huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Wednesday, January 26, 2005

24/7

1

Zeven uur. De wekker. Ik trek de deken over mijn hoofd. Eventjes nog.

Drie na zeven. Ik duw de deken weg. Onmiddellijk valt de kilte aan. Ik gris de vaalgroene peignoir van de trapleuning en daal af naar de badkamer.

Daar, links van de spoelbak, de rol plastic folie.

Mijn buik spant. Met een flauwe glimlach bevrijd ik mezelf. Het ruikt rotter dan anders. Best lekker.

Ik sta naakt voor de spiegel. Een mager lijf, mijn lijf. Mager maar stevig. Een middelgrote penis. Overduidelijk rechtsdrager. Mijn hoofd lijkt te groot, zeker nu de haarlijn begint terug te wijken. Twee dagen niet geschoren. Rasp.

Trillend van opwinding neem ik de folie. Ik scheur er een stukje af. Bezwerend sluit ik de ogen terwijl ik het aanbreng. Op een goede afloop.

2

Het is nog donker buiten. De mensen verdringen zich aan de tramhalte. Tram vier is druk. Tram twee heeft soms schoonheid. Ik neem tram vier. Gisteren waagde ik tram twee, zonder geluk.

De jonge vrouw voor me houdt de metalen stang stevig vast. De tram piept en schokt. Bij elke bocht wordt haar achterlijf tegen me aan gedrukt. Ik buig me een beetje voorover en druk mijn gezicht in haar haren. Ze ruikt zoet.

Een scherpe bocht. Haar hoofd slaat naar achter en raakt mijn neus. Ze draait zich om en glimlacht verontschuldigend. Ik glimlach, druk me dichter tegen haar aan. Mijn geslacht schuurt tussen haar billen.

Ik leg mijn handen zachtjes op haar dijen. De jonge vrouw kijkt niet om. Ik verstevig mijn greep, druk mijn bekken tegen het hare. Op en neer, op en neer. Ze kijkt nog steeds niet om. Gesterkt laat ik mijn handen dwalen. Omhoog, onder haar truitje. Met kleine trekbewegingen haal ik het hemdje uit haar broek. Ik voel het warme vel van haar buik. Ze beweegt haar hoofd wat verder naar achter, tot het mijn borst raakt. Ze voelt vast het kloppen van mijn bloed.

Mijn rechterhand daalt af. De venusheuvel, het stugge haar onder mijn vingers. Ze is nat. Ze is doornat! Op dat moment stopt de tram en word ik een laatste keer tegen haar aan gedrukt. Mijn lijf schokt. Ik sluit de ogen.

schreef Vincent Nemo om 10:38 AM [link]

Monday, January 24, 2005

Onhoudbaar

‘Zo, meneer Geelkerken. U trekt er weer op uit? Het is er mooi weer voor, nietwaar?’ Arend knikt naar de beheerder van het botenhuis. Een gedistingeerde grijze man, onberispelijk doch vreemd havendecorum, welke telkens weer vanuit het niets lijkt op te duiken op het moment dat Arend een vaartocht plant. Hij mot ’m niet, die grijze jack-in-the-box, maar weet het net als altijd te verbergen. Ach, wie regelmatig een glimlach schenkt, zal ze ook ontvangen, nietwaar? Ook al is het een lul met vingers, die grijsaard. Arend blijft staan en praat zijn praatje.

De koe passeert het kalf en na de belofte een mooi visje, goed in de schubben, symmetrisch gevind, mee te brengen, groet Arend en klimt in de Anna Palovna. Een mooie schuit met wie hij de liefde voor het grauwschuimende sop deelt.

De laatste jaren vaart hij alleen. Maria gaat niet meer mee. De huisarts heeft haar doorverwezen om haar depressie in te dammen, maar ze wil niet. Medicatie om erger te voorkomen spoelt ze door het toilet. Het is goed zo. Arend onderneemt al jaren van alles in zijn eentje. Als hij alleen vaart, waait de wind zijn gedachten schoon.

(…)

Slechts twee keer per week verlaat Maria het huis voor de boodschappen. In naburige dorpen keuvelt ze dan met onbekenden bij het vriesvak. Met één hand drama veinzend. Met de andere streelt ze de karbonadeverpakkingen. Haar wijsvinger trekt piepend geulen in het plastic folie. Ze keuvelt over haar studerende zoon, en haar zogenaamde zus in Canada. De mensen zullen wel knikken. Achter haar rug wijzen ze naar hun voorhoofd.
‘Ik moet nou eenmaal wat te vertellen hebben, Arend.’
Deze haalt dan zijn schouders op.
‘We maken weinig mee.’

