huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Saturday, January 24, 2004

Wetenswaardigheid
Vroeg naar bed en vroeg weer op, maakt een man gezond, rijk en verschrikkelijk intelligent.
schreef Kiers om 02:04 AM [link]

Friday, January 23, 2004

Getroffen
Vanmiddag
tijdens een ogenschijnlijk futiele zaak
zag ik voor een kort moment
jouw prachtige gezicht
als beschenen door het leven zelf

je zag mij ook
zoveel was wel duidelijk
toch spraken wij elkaar niet hardop aan
noch gaven we opzichtig blijk
van wederzijds verlangen

we fluisterden, een samenzwering
slechts voor dat ondeelbare moment
ongrijpbaar kort doch zeer intens
omarmden we hartstocht
begrepen we de liefde puur natuur

ooit breekt het moment aan
dat jij me jouw tere hart gunt
dan gun ik jou
waar je het ook hebben wil
een warm
en schuimende kwak nageslacht

schreef bicat om 03:44 AM [link]

Thursday, January 22, 2004

Voor Nicholas Drake
Er was ooit een jongen, en de werkelijkheid is mooier dan sprookjes, die leefde van de lucht . Hij schreef liedjes die zo ijl waren dat ze gefluisterd werden. Een mooie glimlach omlijst door een zacht gezicht. Als hij zong, ademde hij de woorden. De wereld was groen om hem heen, en de bomen groeiden in hem door. Boven hem joegen de wolken en soms stormde het in zijn hoofd. Maar dan werd hij omringd door zoveel liefde dat het allemaal niets uit maakte en de wind verdween in de hoek van waaruit ze gekomen was. Langzaam begon hij stemmen te horen in de wind, als hij alleen was. Toen het lente werd overtuigden de stemmen hem dat het eigenlijk een voorbode van de herfst was. Maar hij bleef schrijven en spelen, spelen zo luid dat hij de stemmen niet meer hoorde en de wereld om hem heen verdween.
Voor even. Maar de donkere gedachten bleven en hij besloot ze dood te zwijgen. En hij werd stiller en stiller tot het herfst om hem heen werd. Zijn ouders namen hem terug in huis toen hij niet meer zag dat het pad vol met bladeren gewaaid was. Ze hadden hem in de woonkamer gezet, in de grote gele leren rookfauteuil. Uren kon hij in die te grote stoel in de woonkamer zitten, liedjes spelend op zijn gitaar, liedjes schrijvend, en eindeloos opnemend totdat zelfs het cassettebandje brak. Maar hij sprak niet meer, tot hij zelfs niet meer kon zingen. En zingen was ademhalen voor hem. Die ochtend werd hij gevonden, door zijn moeder, zijn lange benen hingen moedeloos over de rand van het bed, op de platenspeler lag de Brandenburg Concerto, de naald stond plechtig stil in het laatste spoor.

"They're falling faster now. Three days ago there were almost a hundred. It
made my head ache to count them. But now it's easy. There are only five
left now"

"Five what, dear?"

"Leaves. On the ivy vine. When the last one falls I must go too."


(citaat uit: "The Last Leaf" door o'Henry)

schreef bewegende om 11:37 AM [link]

Wednesday, January 21, 2004

Corpssex 5 "De Lantaarnpaal"
Zomervakantie tijdens de studie, dat zijn geen florissante tijden. Geen goedkoop bier in de sociëteit, geen sociëteitssnollen om handen, stinkend heet in de stad en altijd maar weer die hertentamens.

Geen jaar gaat er voorbij of de rekening moet betaald worden. De rekening van overdadig zuipen en te weinig aandacht voor de studie. Aan het eind van elk studiejaar dient de rekening zich aan en is altijd even pijnlijk; verpeste tentamens en dus hertentamens en dus studeren in de zomerweken.

Studeren tijdens de heetste weken van het jaar als bovendien iedereen in Spanje en Griekenland het varken uithangt, zit jij op je muffe hok te blokken op hertentamens. Het is de keerzijde van glorieuze heldendaden tijdens reguliere sociëteitsdagen en weken en maanden.

Badend in het zweet op zijn rug voelt Hugo een straaltje lopen vanuit zijn oksels, langs zijn ribben naar zijn broekband. Rekenen is niet zijn sterkste punt en deze sommen vragen grote concentratie. Hugo's zweetvingers schieten meermaals van de toetsen van de kleine rekenmachine. Ook de burolamp levert een bijdrage aan de extreem hoge kamertemperatuur. Was de zomer maar voorbij, was het hertentamen maar voorbij, dan kon hij het weer keihard op een zuipen zetten. Verdomme, wat een ellende allemaal.

