huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Saturday, January 31, 2004

Geen post op zaterdag

Op zaterdag geen post bij Bicat. Op zaterdag nooit post bij Bicat want dan zijn de pageviews per dag te laag. Dat is de moeite niet waard. Wij leven voor en van de pageviews per dag. Daarom is zaterdag voor de kinderen en het shoppen. Bij oma op bezoek en een kater van vrijdag. Nagels knippen van je tenen en je vingers. Het isolement van de Leger des Heils collectant. De tuin sproeien in de zomer en bollen planten in de winter. Een demonstratie tegen niets en een lange file naar het strand met een lauwgepiste baby. Lulpraten met je buren en de Postgirokloteloterij. Een zwangerschapskalender op het toilet met handige checklists. De dikke zaterdageditie van de krant en pornosurfen. Voor het krat bier en de auto wassen. Een verplichte grote beurt voor je partner en het verjaardagsfeestje thuis. Diepvries pizza en je lidmaatschap voor de biljartclub verlengen. Soep met een broodje. Een snelle eenmansbezigheid op de plee van de Hema terwijl je wijf lopend met de koters een worst eet. Gratis de lekkerste koffierecepten om puur te genieten. Een ochtendwandeling met de hond en gluren naar een jogster. Randjes wegknippen langs je lid. Een ijsje bij Mc Donalds en kleffe friet. Bladeren door een oud fotoboek. Baileys. Oom Henk bellen om te feliciteren met zijn 67ste verjaardag. Witte zoete wijn. De naargeestige lotgevallen van tante Jopie in het sterfhuis. De woekerende geheimen en onderdrukte jaloezie binnen opa's huwelijken. De was doen en de hond in bad, onverwachte kanker. Een slippende V-snaar en een hortend geluid. Natte tepels van de Wembledon Halve Finaliste. Koude angst ooit door God in de Hemel geëerd te worden. Negen XTC-pillen en twee Breezers bij je dochter ontdekken.

schreef Kiers om 04:23 PM [link]

Friday, January 30, 2004

De Oplossing

Wilfred is achter in de veertig maar niet getrouwd als het leven hem zwaarder begint te vallen. Wilfred is biochemicus en woont in een groot herenhuis.

Als ik na mijn studie in de grote stad ga wonen, huur ik een kamer van Wilfred op de eerste verdieping. Tineke woont op de tweede verdieping en Wilfred woont zelf op de derde en grootste verdieping. Wij zien elkaar niet veel. Eigenlijk zien wij elkaar nooit want wij verschillen te veel. Zie het als een 'togetherness situation' zoals een groep wachtende mensen bij een bushalte. Allemaal zijn ze daar op hetzelfde moment maar zij hebben niets 'in common', behalve dat zij toevalligerwijze op hetzelfde moment op dezelfde plaats op de bus wachten.

Wilfred is altijd een vreemde vogel geweest maar zijn leven is strict geordend. Elke dag om klokslag acht uur hoor ik de voordeur open en dichtgaan. Op doordeweekse dagen om naar het laboratorium te gaan. Op zaterdagen voor boodschappen op de markt en op zondagen voor het bezoek aan zijn oude moeder. Wilfred is een nakomertje maar de enige die zijn oude zwakke moeder trouw bezoekt.

Wilfred begint zich af te zonderen. Groette Wilfred op de sporadische momenten dat ik hem tegenkwam, later groet Wilfred niet meer. Ik verdenk hem ervan dat hij moeite doet mij te omzeilen. Ook de deur doet hij zachter dicht. Waarschijnlijk om mij in het ongewisse te laten of hij nu wel of niet uit huis is.

Wilfred zegt zijn abonnement op de krant af omdat hij met zijn intelligentie niet elke dag wil worden geconfronteerd met zoveel stupiditeit in zovele vormen, zal hij mij later vertellen. Ook zijn telefoonaansluiting zegt hij op.

Wilfred gaat nog steeds om acht uur op zaterdagochtend de deur uit maar niet meer om naar de markt te gaan voor boodschappen. Hij werkt nu zes dagen in de week aan een geheim project en ik ben bang dat ik de enige ben die het fijne ervan wist. Op zaterdag zit Wilfred helemaal alleen in het laboratorium. Op zondagochtend gaat Wilfred niet meer om acht uur naar zijn oude moeder maar blijft de hele dag op zijn verdieping. Later begrijp ik dat zijn project pas echt is begonnen in deze fase.

Op sociaal maatschappelijk nivo functioneert Wilfred al een hele tijd niet meer maar zijn uren in het laboratorium nemen hand over hand toe. Het is mij een raadsel wat hij eet want hij gaat nooit meer naar de markt of een supermarkt. Zijn huid wordt bleker en hij draagt continue handschoenen die steeds slapper aan zijn armen bungelen.

