambient muziek. Een lichte geur van Menthol. Enkele rookglazen deuren geven toegang tot de sauna, het stoombad, het bubbelbad en de ijskist. Achter de rookglazen deur van de sauna: droge lucht van 90 graden, houten vlonders en 3 hoog houten bankjes. Twee radiatoren met gloeiende kooltjes, en een emmer met grote houten pollepel. Gedimd licht vanachter de houden schrootjes lampen. Natte plekken op het hout. Slippers op de vlonders.
En…. de stilte van het schamen. Ingevallen tepels; Grote en kleine littekens van operaties. Behaarde ruggen en horecaspoilers. Zuurkool en Smoothies. Een kuch. Het gekraak van de bankjes als iemand gaat verzitten. Het gemompel van “goededag” als er iemand komt of gaat. Wie mooi wil zijn moet pijn lijden, is het motto van zowel de sportschool als haar bezoekers. Alle narcisten op een hoop. Succes is een keuze: In de sportschool is het niets anders dan een metafoor voor wie mooi wil zijn moet pijn leiden.
De afgang. De deur van de Sauna gaat open. Er komt een vrouw binnen. Het is m’n flirt. Haar handdoek om haar middel. Ze laat hem zakken. Perfect toefje. In het saunaschemer straalt ze zelfs. Ze is vandaag zonder haar vaste sportvriendin. Ze kijkt rond, zoekt een plek. Ik schik wat op om ruimte te maken als ze mijn kant op kijkt. Mijn gebaar wordt beantwoord, en ze komt glimlachend naar mij kijkend mijn kant op. De vrije ruimte is wat smal, en ik schuif nog wat op. Gesis en een scheut pijn. Ik schreeuw, en spring op. Ik had de kachel geraakt. Als ik neerkom glij ik uit en val, met mijn gezicht op de kooltjes en m’n keel op de rand van de saunakachel. Voor ik besef hoe ernstig de wond is hoor ik een sissend geluid. Met de geur van verbrand vlees dringt de paniek mijn lichaam binnen. Gillend en maaiend met m’n armen van pijn en paniek kan ik me alleen nog maar instinctief aan haar vastgrijpen. Alles wordt roodzwart voor m’n ogen.
De waarheid. Ik voel het kloppende bloed over m’n ogen stromen en weet dat ze me aankijkt. Een vreemde rust maakt zich van mij meester, en ineens weet ik haar naam weer: Artemis. Griekse godin van de jacht. Ik voel hoe ze me aankijkt, als een onbewogen beweger, rechtstreeks ontsproten uit het brein van Aristotoles. Haar armen en lichaam voelen nog heter dan de kachel, en tegelijkertijd nog kouder dan het ijsgruis in de ijskist in de sauna. Haar glimlach dringt tot het diepste van mijn wezen door. Een spiegel van de ziel, en doet mij huilen van spijt. Spijt om alles wat ik heb bereikt; mijn “succes”. Maar vooral: om alles dat ik voor het succes heb moeten opgeven.
Mijn gemiste jeugd door mijn ambities. Mijn te late ontmaagding door de belangrijkere tentamens. Mijn gemiste ware liefde door mijn eerste baan in het buitenland. Mijn hobbies: Glasblazen, lezen. Schrijven. Mijn sporten: Schermen, Tai-Chi. Mijn vrienden: Eerst kwaad, toen berustend, en nu alleen nog maar een telefoonnummer in mijn PDA. De vakantiedagen die ik niet opnam, maar liet uitbetalen. Mijn vrouw. Mijn kinderen, vervreemd en afwezig van mij door mijn behaalde successen.
Met een gorgel van een dronken corpsbal gaf ik mijn laatste adem. In de sauna, in de armen van een onbekende. Vanuit de verschroeiende orgastische spijt hoor ik haar goddelijke stem nog tot mij fluisteren: “Wie zegt dat geluk geen keuze is?”
Mijn kinderen rouwden niet, zij vroegen zich slechts af. Mijn vrouw, als laatste afscheid, verzuchtte slechts de genade van mijn rust.