Na jaren onstuimig oefenen, bleek resultaat geen garantie. De dokter sprak het oordeel: Arend kon geen kinderen krijgen. Een adoptie begin jaren negentig liep uit op een fiasco. Ze hadden de kamer klaar, de bureaucratische rompslomp overleefd, en stonden op het punt om Sam van Schiphol te halen toen de telefoon ging. Sammy was van een pick-up truck gelazerd. Zijn hoofdje gekraakt op het plaveisel. Te beschadigd om te vervoeren. Het geld waren ze kwijt, dat konden ze vast wel begrijpen. Daarna hebben ze stilzwijgend besloten geen nieuwe Sam te nemen.

Het rook muf in huis. Ramen en deuren zaten potdicht. Thermopane en glaswol. Met de vooruitgang komt de verstikking. De mensen sluiten zich af. De hang naar isolatie, privacy en een eigen identiteit neemt drastische vormen aan. Irrelevante meningsverschillen worden principekwesties met lange adem. Het eigen gelijk prevaleert. Ook in het voornoemde huwelijk. De situatie met Maria werd allengs meer onhoudbaar.
Van een op liefde gebaseerd huwelijk was geen sprake meer. De periode van kalverliefdesque naïviteit verschraalde, devalueerde tot een zwijgende symbiose waarin Arend zijn ding deed terwijl Maria kreunde als een oude ijzeren boot. Aan elkaar overgeleverd trokken ze ieder hun eigen plan. Hij had zijn bowling, 192 gemiddeld in de huisleague, en zij spaarde in onbruik geraakte bascules. Compleet met gewichtjes. Compleet geschift.

Avonden verliepen in afzondering, Maria op de hobbykamer, Arend op de baan. Zij at in de keuken, hij aan de leestafel met twee kranten. Zij bestuurde pasgewichten, hij maakte berekeningen met oliepatronen. Het leek wel of ze van de ene op de andere dag van zwijgen overgingen tot oeverloze discussies over niets. Kleine treiterijtjes zoals tandpastaresten in de wastafel en vuil ondergoed naast de wasmand escaleerden. Op een avond stond ze zwijgend naast de leestafel. Met zijn beste bowlingbal. ‘Moet jij eens opletten, Arend.’

Tot op die bewuste dag kon hij er nog mee omgaan. Nu was een grens met voeten getreden. Niemand waagt het Arends ballen te beroeren.

Ze opende de voordeur en rolde met een sierlijke zwier de zware bal over het asfalt. De bal trok een spoor in het gras en huppelde de vaart in. Maria trok de deur dicht. Met een grijns.

‘Godnakendekutkloten! Geschifte satanshoer!’ en meer van dat soort eloquente bewoordingen ontsnapten als een vlucht ochtendadem uit de mond van Arend. Ruw en ongeremd bleef hij haar uitfoeteren, nieuwe ziektebeelden werden uitgevonden en Arend zwoer wraak. Het gerecht dat koud opgediend het beste smaakt. Marie grijnsde zonder te knipperen.

[Die grijns bleef nog lang op haar gezicht bestorven. De echo van sneuvelend porselein zal ik wel vergeten. Haar lege ogen voel ik soms nog priemen.]

Precies om half zeven ’s ochtends zeult Arend de vuilniszakken in het vooronder. De kade ziet in het lantaarnlicht witbeslagen van kou. In de verte lalt een opgeschoten dronkaard over koperen togen en de voetbalclub aan de muur. Enkele postduiven suizen van nok tot nok, de schoorstenen op de huizen ademen. De weervrouw met volle borsten heeft wind beloofd. Het wordt een prachtige dag om te zeilen.

Even nog een sjekkie bouwen aan de kaderand. Arend rookt veel. Sterker, Arend rookt de hele dag door. Javaanse Jongens, die paffen lekker weg. Zegt Arend. En ze knisperen zo lekker bij de eerste trek. Jaren geleden heeft hij ze eens zes weken laten liggen. Dat waren de vervelendste zes weken in zijn leven. Zegt Arend. Stoppen met roken, stoppen met drinken, meer bewegen, macrobiotisch verantwoord vreten en dan geschept worden door een ronkende Scania... hij zag het niet zitten. Rook kringelt boven zijn hoofd. Waar rook is, is Arend.

Na het korte oponthoud met de juist gearriveerde beheerder start Arend Geelkerken de hulpmotor. Langzaam schampt de Anna het riet. Eendenkoppen kijken verschrikt op, een enkele kikker geeft blijk van ontwaken.