In deze periode schakelt Wilfred ook zijn gehoorfunctie uit. Wilfred wilde mij niet laten weten of hij dit zelf heeft gedaan of door een operatie heeft laten doen. Of misschien heeft hij wel medicijnen geslikt waardoor hij niet meer kon horen. Het levert hem de rust op die hij nodig had om aan zijn project te werken. Wilfred zondert zich steeds verder van de wereld af. Steeds meer navelstrengen met de wereld om hem heen snijdt Wilfred door.

Wilfred raakt geobsedeerd door het idee dat hij een nieuw perspectief nodig heeft om de constructie van zijn hersens de juiste visie op zijn aanwezigheid te geven. Wilfred gaat nu emotieloos, als in trance door de wereld. Een magische en transcendente wereld begint zich rondom Wilfred te sluiten.

De diepe clinische observaties die Wilfred maakt, nopen hem zijn project verder te voeren met alle kracht die hij in zijn verzwakkende lichaam heeft. Het is zijn intellect en diepe compassie met de wetenschap waarop Wilfred wordt voortgestuwd.

Wilfred laat mij weten dat wij leven op het oppervlak van het scherpe gedeelte van een mes en dat hij dat 'wil aanscherpen omdat de eindeloze domheid die op dit oppervlak te vinden is, tergend is'. Het tekent op dat moment zijn medische en biochemische conditie.

In dit stadium slikt Wilfred de maximale dosis kalk afbrekende stoffen. Zijn vingerkootjes heeft hij onder verdoving met een scalpel een voor een zelf weggehaald. Zo verdwijnen al zijn botjes uit zijn handen. Andere, grotere botten in benen en armen kan hij op die manier niet weghalen. Het zou een te grote operatie zijn die hij niet zelf kan uitvoeren. Wilfred slikt kalkoplossende stoffen en weldra zal zijn beendergestel hem niet meer kunnen dragen en helemaal verdwenen zijn.

Wilfred wil zijn intellectuele gaven onvoorwaardelijke voorrang geven. Hij wil zijn neurologische systeem een shortcut geven door zijn lichaam te reduceren en daarom heeft hij groot onbetaald verlof aangevraagd.

Al weken heb ik niets van Wilfred vernomen. De post voor Wilfred stapelt zich op en van de bovenste verdiepingen hoor ik een vreemd geluid als van een airconditioning. Dagen zoemt er door mijn hoofd dat ik poolshoogte moet nemen maar ik respecteer privacy. Uiteindelijk wint mijn nieuwsgierigheid.

Het is kwart voor acht in de ochtend als ik omhoog sluip naar de derde verdieping. Ik loop op blote voeten en de zomerwarmte geeft het huis per verdieping een hogere temperatuur. Ik hoor een airconditioning werken die mij nooit eerder is opgevallen. Zachtjes sluip ik verder en ik ben bereid elke volgende seconde de schrik van mijn leven te incasseren. Mijn hart bonst in mijn keel en bij elke stap voel ik meer adrenaline door mijn bloedbaan pompen.

De haren op mijn nog niet gewassen schedelpan prikken een voor een, elke zenuw in mijn lichaam is tot het uiterste gespannen maar het enige dat ik waarneem, is het geluid van een groot airconditioning-apparaat dat op volle toeren draait.

Langzaam sluip ik naar de deur van de derde etage en zie licht onder de slechtsluitende drempel vandaan komen, diffuus licht als volle zomerzon gedempt door vitrage. Geen gordijn maar vitrage. Mijn warme blote voeten voelen een stroom koude lucht onder de deur doorkomen. Verder geen teken van leven.

Mijn linkerhand klemt om de deurklink, mijn rechterhand balt zich tot een vuist om direct van mij af te kunnen slaan. Mijn hartslag pompt adrenaline op topsnelheid door mijn lichaam. Langzaam open ik de deur.

Ik kijk in een diffuus verlichte en stoffige slaapkamer. Aanwezige apparatuur en objecten staan keurig gerangschikt, kleren hangen netjes in de klerenkast. Een vergeten en bijna geheel vergane appel ligt in de fruitschaal. De airconditioning stuwt immer frisse en koude lucht de kamer in maar kan een penetrante muffigheid niet onderdrukken.

Op bed ligt een amorfe huidkleurige massa. De contouren van een lichaam onder een enkelvoudig laken zijn vaag waarneembaar. Als ik beter kijk, zie ik twee platte, vale armen op het laken liggen. De beide armen op het laken lijken gescheiden door een ingedrukte romp onder het laken. De armen komen samen op het bovenste gedeelte van de romp. De romp lijkt diep weggedrukt in een zacht kussen.