Hij was er helemaal klaar voor. Het leed was geleden. Het tragische overlijden van zijn jonge vrouw lag achter hem. Evenals de celstraf die nodig was om van haar verlost te zijn. 8 jaar die welbesteed waren, achteraf. Keihard gewerkt aan zijn karakter. Nou ja. Meer aan hoe zijn karakter beter tot uiting kon komen in zijn fysieke vorm. Die jaren van bouwen aan zijn lichaam hadden hun uitwerking niet gemist. Hij deed dat al vóórdat hij 'maar eens over zijn daden na moest gaan denken', inmiddels wist hij beter. Die injecties van Def's Gym waren zoveel slechter dan die die gozer in de lik leverde. Ook voor je karakter, zeiden ze.
Glimmend geschoren schedel, maatpak, glanzende stappers en een duimring links en pinkring rechts, van één of andere trendhomo die hij bij zijn tussenwoning van straat had getrokken. Het oorbelletje had hij bij nader inzien toch maar niet ingedaan omdat zijn eigen gaatje zo'n beetje was dichtgegroeid. Hij had het bloed er wel afgespoeld, maar het was natuurlijk wel een homo. Waarschijnlijk. Dat was achteraf een beetje te laat om te vragen. En met naalden en dergelijke was hij al die tijd héél voorzichtig geweest. Wel lekker dat die gozer ook een beetje grote handen had. Anders had-ie hem voor niks doorgebroken. Die 200 euro in z'n portemonnee was ook niet echt de moeite.
Flinke snuif erin, taxi laten komen en die domme arabier proberen uit te leggen dat Jimmy Woo een dansclub was. Geen restaurant man. Ja, je kon er wel eten, maar daar kwamen de mensen niet voor. Hij had er zin in. Om eindelijk gezien te worden zoals-ie zich al jaren voelde. Een beest van een vent, met prachtige zachte ogen en alle trucs in huis om alle wijven om z'n vinger te winden. Als hij niet aan het trainen was geweest, dan zat hij te lezen. Boeken over psychologie en dat soort dingen, maar ook over die dokters die mensen opensnijden als ze vermoord zijn.
Het rook nog nieuw in de garderobe. Aan de andere kant, alles rook nieuw voor hem. Het leek wel alsof hij in een heel ander Nederland het busje uitstapte wat hem op het station afzette. Die euro's hadden ze binnen ook wel gehad, maar buiten was alles veel goedkoper. Hij had op het station direct vier gevulde koeken op, wachtend op de trein naar Amsterdam CS. Hij gaf zijn jas aan het fotomodel en stak het plaatje met de chip in zijn linkerbroekzak. Linkerbroekzak. Linkerbroekzak. Hij wilde er honderd procent zeker van zijn dat hij straks in één beweging kon uitchecken als hij wat had versierd.
Hij had álles uitgesteld, dus ook dat eerste biertje. IJskoud. Het vocht schoot hem zo ongeveer in de ogen. Van de kou en het lekker. Hij zou er bijna weer van gaan roken man. Er stond verder niemand aan de bar. Het was best druk, maar iedereen zat op of rond de banken en stoelen waar ze diep in wegzakten en waar in hoog tempo allerhande pillen en poeders werden weggespoeld met drankjes waarvan de één nog hipper was dan de andere. Aan de bar staan was definitief niet hip meer. Blijkbaar. Op weg naar de bar had hij al wel gezien dat zijn uiterlijk z'n uitwerking voorwaar niet miste. De manier waarop de dames naar hem keken deed hem denken aan de Wallen. Maar dan oprecht.
Met zijn derde biertje besluit hij met zijn rug tegen de bar te gaan staan. Precies het goeie moment, want een schoonheid met donkere krullen stapt op hem af. Beetje klein, maar goeie tieten, lekkere gewone kleren, maar wel van dure merken en een beetje een mix tussen allerlei rassen. Met wat Aziatisch, maar vooral veel lekkers. Gewoon lekker.
