huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Wednesday, February 2, 2005

Bonanza

Roemer is de laatste tijd te veel en te vaak mensen uit die tijd tegengekomen. Eerst was er een brief van Gemelie met wie hij ooit godendrank dronk onder een hemel vol sterren: een krat bier op het grasveld voor het christengymnasium in de Stad met de Havens. Gedichten maakte hij, brieven en vakantiekaarten - hij verzond ze van de Steenbokkeerkring en uit de witte wereldstad. Hij danste, kon vliegen, schilderde. De zon was zijn metgezel. IJskoud bleef Gemelie en op afstand. En haar nieuwe vriend, hij heette Örsul, nam Roemer mee om condooms te gaan kopen. Örsul was verbaasd toen Roemer zweeg, het niet overal rondvertelde. Want dat was de bedoeling van de nieuwe vriend van Gemelie: dat iedereen ‘het’ wist. Maar dat kon hij natuurlijk niet zelf gaan vertellen. Dus had hij Roemer meegevraagd en Roemer deed het niet, want Roemer kan en doet dus ook niet veel. Alleen zwijgen kan hij als de beste.

Roemer is in het geheel niet ontevreden dat hij (zijns ondanks mag je wel zeggen) is ontsnapt aan Gemelie, want de brief die hij ongevraagd op zijn werkadres van haar ontving, getuigde van het kleine. Van geluk dat men vindt in het regelmatige en voorspelbare. Geluk waarbij men zich neerlegt. De liefde van haar leven betekende het einde van een leven (en het begin van een nieuw, natuurlijk. Roemer weet heel goed dat je niet alles moet dramatiseren). Ze was met nageslacht en een MO-akte Frans neergestreken in Almere. Een haven aan een ingedamde brakke zee. Graan voor visch. De brief kwam terwijl Roemer zich opmaakte te vluchten naar de bergen. Zijn leven in het vlakke land vertraagde, vervaagde. Een droom lokte iedere ochtend, iedere nacht...

Daarna was er een gezicht (of beter gezegd een gelaat) dat opviel in het drukke treinverkeer tussen de luchthaven en de regeringszetel. Het was Jantje met wie Roemer een vol jaar rechts achterin de klaslokalen van het christengymnasium onveilig had gemaakt. Ze bezochten concerten van de Sadista Sisters en maakten erg veel lol. De herkenning bleek eenzijdig toen Roemer haar, na enkele keren in de trein naast haar gezeten te hebben, uiteindelijk maar eens aansprak. Haar herinnering aan het christengymnasium bleek beperkt tot de waterpijp en haar jeugdliefde die destijds was gestart en onlangs op de klippen was gelopen. Toch was het gesprek dat ze voerden terwijl ze koffie dronken vermakelijk. Roemer moest lachen zonder wrok en wisselde vrolijk visitekaartjes uit. Hij sprak nooit meer af.

In de onderste doos treft Roemer de foto aan die hem pijn doet. Ze staan er samen op. De foto is in zwart en wit. Dat is bewust gedaan, maar ook omdat dat goedkoper was. Roemer heeft een hoge hoed (het is de trouwhoed die zijn vader als bruidegom droeg) en een zwart hemd (het hemd kocht hij voor de begrafenis van zijn oma). De beste vriend draagt een zonnebril ofschoon het midden in de nacht moet zijn gezien de scherpe schaduw van het flitslicht; zijn haar is vet en veel te lang, zelfs voor die tijd. Met die beste vriend reisde Roemer naar Rome, naar Parijs, Angoulême, Blois et Orléans, naar London, ja zelfs naar Luzern en Napoli. Zonder geld, zonder gitaar, maar met inkt, papier en tekenpen. En dromen, luchtkastelen en verdriet.

Bij de foto schreef Roemer ooit het manifest. Het magisch manifest van Roemer en de beste vriend. Het manifest gaat zo:

“Wij zijn schilders, dichters, musici, ja, drinkebroers. Wij zijn de Rotterdammers die het niet vertrouwen, die zich prima voelen zonder hart en lachen om de bonusgeneratie van de bloemenkinderen - de generatie met wie het nog eens slecht aflopen zal.