De gedachten schoten als wilde katten door zijn hoofd. De beginjaren van zijn huwelijk waren een aubade aan de beklonken liefde. Maar met het tellen der jaren ontkiemde de twijfel. Het kinderloze juk begon zwaarder te wegen naarmate het vel zich losser om het vlees spande, de haren grijs werden en de botten broos. Knoop doorhakken graag. We hebben niet de hele morgen.

Arend vaart nu ongeveer anderhalf uur buitengaats. De winterzon verdringt de wolken en blikkert op het water. Arend zet de motor af. De boot glijdt gestaag verder. Stilte. Geen ziel te bekennen. Uit zijn schoudertas grijpt hij zijn Zeiss en tuurt langs de horizon. Minutenlang. Daarna steekt hij een volgende Javaanse Jongen tussen zijn lippen en gaat aan het voordek zitten. Met toegeknepen ogen snuift hij de koude zeelucht op.

De tijd sluipt voorbij totdat plots twee staalblauwe ogen opengesperd worden. Een meeuw schijt van grote hoogte in de boot.

Dik een uur later kruiste zijn zeiler de koppen van het zilt. Hij waande zich een dolle cowboy die zijn hengst over de toeren joeg, ver in het rood. De Anna Palovna, allegorisch voor de furie die hij jarenlang kon temmen. De furie die nu als een volgevreten wurm uit zijn karakter kroop en tegen Arend zei: ‘Fuck you, zij eruit of ik eruit.’

Arend was er al een tijdje uit.
Met zijn linkerhand tastte hij in een vuilniszak. Het eerste tupperwarebakje zonk met een doffe plons in de diepte. Spoedig volgde het tweede en het derde. Arend maakte de hengels klaar en zette deze tegen de rand.

‘Dag lieve Maria. Groeten aan je zus,’ fluisterde hij. Terwijl hij stuurs over het water staarde. En met zijn kop een beetje naar beneden, stak hij zijn handen diep in zijn zakken. In de linkerbroekzak een kassabon, in de rechter wat losse munten. Een zucht over valse hoop en jonggeboren eenzaamheid later kwam hij weer in beweging.

Hij keilde enkele munten uit zijn broekzak over het wateroppervlak. De golven slokten de koperen kleinoden gulzig op. Arend zoog zijn longen vol lucht en galmde: ‘Neptunus! Houd het wisselgeld!’

En hij hoorde opeens het zingen van Sirenen, krijsend als een wad vol huilers.

schreef bicat om 02:06 PM [link]

Sunday, January 23, 2005

Types - De Webschrijver

...van die types die je slechts nog brommend of hummend antwoorden. Het hoofd afgewend naar het centrum van hun universum. Het gehele jaar bleek, dunne armen en vettige piekharen en ze communiceren met vier personen tegelijk met vingers die ze snel als de duivel over de toetsen jagen. Muziek luisteren ze via de pc. Boodschappen doen? Hallo Internet. Met vrienden wat drinken? Daar hoef je je huis niet voor te verlaten. Als je de juiste vrienden kiest... Sexuele behoeften? Wat dacht u zelf..
Niemand noemt hem nog bij zijn eigen naam. Bij gelijkgestemden uit diverse landen staat hij bekend onder minstens vijf nicknames. Op zijn eigen website op zijn eigen server (FreeBSD 4.11 custom kernel) houdt hij een dagboek bij. Daar schept hij op over de nieuwste films die hij downloadt. De illegaalste software die er is, en over de tienduizenden windowsbakken die hij 0wned. Don’t FOK with him. Zijn dagelijkse leven is er één van noodzakelijk kwaad. Op het net leeft hij minstens 3 andere levens die hem meer spanning bieden. In het holst van de nacht houdt hij rechts de muis en links de fles met geestverruimend distillaat. Tussen een lach en een traan vindt hij dan tijd om een vuigh verhaaltje te schrijven. Voor zichzelf. Voor iedereen. Hij beseft dat het bedtijd is als de krantenjongen de brievenbussen in de straat laat klepperen. Hij zeikt in de wastafel en logt uit.

En treft het lot mij gunstig dan kom ik hem tegen onderaan de trap. Ik groet, en hij bromt terug.
Met zijn neus in een stapel uitgeprinte A4’tjes. Onderweg naar een belangrijke missie; zijn bolus dampend en wel in het toilet voor zijn download klaar is. Wat mijn aanstaande vrouw in hem ziet is me een raadsel.

schreef bicat om 12:42 PM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)