"Wat drink ik van je?" zegt ze met een zalig schurend stemgeluid. Een stem met ingebouwde kir. Heerlijk. "Om te beginnen iets van de bar?". Ze lacht hardop. Hij bestelt rode wijn en voor zichzelf een wodka. "Wat doe je?" vraagt-ie lukraak. Interesse tonen, had hij gelezen. Ze lacht weer. Dat scheen nooit iemand te vragen. Hoogstens wat ze nu deed, of met wie. Hij glimlachte, niet helemaal begrijpend wat ze bedoelde. Een korte blik op het hipdom op het omringende meubilair doet zijn vermoeden rijzen dat iedereen hier wél wist wie de dame voor hem is.
"Ik val wel op stevig. Kaal. Beetje gevaarlijk. En niet zo snel onder de indruk van bekendheid. Ik vind je leuk." Inmiddels zitten ze weggezakt in een poef aan drankje nummer vijf of zes. Hij was nogal vaag geweest over zijn dagelijkse bezigheden. Dat had haar interesse eerder doen toenemen dan dat ze afstand had genomen. Daar mag ze wel mee oppassen, dacht hij nog, met die naïviteit.
"Wil je met me mee naar huis?"
Het lijkt alsof alle achtergrondgeluid en muziek in één keer wegvalt. -uis. -uis. -uis. Echoot het in zijn hoofd. Dit oneindig simpele voorstel klonk als een denderende donderslag door. Hij dacht zelfs dat hij een lichtflits had gezien. Zo onbewogen mogelijk zegt hij dicht bij haar oor "Niets liever dan dat schat." Direct spijt. Dat "schat" was misschien iets teveel van het goede. Ze veert op. "Oe!" zegt ze als ze licht wankelend bijna de andere kant op valt. "Lage kutkussens ook." ze lacht, hardop. Met haar verdorven schorre stemgeluid. "Zullen we maar een taxi bellen?" stelt hij voor. Nee, ze kan nog best rijden. En bovendien, het is vlakbij. Ze pakt hem met twee handen bij de arm als ze naar de jassen lopen. Ongelofelijk. Hij heeft niet alleen één of andere bekende actrice aan z'n arm, hij mag ook zó mee naar huis! Hij knipoogt naar zichzelf in de glanzende lichtbak naast de toiletten waar ze nog even heen moest. Begreep het ook wel eigenlijk. God, wat was hij opgeknapt vergeleken met 10 jaar geleden. Toen dacht hij nog dat niemand hem ooit zou zien staan. Geen wonder dat hij zo diep onder de indruk was geweest van Essa, die hem vanaf het begin aanbood. Maar wát een irritant kind bleek het te zijn, uiteindelijk. Zeker toen ze zijn eigen twijfels bij de maat van kleine John was gaan exploiteren. Dat heeft niet lang geduurd toen.
De actrice zoent luidruchtig een of andere neger in een Hugo Boss-pak. Ook kaal. Maar allesbehalve gevaarlijk. Zag er wel uit alsof ze hem ook wel eens mee naar huis had genomen, maar hij trad nu de zaak opzichtig met een strakke blondine binnen. Nog niet eens twintig, waarschijnlijk. "Doei Umberto! Ik ga me met dit brok vermaken!" ze knipoogde naar hem en zwaaide naar de jongen achter de balie van de garderobe. Hij klimt in de jeep en kijkt nog eens naar het geile gezicht van het stuk naast hem. Vaag dacht hij haar misschien wel eens gezien te hebben op een poster of een Playboy. Maar dat had ook iemand anders kunnen zijn geweest.
"Het is hierachter." zegt ze. Ze praat de hele tijd, maar hij is een beetje op een automatische piloot van hmm's en jaja's geschakeld. Neuken. Dáár denkt hij aan. Dat is waar ook. Dat doe je dus met je pik. Dat ding waar hij zo hard voor gewerkt heeft om te vergeten. Kleiner dan zijn duim. En dan dat goddelijke lijf naast hem wat maar één bedoeling lijkt te hebben. Een nacht lang harde sex. De auto stopt. De grote sleutelbos rinkelt als ze de gangdeur opent. "Treed binnen in mijn wereld", zegt ze theatraal, "welkom in je fantasie."