Wij zijn schilders, dichters, musici, ja, drinkebroeders. Wij roepen, schreeuwen, krijsen. Hard zonder hart.

‘Wie roep mijn’, roepen wij in de nachtbus die ons brengt naar Brood, naar suburbs, naar feesten waar wij als ongenode gasten weer verdreven zullen worden. Wij krijsen ‘Stop that talking machine’ tegen het puberende vivavrouwtje dat boekenplankjeswijsheden telkens weer nawauwelt, steeds weer, steeds meer.

Geschreeuw van schilders, dichters, musici, ja, drinkebroeders. Zonder echo, maar met barstende glazen.

We komen thuis bij Schwaab wiens vader Tateretateretah Bonanza op een traporgel spelen kan, bij Alie de domineesdochter (waar je tien over rood kunt spelen en alle drank kunt zuipen omdat haar ouders er toch nooit zijn) en bij de violist die de buurman is van het huis dat later door de Kale Keerel wordt betrokken.

En als de nachtbus niet meer gaat, dan lopen we, zwalkend, strompelend tot aan de dageraad. Wij zijn de schilders, de dichters, de musici, ja, wij zijn de drinkebroers.”

schreef Peeter Burgeik om 08:17 AM [link]

Monday, January 31, 2005

Jij

Totaal verslagen kijk ik voor me uit. Ik zuig nog eens aan de joint. De THC doet gelijk zijn werk. Ik voel het bloed als een dikke pasta traag door mijn aderen stromen. Laat, dat is het. Hoe laat precies weet ik niet, geen tijdsgevoel meer. Maar het moet laat zijn. Ik zit hier al een tijd.

Wezenloos sta ik weer op. Loop van de stereo naar mijn boekenkast. De boxen indoctrineren mijn trommelvliezen met een hard dreunen. Ik zou niet kunnen zeggen wat voor muziek het precies is. Het heeft in ieder geval een harde beat. Ik voel hem in mijn maag. Of doet uiteindelijk elke beat dat, als je de volumeknop maar ver genoeg opendraait?

Ik weet niet of je uiterlijke staat een aantoonbare relatie heeft met je innerlijke staat. Zou dit zo zijn, dan sta ik er niet goed voor. Ik heb een polopetje op. Bruine ribstof bedekt mijn haar. Om de rand heen krult mijn haar omhoog. Mijn blouse zit wat verfomfaaid, de mouwen opgestroopt en het katoen heeft flink wat bier opgezogen. Mijn hand met daarin het flesje maakt ongecontroleerde bewegingen. Het kan me niet boeien. Boem, boem, de boxen knallen door. Mijn broek lijkt niet te willen bewegen. Mijn voeten sleuren de stof ruw achter zich aan, als een dweil beroeren ze de houten vloer.

Wat een tocht. Tien minuten, een kwartier? Vanaf mijn stereo tot de boekenkast is het zeker niet verder dan vijf meter. Ik hijs nog eens aan de joint. Hete rook lijkt te schreeuwen in mijn keelholte, hij echoot na in mijn luchtpijp. Boem, boem, de boxen weten niet van ophouden. Ik pak een dichtbundel. Waarom? Mijn ogen focussen nu toch al zo moeilijk. Ik sla willekeurig wat open. Knijp mijn ogen wat dicht. Staar naar de letters, ze beginnen te dansen. Ik wil echt wat lezen, concentreer me, door de wiet lijkt het alsof mijn ogen van steen zijn. Mijn ooglens lijkt genoegen te nemen met de vorm die hij nu heeft aangenomen, het ziet er niet naar uit dat daar verandering in komt. Ik kijk op en weer neer. Het lukt, ik kan lezen.

‘Ik had vanavond naar het stadspark willen gaan / om voorgoed af te rekenen met het verleden’... laat ook maar. Ik kan dit niet. Niet nu. Ik kan me niet concentreren. Ik wil me niet concentreren. Boem, boem, boem, boem. Ik ga liggen op bed. Verdomme, de hele ruimte draait. Ik controleer mijn ademhaling. Diep in en diep uit. Ik leg mijn hand op mijn buik. Mijn andere hand rust totaal gewichtloos op het bed. Mijn hand deint nu mee met mijn buik. Boem, boem, boem. Een trance overvalt me.