In het zachte kussen ligt ook een kaal, slap voorhoofd. De schedel onder de huid lijkt te ontbreken. Het geheel heeft meer weg van de gelei-achtige materie waarvan kwallen zijn gemaakt. Ik kom dichterbij en zie het laken ter hoogte van de borstkas, of wat eens de borstkas is geweest, met zachte ademhaling op en neer bewegen. Ik onderzoek het hoofd en dan zie ik twee ogen.

De ogen kijken mij aan en de glans in de ogen laten mij realiseren dat hier een levende man ligt. Verwonderd staar ik de ogen lange tijd aan. Ik pak een burostoel en ga op het puntje zitten zonder iets te zeggen. Ook hij zegt niets. Wij kijken elkaar slechts aan. Ik voel mijn hartslag zakken. Mijn rust keert terug en het diffuse licht geeft een sereen, tijdloos effect. Hij is bijna helemaal verdwenen. Alle botten uit zijn lijf zijn verdwenen en zijn vel is verschrompeld. Hoe lang is dit al aan de gang en hoe lang gaat dit nog duren? Weken? Maanden? Gedachten spoken door mijn hoofd.

Hij kijkt mij nog steeds aan. Dan nodigen zijn ogen mij uit dichterbij te komen. Mijn gezicht nadert zijn gezicht, of wat daar van over is. Ik draai mijn hoofd een kwartslag en vouw mijn oor haast om zijn tandeloze mond. Ik voel zijn zachte ademhaling in mijn oor. Zijn schurende droge lippen bewegen langzaam en met nauwelijks hoorbaar gefluister, lispelt hij zijn laatste gesproken woorden.

'ik ontwikkel mijn intellect als een schoonheid van mijzelf. Uiteindelijk zal ik helemaal oplossen en blijft alleen mijn intellect over'.

schreef Kiers om 01:54 PM [link]

Thursday, January 29, 2004

Patat speciaal
De regen striemt tegen m’n koude en harde voorhoofd. Pijn in m’n knar. Te veel bier gedronken deze avond op de sociëteit en in de stad. Maar de examens zitten er dan ook op; een betere reden om te drinken is er niet. In de soos waren een hoop uitgelaten meiden. Van de talenrichting; die hadden ook examens gehad. Blijf dan maar eens van het bier af. Zoals gebruikelijk werd ik met m’n vrienden rond sluitingstijd uit de laatste kroeg uitgezet, zonder verovering vanavond.

Eerst de grachten over. Ik kom met moeite de brug op met m’n fiets. Het bier en de regen die in m’n gezicht striemt, beginnen na enige tijd hun tol te eisen in de vorm van een zware katerige nuchterheid. Ik moet snel wat eten om erger te voorkomen. In de verte ontwaar ik het universele TL-licht van een snackbar. Hij bevindt zich halverwege m’n weg naar huis; ik ben er wel eens eerder geweest. De snackbar is een typisch Amsterdamse snackbar. Hard TL-licht, Telegraaf met curryvlekken op de formica tafels en dito vaste en altijd net te lage draaikrukjes. En natuurlijk: de geur van iets te oud frituurvet. Als ex-kok weet ik dat dit waarschijnlijk komt door het gebruik van Arachide-olie; dit doen de Belgen ook voor hun wereldberoemde frites. Ruikt oud, proeft goed.

Ik herinner met het openingstijden bordje nog van de vorige keer dat ik er wat at.
De snackbar is bijna altijd open. Gelegen aan het einde van een winkelstraat gaat hij om 5 uur ’s ochtends dicht, en om 8 uur alweer open voor het winkelpubliek. Ouderwetse openingstijden, hardcore middenstanders, en dito ongelukkig personeel uiteraard. Ik herinner me van de vorige keer een klein en jong meisje achter de bar; waarschijnlijk nog thuiswonend, en geen studentikoos type. Haar figuur werd verhuld door haar plasticen schort. Ze had donker haar, en een lichte schaduw boven haar kikkermond, met appelwangetjes en een leuke glinstering in haar ogen. Maar als je dronken bent, is alles met een gat leuk en mooi.

De snackbar geeft ook uitzicht over de stille winkelstraat. Zoiets als die poster met Marylin Monroe, James Dean, en nog wat anderen die door de pui aan een bar zitten. Op dit tijdstip zijn er alleen maar straatlantaarns waarin een wolk van regen te zien is en af en toe een auto die voorbijkomt. Fietsers komen hier niet of nauwelijks.