Bovengekomen gaat ze uiteraard eerst iets makkelijks aantrekken. Vorsend kijkt hij om zich heen. Kaal, maar stijlvol, de inrichting. Net als hij dus, qua uiterlijk. Hij blijft wat ongemakkelijk staan. Zijn oog valt op een ingelijste filmposter die op de grond tegen de muur staat. Dat is 'r inderdaad. Het is echt een beroemheid hier vlakbij hem man. Hij groeit. Ze komt binnen in een kimono die niets te raden of te wensen overlaat. Het gaat gebeuren. "Wil je misschien even douchen?" Verbaasd zegt hij "Nou, lekker", dat had hij zo niet bedacht. Maar even dat zweet van die drukke club van je afspoelen is wel zo lekker. En even een maatregel om een vroegtijdige zaadlozing te verhelpen was eigenlijk ook wel op z'n plaats. Want, godver, wat was dít een ongelofelijke vrouw. Hij loopt in de richting die haar duim had aangeduid. En kijkt om hoe ze, haar contouren duidelijk zichtbaar, twee glazen Absolut inschenkt. Door de openvallende voorkant ziet hij een dun streepje schaamhaar.
De douchecabine is prachtig. Warm. En er ligt al een handdoek klaar. De douche is heerlijk en de gedachte dat hij zometeen een opwindende nacht ingaat, met de dame die in de kamer inmiddels meezingt met een oud soulnummer, is voldoende voor een enorme zaadlozing. De spetters op de muur spoelt hij weg, luisterend of ze nog steeds doorzingt. Voor de zekerheid kijkt hij of hij snel weer een nieuwe stijve kan maken. Het lijkt er wel op. Het wordt wel kouder. Van binnen. Hijzelf is wel gewend aan de afmeting van kleinduimpje. Maar deze dame misschien niet. Hopen dat ze er geen aandacht aan besteed. Hij twijfelt of hij met geheven banier de kamer zal betreden, of met een handdoek om zijn middel. Het wordt de handdoek. Niet té graag willen, had hij gelezen.
De kamer is leeg. De muziek staat nog hard aan. "Eh, hallo?" zegt hij voorzichtig. "Hier!" roept ze vanuit een kamer ernaast. De grote deur staat wijdopen en ze ligt met een sigaretje en een glas in haar hand ongelofelijk verleidelijk te zijn. Keurend kijkt ze naar zijn gespierde lijf. Haar blik zegt voldoende en ze beweegt zich schurkend in het beddengoed. Ze trekt een wenkbrauw op als ze zegt "doe die handdoek eens weg".
Hij twijfelt. Hij was liever het bed ingegleden om eerst aan haar opwinding te werken en niet te nadrukkelijk de aandacht op zijn inbreng te richten. Hij voelt dat Johnny in alle staten is. Maximale kracht. Hij steekt zijn vinger tussen zijn zij en de handdoek en duwt hem naar beneden. De handdoek valt op de grond.
De actrice kijkt eerst ongelovig naar zijn kruis, dan kort naar zijn gezicht en dan weer naar zijn kloppende geslachtsdeel. Het lukt haar niet. Ze probeert haar lippen op elkaar te knijpen, maar het lukt niet. Ze lacht. Hardop. Lang en hard. "Ssssorry..." proest ze uit.
John pakt de gietijzeren lamp van het nachtkastje en slaat de voet hard en diep in haar gezicht. Eén keer, twee keer, drie keer. Haar uitgestrekte handen graaien wild in de lucht, maar verliezen al in kracht. Hij beukt door tot het stil wordt. Het lijkt het krijsen van een zeug die op traditionele wijze wordt geslacht. En zo voelt het ook. Als het stil wordt en hij de muziek weer hoort kijkt hij naar lampvoet in zijn hand. Stukken vlees hangen aan de scherpe randen aan de onderkant. Het lijkt wel een lip die hij ziet. "Verrek," valt hem op, "zo'n lamp heb ik ook in de schuur man."