Hugo's gedachten dwalen af. Het studentenhuis is leeg. Verdeeld over de stad zitten zijn drinkebroeders met hetzelfde probleem van hertentamens. Vanavond heeft Hugo afgesproken voor een klein biertje. Eentje dan. Een heeel klein biertje. Was het maar avond. Was er hier en nu maar iemand. Een meisje of zo. Om in het hele grote, hele lege studentenhuis een keiharde wip te bouwen omdat er toch niemand is. Lekker in je blote snikkel achter een bloot en gillend en zwetend meisje aanjagen! In een andere kamer op het bed van een huisgenoot en goede vrind een verschrikkelijke partij liggen neuken en zo'n natte langwerpige vlek achterlaten. Hahaha, dat is pas territoriumdrift!
Daarna douchen en dat meisje het huis uit tieften en weer door met studeren.

Verdomme! Waarom kon Hugo zijn gedachten nu niet bij die moeilijke som houden? Hugo staat op en trekt zijn plakkerige boxershort recht. Het enige dat hij aanheeft in deze hitte. Even moet hij zich ontspannen. Hugo loopt door de kamer en nestelt zich in de grote stoel voor de tv. De grote ouderwetse stoel met grote armleuningen staat schuin naar het raam gekeerd en Hugo drukt de videorecorder op 'play'.

De pornovideo heeft al werkelijk ieder studentenhuis gehad maar 'Pumping Irene' blijft leuk. Het is zo'n ouderwetse beginjaren '80 porno met een rammelend verhaal en amateuristische beelden. Het lijkt wel echt neuken, net alsof je er zelf bij bent en niet van dat steriele en overdreven geneuk van tegenwoordige porno's.

Hugo weet precies waar op de band de beste stukken film zitten en spoelt de band door tot de gewenste scene. Hij wil niet te veel tijd besteden aan het rukken want de hertentamens wachten. Even een kwartiertje rukken, even wat ontspanning voor de hersens en dan snel weer verder.

Het tv-beeld produceert een copulerend koppel, de boxershort gaat op de enkels en het zwetend lid betast. Het slaapkamerraam staat open maar dat kan Hugo weinig schelen want zijn kamer is op de tweede verdieping en de lantaarnpaal die pal voor zijn raam staat, zal toch niet meegluren hoe hij zit te rukken vandaag?

Hugo kent de scenes en weet precies waar hij bij zichzelf moet versnellen of inhouden om gelijkop te gaan met de acteurs. Verdomme, wat een lekkere hoer is die Irene. Het is niet meer te tellen hoe vaak hij haar in gedachte genomen heeft. Pompen, kreng! Van achteren en van voor.

Hugo heeft niet in de gaten dat bij de lantaarnpaal onder zijn slaapkamerraam een wagentje op de stoep wordt geparkeerd. 'Gemeentelijk Electriciteits Bedrijf' staat er op de deur van de kleine vrachtwagen. Een man van middelbare leeftijd stapt in het metalen bakje dat gemonteerd is achterop de wagen. De man klikt op wat knoppen en trekt een handle naar zich toe. Het gele metalen bakje begint zich onder het slaapkamerraam langzaam omhoog te bewegen richting de lichtkap van de lantaarnpaal.

Als de man van het electriciteitsbedrijf met zijn hoofd boven de rand van het raamkozijn komt, ziet hij een masturberende jongeman voor een televisie die ontegenzeggelijk beeldmateriaal toont van een copulerend koppel.

Eenmaal de scharnierende hijskraan met de man in het bakje opgemerkt te hebben, realiseert Hugo zich dat hij niets meer te verliezen heeft en groet vriendelijk; 'Moggu, wat een weertje he?', en masturbeert rustig verder.

schreef Kiers om 11:26 AM [link]

Tuesday, January 20, 2004

Op de fiets
Half zes is het geweest als ik de poort dichttrek en op slot draai. Zes komma zes kilometers op de fiets voor de boeg. Een soort van omgekeerde U moet ik fietsen. Harde wind en regen van rechts. Dan richting brug met harde wind en regen van voor. Als ik over de brug ben na tweehonderd meter rechtsaf de dijk op: harde wind en regen van links. Geen wind mee. En het waait echt hard.