Ik ben van het zeldzame soort dat liever wat extra drinkt en zich naar huis sleept dan een taxi te nemen. Bovendien heb met te weinig geld voor de taxi een stok achter de deur om te proberen ergens te blijven slapen, wat soms lukt. Als het niet lukt, en ik terug naar m’n kamer fiets kom ik het eerste kwartier nog wel uitgelaten studenten tegen. Hierbij heb ik de hoop al opgegeven ooit nog wat te veroveren. “the hour of the least resistance” is dan al passé. Dat was in de kroeg, tot het laatste kwartier voor de sluiting. Na dit punt te passeren, –wat ik noem- “point zero”- kom ik haast niemand meer tegen. Ik word alleen ingehaald door taxi’s met stelletjes op de achterbank, op weg naar huis en elkaars warmte.

Ik ben bij de snackbar, kwak m'n fiets tegen de naastgelegen garagedeur, en loop snel naar de deur van de snackbar toe. Van buitenaf zie ik haar weer staan. Ik duik naar binnen. Het koude TL-licht absorbeert me als ik de regen uitduik. Er staat nog een klant bij haar. Ik weet niet hoe ze heet. Voor al mijn eenzame nachten met haar heb ik een naam voor haar verzonnen: Tessa. Ze kwakt de frites in het vergiet. De klank van roestvrij staalgaas dat hard het aluminium van de friteuserand raakt om het vet eruit te slaan. De frites die in het vergiet belanden. De zoutbus en het rituele naschudden van de frites. Donker lang dun en toch vol haar met een glans van gel.

Haar ogen staan vanavond mat. Het kan niet van het harde werken zijn. Misschien mocht ze niet op vakantie van haar baas? Zelfde probleem als ik; alleen bij haar is de oorzaak tijd, en bij mij geld (vooropgesteld dat ik geen herexamen heb).
Wat wil je bestellen? vraagt ze. Ze zegt “je” tegen me. Ik voel de moed om een poging te doen. Een glinstering in haar ogen, en een blijk van herkenning na de vorige keer.

“ Een fricandel speciaal en een patat” zeg ik. Ze gooit de fricandel in het vet, en geeft de de andere klant zijn ingepakte portie die ruikt zurig ruikt. Daarna zijn we alleen.

“Laat al, hè?”. Een knikje is haar antwoord. Snel, voor de moed begint te zakken.
“Wil je nog wat met me drinken” zeg ik. Ze is al bezig de kas op te maken om te sluiten. Ik hoor haar even stoppen met tellen. De snackbar gaat over vijftien minuten dicht.

De duur van de stilte die volgt is nog erger dan die van alle dominees en andere gelovigen van het Vaticaan die en masse richting Mekka trekken. Ok, maar onder één voorwaarde zegt ze. Maar haar antwoord doet alles van die avond verdwijnen: het bier de striemende regen en de opkomende hoofdpijn zijn op slag verdwenen. Alles wat je maar wilt, Tessa; Achterop de fiets naar jouw huis, mijn huis, jij mag betalen; alles! De nacht wordt weer van mij. “en wat is die voorwaarde dan? vraag ik.

Terwijl ze me m’n bestelling geeft zegt ze: we drinken het achter, en de winkel moet dicht zijn voor de Keuringsdienst van Waren. Ik vraag haar nog een bier.
Achter hoor ik haar het vet uit de frituur laten lopen en wat nieuwe blokken erbij doen. Zo te horen ververst ze niet alles. Middenstanders.

Ze geeft me een bier, en neemt zelf ook een biertje, en begint langzaam de lichten uit de doen. M’n friet en fricandel zijn inmiddels op. “Ik heb hierachter nog een biertje voor je” zegt ze. Hoe heet je eigenlijk? Vraag ik, terwijl ik achter de toonbank om loop naar de achterkant van de winkel. Misschien woont ze daar wel op kamers. Zou de glans in haar haar dan niet van de gel zijn, maar van de lucht van de snackbar die ook in haar kamer hangt?