Ik lig op mijn rug en alles doet zeer. Ik kan mijn ogen haast niet opendoen, zo'n pijn heb ik. De haarzakjes op mijn hoofd trekken. Mijn oogleden trillen ongewoon. Ik verga van de hoofdpijn en herinner mij weinig. Het maakt niet veel uit of ik mijn ogen opendoe want ik lig blijkbaar in een donkere ruimte. Mijn God, ik zou niet weten waar.
Het doet overal pijn. Zoals een hele zware spierpijn na ontzagwekkend veel zuipen. Als ik mijn hoofd draai, kraakt het in mijn nek. Ik voel een drukkend gevoel op de borst en mijn keel is gortdroog. Ik zal wel schor zijn maar ik krijg mijn mond niet open. Ik draai mijn voeten en beweeg mijn handen maar peins er niet over meer te doen. De pijn in mijn hele flikker is overweldigend.
Zachtjes zak ik weg want ik hoor een galmend kerkorgel. Het is mooi en rustgevend maar ik herinner mij niet wanneer ik voor het laatst aan een kerkorgel dacht. Ik hoor Latijn. Er gebeuren rare dingen in mijn hoofd. Waar ik op lig begint nu zachtjes te trillen. Heel licht voel ik af en toe weerstand. Dan een zwevend gevoel. Het is een fijn gevoel en lijkt mijn pijn iets te verzachten. Hoe lang het duurt weet ik niet.
Dan, knerpende voetstappen op grind. Het lijkt van onderen te komen. Raar is dat, eerst dat langzaam galmende kerkorgel en nu het korte, harde knerpende geluid. Het stopt. Ik zweef en voel dan een kleine, doffe dreun. In mijn hoofd giert en suist een helse storm.
Zacht getik als van zand en kleine steentjes rollend en glijdend over glad hout. Ik kan niets meer hebben. De kleine kiezels voelen als mokerslagen in mijn oren. Dan is het over en een suisende rust controleert mijn hartslag.
Ik besluit mijn ogen dicht te houden. Misschien voel ik mij morgen beter.
Zo, achterwaarts geparkeerd. Dan rijden we morgen makkelijker weg. Ik loop het hofje in en zie je auto staan. Even langs de motorkap met mijn handen. Hmmm, warm. Je zou de hele avond thuisblijven, had je gezegd. Het licht is - op het spotje in de keuken na- uit. Je wilde vroeg naar bed, had je gezegd. Je moest morgenochtend vroeg op, had je gezegd.
Ik open de deur en merk dat je de verwarming aan hebt gelaten. Of net laag gedraaid.
Als ik de kamer inloop schiet de kat onder de bank. In het donker zie ik twee oogjes schuin op me gericht. Ik haal mijn schouders op. Hij is onrustig, de kater van hiernaast zal wel weer voor het raam gezeten hebben.
Wals met mij. Wals met mij in mineur met accordeon en klein gitaartje waarvan me de naam niet te binnenschiet. Mijn ogen gesloten, denkbeeldig zwierend op het parket in de kamer.
Ik schuif mijn schoenen onder het kleed, gooi de werkdag van me af. Ik hang mijn jas op, automatisch glijden mijn handen in jouw zakken. Niets. 2 glazen op het aanrecht. Sigaretten-as ligt op de grond voor de bank. De bank die jij te hard vindt zitten. Het is vandaag zomaar een dag in maart. Zonnestralen zwijgen nog in alle talen en de avonden kletteren seizoenvroeg op straat.
De spot wordt uitgedraaid, de man kijkt nog even door het raam de straat in. Een schim loopt met een hond. Honden, mannen met honden zijn hun vrouw niet de baas. Natas wil ook een hond. De laatste tijd gaat het minder met Natas en mij. De sex is al een half jaar plichtmatig, aan tafel wordt voornamelijk nog gesnauwd. Ik twijfel over een biertje. Zal ik nog? Nee, genoeg gehad nu wel. Achterlangs gereden, daar controleert de juut niet. Nu thuis in de warmte kan ik de drank wel voelen. Als we kussen houden we de ogen open.
Ik sta op. Mijn hand achterop de televisie. Warm. Je ligt er ècht net in. Ik dacht.. Silhoutten van het verleden kruipen in mijn hoofd.