Net stiekem een joint weggepaft op de parkeerplaats met een stagiair. Die gekke ouwe boekhouder toch. Ja, met mij kun je lachen. Met moeite lukt het me weg te fietsen. De straat uit linksaf en ik ben al van het industrieterrein af. Daar begint de wind van rechts.

Ik denk aan het weekend van de stagiair. Zuipen met vrienden. Op jacht, gedreven door hormonen en een strakke zak. Ik schat hem in als iemand die regelmatig succesvol is bij de jonge dames. Een vrachtwagen passeert. Even lijkt de wind weg. Dan in één klap weer in volle hevigheid aanwezig. De wind was niet weg. Het regent wel minder.

Ik zie de kerktoren van het dorp waar ik woon. Hooguit een halve kilometer bij me vandaan. Maar toch moet ik over die brug. Kut. Kutjes. Ik ploeter voort en probeer me te bedenken hoe de kutjes van bekenden er uit zien. De vrouw van m’n baas. Jakkes. De dames van de plaatselijke handbalvereniging. De vriendinnen van m’n vrouw. Veel of weinig haar? Kaal? M’n nichtjes van 17 en 19 zie ik voor me. Ik vermaak me een paar minuten. En dan ben ik bij de bocht naar rechts. Ik zie de brug al.

Het kleine stukje klimmen is normaal genoeg voor een vloek. Nu zou ik het zonder vloek willen doen. Als het maar niet zou waaien. Maar ja, dat zijn van die zinloze gedachtes op zo’n moment.

Er loopt een man met zijn hond. Als ik hier zou staan met m’n vlieger? Met deze wind zou het doek oorverdovend klapperen als ik het ding richting hond zou sturen. Maar wat zou die hond doen? Angstig weglopen? Agressief blaffen? Misschien zou dat beest er wel op afspringen en net op het moment dat ik de vlieger weer wil laten opstijgen boort de punt zich in het hoofd van dat stinkmormel. Ha ha. Ik zie het wapperend doek in alle kleuren voor me. Ik kan geen keus maken. Wel bedenk ik de op het WK winnende choreografie voor mijn vlieger.

Eindelijk op de brug. Het normaal kalme stroompje is ook nu gewoon kalm. Gek eigenlijk.
Komende zomer zal ik eens een kano huren. Waar begint het stroompje en waar komt het uit? Ik zal het ontdekken. Dit is al ongeveer het achtste jaar dat ik me dat voorneem. Tweehonderd meter na de brug draai ik de dijk op. Er zijn mensen die deze afstand sneller kunnen lopen dan ik kan fietsen.

De dijk is bochtig. Dat heeft een reden. Een goede reden. Dat kan niet anders.
In mijn hoofd teken ik een plattegrond van de dijk en zet er een pijl met de windrichting op. Het belooft niet veel goeds. Maar ja, ik moet ook niet aan dat soort dingen gaan denken na de vrijdagmiddagbieren en een joint. Nog een kilometer of drie.

Ik zit achter m’n drumstel. Gekleurde lichten, publiek dat zich vermaakt. Voor en na het optreden drank en drugs. En vrouwen. Waarom doe ik dat niet meer? Ik bedenk twee namen. Die zal ik morgen eens bellen. Anders zondag wel. Een repetitieruimte is hier zo geregeld. Ik bel wel een keer. Ik moet nu eerst van de dijk af. Blijven fietsen, met deze wind rol ik niet vanzelf naar beneden.

Een conditie van niks. Maar dat maakt niet uit. Op de een of andere manier sta ik toch altijd net even vrij in de zestien. En als ik dan de bal krijg is het zo goed als zeker raak. Ik ben het geheime wapen. Buikje, langzaam en de uitstraling van een accountant. Maar trefzeker als welke wereldspits dan ook in zijn beste dagen. En dan promoveren we naar de vijfde klasse. De velg van het voorwiel klapt op het stoeprandje. Toch de band nog even oppompen zo meteen.

Het laatste stukje door het pad loop ik. De fiets wordt meteen netjes in het schuurtje gezet. Uit de koelkast in de schuur gaat meteen een biertje mee. Het eten staat klaar. Vanavond kaarten met m’n zwager. Misschien komt het nichtje ook mee. Die van 17. Ik zal haar vriendelijk toelachen als ze er is en mijn gedachten bij het kaarten houden.

schreef Lennard om 11:24 AM [link]

Monday, January 19, 2004

Schemergeluk
Het is de mooiste dag van zijn leven. Ze hebben samen een groot feest gepland, en het wordt de belangrijkste dag van zowel zijn als haar leven. De dag van het "ja"-woord. God, wat hebben ze -en vooral hij- hier lang naartoe geleefd, gewerkt, geregeld en ook veel gebeden.