"Noa", zegt ze. Het is donker achter de balie. Ik stoot tegen iets zachts. Voor ik kan schrikken word ik omver getrokken door een arm, en voel een tong in m’n mond. Woho! Dit belooft nog wat! Intussen kloppen niet alleen m’n slapen; er klopt nog iets heel anders, en als op commando van het geklop wordt de deur die gulp heet snel opengedaan door haar hand. De massa dominees en gelovigen van het Vaticaan die zoeven in de stilte voorbij kwamen bulderen het nu uit. Binnen no time spuit mijn maizenapapje tegen de frituur, waar we tegenaan geleund staan. Het schijnt haar alleen nog maar meer op te winden. Ze heeft inmiddels m’n hand in haar broek gestopt, en haar broek laten zakken. Ze pakt een forse salami die boven de vleessnijder hangt, en begint zichzelf te bewerken terwijl ze mijn gelderse rookworst nogmaals in haar andere hand neemt. Ze vraagt met hese stem of ik haar met de salami wil bewerken. Bier maakt alles mooi, en experimenten leuk….Ze heeft ” echt groot” nodig om te komen, en ze wil dat ik kijk als ze komt. Ze heeft een bijna smekende en zeer opgewonden blik in haar ogen. Ooh man! Alleen de gedachte al… Na een paar rukken van haar hand kom ik nog een keer, op het hakblok tegenover de frituur dit keer. Snel gaat ze met gespreide benen op het hakblok zitten. Ze kijkt me aan, weer die bijna smekende en opgewonden blik in haar ogen…. Ik weet wat me te doen staat
Na enkele minuten komt ze klaar op mijn stoten met de salami. En hoe! Ze ejaculeert, en niet zo weinig ook; acht harde scheuten geelwitte room, die rechtstreeks de friteuse in schieten. De friteuse, nog aardig warm, sist nog licht na. Dan wordt het stil in de snackbar. Ik hoor alleen nog het gonzen van de afzuiginstallatie.

"Kom, wegwezen. Het is sluitingstijd", zegt ze. Zometeen komt m’n vader komt om de zaak te openen. Die hufter kan naar de pot op met z’n snacktent. Dat ik er niets mee verdien, alla; maar als ìk op vakantie wil, dan ga ik. Bekrompen middenstander dat’ie is. Hij kan geeneens geld missen voor de vakantie van z’n eigen dochter. Nou, daar heeft hij dus niets over te zeggen Ik ben nu meerderjarig. Niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. En straks is hij middenstander af. Ik heb de keuringsdienst van Waren getipt voor kwart over vijf.

Ik krijg nog een kus; ze stapt een oud bordeauxrood corsatje, volgepakt met vakantiespullen en rijdt weg. Ik pruts m’n fiets van het slot. Het wordt al licht. Op de zojuist vrijgekomen parkeerplaats stopt een oude opel kadett met theedoeken en schorten op de achterbank. Ik rijd snel weg. Bij de eerste hoek passeer ik een busje van de Voedsel en Waren autoriteit dat aan komt rijden.

schreef Vilé om 12:10 PM [link]

Wednesday, January 28, 2004

Corpssex 6 "Wijnreis in de Champagne"

Tot op de dag van vandaag ben ik tot tranen geroerd als ik aan de kelders van Mumm denk. Met open armen waren wij ontvangen voor een rondleiding in de kelders van het Champagnehuis. Hoewel redelijk wat gewend, waren beide kanten danig onder de indruk van elkaar. De studenten van de prestigieuze kelders van het Champagnehuis en omgekeerd de sommeliers van Mumm over de ontzagwekkende hoeveelheden drank die studenten wegslaan. Met name een groep van 40 studenten.

De afspraak was een rondleiding door de kelders met aansluitend een viergangendiner in dezelfde kelders. Het diner zal terzijde worden gestaan door verschillende Champagnes. Bij elke gang een andere Champagne en dat in onbeperkte mate.

De sommelier, met de linkerarm op de rug, strekt de rechterarm bijna volledig. De man is zeker 50 jaren en zijn handen zijn gehuld in witte handschoenen. Zonder trillen houdt hij zijn duim in de ziel van de magnumfles en ondersteunt hij met zijn vier overgebleven vingers de Gekoelde Hemelpoort. Het donkergroene glas van de dikke fles is omgeven met zwanger condens. Het godenvocht dat Champagne heet, gedijt het best in een magnum. Een Magnum, typeaanduiding voor dubbele fles en dus anderhalve liter en dus drank plus fles zeker drie kilo. Op de gestrekte arm. Zonder trillen.

Ik kijk naar de man die mijn vader had kunnen zijn, ik kijk naar de sommelier die mij de drank inschenkt en val van de ene verbazing in de ander. Hij kijkt mij rustig aan als hij vanaf tien centimeter boven het glas met een dunne straal de Champagne in het glas laat stromen. De schuimkraag schiet naar de rand van het glas. Het bubbelende vloeibare geheel aan de onderkant van het glas begint langzaam te stijgen tot onder de rand van het glas. Het schuim reikt constant tot de rand van het glas. Zonder een druppel te morsen tikt de sommelier af. Hij geeft mij een knipoog en begint aan zijn volgende glas aan tafel. "Je vous en prie".