Ik trek mijn kleren uit en stop ze in de wasmand. Jouw broek ligt er bovenop. Ik kijk maar niet in je zakken, vanavond. Sinds vanochtend vroeg heb ik je niet meer gesproken, je beltegoed zal wel weer op wezen. Je beltegoed is eigenlijk altijd op. Je koopt regelmatig een kaart, maar het is altijd op. Mij bel je nooit. Jouw adresboek kent wel meer geheimen.
Het is al dik vrijdag nu, zie ik op mijn horloge. Vanavond bowl ik met wat vrienden, klein biertje erbij en rond de klok van één weer thuis. Waar jij niet zal zijn. Je gaat stappen, 'even wat drinken' noem je dat.
Thuiskomen met nummers op je handen. Bierviltsnippertjes in je broekzak. Aftershave, wild haar. Verloren oorbellen.
"Ik ben nog maar 31, Sjors. Thuis op de bank hangen kan ik mijn hele leven nog" "Jij hebt je voetbal, je bowlen, vissen. Wat heb ik? Behalve het huishouden en de kinderen." Natuurlijk, we moeten allebei ons eigen leven vasthouden. Zoveel stelletjes maken de fout soms jarenlange vriendschappen te verwaarlozen. Maar ik kan het niet.
Als je vertelt dat je weer gaat stappen met je vriendinnen kun je het van mijn gezicht aflezen. Ik vind het niet leuk. Je bent mooi, dat hoef ik je niet te vertellen. Grote tieten ook, dat ziet elke vent. Ik weet wat die kerels denken, Natasja. Ik ben er zelf één. Een kerel die jou niet kent, heeft geen reden je een drankje aan te bieden. Die wil gewoon neuken, Nat. Dat weet je zelf ook. Je ziet er ook altijd zo neukbaar uit. Je lokt het zelf misschien uit. 31 jaar, mooie benen waar meiden van 18 stinkendjaloers op mogen zijn. 2 kinderen heb je op de wereld gezet, maar dat is niet aan je te zien. Flonkerende felgroene ogen. Je lijkt nog steeds op die meid van 25 waar ik voor viel. Nee, de tijd heeft je nog mooier gemaakt.
Draai het licht uit en loop, voordat ik naast je ga liggen, nog even naar het toilet. Ik moet niet. Gewoon even kijken. De bril staat omhoog.
Ik glij tussen de lakens en kruip tegen je lelieblanke billen aan. Mijn rechterarm sla ik om je heen, mijn hand leg ik op jouw buik, die onze ongeboren bekroning herbergt. Voorzichtig, ik wil je niet wakker maken. Nu leef je tenminste niet bewust langs me heen.
De cv-installatie wordt morgen aan controle onderworpen. Ik zal altijd bij je blijven, de bril omhoog heeft je verraden.
Zo kan ik mij nog een gebeurtenis herinneren waar het mijn oma betrof. Mijn oma was een rare. Het kon ook niet anders dat mijn oma een rare was want haar jeugd lag tussen Uffelte en Tiendeveen aan het begin van de vorige eeuw. De verlaten veenkolonien van Drenthe waren verstoken van ieder normbesef. Naar hedendaagse maatstaven vond er nogal wat opmerkelijk gedrag plaats. "Om de gemeenschap op peil te houden", zeiden de geestelijken maar inmiddels weet ik dat mijn oma binnen de familie verwekt is en verwekt heeft.
Wie weet wat er nog meer gebeurd is bij de zandpaden en tussen oude essen. Langs koelstromende Drentse beken in hete zomers. Naast afgelegen bospaden. In broeierige heidevelden. Deze duistere gebeurtenissen illustreren niet alleen grote afwisseling in het sociale landschap maar ze vertellen ook over de eeuwenoude wisselwerking tussen Mensch & Dier.
Gebochelde en hersenverweekte ouden van dagen vertellen vreemde geschiedenissen die plaatsvonden in de kleine dorpen en buurtschappen. Plaatsnamen als 'Schapendrift', ' Bruinerveen', 'Stootklodder' en 'Graszaad' kunnen beter letterlijk genomen worden. Bijna uitgestorven inheemse gebruiken als 'pierlfompen', 'biggelen' en 'hufterstoten' steken hier en daar de kop nog op.