Ik ga dieper en dieper. Ik denk aan waar ik had kunnen zijn, wat ik had kunnen doen. Met welke mensen ik mij had kunnen omringen. Dit is niet eerlijk. Met haar, ja, dat was het. Laconiek had ze nog gesms't. Met een vrolijke ondertoon (natuurlijk), zich niet bewust van het feit wat ze me aandoet. ‘Aah, als ik jou was zou ik het echt erg vinden dat je vanavond niet meegaat. Ik zie er nu echt te mooi en te sexy uit, hehe.’ Te mooi, en te sexy? Blijkbaar. Ik heb haar niet meer gezien.

De woorden weerspiegelen wie we zijn, wat we doen. Mooie mensen en seks. Meer niet, maar ook zeker niet minder. Het is prima zo. Niks meer aan doen. Maar zij wel, en ik niet godverdomme. Het draait ook altijd om hetzelfde.

Geld! Godvergeten tyfusgeld. Het interesseert me geen reet, echt niet. Ik veeg hem er zelfs mee af, mijn reet. Met geld, zo tiranniserend vind ik dit ongekroonde ruilmiddel. Kon ik maar mijn collectie oude kranten wegdoen en inruilen voor een berg geld om mee te vegen. Ik heb het niet op dit moment, geld. Zij wel en ik niet. Boem, boem, boem.

Sexy. Kan je ook sexy feesten? Zij wel, ongetwijfeld. Ik denk aan alles dat zich 150 kilometer verdop afspeelt. Ik film het in mijn gedachten. De camera maakt een vogelvlucht. Duikt het publiek in. Vindt een meisje. Ze gaat volledig op in waar ze mee bezig is. Haar tong een beetje uit haar mond gestoken, opperste concentratie.

Ik veer op. Concentratie over heel mijn lijf. Vezels spannen zich. Boem, boem, boem. Het zicht wordt helder. Mijn handen grijpen de stof van het overtrek. Ik begin te zweten. Mijn borstkas wordt een beetje vochtig. Zoals in de film. Geluid in de gang. Gegiechel, iemand die gedronken heeft. Is zij het?

schreef Sibyl om 11:10 AM [link]

Sunday, January 30, 2005

Types - De succesvolle allochtone Ondernemer

...van die types die het gaan maken in het buitenland. Hij heet Mohammad net als zijn identiek ogende geloofsbroeders. Zijn vroeger zo volle zwarte snor is veranderd in een borstelige grijze snor met stugge rechtuit staande haren. Het verraadt een eerste en reeds lange generatie in Nederland. Hij is kaal bovenop het hoofd maar verbergt dat onder een gehaakt petje. De enige donkere haren die hij over heeft na een leven hard werken, vullen zijn wenkbrauwen. Droeve bruine hondenogen die vaak een tik op de neus hebben gehad. Een grote neus. Een grijs met zwart/wit gestreept poloshirt kleurt niet noemenswaardig onder een bruin colbert dezelfde kleuren als zijn kleding in de rekken van zijn bazaar. Hij heeft de maankalender altijd strikt nageleefd. Geen geslachtsgemeenschap tijdens de Ramadan. Twee maanden later het Offerfeest. Voor het eerst, na hard sparen, kon hij voor zijn familie een ritueel geslacht schaap kopen. De oude donkerblauwe, maar bij de koop volgens goed gebruik gezegende, Mercedes 190d zakte haast door zijn veren met het schaap en de hele familie. Bij elke kleine wassing poetst hij zijn tanden met siwak. Elk kind kreeg bij de geboorte een eigen nazarlik. Zijn zoon kwam vroeg van school om hard mee te werken in de zaak, maar nog steeds is het sappelen. Hij heeft er alles aan gedaan om voorspoed een kans te geven. Inshallah.

schreef Kiers om 02:07 AM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)