Brut Rose bij de amuse. Cordon Rouge, de gewone fles van het huis bij het koude voorgerecht. Een Millesime bij het warme voorgerecht en een Grand Cru bij het hoofdgerecht. Afsluitend een zoetere Demi-Sec bij het nagerecht. Vijf Champagnes bij vier gangen en sommeliers die hun magnums blijven schenken zodra het glas de bodem dreigt te raken. Niets mooier dan dronken worden van Champagne, wat ik u brom. Het dinerbezoek loopt aardig uit de hand.

Onder vriendelijke dankzegging in ons allerbeste overgebleven Frans keren wij slingerend richting Reims-centrum. De dag was lang, de meesten keren hotelwaarts, enkelen bezoeken Le Club. Ik zoek mijn gewaardeerde hotelroommate voor de week, Pieter, en wij gaan te bedde.

Het is in de nacht als ik gestommel op onze hotelkamer hoor. Ik richt mij op en voel naast mij. Roommate Pieter ligt stevig te ronken. Wie is hier dan in Godesnaam bezig de boel te verbouwen? Ik hoor twee stemmen, een dame en een heer. Stemmen kan ik het niet noemen. Het lijkt op kreunen en hijgen. Zouden ze godverdomme op het derde, nog lege bed, in de kamer...?

Ik tik op de schouder van Pieter tot hij wakker wordt maar ik zeg niets. Pieter kijkt mij verbaasd aan als ik het 'sssht'-gebaar maak met de linkerwijsvinger tegen mijn getuite lippen. Het weinige licht in de kamer, mijn gebaar en de geluiden die hij hoort, zijn genoeg. Wij draaien ons op onze zij en liggen met het hoofd op de hand van onze arm die steunt op het bed te kijken naar Femke waarmee op stevige wijze de liefde wordt bedreven door Harry.

Harry's Kippenpaleis wordt stevig uitgewoond en Harry heeft niets in de gaten van de vier ogen die zijn daden nauwgezet volgen. Femke merkt al helemaal niets want zij ligt met haar ogen toegeknepen het dreunende ritme in ontvangst te nemen. Langzaam gaat de deur van de hotelkamer verder open. De deur lijkt vergeten goed in het slot te zijn geduwd hoewel 'vergeten' in deze alcoholvolle toestand een gelukkige bijkomstigheid zou zijn.

Na de, voor Harry ogenschijnlijk inspannende ejaculatie, duurt het luttele seconden voordat hij zich realiseert dat er iets vreemds aan de hand is. Zijn hoofd richt zich op en Harry ziet twee paar ogen op hem gericht vanuit de Eersteklas Ligsuite. Een volle, aanmoedigende lach valt hem ten deel.

Vanuit de deuropening klinkt applaus van zeker vierkoppig thuiskomend publiek.

schreef Kiers om 10:59 AM [link]

Tuesday, January 27, 2004

de belofte van lente
achterop het vlakke polderland
bezien wij het plechtstatig rijzen
de façade van eenvoud en boerenfatsoen
verpakt in roodgoud zonnegloren

haar stralen glijden zachtwarm
over prille meisjesbenen
gestrekt onder een bramenstruik
onder een warm paradijs ontsloten

schreef bicat om 02:18 PM [link]

Monday, January 26, 2004

Tophoer Heleen van Royen
Een interview met Heleen van Royen

Door Kiers

Lutjebroek - Broodschrijfster en verbaalprostitue Heleen van Royen was zaterdag 17 januari te gast in de BoerenArk. In 2000 verveelde zij slapend Nederland met haar debuut De Gelukkige Huisvrouw, een puur autobiografisch niemendalletje waarvan minder dan 500 exemplaren zijn verkocht. Nu, drie jaar later, is de opvolger af: Godin van de jacht. Daarom is de schrijfster op promotietournee. Aan Lutjebroek de eer om het spits af te bijten. Tussen het signeren door beantwoordde Van Royen vragen over haar nieuwe boek, de verschillen tussen mannen en vrouwen, vriendschap en andere zaken.

Kun je iets vertellen over je nieuwe boek Godin van de jacht?

“Het boek gaat over Diana. Ik zal dat even uitleggen want je moet weten dat ik de school voor De Journalistiek heb gedaan en jij niet. In de Griekse mythologie is Diana de godin van de jacht. Dat wist jij niet want ik heb de school voor De Journalistiek gedaan en jij niet. Diana is getrouwd en heeft twee kinderen: een tweeling van twee jaar oud. Autobiografischer kan ik het niet maken. Je moet weten dat ik heel erg slecht ben in verhalen schrijven, ik heb gwoon waargebeurde verhalen nodig zodat ik het kan copy-pasten uit mijn geheugen. Ik kan niks verzinnen dus heb ik het maar autobiografisch gemaakt.