Toen ik naar de grote stad verhuisde en ging werken, kwam mijn oma geregeld langs als ik niet bij haar langsging. Op de een of andere manier werkt de bloedband binnen de familie lange tijd door. Als oma langskwam vond ze het fijn mijn kamertje een beetje op te ruimen. Ik heb een vermoeden dat oma het prettig vond af en toe aan mijn gedragen ondergoed te ruiken. "De geur van jongemannen...", zei ze vaak betekenisvol en glimlachte daarbij vreemd. Ook kookte oma dan een prutje dat wij meestal gezamenlijk opaten. Oma vond dat ik een fijne grote koelkast had.
In die tijd masturbeerde ik buitensporig veel. Ik had 's nachts de meest wilde dromen over meisjes die ik overdag in de grote stad had zien lopen maar niet durfde aan te spreken. Geen enkel meisje durfde ik aan te spreken. Dat is onmiskenbaar terug te leiden tot mijn agrarische achtergrond in de veenkolonien. Ik ruik sterk uit mijn mond en ook mijn dialect wordt niet altijd even goed begrepen.
Ik had een kartonnen yoghurt verpakking dat ik in het vriesvak bewaarde. Elke keer als ik mijn zaden verspoot, deed ik dat in het yoghurtpak om te zien hoeveel sperma ik in een jaar bij elkaar kon krijgen. Op het eind had ik het yoghurtpak voor 4/5de volgespoten. Elke nieuwe klodder glibberig wit zaad vroor op een andere manier vast op zijn voorganger. Miljoenen en miljoenen zaden lagen verstild met hun niets begrijpende bolle oogjes elkaar aan te kijken zonder verandering te kunnen brengen in hun situatie. Zo stelde ik mij dat voor want nooit heb ik er eentje gesproken. Nimmer heb ik stilgestaan bij wat ik met het gevulde literpak zaad zou gaan doen.
Als ik thuiskom staat oma in mijn kleine keuken. Zij heeft mijn favoriete pudding gemaakt: griesmeelpudding! Met dikke krenten en rozijnen en dan ijskoud uit de koelkast geserveerd met dikke warme saus van verse zwarte bessen. Zomer en winter een tractatie en binnen onze familie een ware traditie.
Mijn gulzigheid slaat toe als oma een flink stuk pudding afsnijdt en met de warme zwarte bessensaus in een diep bord voor mijn neus zet. Ik begin te eten als een uitgehongerd dier terwijl oma haar rug weer naar mij toe keert om van het aanrecht haar bordje griesmeelpudding te pakken. Oma beschenkt haar puddinkje met een overdaad verse zwarte bessensaus.
"Zo jongen, je laat het je smaken. Heeft je oma dat lekker voor je gemaakt?"
Gelukkig heeft ze vandaag haar gebit in en hoef ik niet alleen te raden naar wat ze bedoelt maar kan ik haar ook verstaan. Zometeen gaat ze vertellen wat ze vandaag allemaal gedaan heeft. Eerst neemt oma een paar grote happen griesmeelpudding. Oma laat mij haar donkerblauwe tong van de zwarte bessensaus zien. Als ze geen vals gebit in heeft, kan ze met die lange lap van d'r een donkerblauw puntje op haar neus maken.
"Ja jongen, ik ben een beetje aan het afstoffen gegaan en ik heb je wasmand gewassen. Ook heb ik je koelkast ontdooit".
Koelkast ontdooit??!! Mijn hart slaat een slag over en ik kijk schichtig naar rechts naar het aanrecht. Daar staat mijn yoghurtpak en oma eet rustig verder van haar griesmeelpudding.
"Ik heb je koelkast ontdooit en wist jij dat je nog een pak ingevroren yoghurt had? Daar is yoghurt niet voor bedoeld, jongen. Gelukkig kwam het goed uit. Weet je wat het geheim is van goede griesmeelpudding? Om niet alleen melk te gebruiken maar ook een royale scheut yoghurt toe te voegen. Ik heb het hele pak gebruikt."