huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


Wednesday, January 19, 2005

Maanvogels IV

De moeder heeft twee zonen en een dochter. De dochter verbleef bij haar ex, maar die moet haar ook niet meer. Hij bracht de dochter terug. Eerst wilde hij de dochter per se hebben en toen niet meer. Zomaar, zonder waarschuwing en de moeder nam haar op, verzorgde haar en begon haar op te voeden, wat niet gemakkelijk was. Zij is volgens de oppassers een borderlinegeval. Zij gooit de weekendpillen weg. Zij reed haar eerste auto op de eerste dag total loss in Parijs. Zei ze maar iets anders. Was het maar die dochter die was overleden en niet die twee zoons. De zoons waarvan zij denkt dat zij ervoor moet zorgen. Dat zij haar nodig hebben. Die zij zo vreselijk mist, zo intens. 'Waar het leven oogst, zaait de dood. Waar de dood zaait, oogst het leven. Iedere spiegeling geeft een vals beeld.' Roemer probeert het wel. ‘Die jongens kun je altijd nog zien, die wachten wel. Maar dit meisje, dat al zoveel verloren heeft, daar kun je niet bij weggaan. Dan leg je het haar eerst maar eens uit... Je weet niet wat je moet zeggen. Nou, ik ook niet. Ik zou me bedonderd voelen en àls ik je dan later tegen zou komen dan zou ik me omdraaien. Teruggaan. Ik zou je niet meer willen zien. Nooit meer.’

Roemer denkt terug aan de nacht dat zijn amandelen werden geknipt. Iedereen had hem belogen. De vader die zei dat hij een grote jongen was, maar waarom moest hij er dan blijven slapen in een babybed met spijltjes? De moeder die zei dat het geen pijn zou doen, maar waarom was er dan het bloed, het bloed in zijn keel, het bloed waardoor hij niet kon praten, adem moest halen door zijn neus, zijn neus met het geronnen bloed? De zuster en de arts die zeiden dat hij een ballon moest opblazen. Maar dat was geen ballon. Roemer wist het zeker. Hij stikte liever dan die ballon op te blazen. Hij stikte voor de narcose kwam. Te gast, vergast. De volgende ochtend werd hij samen met nog twintig kinderen met de lift naar beneden gebracht. Hij zag de ouders. Hij keek. Hij draait zich om. Nooit, nooit, zal hij meer van ze houden.

Later, veel later, spreekt Roemer de eenzame eerzame moeder nog een keer. Ze heeft zuurkoolhaar, opeens van zwart en lang naar wit en kort. De vrouw heeft zichzelf net ontslagen. De medicatie die ze krijgt is wel o.k. Op het recept zal ze straks ‘3x h.h.’ schrijven.

schreef Peeter Burgeik om 08:23 AM [link]

Monday, January 17, 2005

Pamflet

Ik heb een probleem. Ik word de laatste tijd omringd door meisjes en vrouwen met van die kniehoge laarzen. Je weet wel, van die puntige krengen, met juist onder de knie een wijder gedeelte dat in de meeste gevallen tot boven de knie reikt, hetgeen het lopen ietwat vergemakkelijkt. De gelaarsde kat heeft ze, de Drie Musketiers hadden ze, en Errol Flynn had ze in zijn hoedanigheid als Robin Hood, over zijn strakke groene maillot, ook.

En nu dus al die meisjes die er in lopen. In suède of in glimmend zwartleren uitvoering. Steevast omhullen de laarzen een modieuze spijkerbroek, bij voorkeur van een trendy, en dus duur, merk. Ik kom ze tegen in de metro, in de bus, op straat en op mijn werk. En zodra ik zo’n grietje ontwaar, begint mijn broek te bollen, doorweekt het voorvocht mijn short en sijpelt het, de weerstand van mijn stugge beenhaar overwinnend, langs mijn dijen richting de sokken. Wellicht is het een goed idee om wat toiletpapier in mijn sokken te duwen om het soppende geluid dat mijn schoenen bij zo’n gelegenheid beginnen te maken, enigszins te voorkomen.

Het liefst zou ik op zo’n moment mijn harde paal uit mijn broek trekken om ter plekke het wicht in kwestie uit haar kleren te scheuren, op de zwarte laarzen na uiteraard, haar op het dichtstbijzijnde ijzergevlochten bankje te smijten en haar ongenadig te neuken, onder het oog van haar, eveneens gelaarsde, kirrende vriendinnetjes. Mijn bijna dagelijkse strijd om deze impuls te bevechten, kost mij dermate veel energie dat mijn normale seksleven eronder gaat lijden. Mijn normale seksleven dat tot voor kort bestond uit een wekelijks bezoekje aan mijn vaste domina Mathilde, in haar, tot kelderhoogte uitgegraven kruipruimte, onder het ogenschijnlijk doodnormale rijtjeshuis.