Die twee koters van mij noem ik in mijn boek The Terrible Two in meervoud, zeg maar… Dat is Engels voor 'Die Twee Hele Ergen' en omdat het een Nederlands boek is verder heb ik ze maar een Engelse naam gegeven. Weet je wel.

Ze heeft zeg maar zoiets van een soort van afspraak met haar man zeg maar, die Diana. Dat ze er minnaars op na mag houden. Ze houdt van mannen, is erg seksueel ingesteld. Dat kun je ook zien aan mijn kaaklijn. Ik lijk wel een vent omdat ik een te hoge testosteronspiegel in mijn lichaam heb. Kerels houden ook van polygamie en dus ik ook. Verkoopt ook beter zo'n boek. Zie je mij al een boek schrijven over Monogamie? Nee, nou dan zeker niet dan toch?

Diana heeft twee minnaars: de oudere en rustige Tim en de jongere en onstuimige Joshua. Het boek begint op het moment dat Diana ontdekt dat ze schijnzwanger is. Ja, dat is wel grappig want dat heb ik ook een keer gedaan. Gewoon om te proberen hoor. Niet om echt schijnzwanger te zijn. Je moet toch alles een keer geprobeerd hebben in het leven? Mijn volgende project is waarschijnlijk een fake schijnzwangerschap. Gewoon he, om dat dan ook eens te proberen.

Dat is niet gepland maar ik hou wel van wat onverwachte verrassingen. Je kent dat wel, van die clicheverassingen. Kaartje sturen op 14 februari of zo. Van wie is het? Vraag je je dan af. Door terug te denken aan mijn seksuele avonturen - die tamelijk uitgebreid worden beschreven en ook leuk lijken te verkopen - probeer ik, oh sorry zei ik ik?.. probeert Diana te achterhalen wie haar vader is. Ja, dat polygame zit in de familie want ik weet dus nog steeds niet of ik door mijn broer ben verwekt of dat mijn oom mijn vader is. Beetje hoerig allemaal maar wel gezellig op familifeestjes. Samengevat gaat Godin van de jacht over de consequenties van het vrije leven. Maar die consequenties aanvaardt Diana wel. Ik zal wel moeten want ik ben zo verwekt maar dat schrijf ik dan niet op. Die dichterlijke vrijheid sta ik mijzelf toe.”

Hoe komt een personage tot stand?

“Nou, neem bijvoorbeeld Koffie, een asielzoeker die zijn huis elke week een paar uur beschikbaar stelt aan Tim en Diana. Ik bedacht Koffie alleen maar omdat de asielzoekersproblematiek nu bijna wekelijks in het nieuws is en als je dat dan in je boek stopt, zien de mensen, de gewone mensen die mijn boek moeten kopen iets vanuit hun eigen belevingswereld van De Telegraaf en dat verkoopt gewoon veel fijner en zo weet je wel.

Diana en Tim hadden een plek nodig waar zij konden vrijen. Maar ik begon hem steeds leuker te vinden en daarom kreeg hij gaandeweg een steeds grotere rol in het verhaal. Het is net alsof ik Koffie ken, terwijl hij alleen op papier bestaat. En dat geldt ook voor Diana en Heleen (de hoofdpersoon in De Gelukkige Huisvrouw). Dan zie ik gewoon voor me wat Koffie in een bepaalde situatie zou doen of wat Diana in een bepaalde situatie zou zeggen. Verder schrijf ik vrij filmisch. Je weet maar nooit hoe dat gaat. Zag je ook met Stephen King. Zit toch ook veel geld achter weet je wel, als je boek dan over een paar jaar verfilmd wordt, zeg maar. Veel scènes met veel dialogen. dat is goed om voor van een film te maken zeg maar. Daardoor zijn mijn verhalen en personages eigenlijk maar op één manier te interpreteren: precies zoals het er staat. Dat laat weinig nadenken over en dat moet ook zo want heel veel nadenken zijn mijn gemiddelde lezers niet gewend. Wist je dat mijn boeken voornamelijk worden gekocht door puberende meisjes? Zie je ook veel in de reclame. Reclame maken voor een produkt uit een hogere leeftijdsklasse zodat de leeftijdsklasse daaronder het juist gaat kopen. Ouwe truc want iedereen is toch een Wannabe? Jij toch ook? Ik niet want ik heb de school voor De Journalistiek gedaan.”

Waar haal je de inspiratie vandaan?