Vandaag is ook de dag dat hij het ongelijk bewijst aan al zijn kamergenoten en alle studentes die hij -als puistigste inwoner van het studentenhuis met een letterlijk walgelijk tekort aan sociale vaardigheden- heeft geprobeerd te veroveren. Hij wist dat ze hem discopuist noemden. Maar in de disco had hij nog een kans. Schemerig licht verhulde zijn gebrek, of beter, teveel aan talg en poriën. Normale mensen hebben een vaste stek in de kroeg. Maar discopuist niet. Hij liep vele disco's af. En met af en toe een succesje. En nu had hij echt succes!
Hij, de minste van allen, de discopuist, is toch nog op zijn pootjes terecht gekomen. En als eerste van al zijn hoegenaamde "vrienden" nog wel.
Gerechtigheid alom dus. Hij heeft dan ook besloten om al deze mensen uit te nodigen; om ze -op zijn eigen manier- te vernederen met zijn bereikte resultaat.

Bij het plein voor het stadhuis hadden zich al aardig wat mensen verzameld om het schouwspel te mogen zien. "Discopuist gaat trouwen met Babsje" ging het per email rond. Hij wou perse in de zomer op een mooie avond trouwen; hun "schemergeluk", zoals hij dat noemde.

Babsje, zijn vriendin, was een ietwat boers type met hele grote borsten en tuitje in haar onderlip -door studenten algemeen aanvaard als hèt kenmerk voor nymfomanie- en was die dag op van de zenuwen constant misselijk.
En alhoewel vanwege het liptuitje zo'n beetje het halve studentenhuis over haar heen was gegaan was ze voor hem gevallen. Zij hield ook van schemeren. Schemeren had voor hen beiden een speciale betekenis.
Babsje hield echter niet van schemeren in de disco, maar van het ouderwetse schemeren, boers als ze was. Ze maakten dan ook vaak lange avondwandelingen in de weilanden, en kwamen soms pas laat in de nacht terug. Het studentenhuis grapte dan: "welke sloot ze nou weer afgewaterd hadden" met haar tuitje.

Enfin: het moment is daar, na eindeloze repetities. Alles is in paraatheid gebracht voor een van de oudste ceremonies van de geschiedenis. Babsje en discopuist betreden het altaar. Voor hen staat de ambtenaar van burgerlijke stand, die. zoals altijd bij dit soort ceremonies langzaam en met zijn lijzige lage basstem het woord voert. In een formeel ouderwets ogende outfit, en vanaf zijn iets te hoge spreekstoel. De stoel is ook nu weer omkleed met mooie paarse zware fluwelen stof, zijn lievelingskleur.

De mensen hebben moeite om stil te blijven. Er wordt "harder!" geschreeuwd. Meerdere malen stopt de ambtenaar om stilte af te dwingen, zonder harder te gaan praten. Discopuist begint zich ongemakkelijk te voelen; het geroezemoes benauwt hem, geeft hem het gevoel dat hun voorbereiding wel eens in het honderd zou kunnen lopen. Hij probeert zich te concentreren op wat de ambtenaar zegt. Het gejoel zal wel van z'n kamergenoten zijn, die -dronken als ze nog zijn na zijn vrijgezellenavond, het mocht een aardige cent kosten- er nog steeds lol in hebben dat ze een gevoelige snaar raakten bij hem toen ze zeiden dat hij zijn vrijheid zou verliezen als hij ging trouwen. Hij bleef immers toch op kamers? Het huwelijk was een symbolische verbinding voor de liefde; samenwonen wou ze nog niet. En hun gezamelijke avondwandelingen zouden er niet minder om worden, hield hij zichzelf en zijn vrienden voor.

Hij hoort zijn bruid iets tegen de ambtenaar zeggen, en de ambtenaar zegt iets terug tegen haar. Het publiek wordt nog luidruchtiger, en hij verstaat de ambtenaar helemaal niet meer.