Na mijn doordeweekse taken met de nodige zorgvuldigheid te hebben volbracht, was het bezoekje aan Mathilde een beproefd middel om de stress en de spanningen van mijn boekhoudkundige werk van me te laten afglijden. En spanningen, dat was Mathilde’s specialiteit. Het genot dat zij mij met haar stroomgeleidende tepelklemmen kon toedienen, kende geen grenzen. Een erectie zo fier als de Eiffeltoren, ondanks de gewichten aan mijn ballen en het nauwelijks luchtdoorlatende latex masker, was eerder regel dan uitzondering. Als afsluiting van het ritueel liet ze mij, geholpen door de paardenzweep en de rasp, spuiten als de fontein op Times Square. Een heerlijke tijd was dat.

En mijn lieve Mathilde draagt dus net zulke lustopwekkende laarzen als al die bakvisjes die ik als een kwijlende debiel overal tegen het lijf loop. Prachtige, met spijkers afgezette exemplaren, met halfhoge hakken en messcherpe punten om je vingers bij af te likken.

Maar sinds ik, als gevolg van die links en rechts opduikende vroegrijpe laarzenkindvrouwtjes, dagelijks met een vochtig kruis door het leven ga, is de bron van mijn sappen in het weekend opgedroogd. Sta ik gekneveld en onder stroom, met een verschrompelde zak, lusteloos naar de lillende onderarmen van de zwepende Mathilde te staren. Laat ze, in een poging om de sessie te redden, de karwats met dubbele kracht op mijn half ontvelde rug knallen, met als gevolg dat ik mij heden ten dage gekromd als een halve gebochelde naar kantoor begeef. Beginnen mijn collega’s grappen te maken over de vlekken in mijn broek, over het soppende geluid van mijn schoenen en over mijn weigering om ze in de lunchpauze te vergezellen naar de bedrijfskantine, waar zelfs de belegen kantinejuffrouw in een stel lustlaarzen ronddendert.
Ik kan zo dus niet verder. Deze laarzen dienen weer uit het straatbeeld te verdwijnen, terug naar de kelder waar ze thuishoren. Ik wil mijn fetisj terug!

schreef Lo Ping om 10:47 AM [link]

Sunday, January 16, 2005

Types - De Conformist

...van die types met lange ongewassen haren. Meestal knipt hij zijn eigen haar. Hij is wars van merkkleding dus koopt hij kleding in een hippywinkel. Soms ontwerpt een bevriend obscure type iets voor hem van natuurprodukten. Hij heeft één onopvallende piercing en een tattoo. Sporten doet hij niet veel, zeg maar nooit eigenlijk. Hij gaat altijd laat naar bed en daardoor is hij vaak moe. Zijn huid is bleek door gebrek aan genoeg zonlicht. Het huurhuis waarin hij woont, stelt niet veel voor en is gedecoreerd met veelkleurig artitiek spul. Hij is veel en graag thuis waar hij ongestoord luistert naar jazz, triphop, folk en Pink Floyd. Af en toe hapt hij een olijf of een kaasje met verschillende paddenstoelen uit de macrobiotische winkel. Zijn vriendin heeft hij leren kennen op een protestbijeenkomst en samen lezen ze veel poëzie. Hun voorspel is regelmatig van de verbale soort. Samen roken ze joints. Hij wat meer dan zij en meer en meer lijkt zijn gemoedstoestand af te hangen van de middelen die hij het langst gebruikt. Zijn discussies over wereldpolitiek worden regelmatig gekleurd door wisselende moodswings, maar een constante lijkt een hang naar een nieuwe orde. In een goeie bui vertelt hij dat hij het liefst een boek zou schrijven. Zijn heldere nieuwe visie zal van de wereld een betere plaats maken. Hij zal ervoor zorgen dat veel mensen zich bij hem en zijn nieuwe beweging aansluiten. Hij zal er voor zorgen dat de jaartelling bij zijn geboorte begint. Hij wil zijn boek De Bijbel noemen.

schreef Kiers om 11:55 AM [link]




huiswaarts huiswaarts vroeger mailtje sturen


-bicat- !

Kritieken worden pas waardevol wanneer u zelf een duit in het vuighe zakje doet.
Inspiratie? Mailen maar.
Onvuighe inzendingen worden zomaar geweigerd. Met of zonder reden.
(?)