”Ik ben geobsedeerd door mijzelf en ik luister, waar ik ook ben. Ik was journalist, dus dan leer je wel je ogen en oren te allen tijde open te houden. Als ik iets geks hoor op de radio of ik zie iemand iets raars doen, dan sla ik het op. En als ik het nodig heb, haal ik het tevoorschijn. Als je een boek schrijft moet je gul zijn. Soms twijfel ik of ik een anekdote moet bewaren voor een volgend verhaal, zo van ‘is dat niet zonde?’ Dan moet ik echt tegen mezelf zeggen: “gebruik het nou maar!, het archief wordt heus wel weer aangevuld, haha…Vuile slet dat ik ben. Ik laat mij gewoon anecdotisch hoereren maar dat hoeft niemand te weten. Althans dat denk ik dan dat niemand dat weet, dat niemand dat van buiten op mijn voorhoofd kan lezen dat ik de Grootste Anecdotische Hoer ben. Net als de Happy Hooker, ook gewoon gejat die titel. Copy-Paste, HAHAHA lachen man en de enige die er mediageiler, oh sorry rijker, van wordt ben ik zelf.”

Dit is je tweede boek. Wordt het schrijven makkelijker of juist niet?

“Mijn debuut, De Gelukkige Huisvrouw, was heel autobiografisch en dus erg confronterend. De hoofdpersoon Heleen van Royen heeft de zelfmoord van haar vader nooit verwerkt en raakt uiteindelijk psychisch ernstig in de war. Deze dingen heb ik zelf ook precies zo meegemaakt en daarom zeg ik dat mijn boek heel autobiografisch is. Snap je wel?

Alleen al daarom was het schrijven van Godin van de jacht een makkelijkere opgave. Daarnaast ben ik natuurlijk wat arroganter geworden. Ik wist nu ook niet meer wat ik aan het doen was. Het ging veel meer gestructureerd, dat gerichte mediageile schrijven. Zelf vind ik dit boek beter. Maar ja, de Gelukkige Huisvrouw was natuurlijk mijn debuut. Ik moest nog groeien als schrijfster en dat moet ik nog steeds. Het is de bedoeling dat mijn derde boek weer beter is en mijn vierde nog weer beter. En dat gaat maar door he, snap je dat?”

Kan ik het even met je hebben over die affaire Rob Oudkerk?

"Rob Oudkerk? Oh wacht even, die wethouder of zo? Ach nee, dat was helemaal niks. Je moet weten dat ik verder wil met mijn leven. Dat was maar een triviaal puntje op mijn maatschappelijke ladder omhoog."

schreef Kiers om 10:36 AM [link]

Sunday, January 25, 2004

Verliezen is vinden
Mijzelf verloochenen.
Het offer van de liefde brengen.

Maar God,
Ga ik op weg naar die ander,
Verlies ik mij aan hem,

Ik doe alleen waarvoor ik geschapen ben,
Ik ben trouw aan mijzelf.

Verliezen is vinden.

Niet op weg gaan,
Wars van zijn liefde

Dat was noch eens
Zelfverloochening.

God bewaar mij.

Wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.
Matteüs 10 : 39


Ik hield veel van hem, zoveel van hem. En dat doe ik nog steeds. Hoe heeft het zo kunnen lopen? Vanavond is het over, ik doe het licht uit. Ik zal niet meer bang zijn in het donker. De demonen van voorheen zullen mij niet meer achtervolgen. Demonen die mijn leven uit elkaar trokken, mij van mijn positie af wisten te brengen. Ik kan er niet meer tegen, ik mag niet langer bang zijn.

Maar ik ben zo bang, o wat ben ik bang. Bang om die demonen weer tegen te komen, om weer dezelfde fouten te maken. Fouten die ik inmiddels al zo vaak heb gemaakt door mij mee te laten slepen door de demonen. Die fouten achtervolgen mij, en nog erger, de demonen blijven mij achtervolgen. En steeds weer nieuwe komen erbij, en ik blijf mijn grenzen voor hen verleggen.

Ik wil dat het stopt, ik heb geprobeerd ze te stoppen. Ik heb mij zelf gekastijd, diep ging het mes door mijn huid en de pijn door mijn hart. Maar met zelfkastijding deed ik mezelf alleen maar meer pijn, en mijn naaste voelde mijn pijn ook. Door mijzelf pijn te doen deed ik hen pijn. Ik heb hun nooit pijn willen doen, alstublieft vergeeft u het mij.

Ik heb het begin gevonden. De oorsprong van het kwaad dat is ikzelf. Ik laat de demonen toe in mijn leven. Niet langer zal dit gebeuren. De weg is lang, en het einde nog ver zoek. Maar ik wil het vinden, en ik zal het vinden.

schreef Het Prinsesje om 02:32 PM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)