Babsje trekt het even niet meer van de zenuwen, en begint te kokhalzen. De ceremonie wordt even stilgelegd, zodat ze zich kan fatsoeneren op het meest nabijgelegen toilet. Een zeer vreemd gevoel -ja, bijna onwerkelijk- maakt zich van de bruidedegom meester; alsof hij hier niet hoort te zijn.
The wrong man at the wrong time at the wrong place schiet door hem heen.
Welke film was dat ook alweer? Die hard II?
Van veraf hoort hij de ambtenaar iets over antwoord vragen. Verstoord en afwezig door het inmiddels luide gejoel van de menigte, en volledig geprogrammeerd door de ceremoniemeester kan hij niets anders uitbrengen dan "ja".

In rap tempo worden dan de ringen door de ceremoniemeester gebracht op een mooi fluwelen kussen. Maar er liggen geen ringen op. Als hij dichterbij komt zijn het twee gaten in een zwarte stoffen lap, waar de grove en eeltige handen van de ceremoniemeester doorheen te zien zijn. De ambtenaar neemt de fluwelen lap over van de ceremoniemeester, en de getuigen grijpen de bruidegom stevig beet.

Discopuist begint nu, onlangs alle voorbereidingen toch in paniek te raken; een puur fysieke paniek, en probeert uit de greep van de getuigen los te komen. De ceremoniemeester springt de getuigen echter bij, en bindt de handen op zijn rug. De menigte is inmiddels buiten zinnen als Babs weer aan komt lopen.

De ambtenaar loopt naar op het altaar naar z'n spreekgestoelte. Met een ferme ruk aan een touw valt het fluweel van z'n spreekstoel. Eronder komt een guillotine vandaan. Hij trekt de zwartfluwelen lap waar de ringen op hadden moeten liggen over het hoofd van de bruid. Zijn keel slaat dicht, al het bloed stijgt naar z'n hoofd, en hij raakt nu echt in paniek; Waar is m'n bruid! schreeuwt hij. Zijn vraag wordt echter gedempt door het zwarte fluweel.... De ceremoniemeester grijpt hem nog steviger beet, en duwt hem op zijn knieën.

De menigte, inmidels compleet en volledig nog bestaand uit mijn vrienden, vriendinnen, kamergenoten, kennissen en drinkebroeders schreeuwt oorverdovend; en hij vangt vaag het woord vrijheid op uit het gebrul. Van ver bovenuit het gejoel van de menigte komt een scherp suizend geluid snel harder wordend op hem af...

Het schemert, en het is fris. Het is gelukkig voorbij. Hij wil naar z'n Babsje toe, om samen met haar weer hun schemergeluk op te zoeken. Hij staat op. Maar dat kan niet. Er gebeurt niks. Alle normale signalen om z'n lichaam te laten doen wat hij wil verdwijnen in het niet. Het enige wat nog lukt is zijn ogen te draaien in hun kassen. Met moeite ziet hij een rand. Het lijkt de rand van een mand. Of is het een koelbox? Boven de rand ziet hij één gezicht. Babsje. Ze kijkt hem aan, vanaf het altaar, met een blik van angst, maar ook van verlangen zoals hij kent van hun avondwandelingen. Haar hoofd komt snel nabij... Haar lippen ontmoeten met een doffe klap de zijne.
Schemergeluk....als laatste zien zijn ogen de deksel die op de koelbox gaat en hun schemergeluk verduistert....

schreef Vilé om 01:39 PM [link]

Sunday, January 18, 2004

Niek - "Geen buitenspel"
Daan speelde met de tong uit zijn mond. Dat betekende dat het spannend was.
Hij is niet zo'n goeie speler en meestal verliest hij dus vanzelf de bal, dat wist ik. Daar wachtte ik op.

Een schijnbeweging mislukte en de bal schoot van zijn voet. Ik tikte de bal voor zijn voeten weg richting het vijandelijke doel. Onze twee jassen.
Zo hard als ik kon rende ik er achter aan.

Ik rende en rende en hoorde door mijn hijgen niet dat ik alleen achter de bal aanging.
De keeper van de tegenpartij leek een stipje dat heel snel groter werd. Hij kwam met open armen op ons af. De bal en ik.

Ik wachtte niet te lang en schoot zo hard ik kon de bal langs hem.
Het publiek juicht. De bal gaat in de richting van het net.

Dan is het stil.
Totdat er weer een schreeuw klinkt. Daan, de keeper en het publiek zijn dan verdwenen.

"Niek! Hierkomen. Nu!"

Ik stond op en opende de garagedeur. Nadat mijn ogen aan het licht gewend waren zag ik mijn moeder staan.
Ze keek niet vrolijk.
Ze sleepte met vader's riem over de grond.

schreef bicat om 03:10 PM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)